‘Merkel haalt uit naar auto-industrie’ #fd #economie #economischeinnovatie @eu #evenwichtigesamenleving

Tags

,

De Duitse auto-industrie innoveert niet snel genoeg en heeft het vertrouwen van de consument geschaad met het emissieschandaal. Dat heeft bondskanselier Angela Merkel zondag gezegd tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Dortmund.

Merkel haalde hard uit naar de top van het bedrijfsleven. Volgens Merkel hebben autofabrikanten het Duitse economische model ondermijnd. ‘Er moet nog veel worden opgeruimd. Als ik zeg industrie denk ik in de eerste plaats aan de top van het bedrijfsleven’, zei Merkel zaterdag op een bijeenkomst van de CDU in Dortmund. ‘Of er zijn dingen onder het tapijt geveegd of er is op massale schaal gebruik gemaakt van weeffouten in de emissietesten. Dat schaadt het vertrouwen.’

Dit soort taal hoor je Rutte nooit bezigen en daarmee blijft hij een fletse afspiegeling van zijn collega-buurvrouw.

Door harde kritiek te uiten op de in Duitsland machtige autosector probeert Merkel zich te positioneren in het politieke midden. De bondskanselier benadrukt in haar campagne het belang van economische stabiliteit en innovatie. De CDU-leider wil innovatie stimuleren en tegelijk werknemers beschermen in ‘deze onzekere tijden.’

Tijdens de bijeenkomst prees Merkel het minimumloon, dat in 2014 op aandringen van haar coalitiepartner SPD is ingevoerd. Ook beloofde ze maatregelen om tijdelijke krachten te beschermen tegen uitbuiting.

Hiermee wil ze zich onderscheiden van haar tegenkandidaat bij de SPD, Martin Schulz. De SPD’er heeft in zijn campagne veel gehamerd op inkomensongelijkheid en de waarde van een eerlijke maatschappij.

Hierin heeft Merkel natuurlijk ongelijk omdat het om beide gaat: zowel algemene industriële innovatie als (grote)inkomensongelijkheid, die altijd fout is, en een streven naar een eerlijke maatschappij dat in ieders belang is.

Op 24 september vinden in Duitsland landelijke verkiezingen plaats. De CDU heeft een grote voorsprong in de peilingen: Merkel staat gemiddeld 12 procentpunten voor op Schulz. Met nog zes weken campagne te gaan is de Duitse verkiezingsstrijd nog geen gelopen race, benadrukte Merkel zelf. ‘Ik was het bijna vergeten, maar de verkiezingen zijn nog niet beslist.’

Schulz heeft meer weg van Rutte, visieloos en een vaste verbale repertoire. En daarmee is hij kansloos tegenover zijn concurrent Merkel.

https://fd.nl/ondernemen/1214077/merkel-haalt-uit-naar-auto-industrie?utm_source=fd-now-nieuwsbrief&utm_medium=maillink&utm_content=artikel&utm_campaign=none&s_cid=557

 

‘Keizer ziet Ajax in bekende fout vervallen’ en dat klopt

Tags

ANP, Het Parool, 13 augustus

De nieuwe trainer Marcel Keizer zag zijn spelers defensief verzaken bij een voorsprong van 1-0 op Heracles.

Het commentaar via de radio maakte duidelijk dat er te slap – in plaats van ‘spelers defensief verzaken’ – werd gespeeld en dat er ook geen sprake was van: ‘Ook nu gingen we weer vol voor de 2-0 en 3-0.’ Dat is het voortdurende mankement van het Nederlandse mannenvoetbal en op dat punt valt nog veel te leren van de Oranje Leeuwinnen.

Dat leidde uiteindelijk tot twee goede counters van de thuisploeg en een nederlaag voor Ajax (2-1). In de return tegen OGC Nice in de derde voorronde van de Champions League vergat Ajax bij een voorsprong van 2-1 ook al te verdedigen, zodat de Fransen konden profiteren (2-2).

Sánchez

“Dat doen we inderdaad nog niet goed,” erkende een teleurgestelde trainer Keizer. “Ook nu gingen we weer vol voor de 2-0 en 3-0. Dat moet ook. Maar we moeten niet uit de organisatie gaan lopen.”

Keizer hield Davinson Sánchez buiten de selectie. “Davinson heeft te veel aan zijn hoofd,” doelde de coach op de belangstelling die Tottenham Hotspur voor de verdediger heeft. “Hij vond zichzelf niet gemotiveerd genoeg. Van mij hoeft hij niet weg. Er moeten een aantal dingen worden uitgesproken en ik hoop dat hij er dan weer bij is.”

https://www.parool.nl/4510936/?utm_source=parool&utm_medium=email&utm_campaign=20170813|daily&utm_content=Keizer%20ziet%20Ajax%20in%20bekende%20fout%20vervallen&utm_term=41211&utm_userid=b50389a6-7179-4da1-94a3-fe61b10b62ea

 

‘Populisme doet het goed als het economisch minder gaat’ @fd #populisme #coherentbeleid #rechtvaardigeverhoudingen @eu

Tags

,

Han de Jong  • Opinie/fd, 11 augustus

Populisme is in opkomst. Maar wat is het eigenlijk? Populisme is geen ideologie zoals socialisme of liberalisme. Je komt populisten in allerlei soorten en maten tegen. The Economist omschreef het onlangs prachtig: ‘Populists may be militarists, pacifists, admirers of Che Guevara or Ayn Rand; they may be tree-hugging pipeline opponents or drill-baby-drill climate change deniers’. Onder politicologen is de visie gangbaar dat populisten de wereld verdelen in het echte volk en de corrupte elite. Populisten zien zichzelf als de enige legitieme vertegenwoordigers van het echte volk. Ze hebben een moreel monopolie terwijl de corrupte elite het contact met het volk heeft verloren. Doordat ze de wereld zo zwart-wit zien, zijn populisten feitelijk antipluralistisch. Populisten die aan het bewind komen, worden autocratisch of nog erger. Doordat een democratie gebaseerd is op pluralisme, kunnen populisten zo een gevaar vormen voor de democratie.

Illustratie: Max Kisman

Latijns-Amerika heeft met afstand de rijkste ervaring met populisme opgebouwd, vooral vanaf de jaren veertig, met leiders als de Argentijn Juan Perón. Die traditie is deze eeuw nog voortgezet door de Kirchners, ook in Argentinië, en Hugo Chavez en Nicolás Maduro in Venezuela. Die geschiedenis roept een aantal vragen op die ook voor ons nu relevant zijn.

Waarom was Latijns-Amerika zoveel bevattelijker voor populisme dan andere regio’s? Politieke wetenschappers schrijven dat toe aan de grotere inkomensongelijkheid op dat continent vanaf het midden van de negentiende eeuw. Globalisering in de tweede helft van de twintigste eeuw ging in Europa hand in hand met de opbouw van de sociale zekerheid. Op die manier kon de pijn worden verlicht van de economische aanpassingen als gevolg van de globalisering. In Latijns-Amerika was de belastingbasis veel te smal om een toereikend stelsel van sociale zekerheid op te zetten. De onvrede die het gevolg was, was wind in de zeilen van populisten.

Gevaar

Komen ze aan het bewind, dan worden populisten autocratisch of nog erger en zo kunnen ze een gevaar vormen voor de democratie

Eenmaal aan het bewind volgen populisten in Latijns-Amerika op economisch gebied een tamelijk vast patroon: een sterk stimulerend economisch beleid waarbij binnenlandse markten veelal worden afgeschermd. Zulk beleid leidt op korte termijn meestal tot hogere economische groei en lijkt dus succesvol. Maar op een zeker moment worden de grenzen van dit beleid bereikt. Overheidstekorten worden onhoudbaar en de tekorten in de buitenlandse handel zijn niet meer te financieren. In plaats van terug te keren naar conventioneel economisch beleid gaat de turbo er dan op en worden de tekorten monetair gefinancierd. Onder de dan vigerende economische omstandigheden is gierende inflatie het gevolg.

In deze passage wordt – indirect – schitterend aangegeven waardoor populisten de mist ingaan: volgens mij schuilt de verklaring in het feit dat deze egotrippers ‘verslaafd’ zijn geraakt aan hun macho-idealen, machtsidealen die je verwerft als deze gebaseerd is op grote volkshelden hun macht hebben verkregen door het enkelvoudige eigenbelang van de arbeidsklasse (die daar nog bestaat) te steunen en dus niet het algemeen belang, want dat vereist een helikopterview en een samenhangend, coherent – intellectualistisch – beleid en daar komen populisten niet/nooit aan toe (zoals bij onelinerbewegingen als PVV zichtbaar: weg met de islam en weg met de economische migranten).

Want het gaat hen alleen om ‘eigen volk eerst’ – dus ‘wij-zij’ denken – en er bestaat geen solidariteit in wereldomvattende zin (gebaseerd op visie en universele abstracte beginselen).

Daarom worden economische uitgangspunten ook verwaarloosd, hetgeen in regeringskringen betekent dat je chaotisch bezig bent en een volksdictatuur als resultante neerzet. Het algemeen belang dient het evenwicht tussen alle inkomenscategorieën na te streven is dat is nooit het geval bij populisten en rechtse (en bij linkse trouwens ook niet!) dictators. Daarom gierende inflatie en nooit inkomenspolitiek en hoge inkomstenbelasting- en dito ‘schalen’. Populisten zijn blinde schapen.

Chaos en een ineenstorting van de economie zijn vervolgens onvermijdelijk. Veel mensen zijn uiteindelijk armer dan voor het hele experiment begon. Niet zelden heeft een dergelijke situatie in Latijns-Amerika tot militair ingrijpen geleid en tot politieke repressie die nog veel erger was dan onder afgezette leiders. Latijns-Amerikaanse populisten hebben zichzelf dus steevast opgeblazen door de economie in chaos te storten, al heeft het vaak wel even geduurd voor het zover was. Venezuela is het meest recente, trieste voorbeeld.

Je kunt je afvragen waarom populisten dan toch regelmatig aan de macht kunnen komen in Latijns-Amerika als immers duidelijk is dat hun beleid steeds in een tranendal eindigt. Misschien is het geheugen van de kiezer kort. En blijkbaar is er toch steeds hoop dat er nu dan toch een leider is gevonden wiens economisch beleid een beter lot beschoren is. Maar misschien is het een simpele en te begrijpen keus voor economische voorspoed op korte termijn die aanlokkelijker is dan de op korte termijn te verwachten resultaten van meer conventioneel economisch beleid. In ieder geval leert de ervaring in Latijns-Amerika dat je populisten niet snel moet afschrijven.

Niet alleen dat ‘het geheugen van de kiezer kort’ is, maar vooral het (over)emotionele temperament van Zuid-Amerikanen (én mediterrane landen, zoals de zuidelijke EU-lidstaten en dan vooral de oud-koloniale landen als Portugal en Spanje!) kennen hetzelfde euvel.

Wegnemen oorzaken

Beste antwoord is wegnemen van oorzaken populisme en het overeind houden van checks and balances in het systeem

Achter de opkomst van populisme in de VS en Europa zitten ongetwijfeld deels andere factoren dan in Latijns-Amerika. Maar zou het toeval zijn dat populisme terrein wint nu aanpassingspijn die gepaard gaat met globalisering niet meer wordt gecompenseerd door uitbouw van sociale zekerheid maar juist samengaat met een vermindering ervan? De laatste economische crisis die tot langdurige bezuinigingen bij ons heeft geleid, heeft de electorale aantrekkingskracht van alternatief, populistisch beleid ongetwijfeld ook vergroot. Geopolitieke factoren spelen eveneens een rol. De Europese hegemonie werd gevestigd in de zeventiende eeuw en heeft een paar eeuwen geduurd. In de twintigste eeuw is Europa voorbij gestreefd door de VS, maar dat was tenminste nog een bondgenoot.

Geopolitieke factoren spelen m.i. geen rol omdat het geheel en alleen gaat om rechtvaardigheid (of ‘gerechtigheid’ zoals ook in Oost-Europese landen – en Turkije – nu meespeelt op basis van hun katholieke orthodoxie!) en dat vereist een systeem van sociale zekerheid dat recentelijk in de eurozone zwaar gesaneerd is vanwege de EMU-normen zodat alle overheidsuitgaven teruggebracht zijn tot het minimale. Dat is dé denkfout van de neoliberale orde binnen de EU geweest die zichtbaar is binnen de EMU, want (extreme) inkomensverschillen spelen geen rol. En dus geen belangstelling voor inkomensverhoudingen, waarin de verschillen zijn uitgewerkt.

Dat type vraagstukken zijn strijdig met de belangen van de hogere inkomenscategorieën. Daar durven de gevestigde politieke partijen niet aan te komen – laat staan te knabbelen – uit angst voor verlies van dat electoraat. Lafheid troef dus, zodat dit de verklaring is dat óók op ons continent een permanent populisme is ontstaan op basis van de geschetste globaliserende economie. Het gaat immers alleen om ‘winsten en omzetgroei’ van het grootbedrijf en multinationals.

Inmiddels dreigt Europa te degraderen tot het spelen van de derde viool en steekt China de VS naar de kroon als het om economische hegemonie gaat. Tegelijkertijd lijkt het Midden-Oosten te imploderen wat een immigratiestroom in Europa oplevert en de terroristische dreiging vergroot. Daarnaast probeert Rusland op slimme en assertieve wijze een eigen, vooraanstaande politieke positie in de wereld te veroveren. Deze ontwikkelingen voeden de behoefte van mensen aan zekerheid. De EU lijkt totaal niet in staat in die behoefte te voorzien. Populisten die inspelen op nationale gevoelens zijn electoraal vaak juist wel succesvol.

Europa, of de EU liever gezegd, dreigt overigens alleen tot het spelen van die derde viool te vervallen vanwege de eigen besluiteloosheid als gevolg van een hopeloos uitgedijde unie, die niet meer regeerbaar is of geen constructieve, unanieme besluiten kan nemen vanwege het eigenbelang van alle lidstaten. Het gaat sinds de ongecontroleerde toelating van nieuwe EU-lidstaten alleen nog maar om de subsidies uit de EU-ruif en de symbolische aanstichter daarvan is zelfs onze Gerrit Zalm geweest die de solidariteitsgevoel van de EU een halt heeft toegeroepen door zijn eis de afdrachtregeling te kortwieken, waar het conservatieve VK van Thatcher ook altijd op heeft aangedrongen. Dat is een onbesliste strijd geworden omdat dat politieke strijdpunt niet binnen de EU hoorde (er bestaat formeel geen ‘links tegen rechts’, de Commissie bestaat immers uit neutrale en niet-lidstaat-gebonden bestuurscommissarissen), maar dat kan/kon materieel natuurlijk niet, want toch/wel – keuze naar eigen voorkeur of perceptie! –  politieke organen.

Inmiddels zijn in diverse landen buiten Latijns-Amerika populisten aan de macht: Hongarije, Polen, Turkije maar ook bijvoorbeeld in de Filippijnen en Zuid-Afrika en laten we de VS niet vergeten. Wat mij daarbij opvalt, is dat een aantal van deze regimes een meer conventioneel economisch beleid voert dan de Latijns-Amerikaanse populisten deden. De kans dat ze zichzelf opblazen is daarmee klein. Dat vergroot de schade die ze kunnen berokkenen aan de democratie. Dat geeft te denken.

Dat er buiten Latijns-Amerika ‘populisten aan de macht kwamen: Hongarije, Polen, Turkije maar ook bijvoorbeeld in de Filippijnen en Zuid-Afrika en de VS’, valt te begrijpen door de universele menselijke waarden als ondernemingszin – economische bedrijvigheid -, maar ook het compenserende rechtvaardigheidsprincipe, zoals correctie van te grote inkomensvergaring. Zolang de ‘traditionele’ bestuurslagen en politieke klassen falen in het opzetten en formuleren van een evenwichts’visie’ – en dus een ‘evenwichtige visie’ zoals hierboven uitgelegd – is het verschijnsel populisme – nu wereldwijd – onvermijdelijk geworden en dat verdwijnt niet meer als een nieuw evenwicht uitblijft. Zo simpel werkt het met waarden en principes.

Het beste antwoord op populisme is het waar mogelijk wegnemen van de oorzaken en vooral het overeind houden van de checks and balances in het politieke systeem. Gelukkig zien we die checks and balances in diverse landen ook wel in de praktijk, bijvoorbeeld in de VS.

Hoezo ‘checks and balances’ in de VS? Het viel me al op dat De Jong in zijn redenering nergens concreet werd en dus verbaast het me niet dat hij met de VS een verkeerd voorbeeld aanhaalt. Hij vergeet dat de formele Checks and Balances in de VS geen rol meer spelen en daarom een papieren tijger is geworden met de chaoot als Trump nu als hoogte- (in populistische ogen) of dieptepunt (dit geldt voor mij omdat het electoraat aldaar de verkeerde ‘gok’ heeft genomen). Dit algemene ‘democratische’ kiesstelsel is een algemene ‘gokpartij’ of politieke casino geworden en dat geldt nu wereldwijd. De politiek zal zich aan de nieuwe tijd moeten aanpassen en niet omgekeerd, en dus tegenhouden!

Han de Jong is hoofdeconoom ABN Amro.

https://fd.nl/opinie/1213349/populisme-doet-het-goed-als-het-economisch-minder-gaat

 

‘Evolutie als excuus’ #nrc @ryhertzberger #evolutietheorie @nrc @ryhertsberger #neodarwinisme #holisme

Tags

Column Rosanne Hertzberger, nrc, 12 augustus 2017

De evolutie van de mens wordt te pas en te onpas uit de kast getrokken om allerlei gedrag goed te praten. Als mannen vrouwen online of in het echt seksueel intimideren bijvoorbeeld.

Of als ze de zorg voor kinderen aan de vrouw overlaten. Zodra er dan iets anti-evolutionairs gebeurt – als de zogenaamd egoïstische genen van homoseksuelen of ambitieuze kinderloze carrièrevrouwen zich even niet volgens evolutionaire theorie gedragen – wordt hij ook net zo makkelijk weer in de kast gepropt.

In werkelijkheid is de menselijke evolutie in onze tijd hartstikke in de war. Onze cultuur is zo’n sterke invloed dat het moeilijk is om gedrag evolutionair te verklaren, laat staan te voorspellen. Wie gaat er nou erfelijke factoren aanpassen aan een omgeving die elke tien jaar ingrijpend en onvoorspelbaar verandert?

Wat een heerlijke relativerende opmerkingen!

Afgelopen maand verscheen een driedelige serie van het prestigieuze geneeskundetijdschrift The Lancet over de zogenaamde evolutiegeneeskunde en de ‘levensgeschiedenis-theorie’. In het kort betekent het dat elk organisme maar een beperkte hoeveelheid energie tot zijn beschikking heeft en moet kiezen waaraan hij die besteedt: groeien, voortplanting, onderhoud, verdediging. Wij zijn van nature flexibel en kunnen onze energie herverdelen als dat nodig is. Het voorbeeld dat wordt gegeven is dat van het Ethiopische dorp waar een waterput werd geïnstalleerd. De vrouwen hoefden minder energie te besteden aan het halen van water en dus ging hun vruchtbaarheid omhoog. Het gevolg was: meer kinderen te voeden en netto geen gezondheidswinst.

Relativering in een hogere versnelling! Zou Darwin ook gemeten hebben hoe het met groei, voortplanting, onderhoud en verdediging zat?

Evolutionair denken over geneeskunde levert boeiend leesvoer op, maar de beperkingen worden ook direct duidelijk. Evolutie verheldert vooral waarom we ziek worden, maar er komen maar weinig oplossingen uit voort. Onze lichamen worden maar zelden uit zichzelf ziek. Het is onze cultuur van schermpjes, snoepjes, sigaretjes, roltrappen en antibiotica die ziekmakend is, en die cultuur hebben we nota bene zelf gecreëerd. Als we iets terug kunnen brengen van de omgeving van onze voorouders, bijvoorbeeld viezigheid om ons immuunsysteem te prikkelen en te oefenen, om zo auto-immuunziekte terug te dringen, zou dat prachtig zijn. Het klinkt veelbelovend, maar de evolutiegeneeskunde is nog vooral speculatiegeneeskunde.

Eindelijk weer een verdediging of acceptatie van viezigheid! Wat een relativerende nuchterheid, van zeldzame klasse!

Een andere beperking is dat de evolutietheorie weinig te bieden heeft voor minder ‘fitte’ mensen, ouderen bijvoorbeeld. Aangezien evolutie vooral op nageslacht gericht is, zijn onze levens evolutionair gezien eigenlijk voltooid zodra het nestje leeg is en het kroost gevlogen. Ouderen vormen voorplantingstechnisch gezien vooral een blok aan het been. Evolutionair gezien heeft gezond oud worden geen enkele zin, misschien zijn we er daarom zo slecht in.

De opmerking dat ‘gezond oud worden geen enkele zin heeft’ verraadt een stevig bewijs dat die evolutietheorie alleen materialisme en consumentisme ofwel economische groei propageert. Darwin als propagandist avant la lettre van het kapitalisme! Wie had dat gedacht!

Op het online magazine Foodlog greep hoogleraar pathofysiologie Frits Muskiet de Lancet-serie aan om nog maar eens te pleiten voor een meer systematische benadering in de geneeskunde. Eetpatronen in plaats van voedingsstoffen. Het lichaam als systeem, in plaats van als verzamelhok van eiwitten, hormonen, weefsels en organen. Holisme in plaats van reductionisme. Klinkt aantrekkelijk. En in tegenstelling tot de Lancet-serie biedt de evolutiegeneeskunde voor Muskiet wel directe oplossingen. Hij was mede-auteur van een onderzoek naar het ‘Paleolithische’ dieet. (Dat ‘Paleolithisch’ is gewoon het paleodieet, maar dan met een iets deftiger en wetenschappelijker naam). Wat houdt het in? Je eet onder andere geen suiker, geen brood en geen kaas, weinig zout, en dan verbetert je gezondheid aanmerkelijk, zelfs als je het vergelijkt met een “gewoon” dieet. Je buik wordt minder dik, het vetgehalte in je bloed vermindert en je bloeddruk ook. Drie andere studies die het paleodieet adviseerden lieten vergelijkbare resultaten zien.

‘Het lichaam als systeem, in plaats van als verzamelhok van eiwitten, hormonen, weefsels en organen’ waarmee weer de materiële wetenschapsbeoefening wordt geaccentueerd en terecht!. En gedurfd is ‘Holisme in plaats van reductionisme’, waarmee @ryhertsberger zich grote woed e van medici op de hals haalt. Dapperheid en moed ontbreken haar niet.

Is het paleodieet ook een voorbeeld van ‘evolutionair ingrijpen’ en weer terugbrengen van onze oude vertrouwde oeromgeving? Vast. Maar de afgelopen twintig jaar heeft elk dieet dat het voor elkaar krijgt om Nederlanders te bewegen minder van hun standaardvoer te eten (brood en kaas) positieve effecten op de gezondheid. Dat kun je op twee manieren opschrijven. Je kunt zeggen: we eten te veel en te ongezond en dat maakt ons dik en ziek. Óf je kunt beweren: dit is ons evolutionaire oervoedsel. Het maakt weinig verschil. Of je onze obesitasepidemie nu holistisch of reductionistisch benadert en behandelt, zo’n dieet werkt als een trein.

Heerlijk zo’n – wederom – vrolijk relativerende column, die alles ter discussie durft te stellen.

Van alle wetenschap wordt de evolutietheorie misschien wel het meest uit zijn verband getrokken. Ik krijg sterk de indruk dat dat bij het Paleo, pardon, Paleolithisch eetpatroon ook het geval is. Ik heb er echter geen enkel probleem mee. Als je als arts of diëtist een verhaaltje nodig hebt om je patiënten te motiveren zo’n eetpatroon te volgen en gezondheidswinst te boeken, waarom niet? Als ik veel te dik zou zijn, zou ik er ook graag in willen geloven.

Zo is het maar net @ryhertsberger, ga zo door met je heerlijke columns. Het is genieten geblazen!

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/12/evolutie-als-excuus-12427433-a1569686?utm_campaign=Echobox&utm_medium=Social&utm_source=Facebook&utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=5om5&utm_content=&utm_term=20170812#link_time=1502534989

 

[Archief 2016] ‘In Fukushima houden alleen robots het een paar uur uit’ @nos #kernenergie #kernrampFukushima #verbodnoodzakelijk

Tags

,

Het is vijf jaar geleden dat na een tsunami bij Fukushima een grote kernramp plaatsvond. En nog altijd is de straling daar zó hoog dat een persoon met beschermende kleding het geen uur uithoudt. Daarom werden de afgelopen jaren robots de centrale ingestuurd. De robots houden het enkele uren langer vol, maar gaan keer op keer kapot door de straling.

Kun je nagaan hoe sterk die straling is, en dan wordt die stralingscapaciteit nog steeds verzwegen door autoriteiten en wordt kernenergie nog steeds als duurzame energie gezien. Bestuurders en politici zijn knettergek.

En dat is een probleem: de robots moeten radioactief materiaal opruimen, maar vallen vaak tijdens hun werk stil. En niemand die ze uit de kerncentrale kan halen. Daar moet weer een robot voor naar binnen worden gestuurd. Het gaat allemaal heel erg langzaam.

De schade

Op 11 maart 2011 werd Japan getroffen door een aardbeving en een daaropvolgende tsunami. De natuurramp had een meltdown in kerncentrale Fukushima tot gevolg. Bijna 16.000 mensen kwamen om het leven, ruim 6000 raakten gewond en vijf jaar later zijn nog steeds meer dan 2500 mensen vermist. Vandaag wordt de ramp herdacht.

Door de ramp kwamen 4,4 miljoen huishoudens zonder elektriciteit te zitten en 1,5 miljoen huishoudens zonder drinkwater. Uit een rapport van de Japanse overheid blijkt dat 127.290 gebouwen volledig ingestort zijn, 272.788 zwaar gehavend en nog eens 747.989 gebouwen raakten beschadigd.

Video afspelen

 

Terugblik: kernramp Fukushima (2011)

Een oplossing voor het opruimen van het radioactief materiaal lijkt nog niet in zicht. Tepco, het bedrijf waarvan de kerncentrale is, dacht het probleem op te kunnen lossen met een ondergrondse ijsmuur, maar ook die is nog steeds niet klaar. Nu, vijf jaar na de ramp, is het nog altijd niet gelukt om het lekken van radioactief afval tegen te gaan.

Een tweede reden dus om kernenergie niet op de lijst van duurzame energie te plaatsen. Specialisten belazeren ons als burgers dus tot en met.

Hoe moet ijsmuur werken?

De ondergrondse ijsmuur wordt gecreëerd door buizen onder de aarde te plaatsen en deze te laten bevriezen – een beetje zoals ijs bij een schaatsbaan gemaakt wordt. Hierdoor bevriest de ondergrond en zou er geen radioactief materiaal in het grondwater terecht kunnen komen. Tepco heeft onlangs gemeld dat dit plan achterloopt op schema en dat het “moeilijker blijkt dan gedacht”.

Er lekt niet alleen radioactief materiaal uit de centrale, het gebied eromheen is onbewoonbaar. De straling is te hoog. De ontmanteling van Fukushima kan nog tientallen jaren duren, verwacht de Japanse overheid.

Betrokken wetenschappers en ingenieurs zijn dus halve criminelen vanwege hun valse voorlichting.

https://nos.nl/op3/artikel/2092029-in-fukushima-houden-alleen-robots-het-een-paar-uur-uit.html, 11-03-2016

 

 

Gelet op de eiercrisis en dieselcrisis (en alle overige en voorgaande economische crises van de afgelopen jaren) kun je stellen dat de ‘vrije’ markteconomie niet in idealistische zin bestaat, maar alleen in de zin van ‘geef criminelen als startups en kartels de vrije ruimte’…

Tags

Deze kop naar aanleiding van een veelheid van artikelen, maar vanochtend ‘Geen eiercrisis voor dierfokkers en machinebouwers’ (Jan Verbeek, In het nieuws/fd, 12 augustus)

Inderdaad, waarom moeilijk doen bij #privacywetgeving als het gemakkelijk te regelen valt? @fd

Tags

Huidige privacywetgeving verliest aansluiting bij realiteit (Naomi Giling, Opiniebijdrage, Opinie & Dialoog/fd, 11 augustus)

In het FD van 3 augustus stelt Anita Verbeek de vraag: ‘Als een werkgever ook niet meer naar bewust geopenbaard gedrag en uitingen van een sollicitant mag kijken, hoe kan hij dan beoordelen of die persoon geschikt is voor de arbeid?’

Twintig jaar geleden had ik geantwoord dat een werkgever zonder bewust geopenbaard gedrag een sollicitant kan beoordelen op geschiktheid. Internet speelde een bescheiden rol en sollicitanten werden beoordeeld op sollicitatiebrief en CV.

Sociale media zijn nu ingeburgerd. Mijn generatie Y en generatie Z delen hun sociale leven online. Van werkgevers verwachten dat zij hun ogen hiervoor sluiten, is het creëren van wetgeving tegen beter weten in.

In 2006 geeft het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) aan dat informatie van Google mag worden gebruikt bij kandidaatselectie omdat ‘de sporen die mensen achterlaten op die sites openbaar zijn’ (artikel NRC 25 oktober 2006). Nu vindt de Autoriteit Persoonsgegevens dat googelen van sollicitanten alleen mag als dit is aangegeven en de werkgever een verwerkingsgrondslag heeft.

Voorbeeld: de informatie is van belang voor de vacature. Heeft de Autoriteit Persoonsgegevens haar standpunt aangescherpt? En gaan de Europese en Nederlandse autoriteiten hiermee voorbij aan de realiteit?

Mijn conclusie is dat de huidige privacywetgeving aansluiting verliest bij ons dagelijks leven. Waarom niet vastleggen dat werkgevers sollicitanten vooraf moeten informeren dat zij worden gegoogeld? De aankondiging kan in de vacaturetekst. Komt de werkgever online ‘belastende informatie’ tegen, dan biedt de NVP Sollicitatiecode uitkomst: een werkgever die online relevante informatie over de sollicitant verkrijgt, moet dit met de sollicitant bespreken (met bronvermelding). Dit biedt afdoende privacybescherming.

Dit zijn volkomen terechte opmerkingen. Gelukkig hebben we nog nuchtere advocaten die extra rompslomp binnen de wetgevingsmachine weten te verhinderen, als de ambtenaren tenminste kranten en sociale media volgen! Dat doen ze natuurlijk privé wel, maar ook hanteren in de professionele werksfeer moet natuurlijk kunnen want anders ben je ‘niet van deze tijd’.

Naomi Giling is advocaat bij L&A advocaten te Amsterdam.

https://fd.nl/opinie/1213344/huidige-privacywetgeving-verliest-aansluiting-bij-realiteit

 

‘Nederland bereikt nieuw dieptepunt op FIFA-wereldranglijst’ #voetbalmannen #leeuwinnen @knvb

Tags

Nederland heeft een nieuw dieptepunt bereikt op de FIFA-wereldranglijst. Zonder te spelen is Oranje afgezakt naar 36ste plaats. Brazilië heeft Duitsland na één maand weer van de troon gestoten op de mondiale ranking.

Nederland bivakkeerde de laatste maanden al op de 32ste en de 31ste plaats en is nu opnieuw vier plaatsen gekelderd. Nooit eerder stond de nummer drie van het WK van drie jaar geleden zo laag op de FIFA-lijst. Oranje is gepasseerd door de Verenigde Staten, dat door de Gold Cup-winst negen plaatsen steeg naar plek 26, en Kameroen (35ste). Turkije (33ste) en Tunesië (34ste) behielden hun posities.

Met 734 punten is Nederland inmiddels ver verwijderd van de mondiale top. Daarin vonden deze maand de nodige verschuivingen plaats. Zo staat Brazilië weer bovenaan en stegen Zwitserland en Polen naar respectievelijk de vierde en de vijfde plaats, hun hoogste noteringen ooit. Het gaat ten koste van Europees kampioen Portugal (nu zesde), terwijl Oranje-opponent Frankrijk door België is verwezen naar de tiende plaats.

Zo ruim verwijderd dat er alleen maar consequent gewonnen moet worden bij iedere volgende interland. Onmogelijk dus en Oranje wordt in de toekomst alleen nog maar gerepresenteerd door de Leeuwinnen. Want aan de mannen ergert zich iedereen. Dat gaat pas na een volgende generatie weer goedkomen.

http://www.msn.com/nl-nl/sport/voetbal/nederland-bereikt-nieuw-dieptepunt-op-fifa-wereldranglijst/ar-AApO4U2?li=AAazPsO&ocid=spartanntp

 

‘Met drijvende fabrieken vissen we de oceaan leeg’ en dat is misdadig @groene #milieu #zee #vernietigingdoorcommercie

Tags

De laatste grens

Lange tijd leek het ondenkbaar dat de nietige mens de oneindige oceaan kon beschadigen. Inmiddels weten we beter. Overbevissing, verzuring, opwarming, vervuiling: ‘De oceaan krijgt van alle kanten klappen.’

door Jaap Tielbeke, de Groene Amsterdammer, 9 augustus 2017

Malediven. Volgens Amerikaanse wetenschappers is twaalf procent van al het koraal ter wereld aangetast door verbleking, veroorzaakt door opwarming van het water

‘Als er poëzie zit in mijn boek over de zee’, zei Rachel Carson ooit, ‘dan is dat geen opzet, maar omdat het onmogelijk is om waarachtig over de zee te schrijven zonder poëtisch te klinken.’ De onderwaterwereld nodigt nu eenmaal uit tot lyrisch taalgebruik, wist Carson. Het is een betoverende plek vol wonderen, vreemde wezens en onpeilbare mysteries. De oceaan is de verzinnebeelding van oneindigheid en onverwoestbaarheid. Hij omvat zeventig procent van de oppervlakte en tachtig procent van het leven van onze blauwe planeet. Ga aan de kust staan, kijk uit over de uitgestrekte zeespiegel en je verzinkt haast automatisch in diepzinnige overpeinzingen. Bij Carson levert dat meeslepende passages op: ‘Want uiteindelijk keert alles terug naar de zee – naar Oceanus, de oceaanrivier, als de eeuwig stromende tijd, het begin en het einde.’

Rachel Carson geldt zo’n beetje als de godmother van de moderne milieubeweging. Dat is in de eerste plaats te danken aan Silent Spring, haar klassieker uit 1962 over de schadelijke effecten van chemische bestrijdingsmiddelen. Ruim een decennium voordat de eerste groene partij het licht zag, waarschuwde Carson al dat de natuur zucht onder het juk van de mens. Haar baanbrekende boek wakkerde een ontluikend ecologisch bewustzijn aan. ‘In de geschiedenis van de milieubeweging speelt Silent Spring een rol die vergelijkbaar is met de rol van De hut van oom Tom in het afschaffen van de slavernij’, schrijft het milieuagentschap van de Amerikaanse overheid op zijn website.

Wat minder mensen weten is dat Carson, voordat ze faam verwierf als activistisch auteur, een trilogie schreef over de zee. Die boeken staan inderdaad vol met dichterlijke beschrijvingen van de mirakels en raadselen die schuilgaan onder de wateroppervlakte. Met elegante pen legt Carson, zeebioloog van opleiding, uit hoe eilanden geboren worden en hoe de zee weerpatronen bepaalt. Haar literaire reis naar de diepte is tegelijkertijd een reis naar het verre verleden, want de zee is de moederschoot van al het leven. In de donkere diepte wonen naamloze diersoorten die al miljoenen jaren rondzwemmen op de planeet. Vergeleken daarmee is homo sapiens een vergankelijke nieuwkomer.

Waar Silent Spring een ronduit alarmistisch boek is, klinkt in Carsons zeetrilogie vooral ontzag en bewondering door. De ondoorgrondelijke oceaan dient als een herinnering aan de nietigheid van de mens. ‘Hij kan de zee niet controleren of veranderen, zoals hij in zijn korte verblijf continenten heeft onderworpen en geplunderd’, schrijft ze in The Sea around Us (1951). Op het land mag de mens zich heer en meester wanen, op de golven wordt hij geconfronteerd met de overweldigende kracht van de natuur. Zo signaleert Carson al dat de zeespiegel stijgt, maar geen moment komt het bij haar op dat de mens invloed kan hebben op zo’n natuurverschijnsel. Ons lot is weliswaar innig verbonden met dat van de zee, maar dan toch vooral in de zin dat wij zijn overgeleverd aan de grillen van de oceaan.

Hoe zou Rachel Carson vandaag de dag over de zee hebben geschreven? Ongetwijfeld even poëtisch. Haar woorden over de magie en aantrekkingskracht van de oceaan hebben niets aan kracht ingeboet. Maar het idee dat de oceaan praktisch onverwoestbaar is kan overboord. We plunderen even hard op zee als op land. Met drijvende fabrieken vissen we de oceaan leeg. De stranden van onbewoonde eilanden worden overspoeld met plastic. Een beschermd natuurgebied als het Groot Barrièrerif is veranderd in een levenloos koraalkerkhof. En de zeespiegelstijging, weten we nu, is niet alleen toe te schrijven aan natuurlijke processen. Dat ons lot afhankelijk is van de oceaan is nog altijd waar, maar omgekeerd geldt dat evengoed. De wereldzee is overgeleverd aan de grillen van de mens. En wij hebben haar aan de rand van de afgrond gebracht.

Het idee dat de oceaan praktisch onverwoestbaar is kan overboord. We plunderen even hard op zee als op land

Met een klap komt de boeg van onze feloranje rubberboot neer op de onrustige golven van de Waddenzee. Een mix van regen en zeewater klettert in mijn gezicht. ‘Als je ooit voor Greenpeace wil werken is dit alvast een goede oefening’, lacht Sander Holthuijsen. Hij heeft de capuchon van zijn oliejas strak over zijn hoofd getrokken. Holthuijsen is geen actievoerder, maar assistent-onderzoeker bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). In zijn rechterhand houdt hij een GPS-navigatiesysteem, met zijn linkerhand bedient hij de grommende buitenboordmotor. Na een half uur varen gaat het anker uit. In de verte passeert de veerdienst naar Terschelling, even verderop steekt een nieuwsgierige zeehond zijn kop op. Behendig balanceert Holthuijsen op de deining terwijl hij een meetstok in het water laat zakken. ‘Elf uur zesentwintig, één meter tachtig.’ Zijn assistent noteert de tijd en diepte met potloot op watervast papier.

Dan plant Holthuijsen de ‘steekbuis’ in de bodem, een lange stang met een stalen koker aan het uiteinde en een slangetje om vacuüm te trekken. Hij woelt een paar keer rond, trekt het gevaarte met een ferme ruk weer boven water en giet de inhoud in een zeef. ‘Hier, een grote kokkel.’ Holthuijsen toont de schelp op zijn handpalm, voordat hij hem in een plastic zakje laat glijden. ‘Deze is ongeveer zes jaar oud, dat kan ik zien aan de groeiringen.’ Als hij alle schaaldieren en maritieme insecten heeft verzameld, pakt hij zijn GPS en geeft weer gas. Op naar het volgende punt, waar dit hele proces zich herhaalt. Wanneer we een paar uur later weer op het grote schip stappen, nemen we zo’n vijftig potjes met sediment, schelpen en zeediertjes mee aan boord.

Al zeventien jaar doet Holthuijsen (34) onderzoek naar het Waddengebied. Eerst jarenlang als vrijwilliger, inmiddels in betaalde dienst bij het NIOZ. ‘Een droombaan’, zegt hij. In de kajuit van de RV Navicula, het onderzoeksschip dat speciaal ontworpen is voor tochten op de Waddenzee, vertelt hij over zijn zorgen. ‘Op papier is dit een beschermd natuurgebied, het is door de Europese Unie aangewezen als Natura 2000-landschap en staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Maar gek genoeg is er enorm veel bedrijvigheid in dit kleine stukje natuur. Het is alsof je aardappelvelden gaat aanleggen op de Hoge Veluwe.’ Je hoeft maar een blik uit de patrijspoort te werpen om te zien dat het inderdaad een drukte van jewelste is op het water: garnalenvissers rollen hun netten over de bodem, ieder half uur vertrekt vanuit Harlingen een veerboot om toeristen van en naar de eilanden te brengen, in de ondiepe wateren staan houten palen om de ‘mosselakkers’ te markeren. En dan zijn er nog de talloze plezierbootjes van vakantiegangers.

Holthuijsen kiest zijn woorden zorgvuldig als hij praat over de gevolgen van al deze menselijke activiteit. Net als veel collega-wetenschappers benadrukt hij vooral hoeveel we nog niet weten over de zeeën, zélfs over de ondiepe, gemakkelijk bereikbare Waddenzee. Toch kun je moeilijk blind zijn voor de manier waarop dit gebied in de afgelopen decennia veranderd is, zegt hij. ‘Laatst gaf ik een praatje voor de protestants-christelijke ouderenbond. Daar zaten mensen in de zaal die geboren waren in de tijd van de Zuiderzee. Er waren vissers die vertelden dat ze in hun jeugd gingen botprikken op de zandplaat en bijna struikelden over de platvis. Dat is nu ondenkbaar. In al die jaren heb ik misschien tien keer een platvis zien wegschieten. Daar word je wel verdrietig van.’

De vis verdwijnt niet alleen uit de Nederlandse wateren, blijkt uit cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. In 2013 was wereldwijd ruim dertig procent van de vissoorten overbevist of nagenoeg uitgeput. Een stijging van twintig procent ten opzichte van de jaren zeventig. Nog eens 58 procent zit tegen de grens van overbevissing aan. Lange tijd zag de mens de oceaan als een onuitputtelijke voorraadkast, waar je naar hartenlust voedsel uit kunt halen, zonder hem ooit te hoeven bijvullen. Maar nu ook de visserij een industriële revolutie heeft doorgemaakt blijkt dat een onhoudbaar sprookje: we dreigen de oceaan leeg te eten. De gemiddelde aardbewoner consumeert twintig kilo vis per jaar, meer dan ooit tevoren. En hoewel kweekvis een steeds groter deel voor z’n rekening neemt, neemt de druk op de open zee amper af.

‘Er zijn ­nauwelijks roggen, grote ­schelpdieren of ­kreeften te ­bekennen. Die horen hier ook gewoon te zitten’

‘De mens heeft het maritieme ecosysteem gigantisch veranderd’, zegt Han Lindeboom, hoogleraar mariene ecologie aan de Wageningen Universiteit. Ik spreek hem op Texel, waar hij een kantoor heeft op het onderzoekscentrum van het NIOZ, met uitzicht op de Waddenzee. Toen Lindeboom eind jaren tachtig voor het NIOZ werkte, kreeg zijn groep van een ambtenaar uit Den Haag de opdracht om de effecten te onderzoeken van de visserij op de Noordzee. ‘Ik sloeg steil achterover van onze bevindingen’, zegt hij. ‘Het is niet te geloven wat de visserij onder water aanricht. Door de sleepnetten is de zeebodem één grote zandvlakte geworden.’

Toen Lindeboom zijn resultaten naar buiten bracht, merkte hij hoe sterk de visserslobby was. Aan de muur hangt een collage van krantenberichten over de ophef die losbarstte nadat hij had voorgesteld om een kwart van de Noordzee te sluiten voor commerciële visserij. ‘Ze drongen zelfs aan op mijn ontslag’, zegt hij. ‘Terwijl je zou denken dat het ook in hun belang is als de visstand gezond blijft.’ Inmiddels hebben de tong en de schol zich in de Noordzee weer weten te herstellen, mede dankzij de Europese visquota. Goed nieuws voor de vissers, maar voor Lindeboom is het geen reden om de vlag uit te hangen. Dat zij goed gevulde netten boven water takelen betekent nog niet dat een ecosysteem gezond is, zegt hij: ‘Met sommige soorten gaat het inderdaad goed, met andere stukken minder. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks roggen, grote schelpdieren of kreeften te bekennen. Die horen hier ook gewoon te zitten, maar door de manier van vissen roei je deze soorten plaatselijk uit.’

De commerciële visserij is slechts één van de vele oorzaken van de ‘oceaancrisis’. Want dat is waar we volgens de wetenschappers van de Heinrich Böll Stiftung en de Universiteit van Kiel mee te maken hebben: een crisis van de wereldzee. Onlangs publiceerden de twee Duitse onderzoeksinstituten gezamenlijk de Ocean Atlas, waarin ze de feiten op een rijtje zetten. Deze stemmen inderdaad niet vrolijk. Door de overbevissing, verzuring, opwarming en vervuiling verkeert de gezondheid van de oceaan in een kritieke toestand, concluderen de onderzoekers. ‘De oceaan krijgt van alle kanten klappen’, zegt ook Erik van Sebille, oceanograaf bij het IMAU-instituut aan de Universiteit Utrecht. ‘Op een gegeven moment wordt die optelsom vanzelf een keer fataal.’

Zelf doet Van Sebille vooral onderzoek naar plastic. Iedereen kent de dramatische foto’s van zeeschildpadden die verstrikt raken in afval of dode albatrossen met plastic frutsels in hun ingewanden. In de Stille Oceaan brengt de stroming het plastic samen in een drijvende vuilnisbelt ter grootte van Frankrijk. Het is deze troep die Boyan Slat wil opruimen met zijn Ocean Cleanup-initiatief. In 2013 onderbrak de jonge uitvinder zijn studie ruimtevaarttechniek in Delft om een ingenieus systeem te ontwikkelen dat het plastic als een soort stofzuiger uit het water moet filteren. Van Sebille vindt het een sympathiek initiatief: ‘Het is goed dat Slat dit probleem op de kaart zet.’ Maar dit is slechts het mediagenieke topje van de ijsberg, weet hij. Het werkelijke probleem is misschien minder zichtbaar, maar daarom niet minder ernstig: ‘In zekere zin is 99 procent van al ons plastic afval onvindbaar’, zegt Van Sebille. ‘De schatting is dat er op dit moment 250.000 ton plastic aan de oppervlakte drijft. Maar per jaar gaat er zo’n vijf miljoen ton plastic de zee in. Ieder jaar komt er dus twintig keer zo veel bij als dat we nu in beeld hebben. Waar gaat al dat plastic heen?’

Dat probeert hij met zijn onderzoek in kaart te brengen. Een tijdje terug publiceerde hij samen met een groep collega’s een paper over een expeditie naar de Noordelijke IJszee. Tegen alle verwachtingen in troffen de onderzoekers zelfs tussen Groenland en Nova Zembla plastic soep aan. Eerder vonden wetenschappers ook al plastic in het arctische poolijs, op plekken waar nauwelijks mensen komen. In sommige delen van de oceaan zit nu al meer microplastic dan plankton. Het World Economic Forum berekende dat als dit zo doorgaat er in 2050 meer plastic dan vis in de zee zit.

‘De verwachting is dat we de komende vijf jaar meer plastic produceren dan de hele twintigste eeuw bij elkaar’

‘Als de oceaan een levenloze badkuip zou zijn, zou ik zeggen: ach, dat plastic kan niet zoveel kwaad daar’, zegt Van Sebille. ‘Maar dit brengt allerlei gevaren met zich mee voor het zeeleven. Iedere keer als we een dier uit zee halen, of het nu een mossel of een walvis is, vinden we plastic in de ingewanden.’

Zo belandt ons afval uiteindelijk ook op ons bord: volgens wetenschappers van de Universiteit Gent krijgt een Europeaan die regelmatig vis of zeevruchten eet jaarlijks elfduizend stukjes microplastic binnen. Welk effect al dit plastic heeft op onze gezondheid en die van het zeeleven blijft volgens Van Sebille onduidelijk. ‘Misschien is de huidige hoeveelheid plastic in de oceaan nog niet eens zo’n enorme ramp’, zegt hij. ‘Maar de voorspellingen voor de toekomst jagen me angst aan. De verwachting is dat we de komende vijf jaar meer plastic produceren dan de hele twintigste eeuw bij elkaar. Als we ons afvalsysteem niet radicaal anders inrichten, belandt er nog veel meer plastic in de zee. Uiteindelijk is dit een probleem dat we op het land moeten oplossen.’

Dat geldt voor meer problemen waarmee de oceaan te kampen heeft. Een van de belangrijkste oorzaken van de oceaancrisis is onze verslaving aan fossiele brandstoffen. Net als bossen functioneert de oceaan als een natuurlijke opslagplaats voor broeikasgassen: van alle CO2 die we uitstoten wordt ongeveer 25 procent opgenomen door de zee. Hoe meer CO2 we de atmosfeer in pompen, hoe meer de oceaan absorbeert, wat leidt tot een verzuring van het water. ‘Eigenlijk net als bij Spa Rood’, legt Van Sebille uit. ‘Door de toegevoegde koolstofdioxide smaakt dat zuurder dan normaal water. Op zich is dat niet erg, we drinken het nog steeds. Het probleem is alleen dat er in water met een hogere zuurgraad minder kalk zit, waardoor organismen met een kalkskelet slechter groeien.’ Voor plankton of koraal kan zelfs een kleine daling in de pH-waarde funest zijn.

En koraal heeft het al zwaar te verduren, nu de oceaan niet alleen zuurder, maar ook warmer wordt. ‘Andere soorten kunnen zich aanpassen of migreren naar koelere wateren, maar koraal is kwetsbaar voor temperatuurveranderingen en niet mobiel’, zegt Van Sebille. Overal ter wereld worden koraalriffen massaal getroffen door ‘bleaching events’: in warm zeewater stoot het koraal zijn kleurrijke algen af, waardoor enkel de witte skeletten overblijven. Twee derde van het Groot Barrièrerif, ooit een fleurig en levendig onderwaterrijk, is veranderd in een bleke woestenij. ‘Zeebiologen grappen dat Finding Nemo 2 de kortste film ooit wordt’, zegt Van Sebille. ‘Met al dat dode koraal komt een clownsvis niet ver.’ Volgens Amerikaanse wetenschappers is twaalf procent van al het koraal ter wereld aangetast door deze verbleking. Ongeveer de helft daarvan is onherstelbaar beschadigd, de rest kan zich alleen herstellen als het water afkoelt. De enige manier om deze natuurwonderen te redden is dus: klimaatverandering tegengaan.

‘Je ziet nu dat de walvis- populaties zich herstellen. Internationale afspraken… het kan dus wel’

Andersom is een gezonde oceaan een conditio sine qua non voor een stabiel klimaat. Omdat warmer zeewater minder CO2-opneemt, dreigt er een neerwaartse spiraal te ontstaan: doordat de oceaan opwarmt, blijft een steeds groter deel van de broeikasgassen in de atmosfeer, waardoor de planeet sneller opwarmt. De oceanen vormen, anders gezegd, de blauwe longen van onze planeet. Toch blijft onze kennis van de zee – bijna letterlijk – beperkt tot de oppervlakte. ‘Er valt nog ongelooflijk veel te ontdekken in dit vakgebied’, zegt oceanograaf Erik van Sebille. Niet voor niets wordt de oceaan the final frontier genoemd, de laatste grens. Op land hebben we vrijwel iedere uithoek ontdekt, maar onder water kunnen fervente ontdekkingsreizigers nog aan hun trekken komen. Van de oceaanbodem is slechts tien procent nauwkeurig in kaart gebracht – minder dan van de oppervlakte van Mars. We bouwen raketten om naar buitenaards leven te zoeken, maar weten nauwelijks welk leven er in onze eigen zeeën verstopt zit. In veel opzichten is de oceaan nog steeds een groot mysterie.

Het is ook ongelooflijk ingewikkeld om er onderzoek te doen, zegt Van Sebille: ‘Het grote probleem met meten in de oceaan is dat licht er niet kan doordringen. Dat geldt niet alleen voor zichtbaar licht, maar voor elke vorm van electromagnetische straling. Alle meetinstrumenten die we normaal gesproken gebruiken – GPS, radar of röntgenstraling – functioneren daar niet. Dus moet je met geluid werken, zoals walvissen en onderzeeërs doen. Of je moet fysiek afdalen naar de bodem.’

Dat laatste is een precaire en kostbare opgave, bewees James Cameron in 2012. De Canadese regisseur en avonturier betaalde zo’n acht miljoen dollar om een duikboot te bouwen waarmee hij drie uur kon doorbrengen op de bodem van de Mariëntrog. Als derde mens op aarde bereikte hij het diepste punt ter wereld, zo’n elf kilometer onder de zeespiegel.

Overheden zijn niet zo snel bereid om de portemonnee te trekken voor zo’n missie, zegt Van Sebille. ‘Dat komt ook doordat de oceaan van niemand is. Het is toch een beetje de tragedy of the commons.’ Waarom zou je geld uitgeven aan onderzoek op een onherbergzame plek waar je verder niets te zoeken hebt? Anders dan James Cameron dalen we zelden af naar de oceaanbodem uit pure nieuwsgierigheid. De landen en bedrijven die wél bereid zijn om te investeren in diepzeeonderzoek hebben hun vizier gericht op de schatten die in de oceaanbodem vervat liggen. Ze boren naar olie en gas, of willen metalen delven in de diepzee. Stukje bij beetje verandert de wereldzee zo in een industriegebied.

Lang leve onze materialistische beschaving!

Nog niet zo lang geleden leek het ondenkbaar dat de mens een serieuze bedreiging kon vormen voor de oceaan. We gebruikten de zee als een onverzadigbare dumpplaats, deden er kernproeven en schepten vis met bakken tegelijk uit het water. En we dachten, of hoopten, dat de oceaan dit allemaal zonder problemen kon incasseren. Zelfs een milieuactivist als Rachel Carson kon zich niet voorstellen dat de mens de zeeën zou plunderen. Inmiddels weten we beter. Keer op keer ontdekken oceanografen dat onze impact verder reikt dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Ook in dat opzicht is de oceaan de laatste grens. Op het land werd al eerder duidelijk dat we roofbouw plegen op de planeet. Maar de schade aan de oceaan bleef lange tijd verborgen onder de zeespiegel. ‘Het is niet alsof je de bomen tegen de vlakte ziet gaan, zoals bij de kap van regenwoud’, zegt Han Lindeboom in zijn kantoor op Texel. ‘Als je naar de golven kijkt, zie je niets zorgwekkends. Het is minder zichtbaar. Daardoor is het vaak toch uit het oog, uit het hart.’

Daar begint verandering in te komen. Begin juni organiseerden de Verenigde Naties een vijfdaagse conferentie over de ‘tanende gezondheid’ van de zee. ‘Van nu af aan kan niemand meer beweren dat ze zich niet bewust waren van de schade die de mensheid toebrengt aan de oceaan’, verklaarde de voorzitter van de Algemene Vergadering. Eerder werd in de duurzame ontwikkelingsdoelen al vastgesteld dat de oceaan en zijn hulpbronnen op een duurzame manier gebruikt moeten worden. Daar willen de VN daadwerkelijk werk van maken, bleek toen diplomaten afgelopen maand adviseerden om onderhandelingen te starten over een nieuw verdrag dat de rijkdommen in de internationale wateren moet beschermen. Het beheer van de mondiale meent hoeft niet te eindigen in een tragedie, zegt Lindeboom. ‘De mens heeft bewezen in staat te zijn om problemen te identificeren en gecoördineerd oplossingen te vinden. De walvissen zijn een mooi voorbeeld. Die hadden we bijna uitgeroeid. Maar we zagen op tijd in dat het mis ging en hebben internationale afspraken gemaakt om de walvisjacht aan banden te leggen. Je ziet nu dat die populaties zich aan het herstellen zijn. Het kan dus wel.’

Ook het voorstel waarvoor Lindeboom dertig jaar geleden nog verketterd werd – beschermde natuurgebieden aanleggen op zee – wordt ondertussen breed gedragen. Hope spots, noemt de Amerikaanse oceanograaf Sylvia Earl zulke maritieme natuurreservaten. Met haar Mission Blue ijvert de legendarische diepzeeonderzoeker – bijnaam: Her Deepness – onuitputtelijk voor het redden van de oceaan. Op hoogbejaarde leeftijd reist ze de wereld rond om regeringsleiders ervan te overtuigen dat de zee bescherming behoeft en verdient. Hope spots zijn niet enkel afgebakende stukjes natuur, maar functioneren als veilige toevluchtsoorden waar het zeeleven zich in alle rust kan herstellen. Ook de Verenigde Naties geloven dat een netwerk van hope spots een katalysator kan zijn voor het hele maritieme ecosysteem.

Want ‘als er iets too big to fail is, dan is het wel de oceaan’, schreef het Britse weekblad The Economist vorig jaar. De wereldzee regelt ons klimaat en voorziet ons van voedsel, banen en zuurstof. We hebben, kortom, een gezonde oceaan nodig om te kunnen overleven. En omdat er niet één enkele oorzaak is aan te wijzen voor de oceaancrisis is er ook geen silver bullet. Maar over één ding zijn oceanografen het eens: als we de uitstoot van broeikasgassen niet drastisch naar beneden brengen, dan zijn alle visquota en hope spots tevergeefs. Uiteindelijk wordt het lot van de zee toch vooral op het vasteland bepaald, erkent Erik van Sebille. ‘Het is hoopvol om te zien dat mensen zich zorgen maken over de oceaan. Het is natuurlijk een magische en fascinerende plek. Maar de link met onze acties op het land wordt lang niet altijd gelegd. Terwijl het heel simpel is: we kunnen niet tegelijkertijd deze levensstijl en een gezonde oceaan hebben.’

Jaap Tielbeke (1989) werkt sinds 2015 op de redactie van De Groene Amsterdammer Meer

https://www.groene.nl/artikel/de-laatste-grens?utm_source=De+Groene+Amsterdammer&utm_campaign=dd6ea699f9-wekelijks-2017-08-09&utm_medium=email&utm_term=0_853cea572a-dd6ea699f9-70927641

Tragisch dieptepunt, ingezonden brief in @FD #vleesindustrie #consumentbedienen #economie

Tags

Wederom een stalbrand. Deze keer van ongekende grootte: 20.000 varkens verloren op 27 juli het leven in het Gelderse Erichem, gemeente Buren. Veertig maal (!) meer dieren dan de hoeveelheid inwoners dat het Betuwse dorp telt. Deze brand is de grootste in de geschiedenis van varkensstalbranden. Een dieptepunt. De politiek en de sector moeten zich extreem schamen. Men verleent vergunningen en gaat door met het bouwen van megastallen, waar dieren op een kluitje ‘leven’ en bij brand geen kant op kunnen.

De vee-industrie is een bedrijfstak waar het dier aangepast wordt aan zijn omgeving, ‘overtollige’ ledematen worden verwijderd en huisvesting plaats vindt in krappe ruimten waar het dier geen dier kan zijn. Het houden van — te — veel dieren per vierkante meter geeft een snelle groei en hoge opbrengst, maar gaat over de rug van dieren én boeren. Laten we gezamenlijk, politiek, sector en consument, kiezen voor eerlijker geproduceerd vlees, eieren en melk uit kleinere stallen met meer ruimte per dier. De grens qua hoeveelheid stalbranden en de aantallen dieren die omkomen, vraagt om acute daadkracht. Het Actieplan Stalbranden, van onder andere de Rijksoverheid, moet versneld uitgevoerd en aangescherpt worden. In betere en veilige huisvestingssystemen is het leven voor de dieren aangenamer en is bij calamiteiten de kans op redding groter.

Corrie van Schaik, Enkhuizen

Het bestaande beleid is inderdaad beestachtig beleid. Niets anders. De agrosector is een ontzielde sector geworden dat een belediging is voor de beschaving.

https://fd.nl/opinie/1212827/brieven