Kunnen robots lezen?

Tags

Kunstmatige intelligentie versus het menselijk hart

Momenteel staan wij, mensen, bovenaan in de hiërarchie. Maar voor hoe lang nog? In rap tempo wordt er een onvoorspelbare tegenstrever ontwikkeld die we naar alle waarschijnlijkheid niet zullen kunnen beheersen.
Hoe kan er over de verwachting ‘naar alle waarschijnlijkheid’ worden gesproken als we nog niets over het wezen van kunstmatige intelligentie weten?
door Jeanette Winterson, beeld Jan Rothuizen, De Groene Amsterdammer, 22 november 2017

We kennen het allemaal wel: zo’n moment waarop je, zowel op cognitief als op fysiek niveau, pure vreugde ervaart. Een vreugde die lijkt voort te komen uit het feit dat je je echt mens voelt. Het kan muziek zijn. Het kan de adrenalinekick zijn na het hardlopen, na een eind fietsen of na een duik in koud water. Het kan de ondergaande zon zijn. Een kus op een brug. Het kan zijn dat je iets leest dat je doet opspringen van enthousiasme. Het is verbondenheid – met sterren, met vissen, met elkaar, met onszelf, met het leven.

Het heeft iets religieus – en dat is het ook, in die zin dat religie een stelsel is van gebruiken die van ons verlangen dat we het stoffelijke overstijgen. God of geen God, er zijn van die momenten waarop het gevoel echt mens te zijn, het gevoel echt te leven, gepaard gaat met een gevoel dat je meer bent dan een mens, dat het leven meer is dan een stoffelijke, biologische, willekeurige verzameling atomen.

Kan er sprake zijn van ‘overstijgen’ als het gaat om een menselijk product als een computer van aluminium of staal, plastic en enige edelmetalen?

Soms vragen we ons af hoe we kunnen sterven als onze geest zo sterk is, als ons voorstellingsvermogen zo groot is. Wie ooit een dood lichaam heeft gezien weet hoe schokkend dat is. Je ziet het lichaam – maar waar is het leven gebleven?
Het levende dat we kenden, dat ons dierbaar was en dat we begrepen.

De vraag is of ‘we’ het ‘levende’ hebben begrepen?

Het is niet verwonderlijk dat we een hiernamaals hebben bedacht, een hemel voor onszelf en een hel voor anderen. Het is niet verwonderlijk dat leven-na-de-dood-religies nog altijd zoveel invloed hebben. Zelfs voor niet-gelovigen, die ervan overtuigd zijn dat het leven ophoudt bij de fysieke dood, is het moeilijk te bevatten dat alles wat wij zijn zomaar zou verdwijnen. Na alles wat we hebben geleerd en uitgerekend als we misschien eindelijk wat wijzer zijn, wat milder, vallen we dood neer.

Wat is dat voor systeem? Het is een systeem waaraan momenteel hard wordt gewerkt. Een systeem dat consequenties heeft die we niet kunnen overzien. De verandering die op komst is, zal de meest ingrijpende worden in de geschiedenis van de mens – vergelijkbaar met het ontstaan van de homo sapiens. Veel groter dan de industriële revolutie en ingrijpender dan alles wat we tot nog toe hebben meegemaakt in de digitale wereld waarin we momenteel leven.

Wat een wilde gissingen allemaal en dat omdat we voor raadsels staan als wat kunstmatige intelligentie werkelijk is!

Dertig jaar geleden heb ik De passie geschreven. In die roman staat de volgende zin: ‘Wat je op het spel zet, laat zien wat je waarden zijn.’ Goed dan, wat zetten we op het spel? Wat zijn onze waarden? We weten dat we bereid zijn de toekomst van de aarde op het spel te zetten, wat laat zien dat we weinig waarde hechten aan de diepblauwe planeet die we bevolken. We weten dat we geen waarde hechten aan een mensenleven. Hoeveel oorlogen moeten er nog volgen, hoeveel hongersnoden, droogten, fabrieksbranden, onbetaalbare medicijnen, ondermaatse huisvesting, werkloosheid – kortom: alles wat we bereid zijn op het spel te zetten, ten koste van anderen, uit een zucht naar macht en geld?

***

Maar inmiddels speelt er iets anders – waarover we lezen als ‘verregaande automatisering’ – robotica – waardoor allerlei banen verloren zullen gaan. En zo langzamerhand beginnen we ons af te vragen wat mensen de hele dag moeten doen als ze geen werk hebben, en hoe het kapitalisme zelf zal functioneren als we alles kunnen produceren wat we maar willen, maar er geen geld is om het aan te schaffen. Er wordt inmiddels gepraat over de noodzaak van een universeel basisinkomen, over het feit dat we de betekenis van werken moeten herdefiniëren – evenals de betekenis van beloning. Sterker nog, we zullen moeten herdefiniëren wat we verstaan onder betekenis, want mensen lijken het prettig te vinden om werk te hebben – zolang het geen onzinnig werk is.

We zijn ons er dus van bewust dat er meer robots zullen komen. En we zijn ons ervan bewust dat dit een aardverschuiving betekent binnen ons economisch bestel. We praten al tegen ‘Siri’ op ons mobieltje, en tegen ‘Alexa’ in de keuken, en telkens wanneer we googelen communiceren we met kunstmatige intelligentie. We hebben een vaag besef van het internet der dingen, en we hebben allemaal films gezien als Her, waarin je een verhouding kunt beginnen met een besturingssysteem, of Terminator T-1000, waarin de toekomst van de mensheid wordt beslecht in de strijd tussen een op hol geslagen computer en Arnold Schwarzenegger.

Sci-Fi is nu wifi. Het onmogelijke zit al in ons huis en onze handtas. Een iPad anno 2017 is net zo snel als de Cray supercomputer uit 1985. Een computer is een instrument. Een algoritme is een instrument. Het internet is een instrument. Wat zal er gebeuren wanneer we niet langer instrumenten maken maar een autonome, intelligente levensvorm het licht doen zien?

Er wordt nooit de vraag gesteld of dat überhaupt mogelijk is wat hier wordt gesuggereerd of beweerd: het zelf scheppen van intelligente levensvormen!

Momenteel staan wij, mensen, vooraan in de voedselketen, bovenaan in de hiërarchie. We hebben geen tegenstrevers. Dus gaan we een tegenstrever ontwikkelen die al onze waarden zal tarten – en ditmaal zetten we niet de toekomst op het spel van alle andere diersoorten, van het milieu en van de aarde, maar van de mensheid zelf – ik heb het over de mensheid, niet over mensen. Waar het hier over gaat, is wat de mens tot mens maakt. We zijn bereid de aarde te delen – in ieder geval voor korte tijd – met een vorm van intelligentie die we naar alle waarschijnlijkheid niet kunnen beheersen. Ik citeer Stephen Hawking over kunstmatige intelligentie: ‘In tegenstelling tot ons brein verdubbelen computers hun prestaties elke anderhalf jaar – er bestaat dus een reëel gevaar dat computers zelfstandig intelligentie zullen ontwikkelen en de wereld zullen overnemen.’

Wat je op het spel zet, laat zien wat je waarden zijn…
Nick Bostrom, de schrijver van Super-intelligence, staat aan het hoofd van het nogal sciencefiction-achtig klinkende Future of Humanity Institute van University of Oxford. Bostrom is ethicus en hij spreekt waarschuwende woorden over wat we momenteel aan het doen zijn – en met name over de manier waarop we kunstmatige intelligentie een menselijk aanzien geven. Dat doen we omdat het voor ons de enige manier is om ermee om te gaan: we vinden het prettig om tegen ‘Siri’ te praten, of tegen ‘Alexa’, of om te spelen met een schattige Japanse robot die naar ons zwaait en die eruitziet als een Disney-figuurtje, of als een versie van onszelf.

Kunstmatige intelligentie zal nooit met het verkeerde been uit bed stappen, zal niet irrationeel handelen, zal niet sterfelijk zijn
Maar kunstmatige intelligentie zal geen versie van onszelf zijn. Kunstmatige intelligentie zal nooit met het verkeerde been uit bed stappen, zal niet irrationeel handelen, zal niet sterfelijk zijn – dat is een belangrijke. Kunstmatige intelligentie kan het zonder lichaam stellen, al zullen robots wel een lichaam hebben. Kunstmatige intelligentie kan het stellen zonder liefde en genegenheid en zal zich niet van de wijs laten brengen door liefde, genegenheid, familiebanden of loyaliteit – al vallen sommige van die dingen misschien – misschien – wel te programmeren. Maar waar het om gaat is dat een autonome kunstmatige intelligentie haar eigen programma’s zal herschrijven, zal reflecteren op haar eigen drijfveren, en uiteindelijk zal besluiten waar zij bij gebaat is, wat niet hetzelfde hoeft te zijn als waar wij bij gebaat zijn.
Dat kan op hol geslagen fantasie worden genoemd.

Bedenk goed dat intelligentie zich kenmerkt door onvoorspelbaarheid. Het is nu al zo dat wetenschappers wel weten dát het werkt, maar niet precies hóe het werkt. Dat wordt de ‘black-box-theorie’ genoemd. Je weet wat je erin hebt gestopt en je ziet wat eruit komt – maar wat er binnenin gebeurt, wordt niet helemaal begrepen.

***

Als we zelfbewuste systemen ontwerpen die zichzelf verbeteren, weten we niet hoe de wisselwerking tussen ons en die systemen zal verlopen. Dit spel kent optimisten – zoals Ray Kurzweil, de profeet en de leidsman van ‘kom maar op met die apparaten’, de schrijver van De singulariteit is nabij. Singulariteit staat dan voor het moment waarop we onomkeerbaar afscheid hebben genomen van het leven zoals wij dat kennen, een leven waarin koolstof van cruciaal belang is. Kurzweils droom is om te versmelten met computers, om aan onszelf te knutselen met behulp van computertechnologie, om oplossingen te vinden voor onze problemen en af te rekenen met de fysieke dood – wellicht door een individueel bewustzijn te uploaden in dragers die minder kwetsbaar zijn, en minder tijdelijk, dan ons menselijk lichaam.

‘Zelfbewuste systemen ontwerpen’ kunnen dus niet ontworpen worden al wil de wetenschap daar nog niet van weten omdat het onderdeel behoort te worden van het bewijs van menselijke superioriteit.

Als wij die computers zíjn, zo betoogt Kurzweil, dan zullen we niet vijandig staan tegenover onszelf. Hij is ook van mening dat intelligentie die niet door de mens is gevormd en die niet in een lichaam is gevat toch onze normen en waarden zal delen, dezelfde doelen zal nastreven als wij, zich achter onze gedeelde ambities zal scharen. Kurzweil heeft veel volgelingen – voornamelijk jonge, alleenstaande mannen – die hem zien als een soort sekteleider, en ik moet zeggen dat de religieuze onderstroom – is het eigenlijk wel een onderstroom? – van de kunstmatige-intelligentie-optimisten herinneringen oproept aan mijn jeugdjaren bij de evangelisten. Er wacht ons een beter leven! De dood zal niet langer bestaan! Ons lichaam is niet ons huis! We zijn meer dan vlees en bloed! De redding is nabij!

Wat we niet kennen en wat we niet kunnen beheersen in ons nietige menselijke bestaan zal worden gekend en beheerst door de nieuwe god die wij in het leven roepen: kunstmatige intelligentie. Als een reusachtige Google: vraag en u zult antwoord krijgen. We zullen de vraag niet eens hoeven intikken; we zullen het antwoord vernemen via elektronica in ons hoofd – als een gebed – en de zachte, ingetogen stem zal me zeggen wat het juiste is. Maar we hebben het hier niet over een sekte in Californië – dit vindt plaats in het hier en nu, bij Google, dat onlangs Kurzweil in dienst heeft genomen. Het vindt plaats over de hele wereld, en er is veel geld mee gemoeid. We willen God opnieuw scheppen. We missen hem duidelijk.

Of willen we zelf die scheppende god worden, die doet wat wij willen?
Superintelligentie zal geen behoefte hebben aan een lichaam – ze zal, net als de goden, de hybride gedaante aannemen van een mens, of die van een robot, klein of groot, of willekeurig welke vorm of gedaante. Dat doet me denken aan religies die evolueerden door een verbod op afgodsbeelden, door het abstracte karakter van God te benadrukken – geen afgodsbeelden in het jodendom, het christendom of de islam. God spreekt vanuit het brandende braambos of de zuil van licht – hij is ondoorgrondelijk, onkenbaar – maar hij houdt van ons, of dat wordt in ieder geval beweerd, en voor christenen was de incarnatie een manier om ons duidelijk te maken dat het lichaam bijzaak is – dat bewustzijn niet hoeft te zijn verankerd in een fysieke gedaante.

Religies beschouwen het lichaam als een gevangenis en de wereld als een schaduw van de realiteit. We ervaren de essentie van ons wezen niet via onze zintuigen, maar via onze geest – een geest die ons ontvankelijk maakt voor God. Daaronder verstaan we dan een veel hogere macht die het kan stellen zonder eten en drinken en seks, die zich niet hoeft voort te planten en niet hoeft te sterven.
Zo staan de zaken er nu voor: we geloven niet langer in een dergelijke god in de hemel, maar we verlangen wel naar alles wat een hemelgod biedt, namelijk ongeëvenaarde wijsheid om ons de weg te wijzen in het bestaan; een oplossing voor de puinhoop die de mens veroorzaakt; loskomen van een lichaam dat in verval raakt en sterft. We zullen jong, mooi en rijk zijn en het eeuwige leven hebben. Daar zal de god die wij scheppen voor zorgen.

Maar wat nou als mijn God sterker is dan die van u? Wat nou als China eerder kunstmatige intelligentie weet te ontwikkelen dan de Verenigde Staten? En hoe zit het met al die private ondernemingen die in stilte werken aan de nieuwste ontwikkelingen, maar ondertussen nog wel een oud businessmodel hanteren: hebzucht en macht. Zal de technologie die wij ontwikkelen zich tot ons richten met de woorden: ‘Ik kan alleen worden ingezet voor goede dingen?’ En wat wordt er verstaan onder ‘goed’? Een superintelligentie zou gemakkelijk tot de conclusie kunnen komen dat de hele mensheid een verkwisting is van ruimte en middelen.

In feite zijn wij volkomen nutteloos, dus waarom zou een superintelligentie ons willen aanhouden? Een beetje zoals wij huisdieren hebben? Waarom zou een superintelligentie als een mak paard achter óns aan sjokken – een snel uitdijend ras van bekrompen, egoïstische idioten die aan waandenkbeelden lijden. Het ultieme bewijs dat we idioten zijn wordt geleverd door a) het feit dat we een zoveelste manier hebben bedacht om onszelf weg te vagen en b) het feit dat we denken dat we leuk genoeg zijn om te mogen blijven.

***

Kunnen robots lezen? En ja, natuurlijk kan kunstmatige intelligentie lezen. Watson is de supercomputer die door ibm is ontwikkeld om het op te nemen tegen mensen in de tv-quiz Jeopardy! – een combinatie van kennisvragen, woordspelingen, logica en het geluk dat je net de goede keuze maakt. Watson had een enorme leeslijst gekregen, zo’n acht miljoen dikke pillen die hij met een snelheid van duizend boeken per seconde tot zich nam. Ja, dat leest u goed. Duizend boeken per seconde.

Maar wat verstaan we onder lezen? Wij nemen, net als Watson, aan de lopende band geschreven informatie tot ons. In theorie geldt: hoe meer informatie we hebben, hoe beter we de wereld begrijpen, en hoe beter we in staat zullen zijn tot zinvol handelen. Maar hoe zit het met andere vormen van lezen? Vormen van lezen waarbij het niet gaat om informatie – of in ieder geval niet in eerste instantie? Om de Amerikaanse dichter William Carlos Williams te citeren: ‘It’s difficult to get the news from poems but men die miserably every day for lack of what is found there.’

Er is geen betere manier om je met het verleden te verbinden dan de literatuur – omdat je in het hoofd kruipt van anderen
Wat valt daar dan te ontdekken in gedichten, in toneelstukken, in dat wat we nog altijd literatuur noemen?

‘Wat is jouw wezen, wat houdt jou bijeen, dat zoveel schaduwvormen naar je neigen?’ Dat zijn de woorden van Shakespeare, die zich vierhonderd jaar geleden afvroeg wat het betekent om een mens te zijn.

We hebben kunst ontwikkeld. We hebben grotschilderingen gemaakt. Dat hoefden we niet te doen, maar we deden het toch. We hebben taal ontwikkeld – niet alleen om te vragen welke kant de wolharige mammoet op is gegaan, maar ook om rond het vuur te zitten en verhalen te vertellen. We hebben geleerd om te schrijven en om te lezen wat geschreven stond. Taal biedt de mogelijkheid van introspectie en het is tevens een middel om anderen te vertellen wat er in ons omgaat. Dat wat we in ons binnenste aantreffen maakt ons tot een mens. Die merkwaardige manier van zijn van ons.

Goede schrijvers beschikken over de flair om woorden gepaard te doen gaan van hun emotionele equivalent – en daar is geen algoritme voor – het is een vorm van creativiteit die niet valt te kopiëren. Al ben je nog zo slim, al weet je nog zo veel, al heb je nog zo’n grote woordenschat of zo’n hoog IQ – het is niet voldoende. Een schrijver heeft er, als lezer, veel meer dan de bekende tienduizend uur in gestoken om schrijver te worden – we weten dat schrijvers bezeten lezers zijn – maar als lezer kun je je op geen enkele manier voorbereiden op de aangename schok wanneer je het voor je eigen ogen ziet gebeuren, op papier. Zelfs nu nog – zoveel boeken later – is het iets om je over te verwonderen: die combinatie van emotie, ontvankelijkheid, visie, kracht, ervaring, verbeelding, en dat alles gevangen in woorden, woorden die niet alleen beschrijven maar die ook een bepaalde zijnstoestand oproepen.

Mensen zijn in staat dat te doen, mensen hebben dat altijd gedaan. Er is geen betere manier om je met het verleden te verbinden dan de literatuur – omdat je in het hoofd kruipt van anderen. Die anderen zijn dood, maar wel aanwezig. We zijn dagelijks in gesprek met de doden.

Fictie en poëzie gaan over gemoedstoestanden en drukken ons met onze neus op onze eigen gevoelens. We huilen, we lachen, we krimpen ineen, we koesteren hoop, we begrijpen onze eigen psyche van binnenuit, niet via een serie laboratoriumexperimenten. We denken na over de liefde, niet als een evolutionair bijproduct of een truc om ons te verleiden kinderen te krijgen, maar als een kracht die indruist tegen macht of conventie, die een geheel eigen heroïek krijgt in de confrontatie met het gezond verstand, die zowel ons hoogste geluk is als ons grootste fiasco. Wat er valt te ontdekken – in het menselijk hart.

Ik heb nooit begrepen waarom kunst wordt gezien als luxe, als iets wat het merendeel van de tijd voor het merendeel van de mensen nauwelijks van belang is. We hebben de kunsten nodig, nu meer dan ooit. Als we in de toekomst over meer vrije tijd beschikken, omdat het arbeidsproces verandert, laten we onze menselijke creativiteit dan eens verkennen. Niets ten nadele van wetenschappelijke en technologische creativiteit, maar voor mij is er geen twijfel dat die uitingsvormen niet alleen gefinancierd maar ook gecontroleerd worden – in ieder geval totdat de superintelligentie ons uitvaagt…

Ik betwijfel of de mannen – en het zijn mannen – die naar hun computerscherm staren en die, zonder brede maatschappelijke discussie of debat, een vastomlijnde toekomst voor ons uitstippelen, veel fictie en poëzie lezen. Ik betwijfel of ze wel eens naar het theater of de opera gaan, of ze weten hoe het is om in het donker op de vloer te liggen en naar Mozart te luisteren.

Maakt dat eigenlijk uit? Ja, dat maakt uit. Elke plek waar ooit iemand op zoek is gegaan naar het hart van de mens, om ons dat te tonen, is de moeite waard bezocht te worden – en niet één keer, maar meerdere keren. Kunst is niet alleen een ervaring maar ook een plek. Het is een virtuele realiteit die stevig is geworteld in de realiteit van ons bestaan. Natuurlijk, we verzinnen het allemaal – daar gaat het nou juist om – onze verbeelding werkt samen met onze ervaring. In de zwijgende handeling van lezen bevinden we ons in het verleden of in de toekomst, in deze wereld of in een andere wereld – het maakt niet uit. In die zin zijn we inderdaad lichaamloos: onze ledematen roerloos, onze hersenen druk in de weer. We zetten ons bewustzijn over naar andere werelden. Door middel van kunst kunnen we in het totaal van de tijd leven.

Ik streef niet naar het eeuwige leven, ik streef naar intensiteit. Ik zit niet te wachten op ervaring zonder betekenis – ik hoef geen 3D-bril of een surround experience – dat haal ik wel uit een boek. Als techneuten meer zouden lezen, zouden ze dat ook weten.

Ik ben niet zo iemand die hoopt dat de toekomst zich nooit zal aandienen. Dat gaat gebeuren; het gebeurt altijd. Maar we doen alsof we in een democratie leven en een democratie is een forum waarin discussie wordt gevoerd voordat er beslissingen worden genomen. We moeten praten – en veel ook – over kunstmatige intelligentie: utopieën, dystopieën, hoe we de wereld die gaat komen willen vormgeven, en één ding wat absoluut noodzakelijk is, is dat er vrouwen aan dat gesprek deelnemen.

Ik heb veel boeken gelezen over kunstmatige intelligentie, over de singulariteit die ophanden is, over toekomstbeelden variërend van een meltdown tot het nirwana, maar ik stuit zelden, om niet te zeggen vrijwel nooit, op de stem van een vrouw. Het is bekend dat de tech-sector niet echt veel vrouwen trekt – en we kennen allemaal de verhalen van vrouwen in de tech-branche die zich niet serieus genomen voelen, die worden gekleineerd. Het is een jongenswereld, vergeven van codes en koptelefoons, simulaties en speeltjes, en we zouden dan ook wel eens kunnen afstevenen op een mannelijke tech-nerd-staat van de ergste soort. Zij zijn tenslotte degenen die het allemaal programmeren, met een heimelijk verlangen naar een sterke vader en weinig oog voor meisjesachtige dingen zoals gevoelens.

Ik zit niet te wachten op ervaring zonder betekenis – ik hoef geen 3D-bril – dat haal ik wel uit een boek

We hebben nu al een generatie grootgebracht die zich makkelijker verhoudt tot een scherm dan tot een mens. Ondanks alle connectiviteit – want die is er zonder meer, we zien een sterke mate van antisociaal gedrag in onze virtuele werelden – zien we mensen die uren achtereen computerspelletjes doen, of die reizen met een koptelefoon op en een iPhone aan. Of denk eens aan die gruwelijke etentjes waar iedereen aan tafel met zijn eigen apparaatje in de weer is.

Een superintelligentie zal zich hier niet druk om maken omdat zij wellicht de voorkeur zal geven aan een virtueel bestaan voor ons allen. Wat hebben familie, vrienden en samenzijn überhaupt voor betekenis voor een entiteit die met gemak tien jaar over een etentje zou kunnen doen – wat is tijd voor een apparaat – en bovendien, apparaten eten niet.

***

Volgend jaar is het tweehonderd jaar geleden dat er, in 1818, een opmerkelijk boek uitkwam van een jonge vrouw. Die vrouw was Mary Shelley en het boek was Frankenstein. We kennen het verhaal allemaal, al gaat het hier om een monster dat hunkert naar de liefde van mensen en dat pas gemeen wordt wanneer hij wordt afgewezen. Hij doodt uiteindelijk ook zichzelf, in een apocalyps van vuur en ijs. Hij kan zich niet voortplanten en er is slechts één Frankenstein.
Kunstmatige superintelligentie zal wel in staat zijn zichzelf te kopiëren, zichzelf te updaten en zich schuil te houden als de makers in paniek raken en proberen haar uit te schakelen. Alles wat slimmer is dan wij zal zich uiteindelijk aan onze greep ontworstelen.

Dat realiseerde Mary Shelley zich ook. In de brieven waaruit het verhaal is opgebouwd, blijft Frankenstein, verslagen en stervende, de hoop koesteren dat op een goede dag iemand zijn werk zal voortzetten. Mary Shelly was niet alleen een visionair maar ook een realist – zij kende het menselijk hart.
Hopelijk geldt dat ook voor ons – voor het te laat is. Ik hoop dat iedereen die begaan is met de mens in al zijn complexiteit – en dat behelst veel meer dan kennis of zelfs intelligentie – even de tijd zal nemen zich te verdiepen in de wereld die wordt gecreëerd, of wij dat nou willen of niet.

In Manchester, in Engeland, waar ik ben geboren, heeft Friedrich Engels De toestand van de arbeidersklasse in Engeland (1845) geschreven, over de deplorabele levensomstandigheden van mensen die zich in het zweet werkten voor de machinerie van vooruitgang: de industriële revolutie. Engels keek om zich heen en schreef: ‘Dit gebeurt er als mensen elkaar alleen nog zien in termen van nut.’

Maar momenteel is er iets merkwaardigs gaande, met een mogelijke toekomst van mensen aan wie is gesleuteld, of met de opkomst van de kunstmatige intelligentie. Uit alle teksten die ik heb gelezen van de pleitbezorgers van zo’n toekomst spreekt een minachting voor het lichaam, een wrevel over de menselijke broosheid, een honger naar ons verdwijnen.

Ik loop in de zon. Ik zie de maan opkomen. Ik sta voor jou te koken in mijn keuken. Ik zit ’s avonds bij de open haard en lees een boek. Ik lees mijn kinderen voor. Ik vrij met je. Ik schrijf je een brief – om je te bedanken voor wat je hebt gedaan. Ik moet denken aan een gedicht en er speelt een glimlach om mijn lippen terwijl ik op de bus sta te wachten, ik ruik vers brood en sinaasappelschillen en er is het genot wanneer ik wakker word uit mijn slaap en mijn droom en ik vraag me af: is het allemaal een droom omdat mensen zich graag verwonderen, omdat we graag dromen? Ja, we dromen.

Het lijkt nog niet eens zo heel lang geleden dat ik op twee benen leerde lopen op de savanne, en toen was er de dag dat we, voor het eerst, onze doden begroeven. Waarom huilen we om wat niet terug kan keren? We begraven de doden. We huilen.

Is het dan bijna afgelopen? De droom van mens-zijn? Of wordt deze ‘Brave New World’ een werkelijk nieuwe start? We hebben de roman van Aldous Huxley gelezen, maar de term is afkomstig uit The Tempest van Shakespeare, wanneer Miranda voor het eerst mensen ziet. Ze woont namelijk op een eiland met haar vader Prospero, die magiër is, en met Ariel, een lichaamloze kunstmatige intelligentie, en met een moordzuchtige, misvormde bot, Caliban genaamd. Geen wonder dat ze is gecharmeerd van de mensen, van de heerlijke nieuwe wereld waar menselijke wezens wonen.

Wezens. Mensen. Het menselijk hart.
Wij zijn gemaakt van het stof der dromen.
Dit is een licht ingekorte versie van de lezing die Jeanette Winterson (de gelauwerde Britse schrijfster van onder meer Oranges Are Not the Only Fruit en The Passion) in september uitsprak bij het tienjarig jubileum van Spui25.

Vertaling: Nicolette Hoekmeijer (vertaling citaat Shakespeare: Erik Honders, 2009)

https://www.groene.nl/artikel/kunnen-robots-lezen?utm_source=De+Groene+Amsterdammer&utm_campaign=daa8158a88-dagelijks-17-11-26&utm_medium=email&utm_term=0_853cea572a-daa8158a88-70927641

Advertisements

De filibuster, een verkeerde chantagemethode die door de Kamer is overgenomen #volkskrant

Tags

Filibuster in Tweede Kamer mislukt: PVV en 50Plus houden het ‘slechts’ 6,5 uur vol

Het mag dan van oorsprong een Nederlands woord zijn, filibusteren werkt niet in het Nederlandse parlement. Dat maakten twee Tweede Kamerleden van 50Plus en PVV in de nacht van dinsdag op woensdag ongewild duidelijk.

Door: Robert Giebels, de Volkskrant, 22 november 2017, 05:06 – Bron: ANP

Ze zouden samen 35 uur lang het woord voeren om afschaffing uit te stellen van het belastingvoordeel voor mensen die hun hypotheek (bijna) helemaal hebben afgelost. Doel: voorkomen dat daarover donderdag 23 november gestemd wordt, zodat de Belastingdienst genoodzaakt is de afschaffing van deze zogenoemde Wet Hillen een jaar uit te stellen.

Het plan mislukte, want anders dan in het Amerikaanse parlement waar desnoods het telefoonboek mag worden voorgelezen, moet in de Tweede Kamer elke minuut over het onderwerp gaan. Dat, 2100 minuten lang, konden Martin van Rooijen (50Plus) en Edgar Mulder (PVV) niet opbrengen. Samen haalden ze 6,5 uur.
‘Puur theater’

Van Rooijen, met 75 jaar het oudste Kamerlid, klokte tot bewondering en opluchting van iedereen in het Kamergebouw ‘slechts’ 4,5 uur. Hij vertelde hoe hij als jongste bewindspersoon ooit in 1973 in het kabinet Den Uyl kwam en als staatssecretaris van Financiën verantwoordelijk werd voor de belastingen. Hij las brieven voor van bezorgde ouderen in financiële problemen. De eerste was van een echtpaar waarvan de man was bedrogen door zijn failliete werkgever die bleek nooit pensioenpremie te hebben afgedragen. Opmerkelijk, want 50Plus-partijleider Henk Krol is in 2013 van hetzelfde beschuldigd.

Nadat Van Rooijen voor de tweede keer begon over de steun die hij voelde van VVD-coryfee Hans Wiegel, krantenartikelen ging voorlezen, in herhaling viel, schor werd en een geleende lichttherapiebril opzette, capituleerde hij. Zijn filibuster – uiteindelijk terug te voeren op het Nederlandse woord ‘vrijbuiter’ – was mislukt. ‘Ik heb ook begrip voor het uithoudingsvermogen van de collega’s.’

Filibuster

Die hadden met Edgar Mulder veel minder geduld. De PVV’er had in 20 uur een zorgvuldig opgebouwd betoog willen afsteken met als startpunt de vorming van de eerste steden en staten circa 30 eeuwen geleden. Gedurende die hele geschiedenisles werd Mulder door de Kamervoorzitter en leden van de coalitiefracties uitgedaagd de relatie te leggen met het debatonderwerp. ‘Het is hier geen theater’, beet vice-voorzitter Vera Bergkamp Mulder toe. ‘U moet nu echt to the point komen.’

Om een uur of 4 ‘s morgens speelde de VVD de troefkaart uit en werd gestemd om de het debat om 5 uur af te ronden. Over dat voorstel wilde Mulder hoofdelijk stemmen. Dat pakte enigszins pijnlijk voor hem uit, want hij was de enige PVV’er in het Kamergebouw waar de coalitiefracties juist bleken te zijn voorbereid op zo’n stemming. Ook Van Rooijen stemde voor het ‘afrond-voorstel’ dat met 78 stemmen voor en één tegen van Mulder werd aangenomen. Om 4 uur 39 hamerde de teruggekeerde Kamervoorzitter Arib na ruim acht uur debatteren af.

Ach ja, het #communisme bijna overal verdwenen en nu dit pleidooi #demorgen

Tags

“Communisme is gewoon een volgende stap in de evolutie” (Marnix Verplancke, DeMorgen • 21 november 2017)

Schrijver Gustaaf Peek pleit voor uiterst links verzet

Toen Gustaaf Peek dit voorjaar op de Nederlandse tv bekende een communist te zijn, ging er een zacht ‘oh’ door het publiek– en dat was niet uit bewondering. Peek pareert nu met het uitdagende pamflet ‘Verzet!’ ‘Het gaat me om rechtvaardigheid, niet om Mao-pakjes.’

Schrijver Gustaaf Peek: ‘Ik wil die knechting en uitbuiting eruit krijgen.’ ©Karoly Effenberger

Vind jij het normaal dat iemand voor 450 miljoen een schilderij koopt, terwijl miljarden mensen niet weten of ze morgen eten zullen hebben? Ik vind dat neurotisch, net zo neurotisch als het kapitalisme dat dit mogelijk maakt.”
Veertien was hij toen de Muur neerging. Hij volgde het van nabij en bekeek daarna talloze Koude Oorlog-films, waarin het communisme werd neergezet als een schoolvoorbeeld van een keihard, onmenselijk regime. Daar blijf ik dus ver van weg, besloot hij, van dat communisme, tot hij plots merkte dat zijn kritiek op onze kapitalistische maatschappij er in feite heel erg bij aanleunde.

‘We hebben de uitbuiting gewoon geëx­por­teerd naar India, China en Bangladesh, zodat we ze niet meer hoeven te zien’ – Gustaaf Peek“

“Dat was een hele schok voor me”, bekent Gustaaf Peek, “en ik moest veel overwinnen om dat te kunnen bekennen. Wanneer iedereen je je hele leven heeft wijsgemaakt dat economische uitbuiting noodzakelijk is voor de vooruitgang, en je plots ontdekt dat dit helemaal niet waar is, voelt dat niet alleen als een ontwaken, maar ook als verraad aan je geschiedenis.”

Gustaaf Peek is niet alleen de veelvuldig bekroonde auteur van vier romans, waarvan vooral de laatste, Godin, Held, opzien baarde door zijn expliciet seksuele inhoud. Maar hij is nu dus ook officieel communist. Dat bekent hij in het pamflet Verzet!. Karl Marx besefte dat Het kapitaal alleen een intellectuele elite zou bereiken. Daarom schreef hij voor het grote publiek het Communistisch manifest.

Peeks Verzet! ligt in dezelfde lijn. Het is een toegankelijk pamflet waarin getoond wordt dat het kapitalisme leidt tot de uitbuiting van mens en aarde. Het kan ook anders, schrijft Peek vervolgens. Er is een andere manier van denken en werken mogelijk, waarin de gemeenschap basisrechten als voeding, huisvesting en communicatie voor iedereen waarborgt en de middelen daartoe in handen houdt.

‘Alle com­mu­nis­ti­sche staten laten ons keer op keer hun doden tellen, zegt men. Dat is inderdaad zo. Maar hebben we ooit wel echt communisme gekend? Nee’ – Gustaaf Peek“

“Natuurlijk leven we al lang niet meer in de tijd van Marx”, zegt Peek, “toen duizenden mannen, vrouwen en kinderen stierven in de textielindustrie van Manchester. Maar dat wil niet zeggen dat het kapitalisme mensvriendelijker geworden zou zijn. We hebben de uitbuiting gewoon geëxporteerd, zodat we ze niet meer moeten zien en wij er dus ook niet langer verantwoordelijk voor lijken. De uitbuiting is verhuisd naar de sweatshops van Bangladesh, de gsm-fabrieken van China en de scheepskerkhoven van India.

“Ik hoop dat wij over 150 jaar met evenveel verontwaardiging terugkijken op onze wereld als wij dat vandaag doen met het Manchester van midden de negentiende eeuw.”

Was uw communistisch inzicht ook geen verraad aan uw familie? U bent toch een van de erfgenamen van het Peek & Cloppenburg-imperium, de kledingmultinational die uw familie begin jaren 1990 voor een smak geld van de hand deed?

“Mijn achtergrond is tweeledig en ik denk dat ik daardoor een zekere voorsprong had. Mijn Europese achtergrond is zonder meer bourgeois. De kant van mijn uit Indonesië afkomstige moeder is echter totaal anders. Mijn Indonesische grootvader kon met moeite zijn naam schrijven. Mijn moeder groeide op in armoede in een derdewereldland. Vanaf jonge leeftijd was ik regelmatig in Indonesië, waar ik de andere kant van de kapitalistische medaille heb leren kennen. Dat heeft mij net wat meer denkruimte verschaft, of toch op zijn minst verwarring.

“Stel dat ik een bourgeois studie had gedaan en daarna een bourgeois baan had gezocht, dan was ik wellicht nooit tot het communisme gekomen. Maar ik schrijf, wat een constant bevragen van de werkelijkheid en het innerlijke leven is. Daardoor had ik geen keuze. Het communisme voelt heel natuurlijk voor me.”
Maar de geschiedenis heeft toch al vaak getoond dat het communisme niet werkt? Kijk naar Rusland, China en Venezuela.

‘In feite zette Lenin de oude dictatuur gewoon voort, alleen verbond hij er een geslaagde mar­ke­ting­cam­pag­ne aan’ – Gustaaf Peek“

“Alle communistische staten laten ons keer op keer hun doden tellen, zegt men. Dat is inderdaad zo. Maar hebben we ooit wel echt communisme gekend? Communisme betekent dat het volk de productiemiddelen in handen heeft. Was dat zo voor de drie voorbeelden die je aanhaalt? Nee dus, en daarmee valt je opmerking meteen ook in het water.

“Rusland kwam uit een feodaal tijdperk waarin het grootste deel van het volk zich krom werkte terwijl de adel grote sier maakte. Als daar dan iemand aankomt met het verhaal dat het geld verdeeld zal worden en iedereen het beter zal krijgen, heeft die meteen grote groepen mensen achter zich. Dat is wat de Russische communisten deden, waarna ze de grote Lenin-truc opvoerden.

“Lenin wist wat hij wou, en dat was geen communisme. Hij plaatste het land onder het gezag van een Centraal Comité, wat in directe tegenspraak was met de dictatuur van het proletariaat, waar Marx het over had. De macht moest in handen zijn van de meerderheid, maar Lenin stuurde keihard aan op een minderheid. In feite zette hij de oude dictatuur gewoon voort, alleen verbond hij er een geslaagde marketingcampagne aan waardoor hij een communist leek.
“De Duitse communiste Rosa Luxemburg zag het daarentegen anders. Zij is de heldin van mijn pamflet, omdat ze de invulling van het communisme altijd heeft opengehouden, wat geen makkelijk standpunt is. Het kapitalisme kan bogen op een groots verleden. Het is getest en goed bevonden. Het communisme zal zich daarentegen iedere keer weer moeten uitvinden en bewijzen. Het draait om vrijheid en autonomie, wat wellicht een stroperig pad is.

“Of zoals Rosa Luxemburg het schrijft: ‘Het communisme staat voor duizenden problemen, maar het zal die beantwoorden met duizenden oplossingen. Het zal een proces worden van onvermijdelijke vergissingen en oneindige verbeteringen.’”
Maar wat moeten we ons daar dan concreet bij voorstellen?

‘TINA, proberen ze ons wijs te maken, There Is No Alternative. Ja, dat zou het kapitaal wel willen.’ ©Karoly Effenberger

“Iets wat nog niet helemaal ingevuld is, maar wat steeds concreter wordt naarmate we streven naar kleiner wordende machtsverschillen. We moeten het ideale evenwicht tussen rechtvaardigheid en vrijheid nastreven.

“Wat is onze verkiezingsstem nog waard als onze overheden een groot deel van het gemeengoed hebben uitbesteed aan het privékapitaal, zoals dat vandaag het geval is? Wat kunnen ze nog betekenen als ze voor alles eerst toestemming moeten vragen aan de markt? Welke macht hebben wij dan nog? Wij voelen de angst die veroorzaakt wordt door de onmacht, maar wat doen we ermee? Tegen onszelf stemmen.

“We verbinden ons lot aan partijen waarvan we denken dat ze het dichtst bij de markt staan en ons in onze angst en onzekerheid toch nog wel zullen beschermen. Daardoor is in Nederland een nichepartij als de VVD telkens de grootste, terwijl zij in realiteit maar een flintertje van de samenleving bedient.
De VVD is pas sinds 2012 de grootste!

“Volgens mij heeft ons systeem van volksvertegenwoordiging dus alleen zin als ons gemeengoed gewaarborgd is. Dan heb ik het over basale zaken, datgene wat we nodig hebben om te leven, zoals voeding. Ik heb allerlei grondwetten doorgenomen en wat blijkt? Niemand heeft recht op voedsel. Toch is alles geadministreerd en geregeld, maar alleen voor de producenten. Het recht om iemand voedsel te onthouden is groter dan de plicht om hem in leven te houden.

“Dat is natuurlijk een absurde situatie. Dan staat de wereld open voor uitbuiting en afpersing. Hetzelfde geldt voor huisvesting en communicatie. Wie vandaag niet over een internetverbinding beschikt, maakt geen kans in het leven. Die verbinding zou dus gewaarborgd moeten worden voor iedereen. We moeten werken aan het vergroten van de autonomie en het verkleinen van de angst. Dat zijn de criteria waarmee ik de politiek beoordeel.”

Zijn we allemaal in de American dream gaan geloven? Denken we dat wij binnenkort ook rijk zullen zijn en stemmen we daarom voor partijen als de VVD?

‘We zijn product en grondstof geworden en krijgen de boodschap in­ge­fluis­terd dat we vooral van elkaar moeten profiteren’ – Gustaaf Peek“

“De grootste triomf voor een bedrieger is dat hij zijn slachtoffers tot zelfbedrog kan aanzetten. We hebben vandaag zelfs geen ruimte meer om te ontdekken wat onze behoeften zijn. We zijn product en grondstof geworden en krijgen de boodschap ingefluisterd dat we vooral van elkaar moeten profiteren. We zien elkaar alleen nog in termen van kopen en verkopen.

“En tijd voor elkaar hebben we al helemaal niet meer. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Druk, druk, druk.’ Hebben we er echt behoefte aan om 24 op 24 uur e-mails te sturen en te beantwoorden? Ik betwijfel dat. Het enige wat we daarmee doen is het kapitaal nog een hoger rendement bezorgen.”

Zit het kapitalistische mensbeeld – waarbij de mens ambitieus is en het altijd beter wil doen dan zijn buurman – dan niet heel diep in ons?

Dat is een juiste aanname omdat deze wereld materialistisch is en daarom op status, macht en glorie aanstuurt waaraan niemand ontkomt op basis van de opvoeding die iedereen van huis uit meekrijgt. Ouders willen toch allemaal dat het de kinderen beter gaat dan zijzelf?

“Ambitie is prima, maar dat betekent niet dat we die buurman daarom meteen moeten knechten. Ik wil die knechting en uitbuiting eruit krijgen. Wij zitten vol dromen en ambities en ik wil dat iedereen evenveel kansen krijgt om die waar te maken.

Die kansen krijgen we in het Westen allemaal, maar aanwezige talenten maken dat de snellen een voorsprong kunnen opbouwen boven de tragen, waardoor de macht van de sterkste gaat overheersen zoals dat altijd en overal in de geschiedenis te gebeurd.

“Voor het overige wil ik zo veel mogelijk openlaten. Het communisme is geen wetboek en ook niet het einde van de geschiedenis. Het is gewoon een volgende stap in de evolutie, na het kapitalisme. Stel dat we allemaal gelijkwaardig geworden zijn en ook tevreden zijn met de vrijheid die we hebben, dan is het communisme klaar. Verzinnen we wel wat anders.”

We zijn allemaal onder de huidige wetgeving gelijkwaardig! Dat betekent dat de auteur een aantal lacunes in zijn denken vertoont.

Waarom per se gaan voor communisme en bijvoorbeeld niet voor het basisinkomen?
“Ik ben daar wel voor, maar het is niet genoeg. Stel dat je een basisinkomen invoert, dan leidt dat alleen maar tot chantage van de overheid. Een heleboel gemeengoed is immers uitbesteed, waardoor de overheid daar geen grip meer op heeft.

Als het allemaal leidt tot chantage van de overheid, dan vloeit daar logisch uit voort dat de volksvertegenwoordiging als controle op de overheid faalt.

“Opeens zou het voedsel duurder en de huishuur hoger worden, en de prijs van medicijnen zou stijgen. Gek toch? Helemaal niet, want zo werkt het kapitalisme nu eenmaal. Vandaar mijn pleidooi voor een systeem waarin de basisbehoeften in handen zijn van de gemeenschap. Dan zijn ze niet langer de prooi van speculanten en kunnen we eindelijk relaxen.

“Hier in Nederland heb je de hypotheekrenteaftrek: je mag een bepaald bedrag van de belastingen aftrekken, in verhouding tot de waarde van je huis. Wat is daarvan het gevolg? Hogere huizenprijzen.

’24 op 24 uur e-mails sturen en be­ant­woor­den? Het enige wat we daarmee doen is het kapitaal nog een hoger rendement bezorgen’ – Gustaaf Peek“

“Tijdens een protestactie tegen het snoeien in de kunstsubsidies raakte ik aan de praat met een tegenstander, van wie ik wist dat hij in een peperduur huis woont waarvoor hij misschien wel 50.000 euro hypotheekrenteaftrek per jaar vangt. Hij vond het ongehoord dat een schrijver een beurs van 30.000 euro zou krijgen om een roman te schrijven; belastbaar welteverstaan, en aan zo’n boek ben je toch al gauw twee of drie jaar bezig.

“‘Wat zit je nou te klagen?’ vroeg ik hem, ‘jij krijgt wellicht 50.000 euro per jaar’. Weet je wat zijn antwoord was? ‘Ja, maar daar heb ik recht op.’”
Gedaan dus met het verschil tussen arm en rijk onder het communisme?

“Welnee. Stel dat iemand 200 miljoen verdient. Dan moet daarvan bijvoorbeeld de helft naar de gemeenschap gaan en mag hij best nog in zijn huis van 100 miljoen blijven wonen. Het moet allemaal een beetje minder neurotisch worden, dat is alles. Het gaat mij om rechtvaardigheid en kansen, niet om Mao-pakjes.

“De basisvraag luidt: als we allemaal gelijk zijn, hoe gaan we dan met onze vrijheid om? Als jij in een paars godenkostuum over straat wilt lopen of in een hoekje op je kop wilt gaan staan, vind ik dat heerlijk. Wat voor samenleving het communisme oplevert, weet ik als puntje bij paaltje komt dus ook niet, maar ik ben wel dodelijk nieuwsgierig.”

‘Ik pleit voor een systeem waarin de ba­sis­be­hoef­ten in handen zijn van de ge­meen­schap. Dan zijn ze niet langer de prooi van speculanten en kunnen we eindelijk relaxen’ – Gustaaf Peek“

Op het einde van Verzet! krijgen we een hoofdstuk over de liefde te lezen. Gaat communisme dan niet over economie?

“Niet alleen, nee. Ik vond dat hoofdstuk over de liefde juist heel natuurlijk. Waar hebben we het immers over? Over een uitbreiding en verdieping van het menselijk verbond. Het vormgeven van een egalitair samenleven. Dan kun je het toch maar moeilijk niet over de liefde hebben?

“Communisme is geen louter intellectuele organisatie van de maatschappij. Het gaat ook over fundamentele emotionele zaken. Als je het over de waarde van een mens en de samenleving hebt, kom je automatisch bij de liefde uit.”

Dat doet me heel erg denken aan wat de Britse romantici zeiden, en dan meer bepaald Percy Bysshe Shelley.

“Dat verbaast me niet. Schrijvers zijn vuurstelers, net zoals Prometheus uit Shelleys gedicht ‘Prometheus Unbound’. De liefde is een van de weinige dingen die je kunt inzetten voor de toekomst. Ik ken geen andere reden om aan een toekomst of aan kinderen te beginnen.

‘Communisme gaat ook over liefde’ – Gustaaf Peek”

“Ik las onlangs een boek over de Amerikaanse burgerrechtenbeweging waarin nogal wat werk van Bayard Rustin opgenomen was. Hij was een van de grote medestanders van Martin Luther King. Zo vertelt hij dat een agent hem van een bus wou halen waar hij niet op mocht omdat hij zwart was. ‘De liefde is de grootste kracht’, zei hij tegen de agent. ‘Als u een grotere kent, mag u me nu meenemen.’ Ik snapte dat meteen.”

Begin twintigste eeuw sympathiseerden heel veel schrijvers met het communisme. Tot het reëel werd en ze hevig teleurgesteld waren. Zal u hetzelfde niet overkomen?

“Ik ben voorbereid op alles. Dat heb ik uit de geschiedenis geleerd. Iedere nieuwe generatie is gechoqueerd door de ideeën en verwezenlijkingen van de vorige. En ze wil daar iets aan doen.

Dat is wel juist opgemerkt, iedere nieuwe generatie is bevat een stukje protestgeneratie in zich.

Gustaaf Peek, ‘Verzet!’, Querido, 72 p., 8,99 euro, 4 sterren ©rv

“Er zijn grote veranderingen mogelijk. Zie me hier zitten, een uitvloeisel van de koloniën, maar ik heb zoveel mogelijkheden. We leven in veranderlijke tijden en het einde is nog niet in zicht. Ze zijn ons gemeengoed aan het opsouperen en enorme fortuinen aan het aanleggen. Je zorgt echt niet beter voor je gezin als je 500 miljoen bezit in plaats van 100 miljoen. Dat is een neurotische gedachtegang.

“Er is een groep die denkt: godverdomme hij wel en ik niet; als er weer zo’n schilderij van Leonardo da Vinci te koop komt, zal het voor mij zijn. Zij behoren tot het verleden. Er breken andere tijden aan. TINA, proberen ze ons wijs te maken, There Is No Alternative. Ja, dat zou het kapitaal wel willen. Dank je de koekoek.”

Een nieuwe variant van het idealistisch utopisme, maar met originele aspecten erin.

https://www.topics.nl/-communisme-is-gewoon-een-volgende-stap-in-de-evolutie-a9140813demorgen/?context=playlist/m-bezinning-434475/&utm_source=redactie&utm_medium=email&utm_campaign=DPN_ED_TOPICS_Newsletter_PERSO_API_20171122&utm_content=article&utm_term=&ctm_ctid=82c90ea0bb252bc34198a7d2a31284b4

Duitse president Steinmeier maant andere partijen tot bezinning #trouw #duitsland @eu

Democratie
Wilfred van de Poll, Trouw – 20 november 2017
Het mislukken van de coalitieverkenningen tussen CDU/CSU, FDP en de Groenen afgelopen nacht heeft Duitsland in een ongekende crisis gestort.
“We staan voor een situatie die er in de geschiedenis van de Bondsrepubliek nog nooit geweest is”, sprak de Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier vanmiddag zijn land toe, op buitengewoon ernstige toon. In Berlijn is de ontgoocheling groot. Nieuwe verkiezingen worden steeds waarschijnlijker.
President Steinmeier legt zich daar nog niet bij neer. Hij wees vanmiddag de partijen op hun verantwoordelijkheid, zoals hij dat eerder dit weekend ook al deed. De partijen moeten zich nog maar eens goed bezinnen, maande hij: ze zijn er om het land te dienen. De opdracht om een regering te vormen is de ‘hoogste’ die je kunt krijgen, die geef je niet zomaar terug aan het volk, zei hij. Hij kondigde aan de komende dagen met de leiders van de coalitiepartijen gesprekken te gaan voeren, maar ook met de andere partijen.
Dit zijn terechte en wijze opmerkingen van de Duitse president, die de partijen en het electoraat probeert duidelijk te maken dat het politieke toneel veranderd is, zoals ook in ons land. Dan gaan andere spelregels gelden, die gaandeweg gevormd moeten worden. Versplintering van het politieke toneel is een wereldwijd en dus universeel verschijnsel geworden waarop we ons allemaal moeten instellen.
Duitsland gaat een onzekere tijd tegemoet. “Dit is een dag van diep nadenken over hoe het verder moet met Duitsland”, sprak een uitgebluste, aangeslagen Angela Merkel vannacht. Ook haar eigen toekomst is hoogst onzeker: of zij een vierde termijn als bondskanselier krijgt, is opeens twijfelachtig. De afgelopen twaalf jaar groeide ze uit tot baken van stabiliteit, nu wankelt ze. Ze beloofde het land wel veilig “door deze moeilijke weken” te loodsen.
Hoe kon het zover komen?
Het waren uiteindelijk de liberalen van de FDP die de stekker eruit trokken, zondag iets na middernacht. “Beter niet regeren, dan slecht regeren”, vatte FDP-leider Christian Lindner samen waarom hij uit de onderhandelingen stapte. Het was niet gelukt een “gemeenschappelijke voorstelling van de modernisering van ons land” te ontwikkelen en bovenal was er “geen gemeenschappelijke vertrouwensbasis” ontstaan.
De anderen verweten Lindner dat hij weinig concreet was over zijn redenen om te stoppen. Lindner verklaarde dat hij zich niet kon vinden in de ‘de geest’ van het verkennende coalitieprogramma en dat zijn partij daar geen verantwoording voor wilde dragen. “Veel van de bediscussieerde maatregelen vinden we zelfs schadelijk. We werden gedwongen onze fundamenten op te geven en alles waarvoor we jaren gewerkt hebben. We zullen onze kiezers niet in de steek laten door een politiek te ondersteunen waarvan we in de kern niet overtuigd zijn.”
Dit blijven te vage uitspraken waar het publiek niets aan heeft. Onderhandelen zijn de Duitsers nog niet gewend en wat compromissen-politiek is ons land verder vervorderd dan onze buren.
Dat het juist de FDP was die opstapte, kwam voor velen als een complete verrassing. Een breuk werd eerder verwacht van de Groenen of de CSU. Zij stonden de afgelopen tijd vaak lijnrecht tegenover elkaar, vooral bij de onderwerpen klimaat, vluchtelingen, verkeer en financiën.
De Groenen veroordelen Lindners besluit scherp. Hij zou alleen aan de eigen partij denken, niet aan het landsbelang, zei Groenen-lijststrekker Cem Özdemir vannacht. Volgens hem was een overeenkomst in zicht geweest – iets wat van FDP-zijde bestreden wordt. Tot zo’n overeenkomst, vervolgde Özdemir, waren de Groenen “tot de laatste seconde bereid”. Maar een van de andere partners – hij doelde op de FDP – “had die bereidheid kennelijk niet, en als die het deze nacht al niet had, dan had ie het al vanaf het begin niet”.
In een video die hij vandaag met collega-lijsttrekker Katrin Göring-Eckardt online zette, krijgt de FDP al helemaal de volle laag. Het onvermijdelijke ‘wie krijgt de zwarte piet’ is vandaag, tenminste tussen de vier Jamaica-partijen onderling, tamelijk overzichtelijk: alle ballen op de liberalen. Ook de CDU van Merkel en de Beierse zusterpartij CSU onder Horst Seehofer toonden zich teleurgesteld over de stap van de FDP, al bleef hun kritiek ingetogener.
“Wie het had willen zien, had het kunnen zien”, denkt politiek verslaggever Thomas Kreutzmann van de ARD over de breuk van de liberalen. Zelf werd hij ook door hun stap overvallen, zegt hij er eerlijkheidshalve bij. Maar achteraf gezien vindt hij die goed te verklaren: de FDP “droeg een klein trauma met zich mee”.
De FDP stond in september niet te springen op mee te regeren. Integendeel. Daar hadden ze nare ervaringen mee. De liberalen vormden van 2009 tot 2013 samen met de christendemocraten onder Merkel een coalitie. Daarvoor werden genadeloos voor afgestraft: de partij haalde niet eens meer de kiesdrempel in 2013. Met Christian Lindner maakten ze dit jaar een verrassende comeback, ze wonnen 10 procent van de stemmen. Na de uitslag zei Lindner al direct dat zijn partij dit keer graag de oppositie inging.
Het Duitse politieke partijbestel is al even failliet als bij ons en overal. Partijen als gezelligheidspartijen zijn achterhaald op straffe van technocratisch bestuur.
Tijdens de onderhandelingen de afgelopen weken was het de FDP die het vaakst schermde met ‘nieuwe verkiezingen’. Ook klonken de afgelopen dagen van FDP-zijde herhaaldelijk zeer geërgerde geluiden, vooral van de vicevoorzitter Wolfgang Kubicki. Donderdagnacht, toen de onderhandelaars om half vijf ’s ochtends een marathonsessie vergaderen afbraken zonder enig resultaat, zei hij ‘extreem gefrustreerd’ te zijn. Er was in vier weken ‘in wezen geen vooruitgang geboekt’, gromde hij, meer onderling vertrouwen was er ook niet ontstaan.
Wat zijn de gevolgen?
De grote vraag is wat het mislukken van Jamaica betekent voor de positie van Angela Merkel. Is dit het begin van het einde van het politieke bestaan? Dat geluid is nu steeds vaker te horen. Merkel staat erom bekend tot diep in de nacht door te kunnen vergaderen, onvermoeibaar, net zo lang tot er een deal ligt, hoe uitzichtloos de kwestie ook is. Dit keer faalde ze, ook na meerdere nachten doorhalen. Haar autoriteit heeft een flinke knauw gekregen.
Mocht het op nieuwe verkiezingen uitdraaien, dan staat niet vast dat zij tot nieuwe kanselierskandidaat gekozen, gesteld dat zij dit zelf nog wil. In eigen gelederen is ze inmiddels niet meer onomstreden, ook al sprak het CDU-bestuur vandaag nog expliciet zijn steun voor haar uit. Haar positie was in september al verzwakt door de teleurstellende verkiezingsuitslag. De CDU/CSU werd weliswaar de grootste, toch haalde Merkel het slechtste resultaat sinds 1949. Merkel en de CDU hebben dus een groot probleem. Ook al omdat er achter Merkel niemand lijkt klaar te staan om het stokje van haar over te nemen.
Voor Horst Seehofer van zusterpartij CSU kan het mislukken van Jamaica nog veel directer gevolgen hebben. Grote kans dat het binnenkort al tot zijn aftreden leidt. Zijn positie was al bijzonder zwak. Al sinds weken broeit het in zijn partij en wordt zijn leiderschap openlijk betwijfeld. Nu moet hij met de scherven van Jamaica terug naar Beieren. In december wordt een nieuw partijbestuur gekozen, in Neurenberg daagt een partijcongres. Mogelijk dat daar zijn kop als partijchef zal rollen.
Hoe nu verder?
Niemand weet precies hoe het verder moet. De verkiezingsuitslag van september geeft niet bijster veel mogelijkheden. Met de AfD, de derde grootste partij, willen de andere partijen niet samenwerken. De enige andere optie voor een meerderheidsregering is een ‘grote coalitie’ met de SPD, zoals in de vorige regeerperiode. Maar de SPD leed een historische nederlaag en weigert pertinent in een nieuwe regering met Merkel te stappen. Vandaag herhaalde Schulz dat hij niet ‘ter beschikking staat’ en dat zijn partij nieuwe verkiezingen ‘niet schuwt’.
De druk op Schulz zal de komende dagen zeer groot worden om zijn standpunt te heroverwegen. Blijft hij onvermurwbaar, dan rest nog maar één optie: een minderheidsregering, bijvoorbeeld tussen CDU/CSU en de Groenen, eventueel met gedoogsteun van de FDP in het parlement, iets waar binnen de FDP wel enige openheid voor schijnt te bestaan. Maar niemand heeft zin in zo’n minderheidsregering, omdat die tot instabiliteit kan leiden. De kans is aanwezig dat Steinmeier de partijen er toch toe beweegt. Het zou historisch zijn: een minderheidsregerig heeft Duitsland nog nooit gehad.
En anders is de onvermijdelijke conclusie: nieuwe verkiezingen – ook iets wat nog nooit voorgekomen is in de Bondsrepubliek. Of we dan de vertrouwde koppen van Merkel en Seehofer, of zelfs Schulz, terug zullen zien als lijsttrekkers? Alles ligt open.
De enige partij die opgetogen reageert, is de anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland. Bij nieuwe verkiezingen hoopt die op een nóg beter resultaat, omdat Merkel en de gevestigde partijen zo duidelijk gefaald hebben.
Dat kan niet ontkend worden al is het vinden van een antwoord op het populisme erg moeilijk.
https://www.trouw.nl/democratie/duitse-president-steinmeier-maant-coalitiepartijen-tot-bezinning~a475f3dc/?utm_source=TR&utm_medium=email&utm_campaign=20171120|daily&utm_content=Duitse%20president%20Steinmeier%20maant%20coalitiepartijen%20tot%20bezinning&utm_term=45960&utm_userid=&ctm_ctid=82c90ea0bb252bc34198a7d2a31284b4&m_i=HjcHccvtKWZUWthHvpBqDdCrK3C3CKTYGg9iV__KTttX28RrPcDK2ndATlAMGkBe6m7GXkRSqBVUk_tO6z4VMQ0Q7tlH8

De vlag in de Tweede Kamer is het begin van het einde van de giftige polarisatie #trouw #politiek #polarisatie

Tags

Democratie

Hans Goslinga, Trouw – 19 november 2017

Een Amerikaanse oud-senator maakte vijf jaar terug de grap: nog even en je kunt Democratische en Republikeinse tandpasta kopen. Zijn cynisme gold de hevige polarisatie tussen beide partijen. Hoe is de stand van zaken nu?

De werkelijkheid overtreft intussen de grap. Sinds een half jaar opereert op de huizenmarkt in Amerika een internetbedrijf dat conservatieven die hun staat te progressief vinden, huizen in Texas aanbiedt. ‘Daar kun je wonen en je kinderen groot brengen onder gelijkgestemden’. Motto: ‘Helping families move Right’.

Toch hangt er verandering in de lucht. In het publieke debat komt een tegenbeweging op gang, die zich keert tegen de giftige polarisatie en de doorgeslagen identiteitspolitiek die daarmee gepaard gaat. Het is een wolkje nog niet groter dan een mans hand, maar met een eenvoudig signaal: ‘We zijn allemaal Amerikanen’.

Iets van dat kenterende klimaat werd hier zichtbaar in de bijna unanieme steun voor het verzoek van SGP en PVV in de vergaderzaal van de Tweede Kamer de Nederlandse vlag op te hangen. Het is een armetierig uitgevallen exemplaar geworden, dat niet zozeer nationale trots uitstraalt als wel een nog wat onbeholpen geuite behoefte aan verbondenheid. Hoewel die gevoelens hier, anders dan in Amerika, een zekere verlegenheid oproepen, zijn zij een bestaansvoorwaarde voor de democratische strijd.

Het is geen toeval dat in de verdeelde Verenigde Staten juist nu weer belangstelling ontstaat voor het eerste werk van de historicus Arthur Schlesinger, ‘The vital center’, een zoektocht die hij in 1949 ondernam naar wat democratie eigenlijk inhoudt en drijft. Misschien was dat in die dagen, kort nadat het fascisme was verslagen en de westerse wereld zich schrap zette tegen het communisme, nauwelijks een vraag. Democratie stond voor vrijheid. Punt.

Maar nadat in 1989 ook deze ‘dodelijke rivaal’ zo goed als was verslagen, bleek het vrijheidsbegrip zowel hier als in de postcommunistische landen in Midden-Europa toch problematisch. Het antwoord is dus wel degelijk van betekenis, want een democratie heeft geen kans van bestaan zonder democraten. In dat perspectief is de wederzijdse verkettering in de Nieuwe en Oude Wereld een directe bedreiging voor onze beschavingsorde. In het Amerikaanse debat dringt het besef door dat de verkiezing van de anti-democraat Trump laat zien hoever de Amerikanen zelf de vitale kern van de democratie uit het oog zijn verloren.

Schlesinger meende dat die kern spreekt uit het beslissende onderscheid met autoritaire systemen: de democratie belooft geen ideale samenleving, geen heilstaat. Haar kracht zit in het proces, dat in zichzelf belangrijk is; niet in de oplossing van problemen, maar in het aanpakken van problemen met vallen en opstaan. Aangestoken door het ‘christelijk realisme’ dat in zijn tijd opgang maakte, zag Schlesinger meer in het menselijk tekort, verbeeld in de verstoting uit het paradijs, als uitgangspunt van een beschaafde staatsorde dan in de illusie van menselijke volmaaktheid.

Voorbeeldig

In dat licht mag de vierpartijencoalitie in ons land, hoe moeizaam ook gebaard, als democratisch voorbeeldig worden gezien; niet als de uitdrukking van een grijs midden, maar in de terminologie van Schlesinger als ‘een bolwerk tegen extremen‘. Deze lijn doortrekkend is het winst dat door de brede politieke steun de Nederlandse vlag in de vergaderzaal is verbonden met onze parlementaire democratie en niet met een ideale orde, gebaseerd op ‘Gods heilzame wetten en geboden’ dan wel van vreemde smetten vrij.

De vlag in een door dertien fracties bevolkt parlement drukt mooi uit ‘dat democratie geen uniformiteit vereist‘, zoals Barack Obama zei in zijn afscheidsspeech begin dit jaar. ‘Onze stichters discussieerden, zij ruzieden en uiteindelijk sloten ze een compromis‘. Zijn schijnbaar open deur dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten dat op en neer gaat, is het beginpunt van de tegenbeweging die zich manifesteert. De denker Francis Fukuyama, die na de val van het communisme in 1989 de westerse democratie als het eindpunt van de ideeëngeschiedenis zag, onderkent scherp de noodzaak van herlading van de vitale kern. Om Amerika weer met zichzelf te verbinden, schrijft hij, het stof van Schlesinger kloppend.

Vanuit hetzelfde motief opent de politieke denker Mark Lilla in zijn boek ‘The once and future liberal’ de aanval op de identiteitspolitiek, die zo in narcisme en moralisme is doorgeslagen dat de notie van een gedeeld burgerschap volledig is zoekgeraakt. Hij beperkt zich tot progressief Amerika, maar je ziet deze zuiverheidscultus aan beide zijden van het spectrum, ook hier: blank moet wit zijn, het zwart van Zwarte Piet zwart. Terwijl we allemaal Nederlanders zijn, met als harde kern pragmatisch, tolerant en samenwerkend.

Na jaren van politiek aandringen was het deze week zover: de entree van de Nederlandse vlag in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer.

Maar de vraag blijft of hiermee de tolerantie zal terugkeren, want dat lijkt niet meer mogelijk zolang PVV zetels toebedeeld krijgt. Zolang er geen duidelijker standpunten door de regering over migranten en integratie worden ingenomen, blijft dat een illusie.

https://www.trouw.nl/democratie/de-vlag-in-de-tweede-kamer-is-het-begin-van-het-einde-van-de-giftige-polarisatie~a87b3afc/?utm_source=TR&utm_medium=email&utm_campaign=20171119|daily&utm_content=De%20vlag%20in%20de%20Tweede%20Kamer%20is%20het%20begin%20van%20het%20einde%20van%20de%20giftige%20polarisatie&utm_term=45919&utm_userid=&ctm_ctid=82c90ea0bb252bc34198a7d2a31284b4&m_i=yW7y6PKWHL4PDM49E3ZLOm9e_9Tu_yn3wWDg%2Be%2BoBKgh1VJOrwSsR0fFQwkL4pJK4IXvocT7tyK2ynKRl2gZ5YPWqg%2BaE

 

Column: Nederland heeft snel een slimme winstbelasting nodig #telegraaf @WillemVermeend @DFT

Tags

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg, DFT, Updated Gisteren, 11:50, Gisteren 18-11-17, 08:00 in FINANCIEEL

Sinds de recente publicatie van de Panama Papers en Paradise Papers wordt Nederland door verschillende Europese landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, aan de publieke schandpaal genageld als een belastingparadijs. In eigen land is vooral Oxfam Novib, de organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, actief om ons land in het verdachtenbankje te zetten.

Eind jaren negentig van de vorige eeuw heeft het toenmalige kabinet-Kok (I en II) met een soortgelijke campagne tegen Nederland te maken gehad. De toenmalige premier Wim Kok werd tijdens vergaderingen in Brussel regelmatig door collega’s aangesproken op berichten in de media dat hij de baas van een belastingparadijs zou zijn. De toenmalige staatssecretaris van Financiën, Willem Vermeend, moest daardoor regelmatig bij de premier op het matje komen om uitleg te geven. De kern van zijn uitleg die we hieronder kort weergeven, is nog steeds actueel: Wereldwijd zijn landen bezig met een felle concurrentiestrijd om het beste (fiscale) vestigingsklimaat waarmee ze bedrijven proberen aan te trekken, maar ook om te voorkomen dat bestaande ondernemingen uit hun land vertrekken. Deze week tijdens het Kamerdebat over de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting hebben de coalitiepartijen terecht de noodzaak bepleit van een goed bedrijfsvestigingsklimaat, maar daarbij gekozen voor een dure en ineffectieve maatregel.

Het gaat om werkgelegenheid

Voor elk land zijn ondernemers van cruciaal belang voor het scheppen van banen, maar ook voor innovaties. Daarom halen, ook binnen de EU, regeringen alles uit de kast om voor bedrijven het beste vestigingsklimaat te creëren en schromen ze niet elkaar publiekelijk in een kwaad daglicht te stellen. Bij deze concurrentiestrijd gaat in de media de aandacht vooral uit naar de verlaging van winstbelastingtarieven en fiscale voordelen voor multinationals. Maar de bedragen die gemoeid zijn met de minder zichtbare voordelen waarmee landen ondernemers lokken zijn vaak veel groter. Daarbij gaat het om verlaging van arbeidskosten, lage sociale premies, goedkope bedrijfsgronden, lagere tarieven voor energielasten, soepele ontslagregelingen, speciale (fiscale) regelingen voor de topmanagers, lage administratieve lasten en snelle vergunningen. Daar lees je niets over. Daar lopen die landen niet mee te koop. Dat de grote Europese landen net als Nederland afspraken maken met multinationals, is in de internationale adviespraktijk een publiek geheim, maar daar hoor je niets van. Ons land is op dit terrein altijd roomser geweest dan de paus en heeft deze afspraken (rulings) keurig, zelfs zeer gedetailleerd, op schrift gesteld. Dit is een belangrijke reden dat in de populaire onthullingen over belastingparadijzen Nederland vaak wordt genoemd en andere landen onder de radar blijven.

Hieruit blijkt dat de oppositie in de Kamer tijdens het Kamerdebat geen benul had van wat er echt speelde en aan de hand was. Het wordt dus tijd dat iedere fractie in de Kamer een lijst met specialisten vanuit eigen gelederen aanlegt om die in hoge nood (vanwege het spoedeisende karakter van voorbereidingen op een dergelijk debat) zich tijdig te kunnen informeren over wat er écht aan de hand is. Nu heeft het Kamerdebat alleen verliezers opgeleverd: zowel oppositie als kabinet is beschadigd geraakt.

Nederland geen belastingparadijs

Voor alle duidelijkheid merken we op dat Nederland op geen enkele officiële internationale lijst staat van belastingparadijzen. Wel komt ons land voor op de lijstjes van internationale actiegroepen tegen belastingontwijking. Ze knutselen lijstjes van eigen makelij in elkaar om in de media aandacht te trekken en zichzelf te profileren. In Nederland is Oxfam daarvan een voorbeeld met een lijstje waar Nederland op drie wordt geplaatst. Dit wordt, behalve door de achterban, nergens serieus genomen. Ook al niet omdat de echte paradijzen waar actiegroepen tegen strijden er niet opstaan of pas heel laag op het lijstje staan. Ook bij deze clubs heeft het Oxfam-geknutsel geen enkele status. Deze activisten baseren zich op een internationale ranglijst die is opgesteld door de internationale onderzoeksinstantie Tax Justice Network (TJN). Het belangrijkste belastingparadijs is volgens deze lijst de Amerikaanse staat Delaware, gevolgd door Luxemburg, Zwitserland, de Kaaimaneilanden, de stad Londen, Ierland, Bermuda, Singapore, België en Hongkong. Delaware werd door het Amerikaanse blad Forbes twee jaar geleden ook al uitgroepen tot het beste belastingparadijs op deze aardbol.

Digitaliseren

Van steeds meer kanten wordt terecht geprotesteerd tegen de belastingconcurrentie die tot een race to the bottom kan leiden. Eerder schreven we al dat er voor Europa, maar één echte oplossing is en dat is een Europese vennootschapsbelasting voor alle EU-landen met een vast minimum belastingtarief. De meeste landen willen dat niet en maken, ondanks de onwenselijke gevolgen van de felle (fiscale) concurrentiestrijd, volop gebruik van aantrekkelijke fiscale en andere maatregelen om bedrijven in de watten te leggen. Binnen Nederland wordt er vooral vanuit links gepleit om niet mee te doen aan deze concurrentie. Dat klinkt goed en sympathiek. Maar de harde realiteit houdt in dat deze sympathieke gedachte Nederland veel bedrijven zal kosten en op termijn honderd duizenden arbeidsplaatsen. Met onze open economie moeten wij daarom, ook al is dat met tegenzin, blijven meedoen aan deze (fiscale) concurrentieslag. Wel krijgt Nederland steeds meer last van ’nepnieuws’ waarin ons land als belastingparadijs wordt afgeschilderd. Daar moeten we zeker wat aan doen, waarbij we tegelijk de vlucht naar voren maken en onze concurrenten slim op een achterstand kunnen zetten. Dat kan met simpel en slim.

Slimme vennootschapsbelasting

Onze bestaande winstbelasting dateert uit de oude fysieke economie, aangeduid als 3.0. Inmiddels leven we in de digitale wereld van economie 4.0 die gekenmerkt wordt door online, digitaal handelsverkeer en het gebruik van nieuwe innovatieve technologieën. Het is zinloos om met ouderwetse fiscale maatregelen legale belastingontwijking en strafbare ontduiking te bestrijden. In de digitale economie werken ze niet. Dat geldt ook voor aanpassingen van bestaande belastingstelsels. Daaraan sleutelen is tijdverspilling. Ze zijn niet geschikt te maken voor de digitale en technologische revolutie van 4.0. Voor onze vennootschapsbelasting (Vpb) is de enige oplossing een fonkelnieuw belastinggebouw (4.0). Het wordt een zogenoemde simpel taks met een vast tarief van 15% zonder aftrekposten, vrijstellingen, fiscale tegemoetkomingen en toeslagen. Met het oog op een efficiënte uitvoering en maximale bestrijding van ontwijking en ontduiking wordt de Vpb-4.0 volledig gedigitaliseerd en gaan we werken met slimme algoritmen en blockchain technologie. De aangiften worden door het slimme systeem zelf ingevuld en digitaal bij de bedrijven bezorgd. De bouw van Vpb-4.0 neemt ongeveer drie jaar in beslag en bij de invoering wordt de huidige Vpb afgeschaft. Met de Vpb-4.0 heeft Nederland niet alleen de wereldprimeur, maar versterken we tegelijk ook onze internationale fiscale concurrentiepositie en zijn we af van ‘nepnieuws’ over ons vermeende belastingparadijs.

Dit is een erg instructieve en nuttige beschouwing van de oudere maar zeer ervaren generatie. En een uitstekend advies aan de Kamer en het kabinet! Bravo!

https://www.telegraaf.nl/financieel/1262044/column-nederland-heeft-snel-een-slimme-winstbelasting-nodig?utm_source=telegraaf-nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=20171119_telegraafzondag_handmatig&utm_content=telegraaf_zondag&utm_term=&EMAIL_SK=SK952730

 

‘Arme, arme Grieken’ @eu @martinvisser #controle&verantwoording

Tags

Martin Visser, DFT, 18-11-17

TOEN IK HET VERNIETIGENDE rapport van de Europese Rekenkamer over de steun aan Griekenland deze week las, moest ik meteen terugdenken aan column van mij uit november 2012. ‘Arme, arme Grieken’ was de kop boven die column:

“Jeroen Dijsselbloem moet gedacht hebben: wat Jan Kees de Jager kan, dat kan ik ook. Je vingers in je oren stoppen zodat je niets of niemand meer hoort en dan heel hard ‘ER GAAT GEEN CENT MEER NAAR DE GRIEKEN’ roepen en nog eens roepen en blijven roepen.

Ben Knapen als senator voor het CDA sprak vandaag in het radio1-programma Kamerbreed over zijn twijfels over de kwaliteit van dit rapport aangezien de Europese Rekenkamer nog nooit een rapport daarover heeft geschreven en de knowhow niet in huis hebben. Alle rapporten werden tot dusverre door het IMF geschreven, maar naar ik meen gehoord te hebben had het IMF geen ruimte  voor deze opdracht. Hierover zal dus nog wel een debat in het EP worden gevoerd.

Want het fijne van zo hard schreeuwen met de oren dicht, is dat je niet die onwelgevallige boodschap van het Internationaal Monetair Fonds hoeft te horen. Dat zegt met grote volharding dat het helemaal mis gaat in Griekenland, dat de Griekse economie volledig kapot gaat, dat de Grieken steeds maar armer en armer worden en dat deze negatieve spiraal nooit en te nimmer tot een houdbare situatie kan leiden.

De Jager wist dat wel degelijk, Dijsselbloem weet het ook, maar toch verkiezen zij en al die andere ministers het om puberaal door deze ernstige boodschap heen te lallen met hun eigen politieke verhaaltjes. Deze politici doen alsof ze erop uit zijn Europa uit de crisis te halen, maar dat is niet waar.

Griekenland is daarvan het beste (en schrijnendste) voorbeeld. Niemand heeft de intentie de Griekse problemen op te lossen. Niemand kijkt naar maatregelen die wél tot een houdbare constellatie kunnen leiden. Iedereen zoekt louter lapmiddelen die het minst moeilijk te verkopen zijn in de eigen parlementen.”

(Lees ook de zaterdagcolumn van Marike Stellinga in NRC Handelsblad over het Rekenkamer-rapport.) Stellinga was dus niet bekend met de kritiek van Knapen. Des te meer verwonderlijk dat zij ook een forse toon hanteert.

Ik heb bijna de neiging mijn oude column hier integraal te citeren, maar dan wordt het een beetje lang. Het was werkelijk niet om aan te zien hoe Griekenland in al die jaren is behandeld. Natuurlijk hadden de Grieken er zelf een soepzooitje van gemaakt. Maar vervolgens werden ze in een gruwelijk bezuinigingsprogramma gedrukt. En het erge was dat daarbij niet het herstel van Griekenland prioriteit had.

De Europese politici bedreven pure politiek over de rug van de Grieken. Griekenland moest en zou in de euro blijven, het land moest gestraft worden voor zijn fouten en de hulp die de Grieken kregen moest komen tegen een hoge prijs. En ondertussen werd in ons land het beeld geschetst dat de Grieken helemaal niets deden.

Kijk nou eens naar de ontwikkeling van het begrotingstekort. Er is geen enkel euroland geweest die zo hard heeft ingegrepen in de overheidsuitgaven. Dat is echt ongekend.

https://www.getrevue.co/profile/martinvisser/issues/martin-visser-editie-14-over-arme-grieken-onheil-van-emf-en-de-flexibele-bananenschil-82679?utm_campaign=Issue&utm_content=view_in_browser&utm_medium=email&utm_source=Martin+Visser

 

CPB en dividendbelasting

Tags

‘CPB bekijkt schrappen dividendtaks niet nader’

BNR-webredactie, Judith Laanen (Gisteren 17-11-17, 22:01)

Het Centraal Planbureau berekent niet door wie profiteert van de omstreden dividendbelasting. Zes oppositiepartijen hadden daarom gevraagd.

Vooral voor buitenlandse aandeelhouders zou het schrappen van de belasting op een winstuitkering aan aandeelhouders goed uitkomen.

Oppositie vangt bot

Nederlandse aandeelhouders kunnen compensatie krijgen van de Belastingdienst. Maar ook buitenlandse aandeelhouders mogen de heffing soms verrekenen met de fiscus ter plaatse. Ook die zou dus munt kunnen slaan uit de maatregel van het nieuwe kabinet.

GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK vroegen het CPB daarom te onderzoeken wie er nu precies baat heeft bij het schrappen van de belasting.

Niet genoeg mankracht

Het CPB heeft geen gegevens over de gevolgen van de afschaffing van de dividendbelasting in het buitenland, schrijft het bureau. Maar er is ook niet genoeg mankracht om onderzoek te doen naar de maatregel.

Ook het CPB heeft natuurlijk fte’s moeten schrappen in de afgelopen jaren en daaraan heeft de Kamer niet gedacht. Met motto vanuit de Kamer luidt immers: ‘Het CPB zoekt het wel even uit!’.

Schrappen dividendbelasting blijft oppositie een raadsel

De oppositie is mordicus tegen de afschaffing en noemt die een cadeautje voor multinationals en buitenlandse aandeelhouders. Het kabinet houdt vol dat de maatregel bedrijven en dus banen voor Nederland behoudt, maar daarvoor heeft het CPB geen bewijs gevonden. Het verdwijnen van de belasting heeft volgens eerdere berekeningen van het bureau geen effect op de Nederlandse economie.

https://www.bnr.nl/nieuws/politiek/10333804/cpb-bekijkt-schrappen-dividendtaks-niet-nader?utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=bnr-middag&utm_medium=email&utm_content=20171117

 

Volkomen terecht dat de commerciële activiteiten van een prins ter discussie zijn gebracht en dus een nieuwe worsteling voor het kabinet @parool #koninklijke-ethiek

Tags

Welke morele plicht heeft prins Bernhard? (Michiel Couzy en Maarten van Dun, Het Parool, 18 november 2017, 07:00)

Het vastgoedbezit van prins Bernhard is inzet van een maatschappelijke discussie, nu vastgoedbeleggers grote invloed hebben op de woningmarkt. Hebben handelaren in vastgoed de morele plicht goed voor de stad te zorgen? En ligt dat anders voor een prins?

Voortgestuwd door de lage rente, de krapte op de woningmarkt en hoge rendementen, kopen beleggers steeds meer huizen in Amsterdam. Eén op de acht Amsterdamse woningen is in handen van beleggers. Vorig jaar werd 16 procent van de huizen aan een belegger verkocht.

Dat heeft grote gevolgen voor de stad, menen deskundigen en politici. Volgens beleggers professionaliseert met hun komst de vastgoedmarkt en houden zij zich netjes aan de regels. Maar de prijzen van woningen stijgen ook. Bovendien vragen veel beleggers huren die veel Amsterdammers niet kunnen opbrengen. Daardoor verandert de stad.

Voorbeeldfunctie

Volgens Dorine Hermans, historica en auteur van zes boeken over de Oranjes, heeft prins Bernhard een uitzonderlijke positie met een bijzondere verantwoordelijkheid. “De voorbeeldfunctie die de koninklijke familie nu eenmaal heeft, geldt voor alle familieleden. De achternaam Van Oranje is al vier eeuwen de beroemdste van het land. De voordelen die dat biedt, hebben een keerzijde.”

“Zijn broers en neven hebben ontzag voor hem als geslaagd zakenman”

Volgens Hermans’ bronnen wordt binnen de koninklijke familie wisselend gedacht over het zakelijke succes van de prins. “Zijn broers en neven hebben ontzag voor hem als geslaagd zakenman. Buiten kijf staat dat hij het allemaal zelf heeft bereikt. Bernhard werkt keihard en ook daarvoor is veel respect: werkethiek is belangrijk voor de Oranjes. Toch zijn er ook familieleden die menen dat een prins geen zaken hoort te doen.”

Afstand tot de troon

Prins Bernhard liet zijn huwelijk in 2000 goedkeuren door de Staten-Generaal, naar eigen zeggen uit respect voor zijn familie. Daardoor bleef hij troongerechtigd. Na de kroning van koning Willem-Alexander is Bernhard niet langer potentieel troonopvolger. Hermans: “Het is alsof de morele verantwoordelijkheid minder wordt gevoeld nu de afstand tot de troon groter is.”

Het vastgoedbezit van Bernhard plaatst de koninklijke familie voor een oud dilemma, meent Hermans. “De koning en koningin dragen een boodschap uit van solidariteit met de armen. Dat is lastig vol te houden als er tegelijkertijd zo veel bezit is.”

Winstbejag

André Nijhof, hoogleraar aan Nyenrode, is gespecialiseerd in business ethics. “De samenleving meent dat personen op een invloedrijke positie aan dezelfde normen en waarden moeten voldoen als ieder ander. Maar op zo’n positie word je vaak omringd door mensen die andere normen hanteren dan in de samenleving gebruikelijk zijn. Daardoor kan iemand het idee krijgen dat wat hij doet heel normaal is, terwijl de samenleving dat anders ziet.”

Ben Wempe is verbonden aan de vakgroep business-society management van de Erasmus Universiteit en gespecialiseerd in ethiek. Ethisch juist handelen is volgens hem bij uitstek belangrijk in de vastgoedsector. “Winstbejag mag nooit reden zijn ethische grenzen opzij te zetten, zeker niet als het om woningen gaat. Woningen hebben een bepaalde sociale functie en dat brengt verplichtingen met zich mee, ook voor ondernemers die vooral winst nastreven.”

Lees verder: ‘Zakenprins’ Bernhard: een grote belegger van koninklijken bloede

Lees ook: Groeiende ongelijkheid op de woningmarkt: van wie is deze stad eigenlijk?

‘Hij weet op het juiste paard te wedden’

Welke morele plicht heeft prins Bernhard?

Tijdens zijn studie economie aan de Universiteit van Groningen zette hij Ritzen Koeriers op, vernoemd naar toenmalig minister Jo Ritzen van Onderwijs. Het bedrijf bezorgde pakketjes per trein, waarbij de koeriers gratis reisden met de ov-jaarkaart, ingevoerd door Ritzen.

Bernhard werkte toen al samen met zijn vrienden Menno de Jong en Paul Mol, met wie hij later internetbedrijf Clockwork opzette en met wie hij nu in vastgoed investeert.

Bernhard was met Clockwork een kind van de internethype. Het bedrijf maakte websites en hielp bedrijven het internet op, in die tijd nog nieuw.

Clockwork stond bekend als een degelijk bedrijf, in tegenstelling tot veel andere internetbureaus, die uiteindelijk ten onder gingen. Clockwork maakte winst en overleefde de ineenstorting van de interneteconomie, begin deze eeuw.

Dit leidde tot een overname door IT-bedrijf Ordina. Deze verkoop legde de basis voor het vermogen van Bernhard, dat nu in vastgoed zit.

Ziekte

Met Menno de Jong begon hij vanuit Amsterdam aan een nieuw avontuur: Levi9, een ICT-bedrijf met inmiddels 900 werknemers, van wie het merendeel werkt op een van de kantoren in Oost-Europa. Levi9 opereert vanuit de Pinnacle Tower in de Muiderstraat, het pronkstuk uit de vastgoedportefeuille van de prins, die in de raad van bestuur zit en grootaandeelhouder is.

In 2013 moest hij een periode stoppen met werken, omdat bij hem een vorm van lymfklierkanker was vastgesteld. Na zijn behandeling zette hij een fonds op dat geld inzamelt voor onderzoek naar deze ziekte.

Om de mecenas uit te hangen? De Amsterdamse gemeenteraad zit waarschijnlijk te worstelen met deze kwestie en binnenkort is de regering aan zet.

De prins is via zijn bv’s eigenaar van het racecircuit in Zandvoort.

Troonopvolging

Bernhard van Oranje is zoon van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven, broer van Maurits, Pieter-Christiaan en Floris en neef van de koning. Hij is getrouwd met prinses Annette; ze hebben drie kinderen.

Bernhard is lid van de koninklijke familie, maar sinds de troonsbestijging van Willem-Alexander behoort hij niet meer tot het Koninklijk Huis. Hij ontvangt geen vergoeding en is uitgesloten van troonopvolging, omdat die beperkt is tot verwanten in eerste of tweede graad.

[Bernhard Lucas Emmanuel Prins van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven is de zakenman van de koninklijke familie.]

https://www.parool.nl/amsterdam/welke-morele-plicht-heeft-prins-bernhard~a4539884/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=paid&hash=f388599076b48929160755b186e561f40e5a8b76

 

‘Dat je weg wilt uit een club zonder dat je eigenlijk weet wat voor club dat is’ @eu #brexit #nrc @CarolineGruyter

Tags

Inburgeren zonder Europa (Caroline de Gruyter, In Europa, In het nieuws/nrc.nl, 18-11-17)

# Zo informeert een land dat in 1952 mede-oprichter was van wat nu de Europese Unie is, zijn burgers. Een land dat vanaf het eerste uur in de ‘oksel’ van de Frans-Duitse samenwerking zit. Een land dat aan alles in Europa meedoet: Schengen, euro, bankenunie. Een land dat als geen ander weet dat de EU een politiek project is rondom de pacificatie van Duitsland, en niet een achteloos gevalletje van wat economische samenwerking „met andere landen”. Ook het VK onderwees zijn scholieren vooral over de transatlantische relaties. Europakunde lieten ze over aan de Sun en de Daily Mail. De Britten staan buiten de euro, Schengen, justitiesamenwerking en al die andere dingen waar Nederland wél volop aan meedoet, maar moet je zien wat voor chaos het daar al is, nu. Het is niet duidelijk of er na eind maart 2019 vliegtuigen van Heathrow opstijgen, of kerncentrales dan nog kunnen draaien, of koelwagens vol vlees richting Dover niet wegrotten in dagenlange files voor de douane.

Of zou de overheid over dat inburgeren[1] hebben gedacht dat het louter gaat om analfabeten die toch geen uitleg over de EU begrijpen?

# Zijlstra heeft gelijk. Wat de Britten overkomt, kan ons ook overkomen: dat je weg wilt uit een club, zonder dat je eigenlijk weet wat voor club dat is.

Eigenlijk is het ons al overkomen, aangezien er een aanzienlijke minderheid van de Kamer voor uittreding van de EU is. Dat is nu mode en daarom mogelijk geworden in wat een factfree samenleving is geworden of is gaan heten (onder meer door een nieuwe fractie die uit twee intellectuelen bestaat).

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/18/inburgeren-zonder-europa-14055416-a1581704

[1] ‘Sla het boek Welkom in Nederland; Kennis van de Nederlandse Maatschappij voor het inburgeringsexamen maar eens open, bedoeld voor buitenlanders die Nederlander willen worden. In simpele taal wordt uitgelegd wat een BSN is, waarom Zwarte Piet „soms andere kleuren krijgt” en wat het verschil is tussen een voorschool en peuterspeelzaal.’