Tags

(Den Haag deze week/fd, 1 feb. 22)

Deze week komt zorgminister Ernst Kuipers met zijn beloofde brief over hoe het de rest van de winter verder moet met de coronabestrijding. Dinsdag doet de Tweede Kamer alvast een schot voor de boeg tijdens een debat over de kabinetsaanpak.

Zo komt GroenLinks met een amendement op de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm), dat ervoor moet zorgen dat het parlement als eerste beslist of de wet verlengd mag worden. Tot dusver is de verlenging van telkens drie maanden altijd per koninklijk besluit doorgevoerd, en pas achteraf aan Tweede en Eerste Kamer voorgelegd.

Het GroenLinks-amendement ligt dinsdag voor, wanneer Tweede Kamerleden beslissen of zij het eens zijn met een vierde verlenging van de wet. Die parlementaire goedkeuring stond tot voor kort als hamerstuk op de agenda, maar werd eind vorige week plots alsnog ‘onthamerd’.

De Kamerbehandeling komt rijkelijk laat: de bewuste verlenging is immers al sinds 1 december van kracht en loopt tot 1 maart. Het benodigde wetsvoorstel kreeg in november een positief advies van de Raad van State waarna het koninklijk besluit rap volgde.

Bij de derde verlenging, die liep van 1 september tot 1 december, ging het net zo. Die kreeg pas op 30 november een fiat vanuit de Eerste Kamer, welgeteld één dag voordat die zou aflopen. Voor parlementariërs is de maat vol.

Tijdens het debat over de coronaversoepelingen vorige week namen Tweede Kamerleden unaniem een SP-motie aan die het kabinet oproept waar mogelijk het debat te voeren over geplande coronaregels voordat die ingaan. Vervolgens pakte onafhankelijk Kamerlid Pieter Omtzigt door met zijn verzoek om toch nog over de Twm-verlenging te debatteren. En komt GroenLinks nu met zijn amendement.

‘Het gaat hier over fundamentele grondrechten’, verwoordt Omtzigt het ongenoegen van veel partijen. ‘De regering regeert nu alsof er sprake is van een acute gezondheidscrisis, waarin je eerst handelt en dan het parlement informeert. Dat was in het begin zo, maar dat kun je na twee jaar niet meer volhouden. Hoe langer dit duurt, hoe meer het begint te wringen.’

Daarom moet er een fundamenteel debat komen over de noodzaak van de coronarestricties en de verplichting tot het tonen van een coronatoegangsbewijs (CTB) in verschillende uitgaanssituaties. Die beperkingen moeten op zijn minst grondwettelijk worden getoetst, vindt Omtzigt. ‘Dan kun je in de afweging verschillen, maar het kabinet lijkt niet eens in te zien dat dat nodig is.’

De afweging is volgens hem ook heel anders dan in de begindagen van de pandemie. Al blijft de zorgvraag hoog, de ic’s liggen niet meer vol. Daarnaast laat onderzoek in opdracht van het ministerie zien dat de inzet van coronatoegangsbewijzen nauwelijks werkt.

Wat ook steekt is het besluit van het kabinet om de geldigheidsduur van het CTB in te korten. Tot grote ontsteltenis van veel oppositiepartijen wil zorgminister Ernst Kuipers per ministeriële regeling de duur van een coronapas op basis van twee vaccinaties tot 270 dagen beperken en de geldigheid van een herstelbewijs inkorten van 360 naar 180 dagen, in lijn met de Europese voorschriften. Die aanpassing had per 1 februari moeten ingaan. Maar na een veelvoud aan Kamervragen heeft Kuipers de inwerkingtreding tot ten minste 4 februari uitgesteld.

Volgens Omtzigt kan Nederland een eigen termijn aanhouden en had de regering dit per wet moeten regelen. Nog geen drie maanden geleden heeft de Kamer op advies van het OMT gestemd voor verlenging van de geldigheidsduur van het Nederlandse coronaherstelbewijs, memoreert hij. ‘Dat wordt nu met een pennenstreep tenietgedaan.’

*Wie er gelijk heeft mag het zeggen.

https://fd.nl/politiek/1428731/kamer-steeds-kritischer-op-kabinetsaanpak-corona-gab2cayLygJC

Advertisement