Paradox islam en democratie #onderzoekscommissiebeïnvloeding #salafisme @tweedekamer

Tags

[Bron: Ian Buruma, God op zijn plaats. Het kruispunt van religie en democratie. 2010; 104-108]

Deel Drie: De waarden van de Verlichting

‘De visie van Tocqueville op de combinatie islam en democratie is nog steeds dat de conventionele visie. Mohammed, schreef hij, ‘heeft niet alleen een religieuze leer uit de hemel laten dalen en in de Koran gezet, maar ook politieke stellingen, burgerlijke voorschriften, strafwetten en wetenschappelijke theorieën. Het Evangelie spreekt daarentegen slechts over de algemene betrekkingen van de mens met God en tussen de mensen onderling. Daarbuiten bevat het geen lering [behalve dan de Liefdewet van Christus: ‘keer de vijand uw andere wang toe’, jw] en legt het geen verplichting op iets te geloven. Dat alleen, van duizenden redenen, laat voldoende zien dat de islam in tijden van verlichting en democratie zijn macht zal verliezen, terwijl het christendom in zulke tijden, als in alle andere, voorbestemd is tot heerschappij [sic].

De grote Franse katholieke denker was geen islamoloog. En een vergelijking maken tussen enkel de Koran en de evangeliën is echt niet voldoende. Tocqueville noemde gemakshalve maar even niet dat er in het Oude Testament (en niet te vergeten de Talmoed) wel degelijk politiek en wetgeving te vinden is. Bovendien, en dat heeft Tocqueville zelf waargenomen in de Verenigde Staten, kunnen de meest irrationele en onverlichte ideeën de ingezetenen van democratieën heel gemakkelijk in hun ban houden. En de burgers die hij aantrof waren geen moslims. De vraag is of mensen die dergelijke ideeën aanhangen er nog mee kunnen instemmen zich aan de spelregels van een democratisch bestuur te houden. Amerikaanse christenen konden dat over het algemeen wel en kunnen dat nog steeds. Zijn er redenen om aan te nemen dat moslims dat niet kunnen?

De denkers van de Verlichting waren het op dit punt niet met elkaar eens. Maar sommige radicale spinozisten, zoals Pierre Bayle, waren van mening dat de islam superieur was aan het jodendom en het christendom omdat het toleranter zou zijn en minder bijgeloof kende. Achttiende-eeuwse filosofen herinnerden zich ook dat het geleerden uit de islamitische wereld waren – niet allemaal moslims, trouwens, soms waren het joden – die verantwoordelijk waren geweest voor het doorgeven van de klassieken uit de Griekse filosofie in het Arabisch. Net als Confucius werd de twaalfde-eeuwse filosoof Ibn Rushd (Averroes) zelfs met Spinoza vergeleken als een toonbeeld van rede.

In ieder geval is de democratie veel moslims niet onbekend of vreemd. De Indiase bevolking telt ongeveer 150 miljoen moslims. Zoals de meeste democratieën is het Indiase bestuurssysteem verre van volmaakt, maar de onvolkomenheden ervan – corruptie, demagogie, misdaad, haat tussen de kasten, enzovoort – hebben niets van doen met de inhoud van de Koran. De Turkse democratie is net zo onvolmaakt, maar de ideologische ‘secularisten’ zijn even schuldig aan de misstanden erin als de islamisten, misschien zelf wel meer. En Indonesië, het land met de grootste bevolkingsmeerderheid van moslims ter wereld, is tegenwoordig een van de weinig goed functionerende democratieën in Zuidoost-Azië.

Toch is het beslist zo dat overwegend islamitische landen in het Midden-Oosten over het algemeen autocratisch bestuurd worden. Daar zijn vel mogelijke oorzaken voor – culturele, historische en politieke – maar we moeten wel in gedachten houden dat behalve Iran en korte tijd ook Afghanistan, de dictaturen in het Midden-Oosten seculier zijn. Het [Egyptische] ‘nasserisme’ ontleende zeer veel aan het marxisme. Saddam Hoessein was een Arabische fascist. De sterke leiders van Egypte en Syrië hebben islamitische bewegingen, zoals de Moslimbroederschap, even meedogenloos de kop ingedrukt als een negentiende-eeuws Europees regime dat had kunnen doen. Het voornaamste doelwit van het radicale religieuze activisme is de corruptie, seculiere politiestaat geweest. Omdat de corruptie van autocratische elites in het Midden-Oosten geassocieerd wordt met het decadente, ongelovige Westen (niet geheel ten onrechte, omdat het Westen deze elites, wellicht bij gebrek aan beter, blijft steunen) zijn Europa en de Verenigde Staten de voornaamste doelwitten geworden van de religieuze radicalen. Hierdoor is vervolgens het heilige vuur ontbrand in de harten van jonge moslims in Europa, die voor deze kant-en-klare goede zaak wel willen doden en sterven.

De angst voor de islam onder de Europeanen betreft echter niet alleen het revolutionaire islamitische geweld. Het gaat meer om wat Tocqueville omschreef: dat de islam onverenigbaar is met wat we nu ‘de waarden van de Verlichting’ of ‘westerse waarden’ noemen (alsof die identiek zouden zijn), en dat de aanwezigheid van een grote islamitische minderheid in het Westen de waarden die wij vanzelfsprekend zijn gaan vinden zal schaden, of zelfs tenietdoen (waarbij vergeten wordt hoe kortgeleden zijn nog maar verworven zijn) zoals de vrije meningsuiting en gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen. Omdat aangenomen wordt, zoals van oudsher gebruikelijk bij impopulaire minderheden, dat moslims consequent meer kinderen zullen voortbrengen dan niet-moslims, bestaat er een angst om ‘overspoeld’ te worden, om de eigen Europese identiteit te verliezen, om het continent te zien veranderen in Eurarabie’. Veel Europeanen zijn niet alleen bang voor religieus geweld, ze zijn bezorgd dat ze ‘geïslamiseerd’ zullen worden.

De paniek over minderheden die van de rest van de samenleving zijn afgesneden is wijdverbreid – dat wil zeggen, paniek over moslims: op Chinese en chassidisch-joodse gemeenschappen wordt met onverschilligheid gereageerd. De laatstgenoemde is vreedzaam en te klein om zorgen te baren. De zorgen betreffen datgene waar filosofen en denkers al eeuwen mee worstelen, zeker sinds de tijd van Confucius: hoe er een politieke gemeenschap tot stand kan worden gebracht op basis van gemeenschappelijke ethiek, mores, ideeën of wetten. In de taal van vandaag: als burgers geen gemeenschappelijke waarden hebben, hoe kan de democratie dan overleven? Ook als men gelooft, zoals ik, dat het voor het functioneren van een democratie het essentieel is dat mensen dezelfde waarden delen, zolang men zich maar aan de wet houdt, dan is het terecht dat men zich zorgen maakt als een aanzienlijk aantal mensen bereid is die wet om ideologisch redenen te overtreden. Aangezien enkele van de felste vijanden van de vrije democratie nu toevallig revolutionaire islamisten zijn, is de bezorgdheid ten aanzien van moslims met ideeën die vijandig staan tegenover de westerse maatschappij begrijpelijk, en moet die ook onderkend worden. Het probleem is des te prangender omdat de gewelddadige revolutionairen niet langer vreemdelingen uit verre landen zijn, maar jonge mensen die in Europa zijn geboren en getogen en van wie d moedertaal niet Arabisch, maar Engels, Frans of Nederlands is.’

Wordt vervolgd

Goed verslag: ‘Ongewenst? Ja, maar niet in strijd met de wet’ @fd #onderzoekscommissieTK #salafisme @tweedekamer

Tags

Stelling: Er dreigt een nieuw gevaar of risico dat alles wat ‘ongewenst’ is, ook moet worden omgezet in ‘wettelijke maatregelen’, verdergaande of ‘volkomen’ juridisering kortom. Dat kan en mag de bedoeling niet zijn. En dat terwijl de oplossing van het dilemma dat op het parlementaire bord ligt, te weten dat dwingende basiskennis van de waarden uit onze grondwet grondwet ‘moeten worden opgelegd’ veel eerder voor de hand ligt; sterker nog: de volledige oplossing betekent. Hoezo, deze simpele oplossing?

Omdat met een verplichte ‘staatkundige’ vorming voor migranten direct afstand kan worden genomen van eigen waarden en normen uit het geboorteland.

Om als eerste met het kernbeginsel van de vrijheid van godsdienst – en levensovertuiging voor onkerkelijke burgers – (art.6 Gw) te nemen, dat alléén inhoudt dat je vrij bent in de keuze van godsdienst vanuit je opvoeding, je dan dus wettelijk beschermd bent om als je eenmaal formeel-volwassen bent geworden op je 18e, je dan het geloof van je ouders mag verlaten en je je kunt aansluiten bij een ander geloof naar eigen overtuiging op dat moment. De keuze kan kortom later weer veranderen, ad infinitum zelfs. Daarmee houden de moslims geen rekening omdat de – evenals zelfs vele eigen (van geboorte) landgenoten – de grondwet niet kennen.

Dat migranten dus als ze het juiste begrip van onze godsdienstvrijheid kennen – en dat geldt óók voor salafisten als El Damanhoury en Salam om maar ‘een’ tweetal te noemen – zich walgend zullen afkeren van dit ‘wisselprincipe’ vanuit ‘onze’ godsdienstvrijheid vanwege de strijdigheid binnen de islamleerstellingen dat een andere keuze onmogelijk maakt, wordt dan de rechtsbescherming vanuit de grondwet veel gemakkelijker. Dan kan tegen dat beginsel van ‘vrije keuze’ geen bezwaar worden gemaakt.

Sterker, ook zal er vanuit salafistische kringen direct de spot worden gedreven met deze ‘belachelijke’ constructie van de Nederlandse grondwet, omdat deze optie volslagen ‘onbekend’ – om ernstiger kwalificaties maar te vermijden – is in islamitische landen. En vooral de ontkoppeling van financiële subsidievoorwaarden die – achteraf beschouwd na de ontbinding van onze ‘zuilenmaatschappij’ – zullen alle religieus-georganiseerde groeperingen alleen kunnen leven met de grondgedachte dan overheidsfinanciering niet meer mogelijk is vanuit emancipatorische overwegingen.

Want als nieuw binnengekomen islamitische migranten hun volledige inburgeringstraject voltooid hebben, hebben ze ‘automatisch’ de keuze gemaakt voor het geestelijk-‘pluriforme’ land dat NL is, een veelkleurige – waaronder dus óók een islamitisch bevolkingsdeel – ik appeleer hier aan Wilders en zijn PVV’ers! – samenleving is, die wij al 5 eeuwen (sinds de Unie van Utrecht, zoals genoemd in mijn eerste blog over het salafisme) kennen.

Samenvattend: als het roemruchte artikel 6 én 23 op deze basis worden begrepen en geïnterpreteerd, is het letterlijk niets aan de hand, want ik heb ook vaker geschreven dat artikel 23 nog steeds noodzakelijk is vanwege de godsdienstige (in georganiseerd verband) of religieuze (ongeorganiseerd) ‘pluriformiteit’ van ons land en daarmee ook een lichtend voorbeeld in deze wereld is, waar verschillende geloofssoorten naast elkaar kunnen bestaan in vrede en harmonie. Maar let wel: alléén op basis van – in dit verband als noodzakelijke voorwaarde – dat het discriminatieverbod uit art.1 Gw niet wordt geschonden. Alleen dan kunnen ongelovigen (seculieren) en gelovigen van welke denominatie dan ook: Joden en moslims, christenen en ongelovigen (etc. ect.) in vrede met elkaar leven. Dát is het geheim van onze unieke Gw de allereerste ter wereld met deze godsdienstvrijheid. Als dit art.23 wereldwijd zou worden ingevoerd, zou de wereld en mensengemeenschappen op toverslag in het paradijs wonen omdat alle goden ook spiritueel gelijk aan elkaar zijn. Alle profeten (vanuit welk geloof dan ook) die ooit op aarde zijn geboren en hier hun geestelijke arbeid hebben gedaan door prediking, komen ook uit dezelfde Oerbron voort, want de schepper – scheppend kracht – heeft het zó bedoeld. Weg met alle religietwisten.

Tot slot de vrijheid van meningsuiting (art.7) die in dit rijtje met art.1, 6 en 23 past: ook hier geldt de randvoorwaarde van art 1: niemand mag worden beledigd en respectloos worden behandeld. Dat betekent dat vanuit dit ‘heldere’ perspectief iedere verdachte uitlating direct door het OM vervolgd dient te worden – niet omdat dan de overheid hierin een taak krijgt toegewezen, maar vanuit het preventiebeginsel dat voorkómen beter is dan genezen – zodat er direct ook bepaald wordt wat handhaafbaar is en wat niet, want anders speel je de publieke opinie een te grote rol toe die het niet in handen mag hebben. Ook voor het OM zou/zal deze aanpak een geheel nieuwe ervaringswereld betekenen. Net zo goed als het parlement al eeuwen zit te worstelen met Gw-wijzigingen die altijd op niet-ideale compromissen moeten uitdraaien om toch geformaliseerd te worden in de formele wetgeving (goedgekeurd door Tweede en Eerste Kamer).

‘Ongewenst? Ja, maar niet in strijd met de wet’ (Rob de Lange, Binnenland/fd, 25-2-20)

https://fd.nl/economie-politiek/1335406/hoe-botsende-wereldbeelden-de-enquete-over-financiering-moskeeen-frustreerden?view=img

Multiculturalisme/integratiebeleid 2.20 wereldwijd én een NLse variant na onderzoekscommissie (dl1) @tweedekamer #integratienieuwestijl

Tags

[Bron: Paul Scheffer, Het land van aankomst. 2007; 401 e.v.]

Hfd IX: De grondwet van gelijkwaardigheid

‘De naoorlogse immigratie is niet alleen omvangrijk geweest, maar heeft bovendien een reikwijdte die nog niet eerder is vertoond. Europa en Amerika veranderen door de komst van volksverhuizers uit wat ooit de derde wereld werd genoemd. De bevolking van de grote steden wordt steeds meer een afspiegeling van alle continenten. Het is in zulke steden inmiddels niet ongebruikelijk dat er meer dan honderd verschillende nationaliteiten naast en met elkaar leven. Dat is in alle opzichten een unieke ervaring, die uit de aard der zaak voor genoeg botsingen zorgt en een onzekerheid heeft uitgelokt over wat de samenleving te midden van alle wirwar nog bijeenhoudt.

Deze inleidende zin in het slothoofdstuk van Scheffer geeft feitelijk aan dat het multiculturalisme een onontkoombaar en dus gewoon verschijnsel is geworden waar niemand omheen kan, zoals ook niemand om de EU heen kan vanwege de juridisch opgebouwde clausules na de oprichting van de EEG op weg naar een mondiale (wereldomspannend) en globaliserende (structureel verweven door economische en financiële belangen gebonden) samenleving.

Daar valt dus niet meer aan te ontkomen, hoeveel tegenstanders die structuur ook oproept; maar ‘uittreden’ uit die mondiale structuren is niet meer mogelijk; een ‘gepasseerd station’ zogezegd. Maar dat betekent niet dat we machteloos staan als het gaat om meer democratie, meer transparantie en meer openheid. Dat zijn factoren die afhangen van daartoe strekkende volksbewegingen en volkspetities of soortgelijke acties, die echter een erg goede organisatiestructuur vergen. En daarop is al veel vastgelopen, zoals de Occupy-beweging.

De migranten hebben onbedoeld een ‘verlegenheid’ zichtbaar gemaakt. Want de vraag naar hun inburgering is uitgemond in een zoektocht naar eigentijds burgerschap. Dat ius de wederkerigheid waar we in het voorgaande voortdurend naar hebben gezocht: integratie dwingt aan alle kanten tot zelfonderzoek. Lange tijd werd die moeite niet genomen (die kanttekening heb ik ook in deze serie over het parlementaire onderzoeksteam naar beïnvloeding vanuit het buitenland gemaakt). Dat blijkt wel uit de omgang met naturalisatie. Het stellen van eisen werd gezien als het opwerpen van obstakels en dus werd heel weinig verlangd. Maar wanneer iemand kiest voor een nieuwe nationaliteit behoort dat naast het verkrijgen van rechten ook de bewuste aanvaarding van plichten te betekenen. Niet het relativeren, maar het markeren van burgerschap moet het uitgangspunt zijn in tijden van immigratie.

(…)

De uit Iran afkomstige jurist Afshin Ellian beschreef dezelfde desillusie: ‘Ik heb de belangrijkste beslissing over mijn leven per post gekregen, namelijk mijn Nederlandse burgerschap. Het was niet meer dan een administratieve brief, ondertekend door Nawijn, toen directeur Immigratie- en Naturalisatiedienst. Een diep gevoel van schaamte en teleurstelling temperde mijn vreugde. Het moment van burgerschap moet uit respect voor zowel de nieuwe burger als voor de grondwet worden geritualiseerd.’ Maar rituelen staan in het vermijdingsland Nederland niet hoog aangeschreven, liever hield men het zo klein mogelijk: een paspoort over de post of de toonbank was wel genoeg.

Toch is er naar deze stemmen geluisterd. Sinds vorig jaar bestaat een naturalisatieceremonie naar het voorbeeld van klassieke immigratielanden als Canada. In Amsterdam was de onhandigheid overigens onmiddellijk zichtbaar in de vormgeving van de eerste ceremonie op 24 augustus 2006. Zo roep de burgemeester in herinnering dat Nederland een land is met geheel eigen tradities: ‘Sommige dingen mogen niet van de wet, maar we vinden soms toch dat ze moeten worden toegestaan. Gedogen heet dat, een woord dat moeilijk te vertalen is. Waarom? Omdat andere landen dat verschijnsel niet op die manier kennen. Anderen zouden in een lakse wetshandhaving misschien eerder een aanleiding zien tot zelfonderzoek en er in ieder geval geen traditie in zien waar nieuwkomers trots op moeten worden gewezen.

Deze eerste blog in de nieuwe serie als onderdeel van het totaalpakket dat ik presenteer in het kader van een nieuw integratieplan, kan ik afsluiten met de opmerking dat ik op mijn manier aan dit zelfonderzoek doe aangezien ik binnen de inmiddels zichtbare structuur al de nodige kanttekeningen heb gemaakt over het wel en wee van de lopende integratietrajecten. In mijn bijdrage van vanochtend heb ik al gewezen op de noodzaak een heroriëntatie op de grondwet te ontwerpen met betrekking tot de inburgering, waarin iedere cursist die de stap wenst te maken van een tijdelijke naar vaste verblijfsvergunning, maar verolgens naar het NL’s paspoort, ook de basisbegrippen binnen de grondwet moet beheersen en dus kunnen uitleggen, maar die waarden van onze democrate en omgang met  ons vrijheidsbegrip in respect tot anderen, ook eigen moet maken, aangezien die in de plaats dienen te komen van de oude paspoorten uit het geboorteland.

Niemand mag kortom meer een paspoort ontvangen – lees: ‘verdienen’ – zonder zich gemotiveerd te (ver)binden aan onze culturele en politieke waarden (en normen). Pas als dat die nieuwe eis of element is ingevoerd en verplicht wordt gesteld, dan is de bovengenoemd rituele ceremonie ‘passend’ omdat dan het ontvangen van dat paspoort ook in een wezenlijke transformatie van eigen persoonlijkheid betekent door de Nederlandse waarden en normen over of aan te nemen. De persoonlijkheidsontwikkeling of -groei dient als enige basis tot die ceremonie. Geen andere basis.

Wordt vervolgd

‘Grondrechten op de helling’ door de ogen van een advocaat betrokken bij Wildersproces (dl2) #vrijheidvmeningsuiting #grenzenvrijheidsbeleving @tweedekamer

Tags

Hfd 2: Van ergernis tot betrokkenheid

‘Het politieke en maatschappelijke klimaat is guur sinds Wilders zich in 2005 losmaakte van de VVD en zich in zijn eigen partij vrij voelde een hetze te voeren tegen de islam en tegen migranten, en sinds bijna alle andere politici hem tot op zekere hoogte naar de mond praten uit angst voor stemmenverlies.

De kernvraag is voor mij of ‘een hetze voeren tegen de islam en tegen migranten’ iets anders is dan een hele bevolkingsgroep ‘wegzetten’ (uit de normale, maar bedoeld wordt natuurlijk de autochtone, samenleving) en discrimineren, want daarop komt het volgens het gewone spraakgebruik op neer. En dat staat dan nog los van het feit dat ‘bijna alle andere politici hem naar de mond praten’, wat voor mij een kwestie is van (politieke) lafheid. Het probleem is natuurlijk weer dat een ‘hetze voeren’ in het strafrecht niet voorkomt; wel de begrippen: Belediging, Smaad of Laster: https://www.strafrecht-advocaat.nl/belediging-advocaat. In ieder geval en dat als tweede kanttekening komen we bij deze grensgevallen uit bij het onderscheid van objectiviteit en subjectiviteit en dus ook feit/fictie. Lees in dat verband ook een trendbreuk van de oude en nieuwe academische normen: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/16/wetenschap-afhankelijk-van-markt-wekt-geen-vertrouwen-a3990599 .

Ik bedoel echter het onderscheid bij hetze’s die gevoerd worden door ‘ruziezoekers’ of ‘politieke polemisten’ als Wilders: tussen serieuze nadelen van een multiculturele maatschappijen en daarop actief en agressief actie voeren zoals door rechtsradicalen of -extremisten enerzijds, en het psychologische effect daarvan die weer in twee categorieën onder te verdelen zijn: 1. Negerend vanuit de idee of het uitgangspunt ‘Hoor wie het zegt’ en 2. Persoonlijk beledigd gevoel door gelovigen die het letterlijk nemen als een belediging aan de profeet dat volgens de Koran ook gewroken dient te worden (en er zijn verdachten geweest die dat letterlijk hebben uitgevoerd en daarvoor ook in de gevangenis zijn beland zoals de moordenaar van Theo van Gogh). In dit kader kan worden vastgesteld dat betrokken dader niet voldoende geïntegreerd was aangezien hij anders had geweten wat hem boven het hoofd hing; tenzij uit ontoerekeningsvatbaarheid gepleegd maar daarmee in het tbs-circuit was beland.

Wat ik maar duidelijk wil maken met de psychologisch factor: belediging is tweezijdig op te vatten: wat als belededing bedoeld is, hoeft dit niet zo worden opgevat en gevoeld omdat het beoogde slachtoffer niet in die termen ermee omgaat, zich kortom niet aangesproken voelt. Als een moslim mij zou toeroepen ‘vuile christen’, dan voel ik mij geenszins aangesproken en haal ik mijn schouders daarover op: verkeerde opvoeding van de betrokken ouders. Maar dat is snel het praktische effect van de multiculturele samenleving die bijna overal aanwezig is behalve in uitzonderlijke enclaves van deze wereld, maar laat ik me beperken tot splinters in Europa als Monaco, Liechtenstein als miljardairsomgevingen, en verder waarschijnlijk Luxemburg en Zwitserland.

Feit is wel dat het gros van de migranten die ons land binnenkomen vanwege oorlogsgeweld, totaal onkundig zijn met de Europese cultuur als want vaak minimaal opgeleide jongeren of zeker ook ouderen. Die kennen we onder de generatie gastarbeiders van de jaren ‘60/’70/’80 als analfabeten. Ik heb zelfs in mijn periode in het NT2-onderwijs (burgerschapskunde) nog meegemaakt dat ik jonge Berberse cursisten in de klas die totaal analfabeet waren want geen basisschool in hun dorp en in de wijde omgeving niet. Maar wel voldoende aanleg en leervermogen want tijdens hun aanlooptijd naar aanmelding op een traject al redelijk Nederlands sprekend.

Dat gebrek aan ervaring met andere culturen breekt hen op want ze hebben geen idee wat vrijheid, democratie en gelijkwaardigheid betekenen, want alles wordt naar de eigen geloofsbeleving vertaald, en dus is vrijheid/democratie zoals door de islam wordt beschouwd: democratie is de eenheid van religie met de staat en dus lopen ze tegen een cultuurschok aan als ze horen dat hier scheiding van kerk en staat bestaat. In hun ogen onbegrijpelijk. En zo gaat dat met letterlijk alle basiswaarden die opgesomd worden in het geldende EU-Verdrag. En om die cursisten daarin op te voeden is uitermate lastig en ingewikkeld omdat het een bepaalde basisvaardigheid in de Nederlandse taal veronderstelt, dat compleet afwezig is. Vandaar dat het voor hen al zwaar ploeteren betekent om een jaar lang alle computeropdrachten uit te oefenen om daarmee en zekere woordenschat te ontwikkelen. Maar een opdracht door de docent om met de besproken woorden zinnen te maken of met elkaar een gesprek te voeren, is al een brug te ver.

Hiermee wordt duidelijk hoe lastig het burgerschapstraject is, maar dat tegelijkertijd ook eisen dienen te worden gesteld, aangezien het behaalde certificaat ook toegang verschaft tot de arbeidsmarkt en eenmaal in een omgeving met collega werknemers wordt de taalontwikkeling bevorderd.

Maar mijn voorstel is dat een inburgeringscursus niet kan volstaan met alleen spreekvaardigheid, maar ook over meerdere jaren verspreid een basis moet bieden voor een minimaal begrip van onze grondwet en alle kernthema’s die daarin voorkomen. Die moet dus niet alleen ‘begrepen’ worden, maar ook in psychologische termen ‘geïnternaliseerd’ ofwel eigen gemaakt. Want dan ontstaat de basis waardoor uit eigen uitleg wat democratie, vrijheid van meningen, respect en tolerantie betekenen en alleen als dat tijdens het examen blijkt dat er een juist begrip is gevormd dan je betrokkene ons paspoort waardig.

Dus bestaat er op dát moment alléén nog maar de keuzevrijheid van het in bezit krijgen van het Nederlandse paspoort als de Europese waarden en basisbegrippen in termen van normen volledig worden overgenomen, beheerst en dus afstand wordt gedaan van hun oorspronkelijke thuisculturen, zodat ‘weigeraars’ op dit vlak geen ’n nooit een NL’s paspoort zullen verkrijgen en teruggestuurd worden naar herkomstlanden (als dat technisch überhaupt mogelijk is).

Hiermee worden potentiële jihadgangers ook klemgezet: uitreizigers verliezen automatisch hun NL’se paspoort, niet vanwege een indiensttreding van een vreemde krijgsmacht, maar vanwege hun afstand tot de Europese cultuurnormen van de pluriforme democratie. Zij horen hier ‘niet meer’ thuis maar alleen in een salafistische IS-theocratie. En laten we ook de vele conflicten binnen de gezinsmuren niet vergeten: ouders die heel gelukkig zijn dat ze hier gevestigd zijn, maar kinderen die zich van die droom hebben verwijderd en daardoor in handen vallen van IS en jihadisten.

En dit gegeven maakt ook dat dit thema van verplichte burgerschapseisen een hiaat was in de huidige wetgeving, waardoor ook Wilders zijn ruimte kreeg om met zijn snoeiharde eisen – tegen de internationale verdragen in – én hetze’s zichzelf een ruimte creëerde die hij bij een beter georganiseerd integratiebeleid nooit gekregen zou hebben. Daarom is de politiek als geheel schuldig aan deze ontwikkelingsgang. Er geldt maar één excuus: Dit probleem speelt door de hele westerse wereld heen want onbekend met massale immigratiestromen.

Wordt vervolgd

Hypothese wordt zichtbaar: de oliemultinationals wilden koste wat kost de duurbaarheidsindustrie tegenwerken want potentiële oorzaak van eigen ondergang @fd #fossielversusduurzaam

Tags

Bedrijfsleven betaalde klimaatscepticus Frits Böttcher (redacteur, Binnenland/fd, 24-2-20)

https://fd.nl/economie-politiek/1335630/nederlandse-bedrijfsleven-financierde-negen-jaar-klimaatscepticus-frits-bottcher?view=img

En afgelopen zaterdag:

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-frits-bottcher-met-steun-van-tientallen-bedrijven-de-basis-legde-voor-de-klimaatscepsis-in-nederland~b1accbaf/

EU blijft een chaos zolang nationale belangen en populistisch nationalisme de hoofdrol spelen @volkskrant #puberaleEU

Tags

Mislukte top drijft EU-leiders verder uit elkaar (Marc Peeperkorn, Ten eerste/de Volkskrant, 24-2-20)

Als het een loopgravenoorlog blijft, ontstaat er nooit werkelijke vrede, zelfs niet onder normale vredesomstandigheden.

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/mislukte-miljardentop-drijft-regeringsleiders-verder-uit-elkaar~b59dee18/

Oorzaak?

Politici die vluchten in bijzaken, transformeren het debat in brandstof voor extremisme (Mathieu Segers, Expert/fd, 24-2-20)

https://fd.nl/null/1335728/politici-die-vluchten-in-bijzaken-transformeren-het-debat-in-brandstof-voor-extremisme

Gevolg:

Ach Europa (Commentaar Hans Wansink, Opinie & Debat/de Volkskrant, 24-2-20)

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ach-europa~ba1e0b81/

Conclusie: Alles en iedereen met partijpolitieke bindingen is achterhaald en dragen niet bij aan potentiële oplossingen.

‘Grondrechten op de helling’ door de ogen van een advocaat betrokken bij Wildersproces

Tags

[Bron: Ties Prakken, Grindrechten op de helling. Uitgave Atlas Contact 2012, hfd 1: Wat is er nog interessant aan het Wildersproces?, pp.9-12]

Subtitel: De rol van het Wildersproces in de afbraak [?] van de rechtsstaat

(9) Van de zomer van 2010 tot de zomer van 2011 heeft het proces waarin Geert Wilders voor de strafrechter ter verantwoording is geroepen voor zijn haatzaaiende uitspraken de media behoorlijk in zijn greep gehad. Maar waarom zou er nu – najaar 2012 – nog over geschreven moeten worden? Omdat dit proces als een markeringspunt gezien kan worden in de ontwikkeling van de rechtstaat Nederland. In en rondom het proces-Wilders is een aantal aanvallen op de rechtsstatelijke verhoudingen gedaan waarvan het nuttig is er eens bij stil te staan, ook nu de hitte er vanaf is. het gaat daarbij zeker niet alleen om de aanvallen door Wilders zelf, die bijvoorbeeld met zoveel woorden heeft opgeroepen de bijl te leggen aan de wortels van de rechtspraak wanneer hij niet zou worden vrijgesproken, maar ook om de manier waarop insiders en outsiders van het juridische leven daaraan hun steentje hebben bijgedragen. En om het eigen leven dat sommige van de aanvallen op de rechtstaat zijn gaan leiden in de politiek, ook los van dit spraakmakende proces. Ik denk aan de hype van aanvallen op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, [of – iets hel anders – aan het kostendekkend willen maken van griffierechten en daarmee voor alle gewone mensen de weg naar de rechter af te snijden. Recht als luxegoed op de markt.

(10) Zeker sinds Wilders zijn verdere gedoogsteun aan het kabinet heeft onttrokken zijn een paar van de scherpste kantjes van di voorstellen afgehaald, maar juist door wat er nog over is wordt duidelijk dat de neiging tot afbraak van de rechtsstaat echt niet van één man alleen komt. Zonder al te veel overdrijving kan gezegd worden dat sinds het proces velen anders naar het recht kijken, al worden er soms al langer bestaande tendensen helder.

Van de mensen die blij zijn met de vrijspraak van Wilders is een vermoedelijk vrij kleine groep oprecht blij, omdat de vrijheid van meningsuiting ruimhartig is opgevat.[i] (…) Zij die blij zijn omdat de politicus Wilders van de rechter verder zijn gang mag gaan, zijn daarentegen niet degenen die zich nu opwerpen als verdedigers van de grondrechten, ook niet van de vrijheid van meningsuiting, hoewel zij zich zouden moeten realiseren dat die vrijspraak daaraan te danken is en hoewel het proces door velen, onder wie Wilders zelf, is gebracht als de toetssteen voor die vrijheid van expressie.

Hierbij kan de vraag gesteld worden wat het verschil is tussen de vrijheid van meningsuiting en dat van expressie. Ik zie dit laatste als een bredere vrijheid van meningsuiting als letterlijke uiting van meningsvorming en dus het ‘woord’ gaat, en dus alle variaties van meningen tussen de klassieke en traditionele meningen, dan wel uiterst radicale en revolutionaire gedachten enerzijds, terwijl de vrijheid van expressie ook gaat om kunstzinnige uitingen buiten het ‘woord’ om, hoewel die ‘artistieke’ uitingen ook vaak een ‘titel’ meekrijgt, dat in woord(en) is ‘gegoten’, de benoeming van een symbolische metafoor dat het uitgebeelde voorstelt.

Integendeel, uit de hoek van zijn sympathisanten in ruimst zin is en ongekende en systematische aanval op de grondrechten ingezet. Rationeel klopt dat niet, maar de opwarming van het juridisch-politieke klimaat biedt blijkbaar tegelijkertijd ruimte aan tevredenheid met de vrijspraak van Wilders en ongenoegen over het bestaan van grondrechten en de bijbehorende nalevingsmechanismen. Ook wordt de rechterlijke macht die voor de vrijspraak van Wilders verantwoordelijk is daarvoor door de meest belanghebbenden niet beloond met passende waardering voor het instituut. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht lijkt daarentegen voor bedreiging te zijn, omdat die meebrengt dat rechtspraak maar beperkt te manipuleren is.[ii]

De logica en redenering van deze passage ontgaat mij geheel.

‘De mensen die ongelukkig zijn met de vrijspraak weten ook niet goed wat ze ermee aan moeten. De bescherming van minderheden schiet tekort, zoveel is duidelijk. Maar is bij die bescherming nog wel een rol weggelegd voor het recht? En kan de strijd tegen racisme gevoerd worden zonder de vrijheid van meningsuiting geweld aan te doen, wat niemand wil?

Wél als bij gescandeerde uitlatingen wordt aangegeven waarom er sprake is van racisme en dus van discriminatie. Maar meestal zijn die gescandeerde uitlatingen even hatelijk als die van de tegenstanders. En dan is het einde zoek.

‘Is kortom, de rol van het recht bij het op peil houden van het maatschappelijk klimaat niet overschat sinds de opkomst in de jaren zeventig van rechtsbescherming als emancipatoire verworvenheid?

Hoezo overschat? Niet overschat als maar precies op papier verwoord en geformuleerd staat waarom men vraagtekens heeft.

‘Het zijn allemaal vragen die tijdens, rondom en na het Wildersproces duidelijker gesteld worden dan voordien. In die zin is het proces een omslagpunt, dat ook nu nog de moeite waard is als aanknopingspunt voor reflectie op de rechtsstaat.

Dit is volkomen juist opgemerkt.

Van het proces ben ik tegelijkertijd insider en outsider geweest. Insider omdat ik in de rechtszaal aanwezig was als een van de verdedigers van een aantal Nederlandse staatsburgers van Marokkaanse afkomst en van een aantal belangenorganisaties van migranten en tegen racisme. Outsider omdat wij als ‘benadeelde partijen’ er niet echt bij hoorden als gevolg van de gebrekkige rechtspositie van slachtoffers in het Nederlandse strafproces.

Dit laatste doet er voor mij niet zo terzake omdat het volgens mij – als niet-jurist – om immateriële zaken gaat en dan is en ‘gebrekkige rechtspositie van slachtoffers’ een bijzaak. En de inhoudelijke uitkomst van dit proces, namelijk dat er meer duidelijkheid is gekomen wat wel en wat niet geoorloofd is om uit te spreken, is ook voor migranten van wezenlijk belang geweest. Maar ook waar ‘juridische grenzen’ precies liggen en waar niet. Ik heb destijds dat proces als politiek filosoof intens gevolgd en ik kon me geheel vinden in de rechterlijke uitspraak als markeringspunt (1e alinea van deze blog) die aan het (én de vrijspraak van Wilders).

Die positie maakte mij tegelijkertijd tot deelneemster aan en waarneemster van het proces. Vanuit die dubbele positie is dit boekje ontstaan, waarin ik aan de hand van mijn ervaringen in en om het proces vragen stel bij de ontwikkeling van de rechtsstaat Nederland.

Ik blijf vragen houden bij het laatste deel van deze slotzin. Naar mijn mening is dit proces uitermate nuttig geweest en ben ik zonder meer enthousiast over de uitkomst ervan. [Waarmee hfd 1 is afgesloten]

[i] Tot deze groep behoor ikzelf omdat ik hierin een oprechte en evolutionair gezonde ontwikkeling van het recht zie.

[ii] Dit mag Thierry Baudet zich persoonlijk aantrekken.

‘Radicale imam, scherpe overheid’ (dl 2) @nrc #salafisme @tweedekamer

Tags

Hoe de overheid een ‘haatimam’ de mond probeert te snoeren

Radicalisering Omstreden imam Fawaz Jneid kreeg een gebiedsverbod voor de twee Haagse wijken waar hij predikte. Dat verbod vecht hij aan.

Andreas Kouwenhoven, nrc.nl, 18 februari 2020

‘In zijn preken verklaart imam Fawaz Jneid met regelmaat andersdenkende moslims tot afvalligen en wenst hij islamcritici een bestraffing van Allah toe.’

Het probleem met deze opmerking is dat het enerzijds niet strafbaar is om mede-gelovigen tot ‘afvalligen‘ te verklaren, maar dat kan tweedelig uitwerken: de meer ontwikkelde islamieten zal dit worst blijken te zijn, maar de minder ontwikkelde en zelfs geheel ongeschoolden voelen dit als een persoonlijke belediging. Waardoor dient te worden opgemerkt dat dit soort opmerkingen als subjectieve uitlatingen moeten worden gekwalificeerd, waarbij de ‘slachtoffers’ moet worden aangeraden om ‘psychische weerbaarheidscursussen’ kunnen worden doorlopen, die wel eerst georganiseerd moeten worden. Een vrijzinnige moslim zal beseffen dat geen sprake kan zijn van een ‘bestraffing van Allah’. Dat is Middeleeuws denken.

„U houdt er zeer conservatieve standpunten op na.” „U draagt een sektarisch wereldbeeld uit.” „U toont zich principieel tegenstander van de democratie.” „U bent tegen het liberalisme.”

Maar ook het tegengeluid van onze minister van Justitie getuigt eerder van een emotionele uitlating dan van een verstandige opmerking. Dit vanwege het feit dat iedereen ‘zeer conservatieve standpunten’ mag innemen want een kwestie van persoonlijke keuzevrijheid. Ook ‘sektarische wereldbeelden’ zijn niet verboden en zal eerder een tegengesteld effect oproepen: migranten die zich sterker zullen gaan verzetten tegen deze opvattingen van de regering.

Dat ‘islamisten’ als orthodoxe of radicale moslims zich principieel tegenstander betonen van de democratie, is zeker geen verrassing, want dat hoort bij hun opvoedingspatroon. Maar dat rechtvaardigt niet dat op deze manier hele moslimbevolkingsgroepen ‘weggezet’ mogen worden gezet. Hierover had allang binnen de Tweede Kamer vanuit hun recht om de regering ter verantwoording te roepen én hun informatierecht, want staatsrechtelijk is het standpunt van een principieel tegenstander van de democratie aanvechtbaar, maar vermoedelijk nooit grondig besproken in de Kamer; laat staan tot een oplossing gebracht.

Hier heeft de Kamer naar mijn oordeel een fundamentele omissie of fout gemaakt. Daarbij komt ook dat naar mijn mening de Kamer nooit het geloofsartikel van PVV dat de islam, de moskee en de Koran verboden moeten worden, want niet alleen ongrondwettelijk, maar ook strijdig met het discriminatieverbod in art.1 Gw. Alle bestaande religies in ons land zijn staatsrechtelijk gelijkwaardig aan elkaar en daar dient de overheid – lees: de regering – op toe te zien. Maar vanwege de angst en potentieel stemmenverlies aan PVV heeft de Kamer nooit die stap durven zetten.

En zo gaat de opsomming nog even door in een elf pagina’s tellende brief van minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) aan imam Fawaz Jneid. De minister legt in zijn brief uit waarom hij vorige maand het gebiedsverbod voor de imam alweer verlengde: „Ik ben nog altijd van mening dat u een klimaat schept waarin jihadisten kunnen gedijen.” Om die reden kreeg Fawaz in 2017 het gebiedsverbod voor het eerst opgelegd, voor twee Haagse wijken waar hij predikte. De maatregel is sindsdien vijf keer verlengd. Dinsdag dient een rechtszaak bij de bestuursrechter over de verlengingen. De imam vraagt zich af hoe hij van het gebiedsverbod af komt.

Wel heeft de minister gelijk dat orthodoxen een klimaat hebben geschapen waarin jihadisten konden gedijen, maar wel nadat Wilders met zijn PVV alle ruimte aan moslimhaters had geboden. En daarmee is de haat tegen de islam ook feitelijk gestart. Grapperhaus heeft op deze basis geredeneerd zich laten meesleuren door moslimhaat en dat had en minister in functie nooit mogen doen.

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/17/hoe-overheid-een-haatimam-de-mond-probeert-te-snoeren-a3990732#/handelsblad/2020/02/18/#108

Wordt vervolgd

 

Er is maar één excuus waarom EU ‘altijd alles half doet’: onvolwassenheid en dus nog verkerend in fase van ontwikkeling op weg naar volwassenheid @nrc @CarolineGruyter #EUalspuber #ouderlijkgeduldgevraagd @EU_Commission

Tags

Stelling: Een verwijtend betoog (‘Europa doet alles half. Altijd’) kan naar mijn inschatting getransformeerd worden in een positief opbouwend perspectief als we rekeninghouden met de groei-explosie van de afgelopen bijna 2 decennia waarin de EU hard is gegroeid naar een recordaantal nieuwe lidstaten naar het totaal van 28 dat nu vanwege de brexit is teruggezakt naar 27. Nog steeds een uniek historisch experiment dat een universeel unicum is omdat zoiets nog nooit uitgeprobeerd is. En dus nog een unievorming die nog geheel in de kinderschoenen verkeert. Daarom moet er geduld worden opgebracht, vooral ook omdat het gebrek aan transparantie en openheid pas met ingang van de huidige commissie is beloofd en toegezegd.

Een tweede argument is dat de EU niet alleen te snel is gegroeid en daarmee per definitie een risico inhield, maar dat de economische scheefgroei daarmee verhoudingsgewijs parallel liep, erg riskant was met name zonder een bestaand controlerend uitvoeringsorgaan, zodat de willekeurige subsidieverstrekking zonder die effectieve controle vanuit Brussel over die bestedingen subsidiegelden op een chaos moest uitlopen. Dat betekende dus klachten allerwege zodat de begrotingsnormen overal werden overschreden. Geen wonder dat het uit de hand liep.

Alleen daarom is het een positief signaal dat de ‘gierige 4’ onder leiding van Rutte een grens hebben gesteld na de mislukte top van afgelopen twee dagen Zo kan het niet langer! Eerst orde op boekhoudkundige vlak stellen en daarna gaan we pas beginnen met het beproefde model van de ontwikkeling naar normale moderne boekhoudkundige normen, die overal bestaan maar niet binnen de EU. Zo niet, dan blijven we maar doorklieren totdat er weer een crisis zich aandient en dan weer besluiten mogelijk worden. De EU kan immers niet zonder een crisis. En daarbij hoeft ook niet gespeculeerd te worden over de vraag in dat geval: ‘wat dan?’ Dan wordt het tijd om een oud voorstel uit de kast te halen en het uit te gaan voeren: de EU van twee snelheden, zodat de zwakke budgettaire broeders onder ons onder curatele worden gesteld en er eerst voor moeten zorgen dat ze hun eigen broek kunnen ophouden.

Waarbij direct ook opgemerkt dient te worden dat de afgelopen twee commissies (Barroso en Juncker) het in de aanloop naar deze chaos volledig hebben laten afweten, want zij hebben het moedwillig laten verwateren. Geen gezag om op te treden en daarmee een puinhoop achterlatend.

Uit deze formulering mag blijken dat er wel degelijk een positief perspectief voor de EU in de toekomst blijft gelden, maar wel zonder gedonderjaag om de budgettaire problemen en een redelijke verdeling van de inkomsten van de EU. Eerst dient dus discipline te worden opgebracht en dan praten we weer verder.

Europa doet alles half. Altijd (Caroline de Gruyter, In Europa, nrc.nl, 22-2-20)

‘Op 5 februari zei premier Rutte tegen Europees president Michel dat de ‘vrekkige vier’, als nettobetalers aan de Europese meerjarenbegroting, „niet zien waarom wij meer zouden betalen”.

Wat dat betekent, kon je meteen de volgende ochtend zien. Toen stapte Laura Kovesi het Europees Parlement binnen. De Roemeense werd vorig jaar met fanfare binnengehaald als eerste Europese openbare aanklager. In Roemenië had Kovesi, oud-basketballer in het nationale team, als aanklager jarenlang ministers, ambtenaren en zakenlui op de huid gezeten wegens corruptie. Ze deed dat zo voortvarend dat de regering haar ontsloeg en probeerde te verhinderen dat ze de Europese baan kreeg.

Terwijl president Michel de kaasschaaf greep om de frugal four te paaien, vertelde Kovesi de Europarlementariërs over haar kantoor in Luxemburg, de European Public Prosecutor’s Office (EPPO), dat corruptie met Europees geld moet opsporen en oplichters in staat van beschuldiging moet stellen. Het zou later dit jaar open moeten gaan.

Nou, dat lukt niet, zei Kovesi. Er lagen drieduizend zaken, vooral BTW-fraude – in potentie kan EPPO tientallen miljarden per jaar terughalen. Maar ze had maar vier medewerkers.

Er zijn toch 29 medewerkers?, vroeg een parlementariër. Ja, antwoordde Kovesi, maar 25 daarvan zetten de IT en de administratie op.

De vier overige moeten alle zaken analyseren. Dossiers die ontvankelijk worden verklaard, worden doorgestuurd naar nationale aanklagers. Alle 22 lidstaten die aan EPPO meedoen, hebben beloofd twee aanklagers beschikbaar te stellen. Deze 44 aanklagers moeten, in gemengde groepjes, achter Europese corruptiezaken aan. Maar sommige landen maken niemand vrij. Andere leveren alleen parttimers, die het Europese werk erbij doen. Van de 44 aanklagers heeft ze er nu 32 en een kwart. Ja: een kwart.

Dan hebben alle deelnemende lidstaten een bestuurslid bij EPPO. Zo houden ze greep op Europese instellingen. Alleen Malta benoemt niemand. Zonder voltallig bestuur kan EPPO niet beginnen.

De hele zitting staat op video. Hier zie je hét grote probleem van Europa in een notendop: lidstaten besluiten constant om allerlei dingen Europees te doen die ze zelf niet kunnen (zoals miljardenfraudes met BTW opsporen) en vervolgens verdommen ze het om het benodigde geld en middelen beschikbaar te stellen. Alles moet op een koopje, altijd. Daarom doet de EU altijd alles half. Het is alsof lidstaten Europa geen succes gunnen.

Europa moet ‘geopolitiek’ denken, zegt Rutte steeds. Toch schrapt de Europese buitenlandse dienst, mede door zijn vrekkigheid, elk jaar banen. Europa moet internetgiganten aanpakken, roept iedereen. Maar voor enorme zaken tegen Google heeft de EU vier, vijf man, terwijl Google zo tachtig advocaten inhuurt. Lidstaten willen dat Frontex tienduizend grenswachten krijgt om de buitengrenzen te beschermen – de burger wil immers veiligheid. Maar in de kostenraming daarvoor hebben ze 43 procent gesneden. In de ontwerpbegroting voor EPPO is 30 procent gehakt. Ook Eurojust en Europol krijgen extra taken, maar te weinig geld om die naar behoren uit te voeren.

Dit is de tragiek van Europa: nationale regeringen nemen geen verantwoordelijkheid voor een project dat zeventig jaar vrede en voorspoed heeft gebracht. Met hun vrekkigheid helpen ze het naar de knoppen. Een ondermaats presterend EPPO wordt een lachertje voor fraudeurs en schurken: grote woorden, nul daden. Geen wonder dat burgers eurosceptisch worden en denken: het zal wel.

Als je wilt dat Europa floreert en burgers de toegevoegde waarde zien, moet je het omgekeerde doen: die aanklagers een paar miljoen meer sturen, zodat ze miljarden kunnen binnenhalen.’

[Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.]

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/22/europa-doet-alles-half-altijd-a3991343

Bestuurskundige De Bruijn in Trouw katern Letter&Geest vergist zich t.a.v. D66 @trouw #politieketheorie #vrijzinnigheid

Tags

Stelling: Bestuurskundige Hans de Bruijn is vergeten wat de achtergrond van D66 is als de herrijzenis van de vooroorlogse Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) waarin het vrijzinnige deel van het protestantisme een onderdeel vormde en vanwege dat ‘vrijzinnige’ geen onderdeel vormde van de traditionele christelijke kerkgemeenschap. Daarmee is de principiële afwijzing van de relatie tussen religie en politiek geen noodzaak. Vrijzinnigen zijn nergens aan een kerkelijk instituut gebonden en kan dus ook niet als confessioneel worden opgevat. Daarmee valt het betoog van deze bestuurskundige geheel in het water. Vrijzinnigheid is een levensovertuiging buiten de traditionele religies om. En dus geen ‘geloof in de politiek’. En voor de politieke zuiverheid: ik ben geen D66-lid.

Gedragen (Hans de Bruijn, Trouw, 22-2-20)

D66-minister Kaag ervaart wat wandelen met God is

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/875/articles/1090642/69/1 :

n de politiek denken we graag in frames, in schema’s. D66 en CDA vissen in dezelfde electorale vijver, ergens in het politieke midden. D66 is van het individu, het CDA van ‘samen’. Het CDA verbindt religie en politiek, D66 doet dat principieel niet. D66’ers willen geen religie in het publieke domein, CDA’ers verwijzen graag naar de joods-christelijke traditie.

Tot zover het schema. D66-minister Sigrid Kaag preekt tijdens een kerkdienst. Heeft het over vertrouwen, over wandelen met God. Heeft ervaren wat dat is: ze werd gedragen en wandelde niet alleen.

Het is heel menselijk, ze is openhartig en daarmee gaat het hele schema omver.

Een. Ze verbindt bijbelteksten met haar politieke agenda – met zorg, milieu, armoede. Dat is wat anders dan principiële afwijzing van een relatie tussen religie en politiek.

Twee. “Het is in de verbinding tussen mensen onderling waarin wij het meest zinvol zijn. De zoektocht naar de mens in de ander.” Dat gaat over ‘samen’, niet slechts over individualiteit.

Drie. Kaags preek staat op rijksoverheid.nl. Midden tussen verhalen over beleid, gaat het daar opeens over geloof. Dat lijkt op religie in het publieke domein.

Kaag overstijgt zo het traditionele beeld van D66. Is autonoom, past niet in schema’s. Is persoonlijk, je kunt je met haar identificeren. En: ze trekt de kernwaarden van het CDA naar zich toe. Die zijn dus veilig bij haar, kun je als gematigde, religieuze kiezer zomaar denken.

[Hans de Bruijn is bestuurskundige en debatspecialist. Wekelijks analyseert hij de sturende taal van politici]