Tags

‘Het is tijd om afscheid te nemen van de term rentmeesterschap’ (Sjoerd Mulder, Theologisch elftal/religie & filosofie, Katern de Verdieping/Trouw, 9-9-22

In het Theologisch elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee theologen uit een poule van elf. Vandaag: Moeten we wel proberen goede rentmeesters te zijn?

*Wat sinds de naoorlogse wederopbouw én Marshallplan werd opgezet als ideaal van nooit meer honger vanwege de wereldwijde honger veroorzaakt door WO2 was logisch en legitiem, maar nadat de moderne landbouwstructuur gereed was, heeft het ‘economisme’ – om Klaver te citeren – ofwel economische concurrentie en winstbejag genadeloos toegeslagen en dus heeft het eenzijdige economisch beleid het rentmeesterschap om zeep geholpen.

Geen boer kan immers uitleggen wat dat rentmeesterschap in essentie betekent. Daarom wordt het tijd hun aanmatigende toon te dempen want anders verwordt het boerenerfgoed tot populisme in optima forma, zoals bij de radicale FDF al geruime tijd hoor- en zichtbaar is. Zij hebben de slag al verloren. En nu wordt de slag geleverd in het parlement omdat daar de PvdD als enige de juiste visie op het rentmeesterschap kan verwoorden en dus de hele rest van de Tweede Kamer het nakijken heeft. Daarom is die ‘massa’ van de parlementaire meerderheid even dom bezig als die populisten op hun tractoren. Het publieke vertrouwen ‘terugwinnen’ wordt op die manier een onmogelijke missie. Eerst moet er visie worden ontwikkeld en daarna de rest om gezagsdrager te worden dat overal ontbreekt.

‘Door de stikstofuitstoot van de intensieve landbouw is de soortenrijkdom in Nederland drastisch afgenomen. Vorige week vrijdag somde ecoloog Patrick Jansen in zijn column in deze krant nog eens op waarom dat erg is. Daarbij stelde hij: “Verlies van soortenrijkdom getuigt van slecht rentmeesterschap, en slecht rentmeesterschap maakt ons tot slechte voorouders van degenen die na ons komen.”

Het is een sympathieke voorstelling van zaken. Tegelijkertijd moeten we constateren dat met de term ‘rentmeesterschap’ de mens nog steeds op een voetstuk wordt geplaatst. En is het niet precies die manier van denken waarmee we onszelf jarenlang het recht hebben toegekend om de natuur uit te buiten? Zou het mogelijk zijn om naar een andere verhouding tot de natuur te komen? En kan de theologie daarbij helpen?

Alain Verheij, theoloog en schrijver: “Bij het begrip ‘rentmeesterschap’ wordt vaak verwezen naar het scheppingsverhaal in het bijbelboek Genesis. Volgens dat verhaal schiep God de aarde en hemel in zeven dagen. De crux van het verhaal is dat al die natuurfenomenen – de zon, de maan, maar ook bomen en dieren – geen goden zijn maar gewoon schepselen. Er is maar één God, en we hoeven dus voor al die natuurfenomenen niet langer te buigen. Vervolgens krijgt de mens de opdracht om die natuur te gaan beheren.

Dit scheppingsverhaal speelt een rol in een groot deel van de wereldreligies, en daarmee heeft het veel alternatieve verhalen over de omgang met de natuur verdrongen.

“Ik wil de schuld niet helemaal bij dit verhaal leggen”, zegt Verheij. “Maar het heeft er wel toe geleid dat we onszelf en de natuur nu niet meer zien als een heilig, holistisch geheel waar allerlei goden en geesten inwonen. De natuur is in zijn geheel door één God gemaakt, en de mens is de beheerder daarvan. In feite is de mens zich hierdoor als een god over de natuur gedragen. Niet voor niets is zo ongeveer het eerste dat de missionarissen hier in Nederland deden: bomen omhakken. Heilige eiken bleken opeens gewone bomen.”

Janneke Stegeman, bijbelwetenschapper en publiek theoloog: “Je kunt het verhaal natuurlijk ook anders lezen. Je hebt gelijk dat er in Genesis sprake is van het onttoveren van de wereld. De zon is geen godheid, maar onderdeel van de schepping. Tegelijk: wij zijn ook schepselen. De schepping is nog steeds bezield en bijzonder, gewild door God.”

Verheij: “Je hebt gelijk, er zijn ook andere lezingen mogelijk van het Genesisverhaal, en het is belangrijk om dat ook te noemen. Om te beginnen zijn er theologen die zeggen dat het woord voor ‘beheren’ eigenlijk helemaal geen ‘uitbuiting’ betekent, maar relationeel is. En inderdaad, in het verhaal krijgt de mens ook de opdracht om de dieren een naam te geven.

“Dat heeft iets heel liefdevols en harmonieus. Het is ook mooi om te zien hoe het scheppingsverhaal spreekt over biodiversiteit: de schepping wemelt, krioelt, wordt talrijk, vermenigvuldigt zich. En God zag dat het goed was. Daar wordt de schepping niet bekeken vanuit economisch nut: het wemelen, het leven dat krioelt, dat is op zichzelf al goed en intrinsiek waardevol.”

Stegeman: “De mens is verheven boven de natuur. Precies dat klinkt door in die notie van de rentmeester. Een rentmeester is iemand die namens een ander zorg draagt voor een bepaald terrein. Hij zorgt ervoor dat het economisch iets opbrengt. Maar een rentmeester is zelf geen onderdeel van wat hij beheert. Precies daarin schuilt het problematische van die term: het plaatst de mens op afstand van de schepping. Maar wij mensen zijn wél onderdeel van die schepping.

“Kolonialisme heeft die hiërarchische verhouding nog versterkt waarin we onszelf in relatie tot de rest van de schepping plaatsen. In koloniaal perspectief is de hele wereld een wingewest. Andere werelddelen, de natuur: dat zijn plekken waar we geen onderdeel van zijn, maar die we onder ons beheer moeten brengen, ‘beschaven’, kunnen uitbuiten. Wat mij betreft kunnen we die term ‘rentmeesterschap’ beter achter ons laten.”

Verheij: “Toch is het een historisch feit dat we ons boven de schepping hebben geplaatst. Dat is niet zomaar meer te herstellen door weer dichtbij de natuur te gaan leven. We zijn slechte rentmeesters geweest, dat is waar. Maar we zijn nu eenmaal actief op deze planeet, we stoten veel uit, enzovoorts. Om dat te herstellen moeten we ook actief weer stappen nemen. We moeten niet nietsdoen. Bescheidenheid had vele eeuwen geleden al moeten plaatsvinden, nu is het daar te laat voor.

“Ik ben een echte Marvel-fan. In die filmwereld zeggen de superhelden steeds: ‘With great power comes great responsibility’. En dat geloof ik ook, dat macht een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Nee, we hadden onszelf niet boven de natuur moeten plaatsen. Maar nu we die rol toch op ons hebben genomen, moeten we die rol van rentmeester maar vasthouden en proberen onze technologieën in te zetten voor het behoud van die schepping waar we op zo grote afstand van zijn komen te staan.”

Stegeman: “Staan wij op afstand van de schepping? Dat denken we misschien, maar dat is ook een illusie. Ik zie schepping als iets dat nog steeds doorgaat, als een proces waar wij zelf aan deelnemen met onze creativiteit. Onze invloed op de schepping is soms groot, en vaak kwalijk. Maar we zijn er nog steeds deel van. Ik geloof ook dat we naar technologische oplossingen moeten zoeken voor de grote problemen die we hebben veroorzaakt. Maar als we dat opnieuw doen vanuit het perspectief dat wij bovenaan de hiërarchie staan, slaan we de plank weer mis.” Even onderbreekt ze haar woorden als er een vliegtuig laag overkomt.

“Laten we dus minder antropocentrisch naar techniek kijken. En laten we de notie van rentmeesterschap inruilen voor de notie van creatieve deelnemer: wij mensen zijn geen heersers over de schepping, maar onderdeel van een creatief proces waar wij, met al onze technische mogelijkheden, positief of negatief aan kunnen bijdragen.”

Het westerse christendom als hoofdschuldige aan de klimaatcrisis

We geven misschien de wetenschap of de techniek de schuld van de milieucrisis, maar volgens historicus Lynn White moeten we naar het christendom kijken. Dat is de kern van zijn artikel The Historic Roots of Our Ecologic Crisis in Science in 1967.

In dit beroemde artikel noemt hij het westerse christendom ‘de meest antropocentrische religie is die er bestaat’. Het betoogt immers dat de mens naar Gods beeld is geschapen en de natuur mag onderwerpen.

Volgens White heeft ontkerkelijking dat niet veranderd: “Onze dagelijkse gewoonten worden nog steeds gedomineerd door een impliciet geloof in voortdurende vooruitgang, dat geworteld is in, en wordt verdedigd door joods- christelijke theologie.”

Op White’s analyse kwam veel kritiek, maar dankzij zijn artikel dat er meer aandacht kwam voor de rol van impliciete religieuze voorstellingen in onze moderne houding tot de natuur. Volgens sommigen inspireerde het paus Franciscus tot zijn encycliek Laudato Si.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1658/articles/1657627/32/2

Advertisement