Duitse president Steinmeier maant andere partijen tot bezinning #trouw #duitsland @eu

Democratie
Wilfred van de Poll, Trouw – 20 november 2017
Het mislukken van de coalitieverkenningen tussen CDU/CSU, FDP en de Groenen afgelopen nacht heeft Duitsland in een ongekende crisis gestort.
“We staan voor een situatie die er in de geschiedenis van de Bondsrepubliek nog nooit geweest is”, sprak de Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier vanmiddag zijn land toe, op buitengewoon ernstige toon. In Berlijn is de ontgoocheling groot. Nieuwe verkiezingen worden steeds waarschijnlijker.
President Steinmeier legt zich daar nog niet bij neer. Hij wees vanmiddag de partijen op hun verantwoordelijkheid, zoals hij dat eerder dit weekend ook al deed. De partijen moeten zich nog maar eens goed bezinnen, maande hij: ze zijn er om het land te dienen. De opdracht om een regering te vormen is de ‘hoogste’ die je kunt krijgen, die geef je niet zomaar terug aan het volk, zei hij. Hij kondigde aan de komende dagen met de leiders van de coalitiepartijen gesprekken te gaan voeren, maar ook met de andere partijen.
Dit zijn terechte en wijze opmerkingen van de Duitse president, die de partijen en het electoraat probeert duidelijk te maken dat het politieke toneel veranderd is, zoals ook in ons land. Dan gaan andere spelregels gelden, die gaandeweg gevormd moeten worden. Versplintering van het politieke toneel is een wereldwijd en dus universeel verschijnsel geworden waarop we ons allemaal moeten instellen.
Duitsland gaat een onzekere tijd tegemoet. “Dit is een dag van diep nadenken over hoe het verder moet met Duitsland”, sprak een uitgebluste, aangeslagen Angela Merkel vannacht. Ook haar eigen toekomst is hoogst onzeker: of zij een vierde termijn als bondskanselier krijgt, is opeens twijfelachtig. De afgelopen twaalf jaar groeide ze uit tot baken van stabiliteit, nu wankelt ze. Ze beloofde het land wel veilig “door deze moeilijke weken” te loodsen.
Hoe kon het zover komen?
Het waren uiteindelijk de liberalen van de FDP die de stekker eruit trokken, zondag iets na middernacht. “Beter niet regeren, dan slecht regeren”, vatte FDP-leider Christian Lindner samen waarom hij uit de onderhandelingen stapte. Het was niet gelukt een “gemeenschappelijke voorstelling van de modernisering van ons land” te ontwikkelen en bovenal was er “geen gemeenschappelijke vertrouwensbasis” ontstaan.
De anderen verweten Lindner dat hij weinig concreet was over zijn redenen om te stoppen. Lindner verklaarde dat hij zich niet kon vinden in de ‘de geest’ van het verkennende coalitieprogramma en dat zijn partij daar geen verantwoording voor wilde dragen. “Veel van de bediscussieerde maatregelen vinden we zelfs schadelijk. We werden gedwongen onze fundamenten op te geven en alles waarvoor we jaren gewerkt hebben. We zullen onze kiezers niet in de steek laten door een politiek te ondersteunen waarvan we in de kern niet overtuigd zijn.”
Dit blijven te vage uitspraken waar het publiek niets aan heeft. Onderhandelen zijn de Duitsers nog niet gewend en wat compromissen-politiek is ons land verder vervorderd dan onze buren.
Dat het juist de FDP was die opstapte, kwam voor velen als een complete verrassing. Een breuk werd eerder verwacht van de Groenen of de CSU. Zij stonden de afgelopen tijd vaak lijnrecht tegenover elkaar, vooral bij de onderwerpen klimaat, vluchtelingen, verkeer en financiën.
De Groenen veroordelen Lindners besluit scherp. Hij zou alleen aan de eigen partij denken, niet aan het landsbelang, zei Groenen-lijststrekker Cem Özdemir vannacht. Volgens hem was een overeenkomst in zicht geweest – iets wat van FDP-zijde bestreden wordt. Tot zo’n overeenkomst, vervolgde Özdemir, waren de Groenen “tot de laatste seconde bereid”. Maar een van de andere partners – hij doelde op de FDP – “had die bereidheid kennelijk niet, en als die het deze nacht al niet had, dan had ie het al vanaf het begin niet”.
In een video die hij vandaag met collega-lijsttrekker Katrin Göring-Eckardt online zette, krijgt de FDP al helemaal de volle laag. Het onvermijdelijke ‘wie krijgt de zwarte piet’ is vandaag, tenminste tussen de vier Jamaica-partijen onderling, tamelijk overzichtelijk: alle ballen op de liberalen. Ook de CDU van Merkel en de Beierse zusterpartij CSU onder Horst Seehofer toonden zich teleurgesteld over de stap van de FDP, al bleef hun kritiek ingetogener.
“Wie het had willen zien, had het kunnen zien”, denkt politiek verslaggever Thomas Kreutzmann van de ARD over de breuk van de liberalen. Zelf werd hij ook door hun stap overvallen, zegt hij er eerlijkheidshalve bij. Maar achteraf gezien vindt hij die goed te verklaren: de FDP “droeg een klein trauma met zich mee”.
De FDP stond in september niet te springen op mee te regeren. Integendeel. Daar hadden ze nare ervaringen mee. De liberalen vormden van 2009 tot 2013 samen met de christendemocraten onder Merkel een coalitie. Daarvoor werden genadeloos voor afgestraft: de partij haalde niet eens meer de kiesdrempel in 2013. Met Christian Lindner maakten ze dit jaar een verrassende comeback, ze wonnen 10 procent van de stemmen. Na de uitslag zei Lindner al direct dat zijn partij dit keer graag de oppositie inging.
Het Duitse politieke partijbestel is al even failliet als bij ons en overal. Partijen als gezelligheidspartijen zijn achterhaald op straffe van technocratisch bestuur.
Tijdens de onderhandelingen de afgelopen weken was het de FDP die het vaakst schermde met ‘nieuwe verkiezingen’. Ook klonken de afgelopen dagen van FDP-zijde herhaaldelijk zeer geërgerde geluiden, vooral van de vicevoorzitter Wolfgang Kubicki. Donderdagnacht, toen de onderhandelaars om half vijf ’s ochtends een marathonsessie vergaderen afbraken zonder enig resultaat, zei hij ‘extreem gefrustreerd’ te zijn. Er was in vier weken ‘in wezen geen vooruitgang geboekt’, gromde hij, meer onderling vertrouwen was er ook niet ontstaan.
Wat zijn de gevolgen?
De grote vraag is wat het mislukken van Jamaica betekent voor de positie van Angela Merkel. Is dit het begin van het einde van het politieke bestaan? Dat geluid is nu steeds vaker te horen. Merkel staat erom bekend tot diep in de nacht door te kunnen vergaderen, onvermoeibaar, net zo lang tot er een deal ligt, hoe uitzichtloos de kwestie ook is. Dit keer faalde ze, ook na meerdere nachten doorhalen. Haar autoriteit heeft een flinke knauw gekregen.
Mocht het op nieuwe verkiezingen uitdraaien, dan staat niet vast dat zij tot nieuwe kanselierskandidaat gekozen, gesteld dat zij dit zelf nog wil. In eigen gelederen is ze inmiddels niet meer onomstreden, ook al sprak het CDU-bestuur vandaag nog expliciet zijn steun voor haar uit. Haar positie was in september al verzwakt door de teleurstellende verkiezingsuitslag. De CDU/CSU werd weliswaar de grootste, toch haalde Merkel het slechtste resultaat sinds 1949. Merkel en de CDU hebben dus een groot probleem. Ook al omdat er achter Merkel niemand lijkt klaar te staan om het stokje van haar over te nemen.
Voor Horst Seehofer van zusterpartij CSU kan het mislukken van Jamaica nog veel directer gevolgen hebben. Grote kans dat het binnenkort al tot zijn aftreden leidt. Zijn positie was al bijzonder zwak. Al sinds weken broeit het in zijn partij en wordt zijn leiderschap openlijk betwijfeld. Nu moet hij met de scherven van Jamaica terug naar Beieren. In december wordt een nieuw partijbestuur gekozen, in Neurenberg daagt een partijcongres. Mogelijk dat daar zijn kop als partijchef zal rollen.
Hoe nu verder?
Niemand weet precies hoe het verder moet. De verkiezingsuitslag van september geeft niet bijster veel mogelijkheden. Met de AfD, de derde grootste partij, willen de andere partijen niet samenwerken. De enige andere optie voor een meerderheidsregering is een ‘grote coalitie’ met de SPD, zoals in de vorige regeerperiode. Maar de SPD leed een historische nederlaag en weigert pertinent in een nieuwe regering met Merkel te stappen. Vandaag herhaalde Schulz dat hij niet ‘ter beschikking staat’ en dat zijn partij nieuwe verkiezingen ‘niet schuwt’.
De druk op Schulz zal de komende dagen zeer groot worden om zijn standpunt te heroverwegen. Blijft hij onvermurwbaar, dan rest nog maar één optie: een minderheidsregering, bijvoorbeeld tussen CDU/CSU en de Groenen, eventueel met gedoogsteun van de FDP in het parlement, iets waar binnen de FDP wel enige openheid voor schijnt te bestaan. Maar niemand heeft zin in zo’n minderheidsregering, omdat die tot instabiliteit kan leiden. De kans is aanwezig dat Steinmeier de partijen er toch toe beweegt. Het zou historisch zijn: een minderheidsregerig heeft Duitsland nog nooit gehad.
En anders is de onvermijdelijke conclusie: nieuwe verkiezingen – ook iets wat nog nooit voorgekomen is in de Bondsrepubliek. Of we dan de vertrouwde koppen van Merkel en Seehofer, of zelfs Schulz, terug zullen zien als lijsttrekkers? Alles ligt open.
De enige partij die opgetogen reageert, is de anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland. Bij nieuwe verkiezingen hoopt die op een nóg beter resultaat, omdat Merkel en de gevestigde partijen zo duidelijk gefaald hebben.
Dat kan niet ontkend worden al is het vinden van een antwoord op het populisme erg moeilijk.
https://www.trouw.nl/democratie/duitse-president-steinmeier-maant-coalitiepartijen-tot-bezinning~a475f3dc/?utm_source=TR&utm_medium=email&utm_campaign=20171120|daily&utm_content=Duitse%20president%20Steinmeier%20maant%20coalitiepartijen%20tot%20bezinning&utm_term=45960&utm_userid=&ctm_ctid=82c90ea0bb252bc34198a7d2a31284b4&m_i=HjcHccvtKWZUWthHvpBqDdCrK3C3CKTYGg9iV__KTttX28RrPcDK2ndATlAMGkBe6m7GXkRSqBVUk_tO6z4VMQ0Q7tlH8

Advertisements

De vlag in de Tweede Kamer is het begin van het einde van de giftige polarisatie #trouw #politiek #polarisatie

Tags

Democratie

Hans Goslinga, Trouw – 19 november 2017

Een Amerikaanse oud-senator maakte vijf jaar terug de grap: nog even en je kunt Democratische en Republikeinse tandpasta kopen. Zijn cynisme gold de hevige polarisatie tussen beide partijen. Hoe is de stand van zaken nu?

De werkelijkheid overtreft intussen de grap. Sinds een half jaar opereert op de huizenmarkt in Amerika een internetbedrijf dat conservatieven die hun staat te progressief vinden, huizen in Texas aanbiedt. ‘Daar kun je wonen en je kinderen groot brengen onder gelijkgestemden’. Motto: ‘Helping families move Right’.

Toch hangt er verandering in de lucht. In het publieke debat komt een tegenbeweging op gang, die zich keert tegen de giftige polarisatie en de doorgeslagen identiteitspolitiek die daarmee gepaard gaat. Het is een wolkje nog niet groter dan een mans hand, maar met een eenvoudig signaal: ‘We zijn allemaal Amerikanen’.

Iets van dat kenterende klimaat werd hier zichtbaar in de bijna unanieme steun voor het verzoek van SGP en PVV in de vergaderzaal van de Tweede Kamer de Nederlandse vlag op te hangen. Het is een armetierig uitgevallen exemplaar geworden, dat niet zozeer nationale trots uitstraalt als wel een nog wat onbeholpen geuite behoefte aan verbondenheid. Hoewel die gevoelens hier, anders dan in Amerika, een zekere verlegenheid oproepen, zijn zij een bestaansvoorwaarde voor de democratische strijd.

Het is geen toeval dat in de verdeelde Verenigde Staten juist nu weer belangstelling ontstaat voor het eerste werk van de historicus Arthur Schlesinger, ‘The vital center’, een zoektocht die hij in 1949 ondernam naar wat democratie eigenlijk inhoudt en drijft. Misschien was dat in die dagen, kort nadat het fascisme was verslagen en de westerse wereld zich schrap zette tegen het communisme, nauwelijks een vraag. Democratie stond voor vrijheid. Punt.

Maar nadat in 1989 ook deze ‘dodelijke rivaal’ zo goed als was verslagen, bleek het vrijheidsbegrip zowel hier als in de postcommunistische landen in Midden-Europa toch problematisch. Het antwoord is dus wel degelijk van betekenis, want een democratie heeft geen kans van bestaan zonder democraten. In dat perspectief is de wederzijdse verkettering in de Nieuwe en Oude Wereld een directe bedreiging voor onze beschavingsorde. In het Amerikaanse debat dringt het besef door dat de verkiezing van de anti-democraat Trump laat zien hoever de Amerikanen zelf de vitale kern van de democratie uit het oog zijn verloren.

Schlesinger meende dat die kern spreekt uit het beslissende onderscheid met autoritaire systemen: de democratie belooft geen ideale samenleving, geen heilstaat. Haar kracht zit in het proces, dat in zichzelf belangrijk is; niet in de oplossing van problemen, maar in het aanpakken van problemen met vallen en opstaan. Aangestoken door het ‘christelijk realisme’ dat in zijn tijd opgang maakte, zag Schlesinger meer in het menselijk tekort, verbeeld in de verstoting uit het paradijs, als uitgangspunt van een beschaafde staatsorde dan in de illusie van menselijke volmaaktheid.

Voorbeeldig

In dat licht mag de vierpartijencoalitie in ons land, hoe moeizaam ook gebaard, als democratisch voorbeeldig worden gezien; niet als de uitdrukking van een grijs midden, maar in de terminologie van Schlesinger als ‘een bolwerk tegen extremen‘. Deze lijn doortrekkend is het winst dat door de brede politieke steun de Nederlandse vlag in de vergaderzaal is verbonden met onze parlementaire democratie en niet met een ideale orde, gebaseerd op ‘Gods heilzame wetten en geboden’ dan wel van vreemde smetten vrij.

De vlag in een door dertien fracties bevolkt parlement drukt mooi uit ‘dat democratie geen uniformiteit vereist‘, zoals Barack Obama zei in zijn afscheidsspeech begin dit jaar. ‘Onze stichters discussieerden, zij ruzieden en uiteindelijk sloten ze een compromis‘. Zijn schijnbaar open deur dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten dat op en neer gaat, is het beginpunt van de tegenbeweging die zich manifesteert. De denker Francis Fukuyama, die na de val van het communisme in 1989 de westerse democratie als het eindpunt van de ideeëngeschiedenis zag, onderkent scherp de noodzaak van herlading van de vitale kern. Om Amerika weer met zichzelf te verbinden, schrijft hij, het stof van Schlesinger kloppend.

Vanuit hetzelfde motief opent de politieke denker Mark Lilla in zijn boek ‘The once and future liberal’ de aanval op de identiteitspolitiek, die zo in narcisme en moralisme is doorgeslagen dat de notie van een gedeeld burgerschap volledig is zoekgeraakt. Hij beperkt zich tot progressief Amerika, maar je ziet deze zuiverheidscultus aan beide zijden van het spectrum, ook hier: blank moet wit zijn, het zwart van Zwarte Piet zwart. Terwijl we allemaal Nederlanders zijn, met als harde kern pragmatisch, tolerant en samenwerkend.

Na jaren van politiek aandringen was het deze week zover: de entree van de Nederlandse vlag in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer.

Maar de vraag blijft of hiermee de tolerantie zal terugkeren, want dat lijkt niet meer mogelijk zolang PVV zetels toebedeeld krijgt. Zolang er geen duidelijker standpunten door de regering over migranten en integratie worden ingenomen, blijft dat een illusie.

https://www.trouw.nl/democratie/de-vlag-in-de-tweede-kamer-is-het-begin-van-het-einde-van-de-giftige-polarisatie~a87b3afc/?utm_source=TR&utm_medium=email&utm_campaign=20171119|daily&utm_content=De%20vlag%20in%20de%20Tweede%20Kamer%20is%20het%20begin%20van%20het%20einde%20van%20de%20giftige%20polarisatie&utm_term=45919&utm_userid=&ctm_ctid=82c90ea0bb252bc34198a7d2a31284b4&m_i=yW7y6PKWHL4PDM49E3ZLOm9e_9Tu_yn3wWDg%2Be%2BoBKgh1VJOrwSsR0fFQwkL4pJK4IXvocT7tyK2ynKRl2gZ5YPWqg%2BaE

 

Column: Nederland heeft snel een slimme winstbelasting nodig #telegraaf @WillemVermeend @DFT

Tags

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg, DFT, Updated Gisteren, 11:50, Gisteren 18-11-17, 08:00 in FINANCIEEL

Sinds de recente publicatie van de Panama Papers en Paradise Papers wordt Nederland door verschillende Europese landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, aan de publieke schandpaal genageld als een belastingparadijs. In eigen land is vooral Oxfam Novib, de organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, actief om ons land in het verdachtenbankje te zetten.

Eind jaren negentig van de vorige eeuw heeft het toenmalige kabinet-Kok (I en II) met een soortgelijke campagne tegen Nederland te maken gehad. De toenmalige premier Wim Kok werd tijdens vergaderingen in Brussel regelmatig door collega’s aangesproken op berichten in de media dat hij de baas van een belastingparadijs zou zijn. De toenmalige staatssecretaris van Financiën, Willem Vermeend, moest daardoor regelmatig bij de premier op het matje komen om uitleg te geven. De kern van zijn uitleg die we hieronder kort weergeven, is nog steeds actueel: Wereldwijd zijn landen bezig met een felle concurrentiestrijd om het beste (fiscale) vestigingsklimaat waarmee ze bedrijven proberen aan te trekken, maar ook om te voorkomen dat bestaande ondernemingen uit hun land vertrekken. Deze week tijdens het Kamerdebat over de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting hebben de coalitiepartijen terecht de noodzaak bepleit van een goed bedrijfsvestigingsklimaat, maar daarbij gekozen voor een dure en ineffectieve maatregel.

Het gaat om werkgelegenheid

Voor elk land zijn ondernemers van cruciaal belang voor het scheppen van banen, maar ook voor innovaties. Daarom halen, ook binnen de EU, regeringen alles uit de kast om voor bedrijven het beste vestigingsklimaat te creëren en schromen ze niet elkaar publiekelijk in een kwaad daglicht te stellen. Bij deze concurrentiestrijd gaat in de media de aandacht vooral uit naar de verlaging van winstbelastingtarieven en fiscale voordelen voor multinationals. Maar de bedragen die gemoeid zijn met de minder zichtbare voordelen waarmee landen ondernemers lokken zijn vaak veel groter. Daarbij gaat het om verlaging van arbeidskosten, lage sociale premies, goedkope bedrijfsgronden, lagere tarieven voor energielasten, soepele ontslagregelingen, speciale (fiscale) regelingen voor de topmanagers, lage administratieve lasten en snelle vergunningen. Daar lees je niets over. Daar lopen die landen niet mee te koop. Dat de grote Europese landen net als Nederland afspraken maken met multinationals, is in de internationale adviespraktijk een publiek geheim, maar daar hoor je niets van. Ons land is op dit terrein altijd roomser geweest dan de paus en heeft deze afspraken (rulings) keurig, zelfs zeer gedetailleerd, op schrift gesteld. Dit is een belangrijke reden dat in de populaire onthullingen over belastingparadijzen Nederland vaak wordt genoemd en andere landen onder de radar blijven.

Hieruit blijkt dat de oppositie in de Kamer tijdens het Kamerdebat geen benul had van wat er echt speelde en aan de hand was. Het wordt dus tijd dat iedere fractie in de Kamer een lijst met specialisten vanuit eigen gelederen aanlegt om die in hoge nood (vanwege het spoedeisende karakter van voorbereidingen op een dergelijk debat) zich tijdig te kunnen informeren over wat er écht aan de hand is. Nu heeft het Kamerdebat alleen verliezers opgeleverd: zowel oppositie als kabinet is beschadigd geraakt.

Nederland geen belastingparadijs

Voor alle duidelijkheid merken we op dat Nederland op geen enkele officiële internationale lijst staat van belastingparadijzen. Wel komt ons land voor op de lijstjes van internationale actiegroepen tegen belastingontwijking. Ze knutselen lijstjes van eigen makelij in elkaar om in de media aandacht te trekken en zichzelf te profileren. In Nederland is Oxfam daarvan een voorbeeld met een lijstje waar Nederland op drie wordt geplaatst. Dit wordt, behalve door de achterban, nergens serieus genomen. Ook al niet omdat de echte paradijzen waar actiegroepen tegen strijden er niet opstaan of pas heel laag op het lijstje staan. Ook bij deze clubs heeft het Oxfam-geknutsel geen enkele status. Deze activisten baseren zich op een internationale ranglijst die is opgesteld door de internationale onderzoeksinstantie Tax Justice Network (TJN). Het belangrijkste belastingparadijs is volgens deze lijst de Amerikaanse staat Delaware, gevolgd door Luxemburg, Zwitserland, de Kaaimaneilanden, de stad Londen, Ierland, Bermuda, Singapore, België en Hongkong. Delaware werd door het Amerikaanse blad Forbes twee jaar geleden ook al uitgroepen tot het beste belastingparadijs op deze aardbol.

Digitaliseren

Van steeds meer kanten wordt terecht geprotesteerd tegen de belastingconcurrentie die tot een race to the bottom kan leiden. Eerder schreven we al dat er voor Europa, maar één echte oplossing is en dat is een Europese vennootschapsbelasting voor alle EU-landen met een vast minimum belastingtarief. De meeste landen willen dat niet en maken, ondanks de onwenselijke gevolgen van de felle (fiscale) concurrentiestrijd, volop gebruik van aantrekkelijke fiscale en andere maatregelen om bedrijven in de watten te leggen. Binnen Nederland wordt er vooral vanuit links gepleit om niet mee te doen aan deze concurrentie. Dat klinkt goed en sympathiek. Maar de harde realiteit houdt in dat deze sympathieke gedachte Nederland veel bedrijven zal kosten en op termijn honderd duizenden arbeidsplaatsen. Met onze open economie moeten wij daarom, ook al is dat met tegenzin, blijven meedoen aan deze (fiscale) concurrentieslag. Wel krijgt Nederland steeds meer last van ’nepnieuws’ waarin ons land als belastingparadijs wordt afgeschilderd. Daar moeten we zeker wat aan doen, waarbij we tegelijk de vlucht naar voren maken en onze concurrenten slim op een achterstand kunnen zetten. Dat kan met simpel en slim.

Slimme vennootschapsbelasting

Onze bestaande winstbelasting dateert uit de oude fysieke economie, aangeduid als 3.0. Inmiddels leven we in de digitale wereld van economie 4.0 die gekenmerkt wordt door online, digitaal handelsverkeer en het gebruik van nieuwe innovatieve technologieën. Het is zinloos om met ouderwetse fiscale maatregelen legale belastingontwijking en strafbare ontduiking te bestrijden. In de digitale economie werken ze niet. Dat geldt ook voor aanpassingen van bestaande belastingstelsels. Daaraan sleutelen is tijdverspilling. Ze zijn niet geschikt te maken voor de digitale en technologische revolutie van 4.0. Voor onze vennootschapsbelasting (Vpb) is de enige oplossing een fonkelnieuw belastinggebouw (4.0). Het wordt een zogenoemde simpel taks met een vast tarief van 15% zonder aftrekposten, vrijstellingen, fiscale tegemoetkomingen en toeslagen. Met het oog op een efficiënte uitvoering en maximale bestrijding van ontwijking en ontduiking wordt de Vpb-4.0 volledig gedigitaliseerd en gaan we werken met slimme algoritmen en blockchain technologie. De aangiften worden door het slimme systeem zelf ingevuld en digitaal bij de bedrijven bezorgd. De bouw van Vpb-4.0 neemt ongeveer drie jaar in beslag en bij de invoering wordt de huidige Vpb afgeschaft. Met de Vpb-4.0 heeft Nederland niet alleen de wereldprimeur, maar versterken we tegelijk ook onze internationale fiscale concurrentiepositie en zijn we af van ‘nepnieuws’ over ons vermeende belastingparadijs.

Dit is een erg instructieve en nuttige beschouwing van de oudere maar zeer ervaren generatie. En een uitstekend advies aan de Kamer en het kabinet! Bravo!

https://www.telegraaf.nl/financieel/1262044/column-nederland-heeft-snel-een-slimme-winstbelasting-nodig?utm_source=telegraaf-nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=20171119_telegraafzondag_handmatig&utm_content=telegraaf_zondag&utm_term=&EMAIL_SK=SK952730

 

‘Arme, arme Grieken’ @eu @martinvisser #controle&verantwoording

Tags

Martin Visser, DFT, 18-11-17

TOEN IK HET VERNIETIGENDE rapport van de Europese Rekenkamer over de steun aan Griekenland deze week las, moest ik meteen terugdenken aan column van mij uit november 2012. ‘Arme, arme Grieken’ was de kop boven die column:

“Jeroen Dijsselbloem moet gedacht hebben: wat Jan Kees de Jager kan, dat kan ik ook. Je vingers in je oren stoppen zodat je niets of niemand meer hoort en dan heel hard ‘ER GAAT GEEN CENT MEER NAAR DE GRIEKEN’ roepen en nog eens roepen en blijven roepen.

Ben Knapen als senator voor het CDA sprak vandaag in het radio1-programma Kamerbreed over zijn twijfels over de kwaliteit van dit rapport aangezien de Europese Rekenkamer nog nooit een rapport daarover heeft geschreven en de knowhow niet in huis hebben. Alle rapporten werden tot dusverre door het IMF geschreven, maar naar ik meen gehoord te hebben had het IMF geen ruimte  voor deze opdracht. Hierover zal dus nog wel een debat in het EP worden gevoerd.

Want het fijne van zo hard schreeuwen met de oren dicht, is dat je niet die onwelgevallige boodschap van het Internationaal Monetair Fonds hoeft te horen. Dat zegt met grote volharding dat het helemaal mis gaat in Griekenland, dat de Griekse economie volledig kapot gaat, dat de Grieken steeds maar armer en armer worden en dat deze negatieve spiraal nooit en te nimmer tot een houdbare situatie kan leiden.

De Jager wist dat wel degelijk, Dijsselbloem weet het ook, maar toch verkiezen zij en al die andere ministers het om puberaal door deze ernstige boodschap heen te lallen met hun eigen politieke verhaaltjes. Deze politici doen alsof ze erop uit zijn Europa uit de crisis te halen, maar dat is niet waar.

Griekenland is daarvan het beste (en schrijnendste) voorbeeld. Niemand heeft de intentie de Griekse problemen op te lossen. Niemand kijkt naar maatregelen die wél tot een houdbare constellatie kunnen leiden. Iedereen zoekt louter lapmiddelen die het minst moeilijk te verkopen zijn in de eigen parlementen.”

(Lees ook de zaterdagcolumn van Marike Stellinga in NRC Handelsblad over het Rekenkamer-rapport.) Stellinga was dus niet bekend met de kritiek van Knapen. Des te meer verwonderlijk dat zij ook een forse toon hanteert.

Ik heb bijna de neiging mijn oude column hier integraal te citeren, maar dan wordt het een beetje lang. Het was werkelijk niet om aan te zien hoe Griekenland in al die jaren is behandeld. Natuurlijk hadden de Grieken er zelf een soepzooitje van gemaakt. Maar vervolgens werden ze in een gruwelijk bezuinigingsprogramma gedrukt. En het erge was dat daarbij niet het herstel van Griekenland prioriteit had.

De Europese politici bedreven pure politiek over de rug van de Grieken. Griekenland moest en zou in de euro blijven, het land moest gestraft worden voor zijn fouten en de hulp die de Grieken kregen moest komen tegen een hoge prijs. En ondertussen werd in ons land het beeld geschetst dat de Grieken helemaal niets deden.

Kijk nou eens naar de ontwikkeling van het begrotingstekort. Er is geen enkel euroland geweest die zo hard heeft ingegrepen in de overheidsuitgaven. Dat is echt ongekend.

https://www.getrevue.co/profile/martinvisser/issues/martin-visser-editie-14-over-arme-grieken-onheil-van-emf-en-de-flexibele-bananenschil-82679?utm_campaign=Issue&utm_content=view_in_browser&utm_medium=email&utm_source=Martin+Visser

 

CPB en dividendbelasting

Tags

‘CPB bekijkt schrappen dividendtaks niet nader’

BNR-webredactie, Judith Laanen (Gisteren 17-11-17, 22:01)

Het Centraal Planbureau berekent niet door wie profiteert van de omstreden dividendbelasting. Zes oppositiepartijen hadden daarom gevraagd.

Vooral voor buitenlandse aandeelhouders zou het schrappen van de belasting op een winstuitkering aan aandeelhouders goed uitkomen.

Oppositie vangt bot

Nederlandse aandeelhouders kunnen compensatie krijgen van de Belastingdienst. Maar ook buitenlandse aandeelhouders mogen de heffing soms verrekenen met de fiscus ter plaatse. Ook die zou dus munt kunnen slaan uit de maatregel van het nieuwe kabinet.

GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK vroegen het CPB daarom te onderzoeken wie er nu precies baat heeft bij het schrappen van de belasting.

Niet genoeg mankracht

Het CPB heeft geen gegevens over de gevolgen van de afschaffing van de dividendbelasting in het buitenland, schrijft het bureau. Maar er is ook niet genoeg mankracht om onderzoek te doen naar de maatregel.

Ook het CPB heeft natuurlijk fte’s moeten schrappen in de afgelopen jaren en daaraan heeft de Kamer niet gedacht. Met motto vanuit de Kamer luidt immers: ‘Het CPB zoekt het wel even uit!’.

Schrappen dividendbelasting blijft oppositie een raadsel

De oppositie is mordicus tegen de afschaffing en noemt die een cadeautje voor multinationals en buitenlandse aandeelhouders. Het kabinet houdt vol dat de maatregel bedrijven en dus banen voor Nederland behoudt, maar daarvoor heeft het CPB geen bewijs gevonden. Het verdwijnen van de belasting heeft volgens eerdere berekeningen van het bureau geen effect op de Nederlandse economie.

https://www.bnr.nl/nieuws/politiek/10333804/cpb-bekijkt-schrappen-dividendtaks-niet-nader?utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=bnr-middag&utm_medium=email&utm_content=20171117

 

Volkomen terecht dat de commerciële activiteiten van een prins ter discussie zijn gebracht en dus een nieuwe worsteling voor het kabinet @parool #koninklijke-ethiek

Tags

Welke morele plicht heeft prins Bernhard? (Michiel Couzy en Maarten van Dun, Het Parool, 18 november 2017, 07:00)

Het vastgoedbezit van prins Bernhard is inzet van een maatschappelijke discussie, nu vastgoedbeleggers grote invloed hebben op de woningmarkt. Hebben handelaren in vastgoed de morele plicht goed voor de stad te zorgen? En ligt dat anders voor een prins?

Voortgestuwd door de lage rente, de krapte op de woningmarkt en hoge rendementen, kopen beleggers steeds meer huizen in Amsterdam. Eén op de acht Amsterdamse woningen is in handen van beleggers. Vorig jaar werd 16 procent van de huizen aan een belegger verkocht.

Dat heeft grote gevolgen voor de stad, menen deskundigen en politici. Volgens beleggers professionaliseert met hun komst de vastgoedmarkt en houden zij zich netjes aan de regels. Maar de prijzen van woningen stijgen ook. Bovendien vragen veel beleggers huren die veel Amsterdammers niet kunnen opbrengen. Daardoor verandert de stad.

Voorbeeldfunctie

Volgens Dorine Hermans, historica en auteur van zes boeken over de Oranjes, heeft prins Bernhard een uitzonderlijke positie met een bijzondere verantwoordelijkheid. “De voorbeeldfunctie die de koninklijke familie nu eenmaal heeft, geldt voor alle familieleden. De achternaam Van Oranje is al vier eeuwen de beroemdste van het land. De voordelen die dat biedt, hebben een keerzijde.”

“Zijn broers en neven hebben ontzag voor hem als geslaagd zakenman”

Volgens Hermans’ bronnen wordt binnen de koninklijke familie wisselend gedacht over het zakelijke succes van de prins. “Zijn broers en neven hebben ontzag voor hem als geslaagd zakenman. Buiten kijf staat dat hij het allemaal zelf heeft bereikt. Bernhard werkt keihard en ook daarvoor is veel respect: werkethiek is belangrijk voor de Oranjes. Toch zijn er ook familieleden die menen dat een prins geen zaken hoort te doen.”

Afstand tot de troon

Prins Bernhard liet zijn huwelijk in 2000 goedkeuren door de Staten-Generaal, naar eigen zeggen uit respect voor zijn familie. Daardoor bleef hij troongerechtigd. Na de kroning van koning Willem-Alexander is Bernhard niet langer potentieel troonopvolger. Hermans: “Het is alsof de morele verantwoordelijkheid minder wordt gevoeld nu de afstand tot de troon groter is.”

Het vastgoedbezit van Bernhard plaatst de koninklijke familie voor een oud dilemma, meent Hermans. “De koning en koningin dragen een boodschap uit van solidariteit met de armen. Dat is lastig vol te houden als er tegelijkertijd zo veel bezit is.”

Winstbejag

André Nijhof, hoogleraar aan Nyenrode, is gespecialiseerd in business ethics. “De samenleving meent dat personen op een invloedrijke positie aan dezelfde normen en waarden moeten voldoen als ieder ander. Maar op zo’n positie word je vaak omringd door mensen die andere normen hanteren dan in de samenleving gebruikelijk zijn. Daardoor kan iemand het idee krijgen dat wat hij doet heel normaal is, terwijl de samenleving dat anders ziet.”

Ben Wempe is verbonden aan de vakgroep business-society management van de Erasmus Universiteit en gespecialiseerd in ethiek. Ethisch juist handelen is volgens hem bij uitstek belangrijk in de vastgoedsector. “Winstbejag mag nooit reden zijn ethische grenzen opzij te zetten, zeker niet als het om woningen gaat. Woningen hebben een bepaalde sociale functie en dat brengt verplichtingen met zich mee, ook voor ondernemers die vooral winst nastreven.”

Lees verder: ‘Zakenprins’ Bernhard: een grote belegger van koninklijken bloede

Lees ook: Groeiende ongelijkheid op de woningmarkt: van wie is deze stad eigenlijk?

‘Hij weet op het juiste paard te wedden’

Welke morele plicht heeft prins Bernhard?

Tijdens zijn studie economie aan de Universiteit van Groningen zette hij Ritzen Koeriers op, vernoemd naar toenmalig minister Jo Ritzen van Onderwijs. Het bedrijf bezorgde pakketjes per trein, waarbij de koeriers gratis reisden met de ov-jaarkaart, ingevoerd door Ritzen.

Bernhard werkte toen al samen met zijn vrienden Menno de Jong en Paul Mol, met wie hij later internetbedrijf Clockwork opzette en met wie hij nu in vastgoed investeert.

Bernhard was met Clockwork een kind van de internethype. Het bedrijf maakte websites en hielp bedrijven het internet op, in die tijd nog nieuw.

Clockwork stond bekend als een degelijk bedrijf, in tegenstelling tot veel andere internetbureaus, die uiteindelijk ten onder gingen. Clockwork maakte winst en overleefde de ineenstorting van de interneteconomie, begin deze eeuw.

Dit leidde tot een overname door IT-bedrijf Ordina. Deze verkoop legde de basis voor het vermogen van Bernhard, dat nu in vastgoed zit.

Ziekte

Met Menno de Jong begon hij vanuit Amsterdam aan een nieuw avontuur: Levi9, een ICT-bedrijf met inmiddels 900 werknemers, van wie het merendeel werkt op een van de kantoren in Oost-Europa. Levi9 opereert vanuit de Pinnacle Tower in de Muiderstraat, het pronkstuk uit de vastgoedportefeuille van de prins, die in de raad van bestuur zit en grootaandeelhouder is.

In 2013 moest hij een periode stoppen met werken, omdat bij hem een vorm van lymfklierkanker was vastgesteld. Na zijn behandeling zette hij een fonds op dat geld inzamelt voor onderzoek naar deze ziekte.

Om de mecenas uit te hangen? De Amsterdamse gemeenteraad zit waarschijnlijk te worstelen met deze kwestie en binnenkort is de regering aan zet.

De prins is via zijn bv’s eigenaar van het racecircuit in Zandvoort.

Troonopvolging

Bernhard van Oranje is zoon van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven, broer van Maurits, Pieter-Christiaan en Floris en neef van de koning. Hij is getrouwd met prinses Annette; ze hebben drie kinderen.

Bernhard is lid van de koninklijke familie, maar sinds de troonsbestijging van Willem-Alexander behoort hij niet meer tot het Koninklijk Huis. Hij ontvangt geen vergoeding en is uitgesloten van troonopvolging, omdat die beperkt is tot verwanten in eerste of tweede graad.

[Bernhard Lucas Emmanuel Prins van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven is de zakenman van de koninklijke familie.]

https://www.parool.nl/amsterdam/welke-morele-plicht-heeft-prins-bernhard~a4539884/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=paid&hash=f388599076b48929160755b186e561f40e5a8b76

 

‘Dat je weg wilt uit een club zonder dat je eigenlijk weet wat voor club dat is’ @eu #brexit #nrc @CarolineGruyter

Tags

Inburgeren zonder Europa (Caroline de Gruyter, In Europa, In het nieuws/nrc.nl, 18-11-17)

# Zo informeert een land dat in 1952 mede-oprichter was van wat nu de Europese Unie is, zijn burgers. Een land dat vanaf het eerste uur in de ‘oksel’ van de Frans-Duitse samenwerking zit. Een land dat aan alles in Europa meedoet: Schengen, euro, bankenunie. Een land dat als geen ander weet dat de EU een politiek project is rondom de pacificatie van Duitsland, en niet een achteloos gevalletje van wat economische samenwerking „met andere landen”. Ook het VK onderwees zijn scholieren vooral over de transatlantische relaties. Europakunde lieten ze over aan de Sun en de Daily Mail. De Britten staan buiten de euro, Schengen, justitiesamenwerking en al die andere dingen waar Nederland wél volop aan meedoet, maar moet je zien wat voor chaos het daar al is, nu. Het is niet duidelijk of er na eind maart 2019 vliegtuigen van Heathrow opstijgen, of kerncentrales dan nog kunnen draaien, of koelwagens vol vlees richting Dover niet wegrotten in dagenlange files voor de douane.

Of zou de overheid over dat inburgeren[1] hebben gedacht dat het louter gaat om analfabeten die toch geen uitleg over de EU begrijpen?

# Zijlstra heeft gelijk. Wat de Britten overkomt, kan ons ook overkomen: dat je weg wilt uit een club, zonder dat je eigenlijk weet wat voor club dat is.

Eigenlijk is het ons al overkomen, aangezien er een aanzienlijke minderheid van de Kamer voor uittreding van de EU is. Dat is nu mode en daarom mogelijk geworden in wat een factfree samenleving is geworden of is gaan heten (onder meer door een nieuwe fractie die uit twee intellectuelen bestaat).

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/18/inburgeren-zonder-europa-14055416-a1581704

[1] ‘Sla het boek Welkom in Nederland; Kennis van de Nederlandse Maatschappij voor het inburgeringsexamen maar eens open, bedoeld voor buitenlanders die Nederlander willen worden. In simpele taal wordt uitgelegd wat een BSN is, waarom Zwarte Piet „soms andere kleuren krijgt” en wat het verschil is tussen een voorschool en peuterspeelzaal.’

‘Vandaag is dag 23 van kabinet-Rutte III’ @nrc @ecvano

Tags

Goedemorgen! Grapperhaus is nog geen maand minister, en nu al te machtig. D66 schuift de referendumdiscussie door naar de volgende generatie. Dijkhoff is niet alleen de slimste, maar ook de best geklede man. En journalistiek-politieke samenwerking gaat soms wel wat ver.

Emilie van Outeren, De Haagse Stemming, nrc.nl, 17 november 2017

MINISTER TE MACHTIG: De eerste opdracht van Ferdinand Grapperhaus als minister van Justitie en Veiligheid is loslaten. De Nationale Politie, in 2013 compleet gecentraliseerd, moet juist weer regionaler geleid worden, blijkt uit een vier jaar durend onderzoek. En het probleem zit niet bij de immer bekritiseerde korpschef, maar bij de dominante positie van de minister zelf, zegt onderzoeker Wim Kuijken. “De verhoudingen tussen de minister van Justitie en Veiligheid, de korpschef en het lokale gezag, de burgemeester, staan onder spanning.” Ook weten we niet “of de nationale politie Nederland veiliger maakt”.

Vreemde opmerkingen: 1. ‘De eerste opdracht loslaten: is dat mogelijk voor een omnivoor? Jawel, al zal iedereen aan het nieuwe werktempo van deze nieuwbakken minister moeten wennen. Maar of deze minister nu al te ‘machtig’ is, is de vraag omdat indien juist, anderen hem machtig maken. Van Opstelten kun je moeilijk beweren dat die te machtig was; indien dat ‘achter de schermen’ wel het geval was, dan is dat tekenend voor de politieke cultuur, die chronisch ziek is. Een zeer zwakke minister is Opstelten geweest, die zich alleen staande kon houden omdat zijn partij hem tot het einde bleef steunen. Ruttes peetoom. Grapperhaus is echt een sterke en charismatische persoonlijkheid, en hij is de enige die de Nationale Politie kan redden. Maar eerst zal zijn eerste begrotingsbehandeling moeten worden afgewacht opdat zijn politieke souplesse zichtbaar wordt.

  1. De Nationale Politie mag dan nu onderzocht zijn, maar ik lees in dit verslag niets over de organisatorische of ‘bedrijfskundige’ aspecten van die reorganisatie, waar de knelpunten moeten hebben bestaan. Want er is geschreven door de onderzoeker de ‘dominante positie van de minister zelf’, en dat verraadt Opstelten met zijn macht achter de schermen, maar stuntelend in het Kamerdebat.
  2. ‘De verhoudingen tussen de minister van Justitie en Veiligheid, de korpschef en het lokale gezag, de burgemeester, staan onder spanning’: organisatorisch probleem dus. Typische problemen die gelden voor een overheidsinstelling. De spanning tussen politieke verantwoordelijkheid en de praktische bedrijfsvoering. Een onoplosbaar spanningsveld? We zullen afwachten hoe Grapperhaus dat gaat oplossen.

HET BRIEFJE VAN KNOPS: Vroeger was dat het probleem geweest van de minister van Binnenlandse Zaken, maar die gaat niet meer over de politie. Kajsa Ollongren moest zich in haar eerste debat voor genoeg andere zaken verdedigen. Haar eigen uitspraken als wethouder in Amsterdam, waarvoor ze volgens de PVV gevangenisstraf verdient. Het verspreiden van nonnieuws over nepnieuws. En het afschaffen van het referendum. Bij vlagen deed ze het soepel, maar ze was vooral ambtelijk voorzichtig en wilde vragen “niet uit de losse pols beantwoorden”. Al legde ze zichzelf die beperking op nadat staatssecretaris Raymond Knops haar een briefje had toegespeeld. Haar eigen conclusie: het gaat er in Den Haag veel harder aan toe dan in Amsterdam.

Hier wordt de noninbreng of nonsens van PVV veel te groot gemaakt, en dus een probleem in de journalistiek. Waarom die aandacht voor populisme die muizen of liever microben baart?

Ollongren had natuurlijk geen andere keuze dan ‘Bij vlagen deed ze het soepel, maar ze was vooral ambtelijk voorzichtig’; wat wil je met dat grove geschut op de persoon gespeeld door PVV? Een aanfluiting in de politieke arena. En zoals de minister stelde: ‘Haar eigen conclusie: het gaat er in Den Haag veel harder aan toe dan in Amsterdam.’ De Kamer en met name de PVV blameerde zich. Maar we zijn al jaren niets anders gewend en dat effect slaat nu door naar Denk en FvD.

Was will die Partei?: Ook rond het referendum laveerde ze uiterst terughoudend. Een toezegging dat de intrekking van het raadgevend referendum in ieder geval referendabel zal zijn, wilde ze niet doen. Sterker nog, ze wil het waarschijnlijk tot en met de voor D66 spannende gemeenteraadsverkiezingen en het referendum over de intelwet in maart zo min mogelijk over het onderwerp hebben. Op het D66-congres, dat morgen in Leeuwarden wordt gehouden, is een slimme uitweg gevonden om interne discussie over de afschaffing te temperen. Het partijbestuur steunt de wens van de Jonge Democraten dat D66 met een nieuwe wet voor bindende referenda komt. Dat duurt jaren en er zijn maar weinig andere partijen voor, maar zo laat D66 het onderwerp niet helemaal vallen.

Heel verstandig dat D66 voor de voorzichtige weg heeft gekozen, zoals de wens van de Jonge Democraten is. Het is blijft een gloednieuw onderwerp of thema want voor het eerst actueel in 2005 (GW EU) en Oekraïne-kwestie vol leugens en misleiding door valse informatie. Het referendum in combinatie met het representatieve democratische bestel staat nog in de kinderschoenen en zit nog vol haken en ogen, al heb ik gisteren een alternatief plan op deze plaats beschreven. Zelfs dat is moeilijk omdat het een onontgonnen terrein is, met veel tegenstanders bij de conservatieve klassieke partijen in ons land. Maar die ‘hoek’ tracht het oude denken overeind te houden en hebben dus niet in de gaten dat de representativiteit een sterfhuisconstructie is. Over 10 jaar weet niemand beter dan dat de digitale democratie via internet de ideale oplossing is, en wordt tragikomisch teruggekeken naar de prehistorie van het parlementaire bestel gebaseerd op partijen en politieke cultuur die voor iedereen een raadsel is behalve voor de incrowd zelf. Vriendjespolitiek en nepotisme, maar dan op een netwerkwijze die ons bestel acceptabeler maakt dan het cliëntalisme binnen de zuidelijke of mediterrane zone van de EU.

RACE TO THE BOTTOM: Halbe Zijlstra, woensdag in de Kamer nog zo geroemd om zijn debuut als minister, krijgt het internationaal te verduren. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis naar Duitsland kreeg hij volgens De Telegraaf forse kritiek op het Nederlandse belastingklimaat. Het is de Duitsers een doorn in het oog dat internationale bedrijven daar geen belasting betalen, omdat ze in Nederland een fiscale vrijhaven vinden. Zijlstra kon beloven dat trustkantoren worden aangepakt, maar onduidelijk is of er ook over de dividendbelasting is gesproken.

WEER PRIJS: De Slimste Mens winnen, een interim ministerschap tot een succes maken, fractievoorzitter van de grootste partij worden en een dochter krijgen. Alsof 2017 nog niet tot een spectaculair genoeg jaar was voor Klaas Dijkhoff, is hij vannacht door tijdschrift Esquire ook nog uitgeroepen tot best geklede man. De nonchalance waarmee hij soms lijkt te debatteren, is niet terug te zien in zijn kledingstijl, waar hij, zo geeft hij toe “altijd wel (mee) bezig” is. Al gaat dat niet altijd goed. “Soms doe ik thuis een jasje aan en denk ik: kan nog net. Maar dan kon het dus net niet. Dat lees je dan meteen terug”, op sociale media.

‘Uitgeroepen tot best geklede man’ kan alleen opgaan voor het parlement, want vergeleken bij al die standaard klassieke pakken valt het wel op met een driedelig moderne combinatie. Maar dat is zijn huismerk, want sinds zijn entree in de Kamer is hij zo gekleed.

WEER EEN BOEK: Een boek van een oud-Kamerlid kan veel stof doen opwaaien, bewezen Sharon Gesthuizen (SP) en Ybeltje Berckmoes (VVD) recent. Dat zal met het opus van Roelof van Laar (PvdA) niet gebeuren. Hij schrijft wel hoe hij zich door Diederik Samsom gedwongen voelde in te stemmen met het bombarderen van IS boven Syrië. En hoe die partijleider zich weer verraden voelde door uitdager Lodewijk Asscher. Maar een tell all over de PvdA-fractie tijdens Rutte II, de leiderschapsstrijd en de vrije val van de partij is het niet geworden. Opmerkelijk: de ‘primeur’ over zijn boek gunde Van Laar aan het AD en op de kaft van zijn boek staat een compliment van dezelfde Jan Hoedeman die hem vandaag – kritisch – interviewt.

Verlaters van de Kamer blinken in het algemeen gesproken uit door onvoorbereid de Kamer binnenstappen. Dat fractiediscipline wordt opgelegd is onder het heersende regime van het centrale of dominante dogma van meerderheidskabinetten niet meer dan logisch. Je bent dus in 1 klap van dat probleem af als je overstapt op de optie van een minderheidskabinet, want in feite was Rutte2 de eerste in die vorm, geholpen door een ruime overwinning van de twee winnaars in 2012. Maar ons land was politiek noch electoraal voorbereid op een versplinterd politiek toneel met een nieuw ‘paars’ kabinet zonder D66. Twee aartsvijanden – die zichzelf tot ‘eeuwige’ aartsvijanden hebben verklaard – met een modern zakelijke aanpak: daar was nog niemand aan gewend en daarom is het vooral in de PvdA desastreus afgelopen. De VVD had de conservatief/pragmatische wind mee en dat is hun geluk geweest.

Correctie: In De Haagse Stemming van gisteren werd een citaat van Laurens Jan Brinkhorst per ongeluk toegeschreven aan Henk Bleker. Een dag [eerder? jw] was het niet Gert-Jan Segers, maar zijn fractiegenoot Eppo Bruins die het afschaffen van de dividendbelasting “een hele meloen om te slikken” had genoemd.

[Dit is een nieuwsbrief van NRC.nl]

‘De Droste Cacao-bus: een referendum over de intrekkingswet van de Wet raadgevend referendum?’

Tags

Posted on November 16, 2017 by wimvoermans

Kafkaësk. Een discussie over een mogelijk referendum over de intrekkingswet van de Wet raadgevend referendum. Gecompliceerd zzcccAScascASCa. Kan het nou wel of kan het nou niet? Minister Ollongren kwam er tijdens het debat van 16 november al niet goed uit. Ze zei nog niet te weten wat de regering zou gaan doen. Het regeerakkoord is dan wel duidelijk: de Wet raadgevend referendum wordt ingetrokken. Maar hoe gaan we dat nu doen?

Normaal treedt een wet (en dus ook een intrekkingswet) nadat die is bekendgemaakt [via het Staatsblad, jw] in werking. Onmiddellijke werking heet dat. Als je dat zou doen met de intrekkingswet van de Wet raadgevend referendum (Wrr), dan is de wet die een referendum mogelijk maakt weg voordat je er nog een referendum over aan zou kunnen vragen. Je trekt als het ware de mat onder jezelf weg.

Bij een normale inwerkingtredingstermijn van de intrekkingswet, met inwerkingtreding direct of een paar dagen na de bekendmaking heb je al geen kans meer. Zo’n periode is te kort om nog succesvol een referendum te kunnen lanceren. Je moet campagne voeren en handtekeningen verzamelen voordat er überhaupt een referendum wordt toegestaan. De Wet raadgevend referendum (Wrr), zoals die nu geldt, kent daarom termijnen die ervoor moeten zorgen dat referenda over wetten mogelijk blijven, ongeacht de inwerkingtredingstermijn die de wet, waartegen je op wil komen, zelf regelt (inderdaad ingewikkeld allemaal).

De techniek van de Wrr is dat een wet niet eerder in werking kan treden dan op het laatste moment waarop nog om een referendum kan worden verzocht (acht weken – artikel 8 Wrr). Maar geldt dat systeem nu ook voor de Wrr zelf, met name voor de intrekkingswet van de Wrr?

Je zou kunnen zeggen van niet (ook als is de Wrr in de Wrr zelf niet uitgezonderd). Als de Wrr wordt ingetrokken, is daarvan de hele bedoeling natuurlijk dat er geen referendum meer kan worden gehouden. En eigenlijk is met een aangenomen intrekkingswet Wrr de wet die referenda mogelijk maakte weg.

Aan de andere kant kan je volhouden dat ook (of wellicht juist) over de intrekking van de Wrr moet kunnen worden gereferendeerd.

Het precedent van de intrekking van de Tijdelijke referendumwet in 2004

De regering stelde zich in 2002 bij het voornemen tot intrekking van de Tijdelijke referendumwet (Trw), die tussen 1999 en 2004 gold, op het eerste standpunt. De intrekkingswet maakte het door de gehanteerde methodiek van uitzondering en inwerkingtredingstechniek onmogelijk om over de intrekkingswet van de Trw nog een referendum te organiseren.

Dat ging de Raad van State, die in 2002 adviseerde over het voorstel van de intrekkingswet (Kamerstukken II 2002/03, 28 739, A) Trw, té ver. De Raad oordeelde als volgt:

“Een inwerkingtredingsbepaling die de toepasselijkheid van de geldende Trw op de mogelijkheid van het indienen van een inleidend verzoek tot het houden van een referendum over de intrekkingswet voor wil zijn, blijft dus een slag in de lucht. Na onherroepelijke toelating van zo’n inleidend verzoek vervalt ingevolge artikel 13 Trw hetgeen in de intrekkingswet over de inwerkingtreding ervan is geregeld. Enkel en alleen indien op de voet van artikel 16 Trw met een uitdrukkelijke verwijzing naar die bepaling wordt vastgesteld dat de inwerkingtreding geen uitstel kan lijden, kan het wetsvoorstel zo worden opgezet dat het in werking treedt voordat gebruik gemaakt kan worden een referendum over de intrekkingswet te houden. Dan zou echter gemotiveerd moeten kunnen worden dat die inwerkingtreding geen uitstel kan lijden.”

Dus alleen als de inwerkingtreding geen uitstel kan lijden, geen referendum over de intrekkingswet én het moet deugdelijk gemotiveerd.

Tot zoverre is het duidelijk. Maar wat is de waarde van dat advies van 2002 nu in 2017? Waarschijnlijk zal de Raad van State in grote lijnen wel eenzelfde benadering van de intrekking van een referendum wet hebben, als in 2002, maar…het is alleszins waarschijnlijk dat de regering zal betogen dat het intrekkingsvoorstel van de Wrr uit 2017 geen uitstel duldt. Het regeerakkoord is een precair bezit – alles is tegen elkaar afgewogen en uitkomst van de rekensom is geweest dat de Wrr weg moet. Dat staat tussen partijen met een Kamermeerderheid van één zetel. Laten ze dit los, dan moet er heronderhandeld worden. Dat wil niemand met vier partijen aan boord en 225 dagen hoofdpijn van het onderhandelen net achter de rug. Dat belooft weinig goeds voor de inhoudelijke argumenten en draagkrachtige motivering die de Raad van State vraagt bij een intrekking Wrr zonder referendum. ‘Het referendum heeft niet gebracht wat er van werd gebracht’ moppert het regeerakkoord. Heel veel verder komen we niet. Minister Ollongren maakte het vanmiddag alleen maar erger door te zeggen dat er wel andere manieren zijn om burgers te betrekken… Wordt daarmee bedoeld dat de regering, of andere bestuurders eens wat vrijblijvend gaat praten met groepen burgers van eigen verkiezing om eens te horen of er ideeën en instemmende geluiden opgehaald kunnen worden? Democratie op de voorwaarden van het bestuur zelf? Dat lijkt me geen goede vergelijking (nog minder een goed idee trouwens).

Naar alle waarschijnlijkheid zal de regering gaan proberen een onmiddellijke inwerkingtreding van de intrekking van de Wrr te bewerkstellingen die net zo kort en politiek wordt gemotiveerd als de tweezinsverhandeling uit het regeerakkoord. Einde oefening. Wie weet lukt dat zo en wil de Raad van State ook een beetje meebuigen. Die staat nu onder leiding van een van de meest uitgesproken referendumtegenstanders die we kennen: Donner. Zelfs als vice-president van de Raad van State sprak hij zich publiekelijk tegen het instrument uit (Trouw april 2016). Dat instrument zou niet samengaan met de representatieve democratie. Dat dat in meer dan 90 parlementaire democratieën prima lukt, laten we dan maar even buiten beschouwing (Qvortrup 2017). Maar zelfs al mocht de Raad van State op het 2002-standpunt blijven staan, dan nog. Dat advies hoeft – ook als het gelijkluidend is met dat van 2002 – niet te worden gevolgd. Ik vrees dat daarmee de kous af zal zijn. Het wordt naar alle waarschijnlijkheid een politiek spel want in het parlement heeft de Wrr nauwelijks vrienden.

Deze laatste zin is wat onduidelijk want de gehele oppositie (m.u.v. SGP) is vóór de Wrr omdat het een mogelijkheid biedt alle toekomstige wetsvoorstellen van Rutte3 weg te blazen en dat is de zwakheid van het fenomeen in de huidige bestaande wetgeving. Alleen daarom is de Wrr een wanproduct, zodat het een raadsel is waarom deze wet door beide Kamers werd goedgekeurd.

(N.B. een gedeelte van dit stuk publiceerde ik eerder op 9 oktober 2017 op deze website)

https://wimvoermans.wordpress.com/2017/11/16/de-droste-cacao-bus-een-referendum-over-de-intrekkingswet-van-de-wet-raadgevend-referendum/

 

Vandaag is dag 22 van kabinet-Rutte III

Tags

16 november 2017

Goedemorgen! Halbe Zijlstra verrast vriend en vijand in zijn eerste grote debat. Kajsa Ollongren stuit juist op exceptionele kritiek. Wiebes moet het huiswerk van Kamp overdoen. En Bleker heeft een opdracht voor Schouten.

Het ging voor Ollongren dus blijkbaar om voor haar ‘exceptionele’ kritiek, die zij als Amsterdams wethouder heeft gemist. Maar in de hoofdstad is PVV ook niet aanwezig. En de botheid van PVV’er Bosma was voor haar ook nieuw.

Emilie van Outeren

DE NIEUWE HALBE: Als volleerd diplomaat wist Halbe Zijstra het vannacht met bijna elke Kamerfractie eens te zijn. Over mensenrechten en de EU; zelfs het Israëlisch-Palestijns conflict escaleerde niet in zijn eerste debat met de Tweede Kamer. Dat is niet zozeer een breuk met zijn PvdA-voorgangers, Koenders en Timmermans, alswel met zijn eigen verleden. Als fractievoorzitter van de VVD had Zijlstra het met velen aan de stok en zijn visie op de wereld leek te bestaan uit de flexibiliteit om dictators te knuffelen. In een sterk debuut als minister toonde hij zich tegelijkertijd realist en idealist. Zijlstra gaat op zoek naar meer “binnenlands draagvlak voor buitenlands beleid”. Daarin herkent verslaggever Mark Kranenburg iets van zijn eerdere voorganger Verhagen (CDA). Dat is wellicht niet waar ze op het ministerie op zitten te wachten. Al maken die zich momenteel vooral zorgen over het gebrek aan werkplekken.

ZEKERE MEERDERHEID: Als het debat over de dividendbelasting iets laat zien is het dat Rutte III, ondanks de minimale meerderheid in beide Kamers, een maatregel niet hoeft te kunnen onderbouwen om ‘m door te voeren. Mark Rutte had zijn huiswerk dit keer wel gedaan en de gezamenlijke verdedigingslinie was opgetrokken. Aan de afschaffing wordt niet getornd, want dan worden de grote bedrijven waarvoor die bedacht is maar onrustig. Maar de discussie ettert nog wel door tot en met de behandeling van het uiteindelijke wetsvoorstel.

Het is niet juist te veronderstellen dat Rutte een maatregel niet hoeft te kunnen onderbouwen om ‘m door te voeren, aangezien hij alleen overleefd heeft doordat hij zijn huiswerk dit keer in een ‘eigen debat’ wel had gedaan en daarmee de gezamenlijke verdedigingslinie die was opgetrokken, wel kon verslaan. Maar dat lukt niet meer zonder een gedegen voorbereiding. Fluitend met zijn vingers in de neus lukt niet meer want hij wekt ergernis met zijn immer aanwezige lach en onwerkelijke vrolijkheid, die als kampachtig overkomt. Hij blijft de ‘student’ die als zingeving het hebben van plezier kent.

NEPNIEUWS: Het dieptepunt van de debatmarathon woensdag was zonder twijfel hoe de PVV de nieuwe minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) ontving: met een Trumpiaanse lock her up. Volgens Kamerlid Martin Bosma verdient zij dertig jaar cel om een uitspraak als wethouder van Amsterdam dat de stad zich zou kunnen afsplitsen als Wilders premier zou worden. (Als we het Trouw-portret van Ollongren moeten geloven een onkarakteristiek felle uitspraak van deze nogal saaie vrouw.) De begrotingsbehandeling ging sowieso meer over Kamerleden die elkaar verweten boodschapper van nepnieuws te zijn dan de vraag of en hoe ze dat gezamenlijk zouden moeten bestrijden. Politiek columnist Tom-Jan Meeus ziet in de Kamer blinde naïviteit rond Russische inmenging in onze democratie.

Minister Kajsa Ollongren verraste met een heldere, stellige en duidelijk stemgeluid, maar maakte dezelfde fout als Rutte met de dividendbelasting. Rutte denkt altijd dat hij als VVD-voorman kan spreken maar dat is een automatisme bij hem terwijl hij niet beseft dat hij zichzelf in de problemen werkt: zijn optreden begint sleets te worden en nu al valt de voorspellen dat een Rutte IV er niet inzit, aangezien de oppositie steeds sterker wordt. Dat merkte Ollongren vandaag, met haar zwakke verweer op de vraag of er wel of geen referendum op de sleepwet wordt geaccepteerd. Zij had ook moeten beseffen dat de kritiek van de D66-acherban weliswaar tegen waren, maar dat de referendumwet moet worden aangepast en verbeterd omdat anders een volgende regering wel met een referendumwet zal komen. Dat is onvermijdelijk omdat het huidige besluitvormingsproces niet meer werkt.

KAMERTRANEN: Gronings Kamerlid Sandra Beckerman (SP) was zichtbaar geëmotioneerd door de uitspraak van de Raad van State dat het zogeheten gasbesluit van de regering over moet. Voormalig minister Kamp heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij denkt dat de komende jaren 21,6 miljard m3 gas per jaar gewonnen kan worden. Opvolger Wiebes heeft een jaar om het huiswerk opnieuw te doen en te motiveren waarom we niet stoppen met gaswinning. Tot die tijd hoeft het winningsniveau echter niet omlaag.

De Raad van State begint opmerkelijk progressief te worden en dat is winst voor de milieufans. Terecht werden de laatste besluiten van Kamp afgebroken en wat mij betreft is de lof die hij bij zijn afscheid kreeg toegezwaaid volkomen belachelijk geweest. Wiebes heeft de dankbare taak van een klimaatbeleid een groene economie te scheppen, op straffe van nog meer blokkades van de RvS.

STOLPNIEUWS: Er wordt wel gespeculeerd over hoe lang Jeanine Hennis Kamerlid blijft na haar val als minister van Defensie, maar aan haar portefeuille zal het niet liggen. De VVD maakt bekend dat Hennis de eerste financieel woordvoerder van de partij wordt. De laatste politiek assistent is bekend: Stientje van Veldhoven krijgt ondersteuning van Jan Wouter Langenberg, afkomstig van de Europese Commissie. Het wetenschappelijk instituut van D66 heeft in Coen Brummer, speechschrijver van Justitie en Veiligheid, een nieuwe directeur, na het vertrek van Joost Sneller naar de Tweede Kamer.