Tags

3 juni 2022, column J.Th.J. van den Berg

Op 13 mei heeft Ernst Hirsch Ballin officieel afscheid genomen van de universiteit. Zijn laatste rede hield hij als universiteitshoogleraar in Tilburg. Als bekend heeft hij het hoogleraarschap, in 1981 begonnen, twee keer onderbroken om minister van Justitie te worden: van 1989 tot 1994 (Lubbers III) en van 2007 tot 2010 (Balkenende IV).

Niet toevallig ging zijn afscheid van de academie gepaard met een nieuw en buitengewoon interessant boek over het karakter van het constitutionele recht, ‘Waakzaam burgerschap’1). Hirsch Ballin behoort tot de weinigen in zijn vak die blijk geven van wat in de sociale wetenschappen ‘sociological imagination’ wordt genoemd: de verbeeldingskracht verbanden te zien die niet eerder zo waren gelegd. Iets daarvan was ook wel bij de minister te zien: hij kon inventieve oplossingen voor maatschappelijke problemen bedenken. Zijn beperkingen lagen bij zijn bestuurlijke gaven. In zijn tweede ministeriële periode ging het overigens beter dan tijdens het kabinet-Lubbers III.

Wie met de ideeën van Hirsch Ballin wil kennismaken en aan studie van zijn boek niet toekomt, kan terecht in een uitstekend interview met hem in de Volkskrant van 14 mei door Ariejan Korteweg2). Daar laat hij zien dat hij het bereik van mensenrechten veel ruimer wil definiëren dan alleen de vraag naar de vrijheid van meningsuiting en andere bekende vrijheidsrechten. Hij stelt de vraag wat die waard zijn als de bereidheid de aarde niet te verwoesten en in mensenrechten ook toekomstige generaties te betrekken ontbreekt. Hij trekt de problemen van duurzame ontwikkeling het terrein binnen van de mensenrechten en doet dat vervolgens ook met het ‘onderwijs, kinderrechten, migratie en mensen met een handicap’. In het boek zegt hij: ‘Het gaat bij mensenrechten ook om de toekomstperspectieven voor de mensheid, individueel en gezamenlijk, en de aarde waarop zij leeft’. Hij ziet die tegelijk als ‘idealen van de rechtsstaat’.

Met die idealen kan men het moeilijk oneens zijn. Er is bovendien alle reden om te geloven dat deze idealen ook juridisch relevant zijn: hoe formuleer je effectieve rechtsregels om de aarde te bewaren en om te waarborgen dat ieder in aanmerking komt voor passend onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting? Daar zijn wetten voor nodig en een beleid dat die idealen naderbij brengt. Werk aan de winkel dus voor regering en parlement en ondersteunende ambtenaren; werk aan de winkel bovendien voor degenen die deze wetten en het beleid moeten uitvoeren. Tot zover is het niet moeilijk het met Hirsch Ballin eens te zijn. Al zegt dat nog niet zo veel over de vorm die het daarvoor vereiste recht moet aannemen.

Het woord ‘mensenrechten’ suggereert echter nog iets meer dan zorg van democratische politieke organen. Die veronderstellen ook een eigen rol voor de rechter. Waarom zouden wij het anders over mensenrechten hebben, wat een veel specifieker begrip is dan ‘politieke idealen’. Mensenrechten veronderstellen een kader dat het de rechter mogelijk maakt over de juistheid van het beleid bindende uitspraken te doen, zoals de Hoge Raad nog niet zo lang geleden heeft gedaan in het befaamd geworden ‘Urgenda-arrest’. Daar begint de schoen toch te wringen, temeer omdat Hirsch Ballin de gedachte afwijst dat de rechter een ‘politieke actor’ is. Mensenrechten bewegen zich dan kennelijk buiten het terrein van de vrije politieke beslissing; of stijgen misschien wel ‘boven politieke besluiten uit’, zoals juristen willen doen geloven.

Ook als het gaat om politieke besluitvorming is er een rol voor de rechter, maar onderworpen aan kaders geschapen door de wetgever. Een beroep op mensenrechten – zo laat ook het Urgenda-arrest zien – schept echter de ruimte zich naast en zelfs tegenover de wetgever te plaatsen. Maar, dan is het misschien toch wijzer niet alles het terrein van de mensenrechten in ‘te hamsteren’, omdat de rechter dan onvermijdelijk beleid moet formuleren, wat hij niet kan en ook eigenlijk niet mag.

Als de rechter gaat doen wat Hirsch Ballin hem toestaat, wordt hij een politieke actor en worden mensenrechten een politieke ideologie. Of dat een wijze uitbreiding van het bereik van de mensenrechten betekent? Er is zelfs een gerede kans dat daarmee het populisme wordt gevoed waartegen Hirsch Ballin zich, zowel in het interview als in zijn boek, zo radicaal verzet. Dat kan nooit zijn bedoeling zijn.

Noten:

1) Ernst Hirsch Ballin, Waakzaam burgerschap. Vertrouwen in democratie en rechtsstaat herwinnen, Amsterdam: Querido Facto 2022. Het weergegeven citaat uit zijn boek staat op p. 23.

2) Ariejan Korteweg, ‘Optimistisch over de democratische rechtsstaat’, in: de Volkskrant, 14 mei 2022, 22- 25.

https://www.parlement.com/id/vltd9edlcose/het_bereik_van_mensenrechten

Advertisement