Het wordt tijd om uit te leggen waarom het stelsel van representatieve democratie vervangen moet worden door Directe Digitale Democratie @tweedekamer #politiekehervormingen #staatsrecht

Featured

Tags

Stelling vooraf:
1. Het stelsel van de representatieve democratie is (altijd al) een lege huls geworden/geweest vanwege het relatief geringe aantal burgers (binnen het electoraat) dat lid is van een politieke partij (ca 2%; dat percentage geldt waarschijnlijk voor alle westerse democratieën)

2. De politieke & ambtelijke cultuur die in ons land is ontstaan maakt het onvermijdelijk dat het democratische gehalte van onze rechtsstaat qua vertrouwenskloof tussen bestuurder en burger steeds verder afvlakt of wegzakt en is dus een papieren constructie is geworden waar geen burger meer iets van kan begrijpen wat uitkomsten van dat besluitvormingsproces betreft. De formele positie van de stemgerechtigde kiezer die maar eens in de vier jaar zijn stem kan uitbrengen, een hol vat is geworden

3. En zelfs binnen onze Tweede Kamer wordt het steeds zichtbaarder dat de oppositiepartijen geen idee hebben hoe ze zich kunnen profileren en dat ze door eigen geknoei machteloos staan ; dat is de schuld van een chaotische oppositie waarbij de Kamervoorzitter probeert er nog enige structuur in aan te brengen. En de huidige Kamervoorzitter Arib is de enige die daarvoor geschikt is en zij kan vergeleken worden met een charismatische kleuterjuf of toezichthouder op een kleuterschool dat het parlement is (aan het slot van onderstaande analyse in deel 2 volgt een weergave van de chaos die zich deze week heeft gemanifesteerd in de Tweede Kamer)

Omdat ik op deze website in het verleden vaker over de directe democratie (verder DDD) als potentieel werkmodel heb geschreven, al dan niet in combinatie met het begrip referendum, en ik nu vanwege mijn pensioen’status’ mijn oorspronkelijke vakgebied van de politieke filosofie (onderdeel van de politicologie) wil blijven bijhouden en transponeren naar dit nieuwe tijdsgewricht, ben ik verplicht om een handzaam model DDD te presenteren. Daarom zal deze tekst, eenmaal volledig uitgewerkt en gecontroleerd – lees: getoetst aan de hedendaagse vakliteratuur – gepubliceerd worden.

Daarom ben ik ook alle Tweede Kamerdebatten (als ‘achtergrondmuziek’) aan het volgen via het scherm van Politiek 24 en ontdek ik ook – tot afgrijzen van Kamerleden die zich gecontroleerd kunnen gaan voelen – de mogelijkheden om het huidige bestel om te zetten in zo’n DDD-model, dat zeer tegen de zin van het gemiddelde Kamerlid zal zijn, want zijn macht wordt hem ontnomen. Dat invoeren van DDD is gemakkelijker dan men denkt omdat met de huidige digitale technieken er een model én concreet bestel kan worden ontwikkeld, dat op termijn de Staten-Generaal kan vervangen (overigens alleen met een grondwetswijziging met tweederde meerderheidsclausule die noodzakelijk is).

Vervanging van de Tweede Kamer met gelijktijdige vervanging van de Eerste Kamer als politiek adviesorgaan dat overstapt naar de huidige Raad van State als regeringsadviseur maakt een DDD mogelijk op gelijksoortige basis als het stelsel dat in de VS bestaat: iedere politiek gemotiveerde burger die zijn stem wil uitbrengen schrijft zich in voor welke verkiezingen dan ook. In de VS gaat het zowel om de verkiezing van een nieuwe president, die ook gepaard gaat met nieuwe Huis van Afgevaardigden als rechters. In tussentijdse verkiezingen worden deels nieuwe Senaatsleden verkozen. Het Amerikaanse model wordt hier onvolledig maar als principe genoemd om het accent te leggen op de mogelijkheid van inschrijving voor deelname aan verkiezingen. Het verschil met ons land is dat iedere meerderjarige burger stemrecht heeft en een stembiljet ontvangt waar hij al dan niet gebruik van maakt. Individuele inschrijving zoals in de VS maakt hier veel kosten overbodig omdat het dan vastligt wie komt stemmen. Er hoeven geen stembiljetten meer verstuurd te worden.

Maar hoe kan deze politieke transitie van een parlement worden omgezet in een DDD?

Iedere staatsburger die zich inschrijft, doet dat voor algemene verkiezingen van vertegenwoordigende lichamen (GR, PS of TK) of via specifieke dossiers of thema’s die aan de orde zijn, dus zoals alle plenaire debatten die zich wekelijks in onze Tweede Kamer afspelen. Inschrijving voor DDD kan ofwel betekenen dat het om het hele politieke traject gaat om die te volgen, of speciaal voor deelgebieden en thema’s waarvoor de ingeschrevene binnen zijn eigen expertisegebied kan inzetten.

Het voordeel van dit DDD-model is dat de (staats)burger zich rechtstreeks kan bemoeien met de politieke gang van zaken, maar dan wel zónder partijenstelsel (dat overigens ook in onze grondwet niet voorkomt omdat het partijwezen bij de eerste feitelijke grondwet van de Unie van Utrecht (1579) nog niet bestonden, en pas na de grondwetswijziging van 1848 (door Thorbecke) in de toenmalige 19e eeuw van de grond is gekomen, zijn we binnen de DDD verlost van partijdiscipline en interpartijenoverleg tussen regering en coalitiepartijen.

Zoals gezegd kunnen burgers zich met een actieve politieke belangstelling zich aanmelden of inschrijven bij het (Kies)bureau dat de stemgerechtigden in staat om deel te nemen aan welke verkiezingen of stemmingen dan ook, zodat er ook (cybersecurity-proof) controle van die in te schrijven (tijdelijke of permanente) personen kan plaatsvinden. Het wordt een soort Postbus51-bureau, maar dan een door de overheid gecontroleerde instelling waarin toezicht wordt gehouden om iedere vorm van obstructie, manipulatie of fraude tegen te gaan en waar vooral gewaakt wordt tegen cybercrime of cybermanipulatie en hackingrisico’s. Maar dat zijn technische aspecten die in deze analyse verder niet centraal staan, maar wel benoemd dient te worden.

Hoe werkt DDD in de praktijk van de toekomst?

Zoals gezegd leven we in een ‘digitale wereld’, waarin we die digitale mogelijkheden goed kunnen benutten. Maar daarmee wordt die digitale niet tegelijkertijd ook een ‘soort’ van virtual reality wereld – lees: niet een ‘echte’ VR – maar een werkelijk materieel bestaand instrument, zoals nu de Tweede (en Eerste) Kamer formeel de medewetgevende machten zijn en ons als burgers vertegenwoordigen.

Waar nu in het dagelijkse parlementaire werk de gekozen volksvertegenwoordigers aan het werk zijn, kunnen die vertegenwoordigers evengoed vervangen worden door de ingeschreven burgers in DDD, dat als een digitaal parlement gaat functioneren (in de toekomst). Hoe moeten we ons dat voorstellen omdat het voor een gemiddelde burger een enorme omzetting betekent van het huidige representatieve bestel en de expertise van het Kamerlid lijkt te verdwijnen. Toch is dat niet zo.

Als we even ten dienste van ons voorstellingsvermogen ervan uitgaan dat de huidige Kamer vervangen kan worden door DDD, dan betekent dat tegelijkertijd ook voldoende aanmeldingen vanuit de burgerij om zitting te nemen in DDD. Gezien de huidige onvrede over het functioneren van ons parlement, zullen in inschrijvingen binnenstromen. Maar niet alleen vanwege de onvrede over de representativiteit van onze volksvertegenwoordigers die alleen maar belangenbehartigers zijn geworden voor hun eigen deelbelangen omdat partijen nu eenmaal belangenbehartigers of lobbyisten genoemd kunnen worden, maar ook omdat de burger direct betrokken wil worden bij het politieke besluitvormingsproces en dat kan via deze DDD.

Deze digitale Kamer zal van alle voorzieningen kunnen profiteren die de huidige Kamerleden hebben, namelijk ambtelijke ondersteuning: zowel de persoonlijke en beleidsmedewerkers als de algemene ambtenaren die in dienst van de Kamer functioneren als ondersteuning van Kamerleden in algemene zin en dat niet alleen, maar ook alle departementale ambtenaren, die dan gaan dienen als ondersteuning van DDD-ingeschrevenen ofwel ‘digitale parlementariërs’.

Het ingeschreven zijn aan het op te richten Bureau (zoals Postbus 51 of het Kieswetbureau) van DDD betekent de volle verantwoordelijkheid op zich nemen die nu door Kamerleden wordt gedragen. De DDD-parlementariër werkt vanuit eigen huis, maar zal behalve voor de inhoudelijke ondersteuning kunnen terugvallen op alle genoemde en bestaande ambtelijke expertise dat via de emailsaccounts zal verlopen zoals dat nu ook het geval is met Kamerleden, en kan ook eigen onderzoek doen en dus veldwerk verrichten als de omstandigheden dat vragen, zoals dat nu gebeurt via bedrijfsbezoeken.

De ingeschreven DDD’ers zullen dus dezelfde verantwoordelijkheden dienen te dragen als het huidige Kamerlid, met dat verschil dat iedere stemming gepaard zal moeten gaan met een stemverklaring dat digitaal voor iedereen en dus openbaar leesbaar is. Dat hoort immers bij het functioneren als (digitale) volksvertegenwoordiger, dat parallel loopt met het indienen van moties en amendementen tijdens commissie- en plenaire vergaderingen van de Kamer.

Maar dat niet alleen. Waar met het verdwijnen van de oude Staten-Generaal dat vervangen wordt door DDD, een nieuwe medewetgever ontstaat, kan er geen groepsdwang (fractiediscipline) meer bestaan, maar wordt de besluitvorming op regeringsvoorstellen en wetsontwerpen per DDD’er inhoudelijk en technisch toegelicht zoals dat nu gebeurt per fractielid, maar op DDD in feite persoonlijke verkiezingsprogramma’s bij verkiezingen voor een nieuwe regering, of voor wetswijzigingen of wetsvoorstellen per ministerie zal ontstaan, waarop de DDD’er op het scherm zal kunnen reageren en er een database of -bestand aan stemverklaringen ontstaat.

Die stemverklaringen en stemmen vóór of tegen liggen dus vast en zijn ook zichtbaar (zoals stemmingen op hedendaagse partijcongressen dat allemaal digitaal verloopt). In deze situatie wordt afgesproken dat iedere meerderheid van stemmen bepalend is. Het verschijnsel van een coalitiemeerderheid bij de stemming verdwijnt dus. Omdat er geen regeerakkoorden meer worden gesloten (want overbodig geworden) zal iedere uitslag die zichtbaar wordt op het scherm bepalend worden en dat stelsel kan de volmaaktheid bereiken als 100% van de stemgerechtigde ingeschreven staat op het Bureau (Schrijver J.J. Voskuil glimt in zijn graf na van trots en vreugde!)

Daardoor ontstaat de situatie dat een nieuwe regering op dezelfde 4-jaars basis van reguliere Kamerverkiezingen van het huidige bestel via DDD wordt benoemd, maar dan in beginsel zonder verkiezingscircuit zoals dat in het huidige verkiezingstheater altijd plaatsvindt, maar via het DDD-scherm en via audiovisuele middelen waardoor het voordeel ontstaat dat de winst bestaat in de ‘korte verklaring’, want meer is niet nodig om het publiek te overtuigen; zwevende kiezers bestaan immers niet meer!).

Omdat er op deze manier een grote verzameling van standpunten per thema of in algemene generieke zin op het DDD-scherm ontstaan, kan daaruit gemakkelijk een nieuwe minister-president worden uitverkozen en aangewezen die ofwel zelf zijn nieuwe kabinet samenstelt, of als alternatief dat de hoogst geplaatste favorieten op het scherm een kabinet zal gaan vormen. Geen constant geduvel en geruzie om details!

Iedere bestaande natiestaat zal immers een eigen (fysieke) regering blijven houden, want het is geen ‘VR-wereld’ geworden, maar altijd een kabinet met persoonlijke (en fysieke) ministers zullen blijven bestaan want de ‘uiteindelijke’ verantwoordelijken vanwege de bestaande ministeriële verantwoordelijkheid, die zich ook tot internationale verdragen strekt. En er zal ongetwijfeld minder gereisd hoeven te worden om internationale overleggen bij te wonen, maar òf alles via digital conferencing kan worden ‘afgeregeld’ is de vraag.

Hoe dan ook, het lijkt er vaak op (ook in deze tekst) dat de huidige reële maatschappij wordt omgezet in een toekomstige VR-maatschappij, maar dat is in mijn visie volstrekte onzin: VR is een product van menselijk vernuft en is dus te beschouwen als een soort van nieuwe filmische techniek, maar de VR kan alleen door de mens tot leven geroepen worden en niet anders dan dat. VR wordt nooit de ‘nieuwe menselijke‘ realiteit’ – lees: van vlees en bloed – in de vorm van een menselijke robot, maar blijft een product van de menselijke programmeurs die een nieuwe film aan het scheppen zijn.

De mens kan dus eenvoudigweg niet worden overgenomen door een levende robot, want die zal nooit ontstaan. Daarmee is ook dat misverstand naar het rijk der fabelen verwezen. Maar ik geef ook toe dat mijn standpunt een hypothetische veronderstelling is en nog onbewijsbaar, want zover is de techniek nog niet. Maar dat geldt dus vanzelfsprekend ook voor mijn opponenten. De toekomst zal uitwijzen wie gelijk heeft.

Nog een (voorlopige) slotopmerking ten aanzien van het nieuwe DDD-stelsel of dito parlement. Het wordt duidelijk dat er heel andere stemverhoudingen ontstaan, want er bestaan in de toekomst geen 150 Kamerleden meer, want tegen die tijd vervangen door een 30 (aanloopfase) tot 70 procent (middelfase) deelnemers aan DDD en 100% in de volmaakte fase. En pas als dit nieuwe bestel vervolmaakt wordt tot het ideale ontwerp dat dan mogelijk is, dan zal de nieuwe burger anno 2050 zich met alles willen ‘bemoeien’ (in het oude politieke denken wordt zo gedacht) en willen ‘meedenken’ (in het nieuwe denken). Hiermee worden meerdere slagen gemaakt:

1. Iedere burger is (ten principale) betrokken bij het landsbestuur en zijn stem doet er daadwerkelijk toe, omdat zijn bewuste stemverklaring of motivering voor iedereen zichtbaar is. En daarmee als ‘nevenproduct’ zijn eigen aanhang ontwikkelt of creëert omdat er geen partijprogramma’s meer bestaan met geworstel om meerderheden (bij stemverhoudingen op congressen), maar alleen individuele standpunten (keuzebepaling) of dito programma’s.

2. ‘Je weet op wie je stemt’ en de keuze kan snel gemaakt zijn waarbij ook geldt dat als ‘het keuzemoment’ tegenvalt, maar dan weet je dat voor de volgende keer.

3. De kloof tussen bestuurder en burger is of wordt op deze manier beslecht omdat niemand meer het excuus heeft om niet te stemmen (en zich aan te melden) uit luiheid en tijdgebrek, want randvoorwaarde is wel dat leesdiscipline vereist wordt. Maar daar staat tegenover dat stemmen alleen bij inschrijving voor een specifieke gebeurtenis plaatsvindt en dus vooraf bekend is wie – lees: hoevelen – zich hebben aangemeld. Bijkomend voordeel is dat de behoefte aan referenda is verdwenen omdat DDD een permanent referendum betekent want er wordt een doorlopende activiteit gevraagd als ingeschrevene.

4. Iedereen wordt ‘gedwongen’ om kort en bondig te formuleren, want in de ‘beperking van spreken of schrijfkunst toont zich de meester’.

5. De pers en media krijgen via dit nieuwe burgerschap een nieuwe impuls om kwalitatief goede analyses en verslagen te schrijven aangezien die van allesbepalend gewicht zullen zijn voor een goed functionerende DDD’er. En een ‘ingelezen’ burger laat zich nooit misleiden door nepnieuws.

6. Het tijdgebrek van huidige Kamerleden om kwaliteitskranten en weekbladen intensief te lezen en op zich in te laten werken, wordt op deze wijze opgeheven, want de DDD’er besteedt zijn standpuntbepaling via een nuttiger en meer effectieve tijdsbesteding aan huis. Het Kamerlid is eigenlijk alleen maar in overleg met zijn gebruikelijke opponenten en verspilt op die manier kostbare tijd. De nieuwe DDD heeft daar geen last van. Het gekakel en gebazel van politici is voorgoed voorbij. Deze DDD-revolutie is in dat opzicht vergelijkbaar met de Franse Revolutie waarin de burger zijn stemkracht/macht veroverde. Wat willen we nog meer?

Wordt vervolgd

Mooi (of zelfs magistraal) ‘portret’ van Tita Tovenaar Rutte @volkskrant

Tags

Mark Rutte is klaar voor nog eens minstens tien jaar Mark Rutte (Column Bert Wagendorp, Ten eerste/de Volkskrant, 24-9-21)  

Na een volle dag Rutte-watching weet ik het zeker: van die man zijn we nog lang niet af. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen, ‘het belangrijkste debat van het jaar’, stond de premier erbij alsof hij werd ondervraagd in Jeugdcentrum De Waterkant: innemende glimlach, een luisterend oor, eindeloos geduldig en op zijn tijd een grap. Zijn zelfvertrouwen is na de harde klappen van afgelopen voorjaar en zomer weer helemaal hersteld. De oproepen van de oppositie om zich eens flink te gaan schamen hadden geen effect, het verwijt van arrogantie pareerde hij met een verleidelijke glimlach richting Lilianne Ploumen.

Klaver, Ploumen, Marijnissen, Ouwehand, allemaal liepen ze zich verontwaardigd te pletter op Ruttes enorm goede humeur en zijn bereidheid om eindeloos te herhalen dat het kabinet goed luisterde naar de Kamer, dat helaas niet elk verzoek kon worden gehonoreerd vanwege het staatsrecht, maar dat hij altijd de bereidheid had om er nog eens over te praten en de argumenten te doordenken om bij elkaar te komen.

Tegen zoveel goedertierenheid was geen verweer mogelijk. Bovendien kregen ze in de zorg eindelijk een loonsverhoging en werd de verhuurderheffing afgeschaft. Was deze verbinder pur sang de man die de formatie al een half jaar blokkeerde?

De aanvallen van Wilders brachten Rutte al helemaal niet van zijn stuk; Wilders begint een komisch intermezzo te worden. Ook hij lag na de zoveelste zinloze stormloop op Rutte groggy op de grond.

Ruttes geheim is zijn grote flexibiliteit. Opeens is hij voor een sterke staat, die de tot voor kort heilige vrije markt in toom moet houden. Het spectaculairst is zijn bekering tot klimaatactivist. Na zijn toelichting op de klimaatplannen van het kabinet (‘de derde grote verbouwing van dit land sinds WO II’) werd het Wilders te veel. ‘De premier is gehersenspoeld!’, zei hij. ‘Hij voert de klimaatgekkigheid van GroenLinks uit.’ Ook daardoor liet Rutte zich niet van de wijs brengen. Hij wekte sterk de indruk dat hij zelf een proces tegen de staat zou zijn begonnen, als Urgenda hem niet was voor geweest.

‘Schiphol ligt 4 meter onder de zeespiegel!’, riep hij. ‘Als we niks doen, is Nederland verloren!’

Rutte wil olympisch kampioen klimaataanpak worden en van Nederland de modernste en duurzaamste economie ter wereld maken. Dat klinkt goed. Hier stond een man met een missie, die Den Haag al met gerenoveerd Binnenhof en al in de golven zag verdwijnen en die het achteloos had over de ‘groene-waterstof-backbone’, alsof hij er thuis al eentje had laten installeren.

Rutte had vernomen dat in 2030 anderhalf tot twee miljoen mensen werkzaam zouden zijn in de klimaatindustrie. Hij begon een beetje glazig te kijken en opeens had ik het door: hij zag zichzelf als degene die leiding moest geven aan die transitie. Zelfs toen hij 2050 noemde (Nederland klimaatneutraal), leek hij niet uit te sluiten tegen die tijd nog aan het roer te staan als de groenste premier ooit, de transitiekoning , de Redder des Vaderlands (83).

Het was een visioen. Hij is nu elf jaar premier, maar die jaren waren niet meer dan een aanloop naar het grote werk. Mark Rutte maakt zich gereed, de toekomst is te ingewikkeld om aan lichtgewichten over te laten. Een historische taak en een standbeeld op het Plein wenken.

Blijmoedig begon hij aan de beantwoording van een vraag van Kamerlid Van der Plas over de bouw van een nieuwe stad in de Oostvaardersplassen, waarmee in één keer de woningnood zou zijn opgelost.

‘Dat zal niet gaan’, zei Mark Rutte vastberaden.

*Let wel: deze site is bepaald geen Rutte/VVD-fan – laat staan dogmatisch liberaal – , maar sinds het eerste decennium van dit millennium bewust partijloos. Dat schept de ruimte om deze  afstandelijke houding te kunnen innemen om deze column prachtig te mogen vinden. En vooral bewust te zijn van het feit dat – en we citeren de passage -: ‘de toekomst is te ingewikkeld om aan lichtgewichten over te laten’. Inderdaad bestaat de Tweede kamer uit bijna louter lichtgewichten. De ‘schoonheid’ van deze Tovenaar is dat hij Wilders tot razernij brengt en dat levert het beste cabaret ter wereld op.     

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1368/articles/1451603/2/2

En die lichtgewichten passen ook perfect bij het commentaar in dezelfde editie van de krant:

De Kamer is zelf een belangrijk deel van het bestuurlijke probleem (Volkskrant-commentaar door RAOUL DU PRÉ)

Een steeds kleiner deel van het parlement is bereid om te praten over serieuze politieke compromissen.

Het was woensdagavond al laat, op de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen, toen Tweede Kamerlid Wybren van Haga een motie van afkeuring aankondigde tegen Landbouwminister Carola Schouten.

Dat leidde tot een woordenwisseling met ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers. Die vroeg zich af hoe vaak Van Haga al had geprobeerd om het landbouwbeleid bij te stellen. Bijvoorbeeld in debatten, met argumenten, moties of amendementen. Was hij het gesprek al eens aangegaan? Nog nooit, gaf Van Haga toe. ‘Ik denk dat dat helemaal niet ter zake doet, omdat boeren gewoon ondernemers zijn die mijn steun van harte kunnen gebruiken.’

Dat deed denken aan het debat van een week eerder. Fracties die niet wilden dat er veel Afghanen naar Nederland zouden komen, steunden vervolgens de moties van afkeuring tegen de ministers Kaag en Bijleveld, die juist werden ingediend omdat zij er niet in geslaagd waren om veel Afghanen naar Nederland te halen. PVV en FvD waren inhoudelijk op hun wenken bediend, maar konden de verleiding toch niet weerstaan om twee ministers weg te sturen.

Voor een nieuw kabinet, als dat er ooit nog komt, is dat geen aantrekkelijk vooruitzicht. Want in wat voor omgeving komt die ploeg terecht? De Algemene Beschouwingen bevestigden bovenal dat in een groot deel van de versnipperde Kamer het motto ‘ieder voor zich’ regeert. Het deel dat zich in beginsel constructief wil opstellen, is bij de laatste verkiezingen weer wat verder geslonken. Een minderheidskabinet moet bij elk incident vrezen voor grote politieke schade. De Tweede Kamer zelf is een groot deel van het bestuurlijke probleem.

Wat betekent dat voor de formatie? Opnieuw waren het deze week VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks en de ChristenUnie die zich tussen alle eigen prioriteiten door bereid toonden af en toe te zoeken naar de overeenkomsten in plaats van de verschillen. Maar eigenlijk is de situatie nog overzichtelijker: bij alle grote thema’s, van de woningmarkt tot de zorgsalarissen, bleek het toch weer gewoon de demissionaire coalitie van VVD, D66, CDA en CU die zonder veel interne wrijving tot nieuwe politieke initiatieven kwam. En dat was niet voor het eerst.

De bezwaren van D66 tegen voortzetting van die coalitie zijn bekend. Maar zou de bestuurbaarheid van het land ook voor Sigrid Kaag zo langzamerhand niet zwaarder moeten gaan wegen?

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1368/articles/1451603/12/2

Denkfout vanwege uitlating dat ‘mogelijkheden om de agrarische sector te verduurzamen juist beperkt’ omdat er verkeerd beleid is gevoerd door een maximale agro-exploitatie voor export op te klein grondgebied @trouw #klein-land-kan-de-hele-wereld niet voeden

Tags

Centrale banken sta-in-de-weg voor boeren die willen verduurzamen (Barbara Baarsma /Ceo Rabo Carbon Bank en hoogleraar Toegepaste Economie UvA/, Opinie/Trouw, 24-9-21)

Landbouwtransitie

BARBARA BAARSMA, CEO RABO CARBON BANK, HOOGLERAAR TOEGEPASTE ECONOMIE AAN DE UVA

Vaak gaan publieke doelen goed samen en versterken ze elkaar zelfs. Denk aan goed onderwijs en economische ontwikkeling. Maar soms botsen doelen van de overheid, zoals het duurzaam maken van de landbouw en het bevorderen van stabiele banken. In het streven banken robuuster te maken met hogere kapitaalbuffers, worden de mogelijkheden om de agrarische sector te verduurzamen juist beperkt. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Centrale banken stellen niet alleen kapitaaleisen aan banken, maar pleiten ook voor actief duurzaamheidsbeleid van banken. Zo presenteerde Christine Lagarde, de president van de Europese Centrale Bank, recent het klimaatactieplan waarmee de ECB de klimaatrisico’s voor de eigen balans én het bredere financiële stelsel wil afwenden, en zelfs de katalysator wil zijn voor een groener Europa.

De landbouw kan een grote bijdrage leveren in de strijd tegen klimaatverandering. Voedselproductie zorgt voor een kwart van de meer dan 50 miljard ton CO2-equivalenten die elk jaar wereldwijd worden uitgestoten. Het zet dus zoden aan de dijk om de agrarische uitstoot drastisch te verminderen.

De overgang naar duurzame landbouw vergt echter investeringen in nieuwe werkwijzen en tegelijk ook afschrijvingen op bestaande productiemiddelen. Dat vergt extra financiering, ook van banken.

*Dit klinkt logisch en plausibel, maar is het niet. Er zijn inderdaad veel investeringen noodzakelijk maar die zijn veroorzaakt doordat de landbouw jarenlang de bovennationale wetgeving (Klimaatafspraken en Brussel) heeft genegeerd. Als die nieuwe richtlijnen direct waren toegepast was de CO2-uitstoot al gereduceerd. En waarom moet een klein land met zo’n vruchtbare bodem de hele’ wereld voeden en de nationale export spekken? Nergens voor nodig, of sterker, alleen mogelijk door grootschalig gebruik van  mest, dat de bodem uitput. Wij zelf hebben ons aandeel aan de broeikasuitstoot bevorderd. De noodzakelijke reparatiekosten mogen door Brusselse landbouwbudgetten geleverd worden, waar tot heden alleen inefficiënte landbouw in Frankrijk mee gesubsidieerd wordt. Daaraan moet een einde worden gemaakt.      

Verduurzaming levert ook kansen. Door regeneratief (natuurvriendelijker) boeren daalt niet alleen de broeikasuitstoot, maar wordt tegelijk de bodem gezonder. Een gezonde bodem kan meer CO2 uit de atmosfeer opnemen. Deze koolstofopslag kunnen boeren in de vorm van carbon credits verkopen aan bedrijven die hun niet te vermijden emissies willen compenseren. Om deze kansen te kunnen verzilveren, is ook weer financiering nodig.

*Dat “de bodem gezonder ZAL worden’ tekent al de structurele disbalans van de agro-industrie. We hebben grotelijks misbruik van de vruchtbaarheid van onze bodemgesteldheid gemaakt.

Daar wringt de schoen. Dezelfde centrale banken die oproepen tot verduurzaming, maken dat de landbouw wel erg moeilijk. Door nieuwe, hogere kapitaaleisen aan banken te stellen, wordt het aanzienlijk duurder om de agrarische sector te financieren. Dat belemmert de maatschappelijk gewenste verduurzaming in deze sector.

*’Wel erg moeilijk’ vanwege de grote beleidsfouten uit het verleden. Daarmee valt het hele economische – of liever: technocratische – betoog van Baarsma volledig in duigen.

Deze nieuwe kapitaaleisen zijn in 2017 opgesteld door het Basel Comité, de internationale toezichthouder op banken, de zogenoemde Basel IV regels. Uiterlijk 2027 moet eraan worden voldaan. Dan moet tegenover een lening met landbouwgrond als onderpand significant meer kapitaal worden aangehouden. De regelgever veronderstelt namelijk dat het risico van dit soort leningen groter is dan blijkt uit de daadwerkelijk gerealiseerde kredietverliezen. De waarde van de landbouwgrond mag onder Basel IV minder meetellen als onderpand en dus wordt het voor een bank duurder om een agrarische onderneming te financieren.

Het belang van voldoende hoge kapitaalbuffers van banken om kredietrisico’s te dragen, zoals ook Harald Benink (Trouw, 10 september) bepleit, staat buiten kijf. Door de waarde van alle landbouwgrond te standaardiseren, wordt verduurzaming echter tegengewerkt zonder dat reëel risico wordt verminderd.

Beter is maatwerk: hou rekening met de kwaliteit van de landbouwgrond. Als boeren duurzamer gaan werken (dus wisselbouw, minder kunstmest, minder ploegen) wordt hun bodem gezonder. Een gezonde bodem kan niet alleen meer CO2 opslaan, waarmee boeren extra inkomsten genereren, maar draagt ook bij aan biodiversiteit en het vermogen om te gaan met weersextremen. Daarbij leidt een gezonde bodem tot meer oogst met een hogere voedingswaarde.

*In het verkiezingsprogramma van BBB staat dat onze boerenbodem ‘gezond’ is, en dat dus een grove leugen.[i] Sinds er met mest wordt gewerkt is er geen sprake meer van Bijbelse roulatie van braakliggende gronden om de vier jaar.[ii]

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1363/articles/1451605/18/1


[i] Inleiding

Eerlijk voedsel begint met een gezonde bodem. Boeren en tuinders weten als geen ander dat ze rentmeester zijn van de grond. Een gezonde bodem en een rijk bodemleven is essentieel voor de boer. Het is immers zijn inkomen en hij wil dat de consument veilig en gezond kan eten. Daarnaast wil de boer die bodem doorgeven aan de volgende generatie. Gezonde grond betekent gezonde producten.

Voor een goede balans is het wenselijk om door middel van bemesting de conditie op peil te houden. Uit kringloopoogpunt geschiedt deze bemesting bij voorkeur in de vorm van dierlijke mest en zonodig met gerichte inzet van kunstmest. Van roofbouw op de grond is hierbij geenszins sprake. Door akkerranden in te zetten voor bloemen wordt de bijenpopulatie beschermd, is bestuiving van de gewassen geborgd en wordt de aanwezigheid en ontwikkeling van natuurlijke bestrijders gestimuleerd en gefaciliteerd.

BoerBurgerBeweging zal zich inzetten voor een gezond mestbeleid en zal de maatschappij duidelijk maken dat Mest niet ‘vies’ is, maar essentieel voor de voedselproductie en het bodemleven. De veehouderij speelt hierin een cruciale rol. Want: Geen dier geen gier. Geen boer, geen voer. https://boerburgerbeweging.nl/boerburgerbeweging/verkiezingsprogramma/

[ii] https://www.nicoriemersma.nl/storage/blog/Frans_Breukelman_Bijbelse_Theologie_Deel_II2_Sjemot._De_eigen_taal_en_de_vertaling_van_de_Bijbel.pdf

‘De premier probeerde een nieuwe bestuursstijl en samenwerking uit, maar viel al snel terug in zijn oude rol’ @trouw

Tags

Minderheidskabinet is wel erg vergezocht (Commentaar Trouw, 24-9-21)

De koning sprak in de Troonrede over de ‘grote’ veranderingen die met ‘open vizier’ tegemoet moeten worden getreden. Hij riep op tot samenwerking om een ‘beter’ land voor toekomstige generaties te realiseren.

Maar samenwerken is niet zo makkelijk in de huidige politieke constellatie met negentien Kamerfracties. Dat bleek weer eens tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Demissionair premier Mark Rutte zei vooraf te willen samenwerken met het brede midden om de rijksbegroting nog te wijzigen. Maar van eensgezinde samenwerking was geen sprake.

PvdA en GroenLinks weigerden dat, omdat ze niet mogen meepraten in een formatie. Er werd uiteindelijk in de Kamer toch voor miljarden aan de rijksbegroting gesleuteld, voor de salarissen in zorg en onderwijs, en verlaging van de verhuurdersheffing voor corporaties. Maar over de financiering ervan werden ze het niet eens. Uiteindelijk regelde de oude coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie dat zelf.

Het waren rommelige Beschouwingen waarin Rutte nogal eens van rol wisselde tussen minister-president en VVD-partijleider in een stilstaande formatie. De premier probeerde een nieuwe bestuursstijl en samenwerking uit, maar viel al snel terug in zijn oude rol. De oppositie reageerde daarop verbaasd en soms boos. De premier werd in die dubbele rol gedwongen door de oppositie, maar hij liet dat wel al te makkelijk gebeuren. Zo zei Rutte de VVD-leider optimistisch te zijn dat er binnenkort echt een nieuwe stabiele regering komt. Maar hij bleef opnieuw volstrekt vaag waarop hij dat optimisme baseerde. En of het dan een minderheids- of toch een meerderheidskabinet moet worden, Rutte liet de Kamer in het duister.

*Rutte met zijn wat gespleten persoonlijkheid tussen control freak en charmeur heeft daarom moeite met een balans tussen goede voornemen en oude patronen. Wat antwoorden en verbale begaafdheid overtreft hij iedereen in de Kamer, want hun nadeel die bestaan uit dogmatisch-ideologische Pavlovreacties én visieloosheid (want oneliners, want tegengestelde begrippen), maken dat Rutte altijd moeiteloos als overwinnaar uit het debat tevoorschijn komt (tot ergernis van vooral een machteloze oppositie maar natuurlijk ook een radicaal of klassiek-rechtse oppositie (enerzijds de pure conservatieven van PVV, FvD, JA21, om over de splinters maar te zwijgen: Groep Van Haga, BBB en de ‘onplaatsbare’ nieuweling als een soort ‘identiteitspartij’ Bij1).

Rutte staat bekend als een man die nergens op is te pakken. Hij wist de afgelopen maanden, na de motie van afkeuring tegen hem, terug te komen en het middelpunt van deze formatie te worden. Er liggen echter de komende regeerperiode te veel onderwerpen waarop urgent maatregelen genomen moeten worden. Maatregelen die soms zelfs tegen het sentiment van de samenleving in gaan. Dat stelt de nodige eisen aan het leiderschap van een nieuwe premier.

*Wat die urgente hete hangijzers betreft is Rutte wel consequent en dat juist vanwege zijn langdurige ervaring. En daar gaat alle oppositiepartijen de mist in vanwege hun gebrekkige staatsrechtelijke inzichten.

Rutte jongleerde deze dagen vakkundig tussen alle Kamerfracties. Hij kreeg geen constructieve steun van PvdA en GroenLinks, wel van de ChristenUnie. Deze APB maakten echter vooral duidelijk hoe schier onmogelijk het wordt om te regeren met een minderheidskabinet, dat straks over alle grote problemen eindeloos moet gaan onderhandelen met vele oppositiepartijen. Rutte kan die conclusie ook trekken, en dat maandag direct duidelijk maken aan informateur Remkes. Beter is het om in te zetten op een ultieme poging alsnog een meerderheidskabinet te realiseren.

*Eén voordeel van een minderheidskabinet met ‘schier onmogelijke’ manoeuvreerruimte is dat er bij een aaneenschakeling van wetsvoorstellen die geen meerderheid zullen verkrijgen, er tijd resteert om de bureaucratische puinhopen te herstellen, want máár twee thema’s liggen via supranationale wetgeving vast en dat zijn milieu en klimaat. Daar ontkomt geen enkele regering aan, al zullen blinde nieuwelingen als FvD, JA21 en Van Hage nooit erkennen. Zij zullen eeuwig met hun onzinnige uitspraken als automatische antwoordapparaten blijven kakelen.

[De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.]

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1363/articles/1451605/18/3

Geen geneuzel over staatsrechtelijke verhoudingen? @tweedekamer

Tags

Over de misverstanden die nu w.b. financiering ervan aan op dit moment aan de orde zijn:  Hier ligt een taak bij de Kamervoorzitter om te waarschuwen voor moties die strijdig zijn met het staatsrecht of de bestuurlijke verhoudingen. Die moties mogen dus niet in  stemming worden gebracht.  Vergelijk de taak van de Kamervoorzitter met de taak van de gemeentesecretaris die de moties moet controleren op het landelijke niveau. Een nuttige suggestie voor het gekakel in de Kamer.

Het grootste dilemma van de Kamer tegenover Rutte is de kennis- en argumentatietechniek @tweedekamer

Tags

Jaar in jaar uit valt op hoe Rutte professioneel en dus met de juiste (technische) argumenten de oppositie te woord staat omdat de Kamer die ambtelijk-technische kennis niet in huis heeft. En dat verklaar ik als partijloos burger omdat ik het vertrouwen in het parlementaire debat en manier van besluitvorming (overdaad aan zinloze en slechte moties) allang kwijt ben. Ik ben er ‘heilig’ van overtuigd dat ons representatieve bestel over vijf jaar verdwenen is en wordt vervangen door een directe democratie (waarvan een toelichting op deze site staat #DDD) en deze debatten leren mij hoe die directe democratie als autonoom lid van zo’n Derde Digitale Kamer zal kunnen worden gerealiseerd.

En dat is mede te wijten aan de vluchtigheid van Kamerleden die nauwelijks ervaring kunnen opbouwen. Er komen in de regel altijd nieuwe politieke ‘amateurs’ uit de lagere politieke gremia de Kamer als nieuweling binnen. Dát mechanisme is de oorzaak van de achterstand die Kamerleden hebben tegenover de bewindslieden. Zelfs fractieleiders schieten daarin tekort. En vanuit mijn bijvak bestuurskunde tijdens mijn studie politicologie ben ik me bewust dat dir aspect nooit genoemd werd, hoewel mijn studiejaren in een ver verleden lagen en de literatuur inmiddels flink veranderd of aangevuld is door de praktijk van ambtelijke inbreng en voorlichting vanuit hun kennis, die ook algemeen beschikbaar moeten zijn, zoals in Zweden waar het hele ambtelijke denkwerk ook digitaal te lezen is. Dat is dus een voorbeeld voor ons land.

Op dit moment is de eerste termijn van kabinet aan de gang en daarin zijn al te beluisteren van een aantal voorbeelden van wat hierboven verwoord staat. Die zullen hier worden opgevoerd als de Handelingen op internet geplaatst zijn (eind van de middag, dan wel vanavond).

Tot nader!

‘Neem geen risico’s met de Wadden’ @trouw #volstrekt-ridicuul-plan-Blok

Tags

Stelling: Minister Stef Blok bewijst met zijn voornemens om gas te winnen onder de Wadden, dat hij niet meer van deze tijd is en dus direct moet worden ontheven van zijn functie. Hoe haalt hij (én het demissionaire kabinet) het in z’n hoofd om dáár gas te gaan winnen? Een geflipte figuur dus die minister.

Stef Blok kan niet zomaar tekenen voor 15 jaar nieuwe gaswinning in de Waddenzee (Commentaar Redactie Trouw, 23 september 2021)

Wie minister is van economische zaken, gaat ook over het klimaat, en zit aan de gaskraan. Daarom was het demissionair minister Stef Blok die onlangs namens het kabinet naar het Friese Ternaard ging. Hij legde daar uit dat, nu de gaswinning in Groningen ten einde komt, de NAM in de Waddenzee nieuwe, kleinere gasvelden mag gaan leegpompen.

*Maar dáár zonder de bewoonde wereld waar huizen kunnen instorten. Of kan Blok niet meer logisch nadenken?

Dat is dan de minister van wie je, gezien zijn portefeuille, mag verwachten dat hij de rapporten van klimaatpanel IPCC en het Internationaal Energieagentschap uit zijn hoofd kent. En dus weet dat het gebruik van fossiele brandstoffen nu toch echt heel snel omlaag moet.

*Precies! Hij is het levende bewijs dat dit kabinet overspannen is geraakt.

Werelderfgoed

Blok voert twee argumenten aan: Nederland heeft dat Wadddengas nodig, en hij kan niet onder de vergunning uit. Wat de vraag oproept wat voor hem nu eigenlijk het zwaarste weegt, en of hij echt goed heeft uitgezocht of hij de NAM-plannen kan afblazen?

Dat laatste – of dat juridisch mogelijk is – wil de Tweede Kamer laten onderzoeken. Want ook daar zijn veel partijen ongelukkig met deze nieuwe boringen in; het kan niet vaak genoeg worden benadrukt, het is  Unesco Werelderfgoedgebied. De Waddenvereniging, aanvoerder van het verzet tegen de boringen, heeft gelijk: met zo’n gebied neem je geen enkel risico.

De bewoners achter de Waddendijk vrezen bovendien schade aan hun huizen door bodemdaling. Sussende woorden daarover worden mogelijk met enige scepsis begroet, want die kregen de inwoners van buurprovincie Groningen ook lange tijd te horen, zelfs nog toen de scheuren al in de muren zaten.

Weerstand

Gezien de weerstand vanuit politiek en samenleving, en de internationale rapporten met de glasheldere boodschap dat olie- en gaswinning snel moeten worden ingedamd om de opwarming van de aarde te beperken, kun je alleen maar constateren: hier volstaan geen formele argumenten waarvan nog maar te bezien valt of de rechter het daarmee eens is. Blok kan niet zomaar tekenen voor maar liefst vijftien jaar nieuwe gaswinning in de Waddenzee. Daar moet minstens een nieuw politiek besluit over worden genomen, door een nieuw kabinet.

En ja, als je gas in de grond laat zitten, heeft dat consequenties. Misschien moeten we nog even gas importeren – Noorwegen maakte deze week bekend meer gas naar Europa te gaan exporteren, dat kan een beetje helpen. Want ook Russisch gas roept terecht grote weerstand op. Zodat uiteindelijk alle pijlen dezelfde kant op wijzen: richting een snelle omslag naar duurzame energie. Demissionair premier Rutte sprak deze week de verwachting uit dat Nederland nummer één kan worden met de klimaataanpak. Laat ze daar dan ook meteen werk van maken.

*Samen met een nieuwe bestuurscultuur en dito -stijl!

https://www.trouw.nl/opinie/stef-blok-kan-niet-zomaar-tekenen-voor-15-jaar-nieuwe-gaswinning-in-de-waddenzee~baea9d5d/

‘Ineens kan het wél: politici die praten over de inhoud’ @fd

Tags

(Bas Knoop, Binnenland/fd, 23 sept. 21)

(…)

‘Nu nog zaak dat daaraan ook partijen gaan aanschuiven.’

*Deze slotzin is de enig juiste conclusie die getrokken kan worden uit de eerste vergaderdag van de Algemene Politieke Beschouwingen en daarom is het nu eindelijk een kwestie van aanschuiven van de zes partijen aan de formatietafel.  

https://fd.nl/politiek/1413675/ineens-kan-het-wel-politici-die-praten-over-de-inhoud-jwi1cahAMOIl

Nieuwe stelling in de formatie/pluriformiteitstheorie … @volkskrant @tweedekamer

Tags

… binnen méérpartijenbestel: Hoe groter het overwicht in zetelaantallen in de Kamer, hoe meer bestuurlijke arrogantie er spontaan optreedt dat dwingt de VVD tot meer concessies

Stelling: Tijdens de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen is er waarschijnlijk een glimp zichtbaar geworden van de uiterst troef lopende ‘onderhandelingen’ rondom de (in)formatie in een gefragmenteerd politiek ‘speelveld’. Niet alleen de buitenwacht, maar ook de deelnemers zelf moeten daar horendol van worden. Er is daarom voor een minder/meerheidskabinet maar één praktische oplossing denkbaar: de onderhandelraars per partij maken een inventarisatie op van eigen standpunten waarbij ook aangegeven waar de grenzen liggen (‘piketpaaltjes’) maar óók de duidelijk overschrijdende opties, aangezien iedere partij concessies móét doen. Daar ontkomt niemand aan.

Aan tafel wordt het vervolgens bepaald hoe die scenario’s in algehele collectiviteit eruit gaat zien en de fracties/ondersteunende ambtenaren gaan vervolgens uitzoeken hoe al die wensen in theoretisch valide overeenkomsten omgezet kunnen worden (‘consensi’). Hierbij speelt vermoedelijk de persoonlijkheid van Rutte met twee maskers een hoofdrol: enerzijds binnen de ‘werksfeer’ een bikkelharde onderhandelaar met zware trekken van een control freak, en anderzijds de eeuwige joviale en clownesk lachende entertainer naar de buitenwereld, een ideale combinatie om de eigen wensen door te drukken.

Maar die combinatie valt niet te verenigen met zijn belofte om het Toeslagenschandaal op te lossen, want daarover wordt al geruime tijd niets meer van vernomen en dat is strijdig met de nieuwe openbaarheidscultuur die is toegezegd en beloofd. Het kan kortom niet anders dan dat Rutte in persoon de grootste hinderpaal is geworden in de verkennende informatiefase tot heden. Aan de huidige informateur Johan Remkes de eer en taak om Rutte te wijzen op dat spagaat in zijn eigen gedrag en dus de onderhandelingen binnen de informatie nu over te laten aan Sophie Hermans en een financieel specialist uit de fractie, maar wel iemand die ook in staat is om compromissen af te dringen.

En omdat er al gerept wordt over de noodzaak om een formatiewet te gaan voorbereiden opdat een dergelijke verloren halfjaar niet voor herhaling vatbaar is, is het ook zaak om die onderhandelingen in alle openbaarheid, zoals bij hoorzittingen tijdens de Toeslagen-enquête te laten plaatsvinden. De beslotenheid van het formatieproces levert, zoals nu bewezen is, alleen maar trammelant want eindeloze ruzies op.  

VVD wil verder, maar oud zeer en scepsis blijven (Frank Hendrickx, Ten eerste/de Volkskrant, 23 september 2021)

Een demissionair kabinet dat langzaam uit elkaar valt, een Kamer die gefragmenteerder is dan ooit en een formatie die maar niet op gang komt: zelden vonden de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) onder moeilijker omstandigheden plaats. Wat waren de drie belangrijkste ontwikkelingen op de eerste dag van het belangrijkste debat van het jaar?

I De stijl

De negentien fracties in de Tweede Kamer hebben er woensdagochtend een kwartier over gesteggeld, maar het is uiteindelijk toch PVV-leider Geert Wilders die het debat woensdag mag aftrappen. Zijn openingszet: een persoonlijke aanval op Sigrid Kaag. De PVV’er blijft maar herhalen dat de leider van ‘Dedain66’, die niet aan het debat meedoet, ‘een laffe, bange vrouw’ is, ‘een angsthaas’ die het debat overlaat aan haar ‘jongste bediende’ Rob Jetten.

Jetten slaat terug door Wilders een psychologische behandeling aan te bieden voor zijn ‘Kaag-obsessie’. ‘U bent erg bang voor deze sterke vrouw’. Later zegt de D66-fractievoorzitter: ‘Meisjes plagen is kusjes vragen, maar mevrouw Kaag valt niet op blonde mannen.’ Op Twitter noemt Wilders haar niet veel later ‘een wegloopheks’.

Zo begint het belangrijkste debat van het jaar met een moddergevecht. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers wijst er nog eens op dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft gewaarschuwd dat de woorden van politici ‘ertoe doen’. Dat persoonlijke aanvallen in het politieke debat kunnen ­leiden tot dreigementen buiten het parlement. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat ‘gescheld’ tussen politici bijdraagt aan het afnemende vertrouwen in de politiek.

  • Wilders wil er niks van weten. Hij gaat niet ‘met meel in de mond praten’. ‘Ik zeg wat ik vind.’

In een Kamer met negentien fracties die allemaal vechten om aandacht is het steeds moeilijker voor politici om op te vallen, maar toch krijgt de confronterende stijl van ­Wilders woensdag weinig navolging. Wybren van Haga vermeldt nog even dat hij uit de VVD is ‘geflikkerd’ en ­Farid Azarkan (Denk) noemt de politiek van Wilders ‘walgelijk’ en ‘hypocriet’, maar het aantal persoonlijke confrontaties blijft beperkt.

De nieuwelingen Laurens Dassen (Volt), Joost Eerdmans (JA21) en Caroline van der Plas (BBB) vallen in de eerste uren van het debat juist op door een meer zakelijke toon zonder aanvallen op de man. Een garantie voor een nieuwe trend is dat nog niet. Het is vooral de vraag of demissionair premier Mark Rutte op veel zachtzinnigheid kan rekenen als hij donderdag het woord krijgt.

Zelfs een oud-bondgenoot als PvdA-leider Liliane Ploumen houdt de VVD-leider persoonlijk verantwoordelijk voor de politieke impasse in Den Haag. Eén van haar vragen aan Rutte: ‘Schaamt u zich niet dat u het persoonlijk belang boven het landsbelang laat gaan?’

II Het oud zeer

Plaatsvervangend VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans sluit woensdag aan bij het refrein dat haar politiek leider Rutte op Prinsjesdag al heeft opgevoerd: het politieke midden moet weer laten zien te kunnen samenwerken. Dat is de enige manier om het vertrouwen in de politiek te herstellen. ‘Een hartenkreet van mij’, zegt Hermans. ‘Laten we openstaan voor de ander, in plaats van vast te zitten in het eigen gelijk. Ik wil trots zijn op ons parlement.’

Een deel van de Tweede Kamer zit niet te wachten op die stichtelijke boodschap. Daarvoor is er na het toeslagenschandaal, de ‘functie elders’-affaire rond Pieter Omtzigt en de vastgelopen formatie nog te veel oud zeer. Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) noemt het ‘een gotspe’ dat Hermans trots wil zijn op het parlement. ‘De VVD heeft gewoon geaccepteerd dat haar eigen leider dit parlement heeft voorgelogen. Hoe wil je dan trots zijn op dit parlement? Je laat hem er gewoon mee wegkomen!’

Ook Pieter Omtzigt ziet weinig aanleiding om de VVD het voordeel van de twijfel te gunnen. Hij merkt nog eens fijntjes op dat er tijdens de Toeslagenaffaire in de ministerraad is gesproken over het ‘sensibiliseren’ van Kamerleden. ‘Daarna hoorden wij een premier zeggen dat er radicale ideeën waren voor een nieuwe bestuurscultuur. Ik heb tot nu toe weinig vooruitgang gezien.’

  • Zelf krijgt Pieter Omtzigt, die zich afscheidde van het CDA, slechts zes minuten spreektijd.

Sigrid Kaag (D66) trad af als demissionair minister van Buitenlandse Zaken, maar zit nog steeds aan de formatietafel.

PvdA en GroenLinks maken ook geen geheim van hun chagrijn over het verloop van de formatie. ‘Het is ­teleurstellend dat de VVD nu al zes maanden talmt met de formatie en daar een chaos van maakt’, zegt PvdA-leider Ploumen. ‘Het gesprek met ons aan de formatietafel is geweigerd’, herhaalt Klaver nog maar eens.

Rutte mag dan denken dat zijn ­relatie met Sigrid Kaag beter is dan voorheen, ook de fricties met D66 ­komen tijdens het debat weer aan de oppervlakte. Jetten is ‘teleurgesteld’ over de opmerkingen van de demis­sionair premier over het stuk dat VVD en D66 samen schreven tijdens de ­formatie. Volgens Rutte was dat document nooit bedoeld als basis voor een nieuw kabinet. Jetten: ‘Veel Nederlanders zullen zich afvragen: wat hebben die VVD’ers en D66’ers eigenlijk twee maanden zitten doen?’

De D66-fractievoorzitter laat ook subtiel doorschemeren dat zijn partij nog altijd het liefst een meerderheidskabinet wil, desnoods met zes partijen: VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks én ChristenUnie. ‘Bevalt het u ook zo goed dat we nu met zo veel partijen over inhoudelijke oplossingen aan het praten zijn?’, vraagt Jetten tijdens het debat half sarrend aan VVD’er Hermans.

Demissionair premier Rutte wil vooralsnog niks weten van zo’n brede coalitie. Hij hoopt nog steeds op een minderheidskabinet met VVD, CDA en D66, ook al ziet Kaag zo’n verbond met twee rechtse ­partijen niet zitten.

III Schuchtere onderhandelingen

CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma probeert na bijna acht uur debatteren de verwachtingen van de oppositie iets te temperen. Er zijn in de voorgaande uren al tal van voorstellen gedaan om de begroting aan te passen: van het afschaffen van de verhuurderheffing (kosten: circa 1,4 miljard) tot het dichten van de loonkloof tussen primair en secundair onderwijs (circa 900 miljoen) en extra geld voor de zorgsalarissen (600 miljoen). ‘Ik ga niet bij het kruisje tekenen’, zegt Heerma na aandringen vanuit de Kamer. ‘Het is makkelijk om consensus te vinden over waar we geld aan uitgeven, het is veel moeilijker om ook overeenstemming te bereiken over hoe we de rekening gaan ­betalen.’

VVD en D66 hebben zich meer omfloerst geuit. ‘Uiteraard’ staan zij open voor goede voorstellen uit de Kamer, ‘natuurlijk’ kan de begroting nog aangepast worden, het is juist belangrijk om ‘samen stappen te zetten’. Jetten noemt het de kern van het hele debat: ‘Lukt het ons toch nog in dit gefragmenteerde landschap de goede dingen te doen voor Nederland?’

Toch lijkt de ruimte beperkt. Volgens ChristenUnie-leider Segers kan er niet even snel op ‘de achterkant van een bierviltje’ een nieuwe begroting worden gemaakt. Ook Jetten laat steeds weer doorschemeren dat de echte grote verschuivingen bij de ­formatie moeten plaatsvinden.

‘Ik weet niet helemaal wat ik meemaak’, hoont Klaver. ‘Er wordt hier ­iedere keer gezegd: dit gaan we in de formatie regelen. Welke formatie? Die is er nu niet. Dat betekent dat het nu hier in het parlement moet gebeuren. Dat is wel zo verfrissend, ­volstrekt in het openbaar.’

Aan GroenLinks, PvdA en SP ligt het niet. De drie linkse partijen hebben een lijst met wensen opgesteld die op basis van de verkiezingsprogramma’s op voldoende steun moeten kunnen rekenen. ‘Er is gewoon een politieke meerderheid voor’, zegt SP-leider ­Liliane Marijnissen meerdere keren. ‘We kunnen dat nu regelen.’

Zo verfrissend wil niet iedereen te werk gaan. De linkse partijen stellen als dekking onder meer een verhoging van de vennootschapsbelasting voor, maar VVD, CDA en D66 lijken terug te schrikken om nu al buiten een formatie dergelijke stappen te zetten. Het enige geld dat woensdag echt beschikbaar komt, is de circa 900 miljoen euro die overblijft omdat de zogenoemde BIK-regeling voor het bedrijfsleven niet doorgaat.

Zelfs voor een volledige afschaffing van de verhuurderheffing is dat niet genoeg, laat staan voor alle wensen uit de Kamer. ‘Het is nooit genoeg’, zegt ChristenUnie-leider Segers. ‘Maar soms is iets doen beter dan niets doen.’

PvdA-leider Ploumen is minder mild. Ze hekelt de ‘onwelwillendheid’ van de VVD en waarschuwt alvast dat een minderheidskabinet niet op haar steun hoeft te rekenen. ‘Ik laat me niet voor een appel en een ei in een gedoogconstructie rommelen.’

Premier Rutte hoopt dat de Algemene Politieke Beschouwingen tot ‘een verbetering van de sfeer’ gaan leiden. Hij heeft donderdag nog wat werk te verrichten.

*Omdat Rutte vermoedelijk – want tot heden onbewijsbaar zonder wetenschappelijke onderzoek – de kwaaie pier is in dit proces, mag hij zich nu voorbereiden op een nieuwe rol als grote ‘compromissenmaker’, vanuit zijn uitspraak dat de grootte partij ook de grootste concessies dient aan te reiken..  

https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2021/vvd-wil-verder-maar-oud-zeer-en-scepsis-blijven~v450576/

De nieuwe VVD-leider is opgestaan na een schitterend debuut Algemene Beschouwingen @nu @mns

Tags

Druk op VVD vanuit Kamer om verhuurderheffing helemaal te schrappen (Edo van der Goot, 22-9-21)

© Aangeboden door NU.nl

PvdA, GroenLinks, SP en ChristenUnie dringen er bij de VVD op aan om de verhuurderheffing, een extra belasting voor woningcorporaties, in één keer af te schaffen. Dat moet de corporaties meer financiële ruimte geven zodat er meer huizen gebouwd kunnen worden om de woningnood aan te pakken.

“Ik ben bereid te kijken naar maatregelen die helpen om meer woningen te bouwen”, zei VVD-Kamerlid Sophie Hermans woensdag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen waarbij de kabinetsplannen voor volgend jaar worden besproken.

“Ik hoor en zie dat de verhuurderheffing een belemmering is. Ik ben bereid de verhuurderheffing daarin te betrekken”, aldus Hermans.

PvdA, GroenLinks en SP willen de heffing, die de schatkist ieder jaar zo’n 2 miljard euro oplevert, per direct schrappen. De kosten moeten worden betaald via hogere belastingen voor multinationals.

Het CDA wil de verhuurderheffing, die door het kabinet al ieder jaar in stukjes wordt verlaagd, “substantieel” verlagen.

In Den Haag klinkt al langer de roep om de heffing helemaal te schrappen. Die roep wordt met de toegenomen woningnood vanwege het beperkte nieuwe aanbod en de stijgende huizenprijzen steeds luider.

VVD peilt mogelijkheden bij andere partijen

VVD’er Hermans had met goedkeuring van D66 en CDA, de drie partijen die een formatiepoging doen, contact gezocht met PvdA, GroenLinks en ChristenUnie om over de kabinetsplannen te praten. Er zijn mogelijkheden om de begroting voor volgend jaar nog aan te passen met eigen wensen, maar de middelen zijn met een kleine miljard euro beperkt.

*De spreekbeurt in eerste termijn van Hermans heeft de naam van Sophie Hermans gevestigd en nu lijkt de voorspelling van Rutte dat binnenkort de formatie kan beginnen, gerealiseerd.  

Partijleiders Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) wilden het alleen niet achter gesloten deuren op een akkoordje gooien. Onderhandelen moet tijdens het debat in de openbaarheid, vinden ze.

Zodoende liet Hermans weten dat er met de VVD valt te praten over aanpassingen in de begroting. “Ik wil de samenwerking zoeken. Ik wil een handreiking doen.”

Maar Hermans botste alsnog met de drie linkse partijen. De VVD’er het had over “een stap” zetten “om de druk van de ketel te halen”. Het in één keer schrappen van de verhuurderheffing vond ze te gortig. Zoveel geld is er niet beschikbaar, vindt de VVD.

Ploumen reageerde teleurgesteld. “Daarmee lossen we de woningcrisis niet op.” Volgens SP-leider Lilian Marijnissen is er in de Kamer sowieso al een meerderheid om de verhuurderheffing af te schaffen. “Het heeft helemaal geen zin om hierover door te discussiëren. Het is aan de Kamer.”

Kabinet geeft extra geld uit aan klimaat

Op Prinsjesdag werden de kabinetsplannen voor volgend jaar gepresenteerd. Zoals gebruikelijk voor een demissionair kabinet zaten daar geen grote beleidswijzigingen in.

Wel gaat er extra geld naar klimaatmaatregelen (bijna 7 miljard euro voor de komende jaren) omdat de overheid aan de Urgenda-uitspraak moet voldoen. Ook wordt de portemonnee getrokken voor de woningbouw (1 miljard voor de komende tien jaar) en de strijd tegen criminaliteit (bijna 0,5 miljard per jaar).

Maar er liggen nog genoeg onderwerpen die schreeuwen om aandacht. Zo is het toegezegde geld voor de woningmarkt lang niet genoeg, moeten er oplossingen komen voor het stikstofprobleem en is er beleid nodig tegen de groeiende ongelijkheid. Demissionair premier Mark Rutte liet dinsdag al weten dat hij op steun hoopt uit “het brede politieke midden”.

https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/overig/druk-op-vvd-vanuit-kamer-om-verhuurderheffing-helemaal-te-schrappen/ar-AAOHie5