Tags

Stelling: Onderstaande beschouwing is een startpunt van een boeiende vraag of PvdA en GroenLinks kunnen samenwerken of fuseren, zoals op lokaal niveau al trendsettend is, mogelijk is? Mijn inbreng is dat ik als linkse, maar partijloze burger, benieuwd ben hoe die vraag beantwoord zal gaan worden binnen beide partijen omdat ik er ‘gebruikelijk’ – lees: automatismen van vroeger: ‘links tegen rechts’ – vanuit ga dat het een gevecht wordt op oude ideologische tegenstellingen, die allang kansloos zijn en daarom móet mislukken. Of is ook binnen links het besef doorgedrongen dat het niet meer om scherpslijperij mag gaan, maar alleen over nieuwe politieke ontwikkelingen en een nieuwe bestuurscultuur? En wat houdt dat dan wel in? Helaas blijkt uit de onderstaande tekst dat er nog helemaal vanuit oude ideologische geschilpunten wordt uitgegaan en geredeneerd, zodat er alleen een spiegelbeeld is ontstaan met de wereld van gisteren en dat de geïnterviewden nog allemaal in het oude denken zitten verknoopt. En dus zijn er geen nieuwe, verrassende visies te gepresenteerd en dat is een spijtige constatering en conclusie.    

Lokale fractievoorzitters zijn enthousiast over een fusie tussen PvdA en GroenLinks. Maar er zijn ook twijfels. Ontstaan er straks geen bloedgroepen van ‘elitaire’ GroenLinksers en ‘machtswellustige’ PvdA’ers?

(NIELS MARKUS & BART ZUIDERVAART, Fusie-onderzoek, Katern de Verdieping/Trouw, 21-5-21)

Een geheel nieuwe partij. Nieuwe naam, nieuw logo, nieuw bestuur. Anneke Knoppert ziet het zo voor zich. PvdA en GroenLinks die ophouden te bestaan en samen een frisse herstart maken: “Het is de enige manier waarop deze fusie kan slagen”, zegt Knoppert, zelf de fractievoorzitter van Progressief Ermelo. “Anders houd je altijd het risico van een bloedgroepenstrijd.”

Knoppert weet waar ze over spreekt. In haar woonplaats Ermelo is het CDA altijd heer en meester geweest, zegt ze. Totdat halverwege de jaren negentig de linkse partijen de krachten bundelden. Progressief Ermelo groeide uit tot een gevestigde partij, met op dit moment vier leden in de raad en een wethouder in het college. Knoppert heeft zelf een verleden bij GroenLinks, maar, bezweert ze, aan de leden van Progressief Ermelo is niet meer te merken wat hun oorspronkelijke partij is.

Zo moet ook de toekomst van de landelijke PvdA en GroenLinks eruitzien, vinden ongeveer honderd lokale fractievoorzitters. Paul Vermast (GroenLinks Dronten) zegt: “De oplossing is een nieuwe partij waar iedereen opnieuw lid van moet worden. Een fusie kan goed uitpakken. Het is GroenLinks ook gelukt, eind jaren tachtig. Ik ben lid van die partij sinds 1999 en heb zelf niets met een van de oude stromingen. Zeker, er zijn politieke en culturele verschillen. PvdA is veel bestuurlijker. De arrogantie van de macht is daar nooit ver weg. En GroenLinks is meer een georganiseerd zooitje ongeregeld.”

Het onderzoek dat Trouw heeft uitgevoerd onder alle fractievoorzitters van de twee linkse partijen in de gemeenteraden legt oude tegenstellingen en vooroordelen bloot. PvdA’ers kunnen machtswellustelingen zijn, zeggen GroenLinksers. Ze laten hun idealen vallen zodra het pluche lonkt. Sociaaldemocraten zijn bang dat ze zich moeten schamen omdat ze zeven dagen per week vlees willen eten, denken GroenLinksers. Zelf voelen zij er niet zoveel voor om de Internationale te zingen of de Dag van de Arbeid te vieren.

Geitenwollensokken

Leden van GroenLinks zijn op hun beurt te idealistisch en naïef, vinden PvdA’ers. Het is een partij van geitenwollensokken, die anderen een duurzaam leven opdringen en overal windmolens willen bouwen, óók in de achtertuin van de gewone man.

In een notendop: de PvdA denkt vooral aan mensen, GroenLinks aan klimaat en natuur. Pim Bliek, PvdA-fractievoorzitter in Edam-Volendam, herkent die tegenstelling. Vanwege de woningnood wil zijn gemeente bouwen in een nu nog lege polder die als groene bufferzone geldt. De PvdA is voor, GroenLinks tegen. Bliek: “GroenLinks vindt het zo’n mooie polder. Eens, maar de wachtlijsten voor woningen zijn ook fors. Als er een tegenstelling is tussen natuurbescherming en wonen, kiezen zij steevast voor natuurbehoud, wij maken een andere keuze.”

Desondanks is Bliek voor een fusie. Hij heeft de PvdA de afgelopen jaren een stuk groener zien worden. En onder Klaver vaart GroenLinks volgens hem een meer sociaaldemocratische koers. “Je zult verschillende bloedgroepen krijgen, maar die heb je nu ook al in de PvdA. Dat lost zich wel op. GroenLinks is sterker uit de vorige fusie gekomen. En partijculturen veranderen. De PvdA stond bekend als een stel vechtersbazen. Volgens mij is dat ten goede veranderd.”

Intensievere samenwerking tussen PvdA en GroenLinks is een steeds terugkerende kwestie op het Binnenhof. Als in een rituele dans praten de partijleiders er op gezette tijden over, kweken ze enthousiasme en laten vervolgens alle plannen in schoonheid smoren. Zo blijft het verbond steken in gezamenlijke moties en initiatiefwetten en, mogelijk, het tot het einde van deze kabinetsformatie aan elkaar vasthouden. Zonder GroenLinks wil de PvdA niet regeren, en andersom.

Het is te mager, vindt Marleen Remmers, fractieleider van GroenLinks in Hilversum. Ze ziet met lede ogen hoe links de afgelopen decennia steeds verder krimpt. En dat komt onder andere, denkt ze, omdat links niet als één partij opereert. “Wij bevechten elkaar, terwijl wij beter gezamenlijk het individualisme, de doorgeslagen marktwerking en het liberalisme aan de kaak zouden moeten stellen.”

Ze werken heus samen, de leiders op links. Lilian Marijnissen (SP), Lodewijk Asscher (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) hadden, voordat de coronapandemie losbarstte, de gewoonte om regelmatig de strategie op elkaar af te stemmen tijdens etentjes in Indonesisch restaurant Poentjak in Den Haag. Daar bespraken ze hoe en wanneer links als één blok op zou kunnen trekken.

Samen ten strijde

Dat resulteerde onder andere in een manifestatie in cultureel centrum de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord, vorig jaar maart, waar de drie samen ten strijde trokken tegen de belastingvoordelen voor grote bedrijven. Remmers was getuige van die gebeurtenis. “Daar spatte weinig energie van af. De partijleiders hadden er duidelijk geen zin in.” Een fusiepartij waar ook de SP in opgaat, ziet ze, vanwege te grote ideologische verschillen, er niet komen. Maar voor PvdA en GroenLinks is samensmelting de enige uitweg uit de electorale crisis, zegt Remmers. Volgens haar is hier maar één verklaring waarom dit niet gebeurt: de ego’s van sommige politici zitten in de weg. “Ik zeg het eerlijk: ook Jesse Klaver heeft daar last van.”

Toch wordt de samenwerking op lokaal niveau al vaak in praktijk gebracht. Bij de raadsverkiezingen van volgend jaar zullen meer gecombineerde PvdA/GroenLinks-lijsten meedoen dan ooit tevoren. Van de ongeveer 400 PvdA-afdelingen, heeft het partijbestuur uitgerekend, heeft 23 procent al een gedeelde lijst of werkt hieraan. Meestal gaat het om een samenwerking van PvdA en GroenLinks, soms met D66 erbij.

Vaak gaat het om kleine afdelingen, in Noord-Brabant, Zeeland of op de Veluwe waar de linkse partijen hun krachten noodgedwongen bundelen om weerstand te bieden tegen dominante christelijke partijen. Desondanks weten de progressieven elkaar in (middel)grote gemeenten ook steeds beter te vinden, zegt PvdA-voorzitter Nelleke Vedelaar. “PvdA, GroenLinks en de SP in Utrecht vierden samen de Dag van de Arbeid op 1 mei. Dat soort samenwerkingen zien we op steeds meer plekken.”

Dat komt mede, denkt zij, omdat samenwerking binnen haar partij geen taboe meer is. Integendeel, Vedelaar juicht fusielijsten toe. Binnenkort reist ze naar alle gemeenten waar al een gezamenlijke afdeling bestaat of waar er een in oprichting is. “Ik wil weten wat ze van ons als moederpartij nodig hebben. En hoe zorgen we, zeker als ze onder een andere naam verdergaan, dat ze niet losgezongen raken van de PvdA?”

De komende tijd wil Vedelaar ervoor zorgen dat de procedures om een fusielijst op te zetten bij beide partijen gelijk zijn. Bij de PvdA hoeft alleen een algemene ledenvergadering van een afdeling ertoe te beslissen, bij GroenLinks moet het partijbestuur zijn fiat geven. “Nu staan de statuten van de PvdA een dubbel lidmaatschap nog niet toe. Dat mag geen obstakel zijn.” En Vedelaar wil een goede afdrachtregeling voor lokale afdelingen opzetten. Nu staan leden alleen nog een deel van hun vergoeding af aan de moederpartij. “Voor die progressieve partijen moet er ook een potje komen om gezamenlijke dingen te doen of om campagne te voeren.”

Joris van Dam, de fractievoorzitter van een van de oudste fusiefracties, in het Brabantse Son en Breugel, voelt zich nog niet losgezongen van de PvdA. Wellicht was dat anders geweest als de partij onder een andere naam verder was gegaan, zoals werd overwogen toen ook D66 zich bijna aansloot. “Dat is er nooit van gekomen. Als het slecht gaat met een van de partijen, is het soms een last dat je met je naam aan de landelijke politiek bent verbonden. Het heeft ook voordelen. Je hebt toegang tot de landelijke partij en andere fracties in de regio. Dat is alleen maar belangrijker geworden na de decentralisaties en vanwege de energietransitie.”

Na zo’n lange samenwerking merkt Van Dam nauwelijks nog wie er binnen zijn fractie PvdA’er is en wie GroenLinkser. Ledenvergaderingen zijn gemengd. Van Dam zegt dat hij ook wel lid zou willen worden van GroenLinks. “Ik voel me echt vertegenwoordigd door beide partijen.” PvdA- en GroenLinks-leden in Son en Breugel plakken voor landelijke verkiezingen gezamenlijk posters van beide partijen. Hoewel, Van Dam zal niet zo snel het vakje voor Jesse Klaver rood kleuren. “Als lid voel ik me landelijk toch meer tot de PvdA verbonden.”

Van Dam denkt dat er best in meer gemeenten en op landelijk niveau samengewerkt kan worden. Te beginnen met de formatie. Daarin moeten GroenLinks en PvdA elkaar niet loslaten, vindt hij. Als een eerste stap naar een uiteindelijk samengaan. “Een fusie moet je niet willen afdwingen. Een relatie begint ook niet bij de bruiloft.” Begin eens met gezamenlijke ledenactiviteiten, oppert hij, om het ijs te breken. “Vandaaruit kan iets groeien. Als je meteen vraagt: wil je fuseren, dan hoor je heel veel twijfels.”

Partijculturen

Die twijfels zijn er zeker. Vooral over de verschillende partijculturen en de angst dat die bloedgroepenstrijd niet te voorkomen is. Enkele fractievoorzitters zijn resoluut: als het tot een fusie komt, dan zeggen zij hun lidmaatschap op.

Zoals Vladimier Slor (PvdA Veendam). “Ik heb voor de PvdA gekozen. Niet voor GroenLinks. Een samengaan zie ik daarom helemaal niet zitten.” Volgens Slor verliest GroenLinks nogal eens de realiteit uit het oog als het om het klimaat gaat. “Daarin zijn zij veel fanatieker. Bovendien is GroenLinks niet echt een bestuurderspartij. Landelijk gaat een fusie misschien nog, maar in veel gemeenten en provincies is de afstand tussen de partijen veel groter.”

De PvdA kan weer op eigen kracht relevant worden, denkt Slor. “Lijsttrekkers zijn tegenwoordig heel belangrijk. Hoe breng je de boodschap over? De PvdA deed het goed onder sterke lijsttrekkers als Wouter Bos en Diederik Samsom. De afgelopen verkiezingen vertegenwoordigden Mark Rutte en Sigrid Kaag hun partijen goed. Nadat Lodewijk Asscher plaats moest maken, is het Lilianne Ploumen in die korte tijd niet gelukt om het waar te maken.”

Nico van Straalen, fractievoorzitter van GroenLinks in Edam-Volendam, is het met Slor eens: afzonderlijke partijen zijn sterker dan de twee samen. Ook Van Straalen is uitgesproken tegenstander van een fusie. Zijn opvatting staat dus haaks op die van PvdA’er Bliek in zijn eigen gemeenteraad. “Ik weet dat mijn collega een fusie wel ziet zitten”, zegt Van Straalen. “Maar ik voel er niet voor. We zijn het op veel punten eens, absoluut. Toch zal op belangrijke onderwerpen, zoals natuurbescherming, het profiel verwateren. Veel van onze leden zullen zich niet meer herkennen in een fusiepartij.” Van Straalen stoort zich enigszins aan de discussie ‘die altijd weer opduikt’. “Men vraagt toch ook niet of de ChristenUnie met het CDA moet fuseren?”

Verantwoording

Dagblad Trouw heeft een maand geleden alle fractievoorzitters van PvdA en GroenLinks in de gemeenteraden gevraagd hoe zij denken over samenwerking tussen beide partijen, zowel lokaal als landelijk. We waren ook benieuwd naar hun mening over een eventuele fusie.

Van de 260 PvdA-fractievoorzitters reageerden er 96 (36,9 procent). We ontvingen 119 antwoorden van de 235 GroenLinks-fractieleiders (50,6 procent). De opvattingen over een fusie vielen uiteen in ‘voor’, ‘twijfel’, ‘tegen’ en ‘geen mening/dat is aan de leden’. De uitkomst bij de PvdA is 49 procent voor, 20 procent twijfel, 28 procent tegen en 3 procent geen mening. Bij GroenLinks: 44 procent voor, 13 procent twijfel, 29 procent tegen en 14 procent geen mening.

Opvallend is dat in de vier grote steden de fractievoorzitters zich niet expliciet uitspreken voor of tegen een fusie. Rick van der Zweth, PvdA-fractievoorzitter in Utrecht, is enthousiast over een manifestatie met SP en GroenLinks op 1 mei, maar vindt dat je een samenwerking tijd moet gunnen. “Nu is het vooral van belang om samen te werken op de vele thema’s waar we het eens zijn en elkaar kunnen versterken. Dit zou op termijn mogelijk kunnen leiden tot een fusie.” Lies Roest (GroenLinks Rotterdam) vindt een besluit over deze kwestie ‘allereerst aan de leden van beide partijen’.

[Dit is de eerste publicatie over ons onderzoek. Komende tijd zullen meer verhalen volgen, onder andere over lokale samenwerking tussen PvdA en GroenLinks.]

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1256/articles/1356361/26/1