Variaties in de constructieve aanzetten tot EU-uitbouw in de Kamer tijdens het debat vandaag (dl2)

Tags

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter. Collega Verhoeven memoreerde al het overlijden van Helmut Kohl. Wij kunnen niet over de toekomst van de EU filosoferen als wij de historie niet tot haar recht laten komen. In het tienpuntenplan van november 1989 stelde Helmut Kohl dat de Duitse eenheid en de Europese eenwording twee kanten zijn van dezelfde medaille. Hij wordt in Duitsland “der Kanzler der Einheit” genoemd en in Europa “de grootste Europeaan”. Het was een Duitse Europeaan. Tegenover de Duitse eenwording offerde hij de Deutsche Mark op, het symbool van de Duitse economische kracht. Dat was een zoenoffer aan Frankrijk. Niemand was overigens toen klaar voor de euro. Beide stappen, de eenwording en de euro, waren lang voor onmogelijk gehouden, maar ze werden toch gezet.

Nu staan we door de brexit en de verkiezing van de jonge president Macron wellicht aan de vooravond van een tweede generatie van de Frans-Duitse as, een nieuw Europees motorblok. Waartoe zal dat leiden, zo vragen wij. Is het een stap naar verdere Europese integratie en een politieke unie? Ik hoor graag een antwoord van de premier. Welke concessies zal Merkel na de Duitse verkiezingen willen doen aan Frankrijk, bijvoorbeeld op het gebied van de begrotingsregels?

Nu komt de Europese Commissie met plannen voor een Europese minister van financiën, een eurominister van financiën, een eurozonebegroting, een eurodepositogarantiestelsel, eurobonds en zelfs op termijn de euro voor alle 27 EU-landen. Ik hoor graag een visie van de minister-president op deze plannen.

Gaat er dan nog meer geld van Noord-Europa naar Zuid-Europa als het aan de Europese Commissie ligt? Wij vrezen ook dat onder Macron de staat toch nog tegenover de straat kan komen te staan.

De vraag is natuurlijk of dit voor Nederland een kans of een bedreiging is. Nederland voelt sinds de verkiezing van president Trump dat de verbondenheid met de Verenigde Staten op z’n minst onder druk staat. Nu ook het Verenigd Koninkrijk afscheid neemt van de EU, moeten we concluderen dat Nederland twee historische bondgenoten deels kwijtraakt. Ik hoor graag een reactie van de premier.

Het perspectief is hierdoor gedraaid. Zijn wij goed voorbereid op die nieuwe situatie? Wat is de strategie voor deze nieuwe toekomst? Wie zijn onze nieuwe partners? En kunnen we met deze landen voldoende common ground vinden om niet met gemak door Duitsland en Frankrijk uit elkaar gespeeld te worden? Dat zijn twee vragen.

Vorige week heeft de premier gesproken met de Franse president Macron. En maandag jl. hebben de leiders van de Benelux-landen in Warschau gesproken met de vier Visegrádlanden. Graag horen we van de premier zijn impressie van deze gesprekken, dus met name de gesprekken met Macron en die met de Visegrádlanden. Op welke wezenlijke terreinen overlappen onze belangen met die van Frankrijk en de Visegrádlanden, en waar zijn er grote verschillen van mening? Ook willen we heel graag weten wat zijn verwachtingen zijn voor de geplande bijeenkomst van vanavond van de Benelux-landen met de drie Baltische staten en de drie Scandinavische landen.

Wij waarderen bijzonder het samen optrekken in Benelux-verband. Zou de minister-president nader willen ingaan op zijn visie op de positie van deze drie landen in de Europese Unie? We hebben hier al eerder over gediscussieerd. Is de minister-president het met ons eens dat het tijd is voor een nieuw initiatief voor bundeling van krachten van deze drie landen? Het gaat om drie van de zes oprichters van de oorspronkelijke EEG. De omvang van de gezamenlijke economie van de Benelux is vergelijkbaar met die van Spanje. De Benelux moet niet zo bescheiden zijn en zich veel sterker manifesteren, ook tegenover de nieuwe Frans-Duitse entente. Zitten Nederland, België en Luxemburg dan op één lijn, zo vragen wij de premier. Voelt de minister-president zich door zijn demissionaire status overigens geremd om de noodzakelijke initiatieven te nemen op Europese dossiers die voorliggen? De Frans-Duitse trein wacht niet op Nederland en België. Wij overwegen om in tweede termijn een motie in te dienen over de intensivering van de Benelux-samenwerking.

De fractie van 50PLUS is positief over het zoeken naar vernieuwing in Europa, wel met de volgende uitgangspunten: geen verdere uitbreiding, geen superstaat, hervorming binnen bestaande kaders en goed kijken naar wat beter, efficiënter en misschien ook wel goedkoper kan. Is de minister-president het met deze uitgangspunten eens?

Een ander belangrijk onderwerp op de agenda van de Europese Raad is uiteraard de migratie. Vorige week is een nieuwe rapportage van het Partnership Framework on Migration verschenen, die op de top wordt besproken. Ik hoor graag het oordeel van de premier over de uitkomsten van deze rapportage. Welke initiatieven gaat hij inbrengen om de zaken die volgens dit rapport moeten worden verbeterd, aan te pakken? Welke rol ziet hij daarbij voor Nederland?

Ten slotte de brexit. Tegen veel verwachtingen in is maandag begonnen met de onderhandeling, met de agenda althans. Kan de premier informatie geven over wat er maandag daaromtrent is besproken? En welke gevolgen heeft de verzwakte positie van het Britse kabinet? Nederland is …

De voorzitter:

U moet gaan afronden, mijnheer Van Rooijen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, voorzitter. Ik heb nog één vraag. Nederland heeft een voorkeur voor een zachtere brexit. Wellicht komt die er, maar de kans op een harde brexit is nu natuurlijk groter. Hoe kan de premier met die tegenstelling uit de voeten?

De heer Bisschop (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Formeel zijn alle lidstaten van de Europese Unie gelijk, maar het is helder dat grote landen als Frankrijk en Duitsland binnen het Europese krachtenveld altijd de beslissende zwaargewichten zijn geweest. Europese integratie heeft in die zin aan het aloude concept der naties geen eind gemaakt. Voor kleinere lidstaten zat er vaak niets anders op dan óf te proberen de grote lidstaten Duitsland en Frankrijk te beïnvloeden óf toe te kijken. Lange tijd was het Verenigd Koninkrijk de derde, de meer kritische grootmacht, die de andere nog enigszins in het gareel hield. Voor Nederland was het Verenigd Koninkrijk op veel Europese terreinen een belangrijke bondgenoot. De brexit vormt een belangrijk verlies, niet alleen voor Engeland maar zeker ook voor de Europese Unie. Want wie trapt er nog op de rem van de Europese integratie nu de EU die lastige maar belangrijke luis in haar pels is kwijtgeraakt?

Even leek het erop dat de EU daadwerkelijk pas op de plaats zou gaan maken. De brexit bracht namelijk een grote schokgolf teweeg. In Brussel vreesde men de eurokritische populisten, wie of wat dat dan ook mogen zijn. Inderdaad legden deze fenomenen een gevoelige realiteit bloot. Lang niet iedere lidstaat, lang niet iedere Europeaan is blij met de steeds verdergaande Europese integratie. Niet iedereen juicht een Unie toe die de wezenlijke verschillen tussen de lidstaten, terug te voeren op de geografische ligging, de geschiedenis, de cultuur en de economie, miskent.

Maar ondanks alles kon zelfs de brexit, symbolisch dieptepunt van de vertrouwenscrisis in de EU, de Europese familie in Brussel niet op andere ideeën brengen. Er werd weliswaar een witboek neergelegd en er werden weliswaar plannen aangekondigd om over de toekomst van de EU met het volk in gesprek te gaan, maar ik sluit mij graag aan bij de opmerkingen die collega Van Ojik in dezen heeft gemaakt: we horen daar maar heel weinig meer van. Het is te vrezen dat dit overruled zal gaan worden door een hogere versnelling die Frankrijk en Duitsland gezamenlijk aan de integratie van de EU zouden willen geven. Zeker nu het idee leeft dat het verkeerde populisme, wat dat dan ook moge zijn, verloren heeft in Nederland en in Frankrijk, krijgt de EU zowaar nieuw elan, zoals dat wordt uitgedragen in Brussel. De oprechte zorg van de SGP-fractie is dat met het badwater het kind wordt weggegooid, dat Merkel, Macron, Juncker en Tusk de overwinning claimen, zonder de onderliggende onvrede te adresseren en fundamentele hervormingen door te voeren. Op dit moment zien we dat onder het motto “burgers willen een EU die beschermt” weer volop wordt geïntegreerd. Dat is naar onze overtuiging niet de juiste weg. De SGP-fractie heeft al vaker beargumenteerd — zij herhaalt dat hier vandaag — dat Nederland nu het voortouw moet nemen om de EU grondig en realistisch te hervormen.

De heer Verhoeven (D66):

Ik ben het gewoon eens met de heer Bisschop dat er heel veel onvrede is, breed gedeeld in alle Europese landen, over de manier waarop de EU functioneert. Daar moeten we zeker niet van wegkijken. Geheel eens. Vervolgens gaat de heer Bisschop heel erg in op allerlei problemen en gevoelens en op het feit dat een aantal nieuwe leiders met nieuw elan toch weer vooruit willen gaan. Dat is inderdaad niet het goede antwoord daarop. Ook mee eens. Maar we zijn toch ook op zoek naar een Europa dat de problemen van mensen oplost? Dan moet je ook over de inhoud praten. Wat zijn nou onderwerpen waarvan de heer Bisschop denkt dat Europa wél meerwaarde kan hebben om het vertrouwen van burgers in de EU te vergroten door juist wel stappen te zetten?

De heer Bisschop (SGP):

Dat zijn volgens mij de klassieke beleidsterreinen waarop de EU ooit is begonnen. Dan denk ik aan milieuafspraken, landbouwpolitiek en economische afspraken. Ik denk — maar dan is wel belangrijk op welke wijze het vorm wordt gegeven en waar je het precies belegt — dat het migratieprobleem in EU-verband moet worden aangepakt. Zonder alle beleidsterreinen langs te lopen, merk ik wel op dat het kernprobleem, waarmee de EU te maken heeft en waartegen wij als lidstaten voortdurend aanlopen, is waar de eerste verantwoordelijkheid ligt. Hoe kun je de EU een meerwaarde laten hebben ten opzichte van nationaal opereren? Daar komt het beginsel van subsidiariteit om de hoek kijken. Dat wordt vanuit EU-verbanden stelselmatig genegeerd. Het zijn de lidstaten die daar voortdurend aan de bel moeten trekken: wat wijzelf kunnen, doen wijzelf.

De heer Verhoeven (D66):

Waarom ik hier sta, is omdat ik bang ben dat de heer Bisschop zelf degene is, met een aantal andere partijen, die dit verhaal de hele tijd de wereld in helpt, waardoor het zogenaamd waar wordt. Mijn partij is voor een Europa dat op een aantal punten zegt: ja, de Europese bestuurslaag moet de bevoegdheid krijgen om oplossingen te vinden voor de migratie, het klimaat, energie en terreur, maar doe het dan ook, en doe het op een aantal terreinen heel duidelijk niet. Dat is heel concreet: soms wel, soms niet. Maar ik hoor de heer Bisschop de laatste jaren alleen maar zeggen dat het veel harder gaat en dat er niet wordt geluisterd naar de mensen. Volgens mij luisteren we wel naar de mensen, maar op bepaalde onderwerpen moeten we wel keuzes durven maken. Zou de SGP daar eens wat concreter op in willen gaan, in plaats van altijd alleen maar het verhaal te houden dat het te snel gaat en dat niet wordt geluisterd?

De heer Bisschop (SGP):

Dit is nou een klassiek voorbeeld van shoot the messenger. We mogen hier geen Engels spreken, maar het komt neer op: knal de boodschapper neer. Je benoemt als boodschapper het probleem en vervolgens wordt je verweten dat je het probleem benoemt. Dat is toch een rare benadering? Kijk, wij weten allemaal dat er in de EU-verdragen mechanismen zijn die de soevereiniteit van landen op sluipende wijze uithollen. Ik denk alleen maar aan het principe van de jurisprudentie volgens de regel van the ever closer union. Dat staat toch haaks op subsidiariteit? Mensen hebben dat door. Dan moet je de mensen die dit probleem benoemen, niet verwijten dat zij de EU niet voortdurend op applaus onthalen.

De voorzitter:

Tot slot. Heel kort.

De heer Verhoeven (D66):

Ik verwijt de mensen die kritisch zijn over Europa helemaal niets. Daar begon ik namelijk mee. Ik verwijt de heer Bisschop iets, namelijk dat hij niet duidelijk is over zijn kritiek op de Europese Unie en dat het blijft steken in vaagheden. Ik hoor graag van de SGP wat nu precies de terreinen zijn waarvan je eerlijk en open tegen alle burgers kunt zeggen: ja, daarop werken we samen met een bevoegdheid op Europees niveau. Dan durven we dat ook gewoon te zeggen, dan hoeft het op een aantal terreinen niet en dan is het voor de bevolking helder wat Europa wel vermag en wat Europa niet vermag.

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven, de interrupties moeten ….

De heer Verhoeven (D66):

Geef daar nu eens een antwoord op in plaats van de hele tijd met abstracties te komen.

De voorzitter:

Heel even. De interrupties moeten echt kort zijn, want we hebben elf sprekers.

De heer Bisschop (SGP):

De antwoorden moeten waarschijnlijk ook kort zijn.

De voorzitter:

De antwoorden ook, mijnheer Bisschop.

De heer Verhoeven (D66):

Excuus, voorzitter.

De heer Bisschop (SGP):

Ik was er al bang voor. Ik dacht dat ik in mijn beantwoording behalve het leidende principe waar veel commentaar bij te leveren is …

De voorzitter:

Kunt u gaan zitten, mijnheer Van Rooijen!

De heer Bisschop (SGP):

… ook een aantal terreinen had genoemd waar de EU … Kijk, nou luistert de heer Verhoeven weer niet! Die bemoeit zich weer met de heer Van Rooijen.

De heer Verhoeven (D66):

U hebt helemaal gelijk, mijnheer Bisschop. Ik hang aan uw lippen vanaf nu. Het spijt me.

De heer Bisschop (SGP):

Ik aanvaard uw excuus. Ik dacht dat ik ook een aantal terreinen had genoemd waarop de EU wel degelijk een toegevoegde waarde heeft. Dat blijft ook zo. Maar als er vervolgens steeds weer nieuwe terreinen worden aangesneden — denk aan samenwerking op het gebied van defensie en op sociaal terrein en al dat soort zaken — dan moet je toch niet vreemd opkijken dat mensen in Nederland wantrouwend worden en de vraag stellen: waar eindigt die machtshonger van de EU? Zo wordt het geïnterpreteerd. Daar gaan mijn woorden over. Ik denk dat de EU in dat opzicht in de spiegel moet kijken. Het witboek was een mooie aanzet, maar hoe staat het met de plannen om in gesprek te gaan met de bevolking? Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de minister-president op dat terrein, want dát kan werkelijk tot verbetering leiden.

De heer Baudet (FvD):

Begrijpt de heer Bisschop dan niet dat de Europese Unie onhervormbaar is?

De heer Bisschop (SGP):

Dit is een stelling. Daar spreekt een vaste overtuiging uit en dat is ieders goed recht. Ik ben er niet van overtuigd dat die stelling juist is. Het is een vooronderstelling.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Bisschop (SGP):

Het is goed dat Nederland ondertussen stevig investeert in gelegenheidscoalities met bijvoorbeeld de noordelijke lidstaten, maar effectief tegenwicht tegenover die Frans-Duitse as, zoals die nu aan het ontstaan is, vraagt wel om coalities van minimaal veertien lidstaten. Mijn vraag aan de minister-president is dan ook: is het Nederlandse kabinet bereid het voortouw te nemen bij het smeden van solide en duurzame coalities met onder meer de noordelijke lidstaten, om een blijvend stabiel tegenwicht te vormen tegenover de Franse-Duitse as, zodat deze landen ertoe genoodzaakt worden om de EU een pas op de plaats te laten maken? Is het kabinet bereid om op die manier het democratisch zelfbestuur van de lidstaten te helpen waarborgen?

Op het gebied van vluchtelingen en migratie moeten Nederland en Europa in de eerste plaats prioriteit blijven geven aan het voorkomen dat mensen de zee opgaan en daar verdrinken. De mensenhandel moet structureel worden aangepakt. In de tweede plaats moet gezorgd worden voor een kwalitatief goede opvang in vluchtelingenkampen. In de derde plaats moet meer perspectief — lees: werkgelegenheid — worden geboden in de herkomstlanden middels gedegen en effectieve ontwikkelingssamenwerking.

Ik maak een laatste opmerking. Als het kabinet kan en wil garanderen dat er in theorie en praktijk sprake is van volledige inachtneming van mensenrechten en het internationaal recht, dan kan de SGP-fractie de inzet van het kabinet inzake de samenwerking met herkomst- en transitlanden zoals Libië, en de afspraken omtrent terugkeer naar een veilig derde land blijven onderschrijven. Ik hoor graag wat de reactie van de minister-president hierop is.

De heer Anne Mulder (VVD):

Ik hoorde de heer Bisschop spreken over de Frans-Duitse as. Hij zei dat we daar tegenwicht aan moeten bieden en dat we daar zelfs een coalitie voor moeten sluiten. Moeten we niet een paar dingen tegelijk doen, namelijk een coalitie sluiten en toch ook bekijken of we bij die as kunnen komen en of we die as onze kant op kunnen sturen? Voordat je het weet, zijn we een beetje calimero-achtig bezig in Nederland, terwijl er misschien enorme kansen liggen, zeker voor ons, want wij zijn de vijfde economie van de Europese Unie als de Britten vertrekken.

De heer Bisschop (SGP):

Ik denk dat dit een terechte opmerking is. Ik denk niet dat het of het een of het ander is, maar op het moment dat je signaleert dat die as de Europese integratie in een hogere versnelling wil schakelen, moet je er wel voor zorgen dat je in de EU voldoende tegenwicht kunt bieden aan het streven van die twee dominante grootmachten. Waar het mogelijk is om het beleid en de keuzen van die landen te beïnvloeden, moet je dat natuurlijk altijd blijven doen; ik heb dat al benoemd. Dat is naar mijn mening een belangrijke taak voor de Nederlandse diplomatie.

Variaties in de constructieve aanzetten tot EU-uitbouw in de Kamer tijdens het debat vandaag

Tags

De heer Verhoeven (D66):
Voorzitter. Dit weekend is een groot Europeaan overleden: Helmut Kohl, een man die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog nog meemaakte. Hij zette zich juist daarom in voor een verenigd Europa, met als doel: nooit meer oorlog tussen Europese staten. Deze man wist niet alleen Duitsland te herenigen, maar hij gold ook als de architect van het nieuwe Europa. Dat Europa staat anno 2017 voor grootse uitdagingen. Juist daarom is het goed om even stil te staan bij het goede werk van de Europese staatsman Helmut Kohl.
Terwijl de ene Europese staatsman ons is ontvallen, lijkt er een nieuwe Europese staatsman te zijn opgestaan, namelijk de kersverse Franse president Macron. Afgelopen zondag wist hij met zijn partij een sterke meerderheid te krijgen in de Franse Assemblée nationale. Met een eigen progressieve, pro-Europese hervormingsagenda is het populistische geluid van het Front National verslagen. Macron stelt net als mijn partij dat de terugkeer naar volledige soevereiniteit een gevaarlijke illusie, een valse belofte en een heilloze weg is. Macron zegt: soevereiniteit betekent de vrijheid van een bevolking om collectief keuzes te maken, bijvoorbeeld voor het omgaan met migrantenstromen en het bestrijden van internationale terrorismedreiging. Het gaat daarbij ook om keuzes op het gebied van klimaatverandering, digitalisering en de Amerikaanse en Chinese economische macht. Op die gebieden is Europa het beste terrein om te handelen. Deelt de minister-president deze opvatting van Macron? Zo ja, hoe gaan Nederland en Frankrijk dan navolging geven aan deze blik op de meerwaarde van de Europese Unie?
Wat D66 betreft is de kern van een goed functionerende, sterke Europese Unie om op de grote grensoverschrijdende thema’s, namelijk migrantenstromen, terrorisme, klimaat en energie, goede oplossingen in Europees verband te vinden, zodat er een Europa is dat daadwerkelijk de problemen van mensen oplost. Ik ben benieuwd hoe het gesprek van afgelopen vrijdag tussen onze premier en de Franse president was. Wat is daar besproken? Waar liggen de overeenkomsten en waar liggen de eventuele verschillen? Hoe gaat Nederland optimaal gebruikmaken van het feit dat een pro-Europese hervormer het voor het zeggen heeft in Frankrijk? Ik vraag dit ook omdat ik soms de indruk krijg dat onze premier toch nog wat afhoudend is richting de zogenaamde Frans-Duitse as. Dat is traditioneel gezien een invloedrijke as. Zeker nu het nuchtere marktdenken van de Britten wegvalt, waarschuwen mensen voor de invloed van de Frans-Duitse as. Zij zijn bang voor te grote stappen vooruit. Biedt het geen kansen om samen met Merkel en Macron de Europese samenwerking te verbeteren, juist omdat de pro-Europese koers van Merkel en Macron best wel een verstandige pro-Europese koers is? Die koers ligt eigenlijk heel dicht bij de pro-Europese koers van onze premier, alhoewel hij dat misschien niet altijd met zo veel woorden wil toegeven in dit huis. Graag krijg ik hierop een reactie. Deelt de premier de mening dat deze zogenaamde as er anders uitziet met een progressieve hervormer dan met een vastgeroeste socialist aan de macht in Frankrijk?
In het verlengde daarvan ga ik nog even in op de zogenaamde Visegrádlanden. Onze minister-president heeft na zijn ontmoeting met Macron ook nog een gesprek gehad met de Visegrádlanden in Benelux-verband. Ik hoor graag van de premier wat het doel van deze gesprekken was en wat de uitkomst was. Kan de premier bijvoorbeeld bevestigen dat hij de leiders van deze lidstaten heeft aangesproken op het niet nakomen van de Europese afspraken over het opvangen van vluchtelingen? Hoe waren de gesprekken met het Hongarije van Victor Orbán, degene die de media, de oppositie en de mensenrechtenorganisaties in zijn land dwarsboomt en een snoeihard migratiebeleid voert, inclusief xenofobe haatcampagnes? Maar ook de initiatiefnemer van deze gesprekken, de premier van Polen, lijkt een steeds restrictiever beleid te voeren als het gaat om de Poolse rechtsstaat. Net als Hongarije gaat Polen bijvoorbeeld subsidies voor mensenrechtenorganisaties schrappen en er komt zelfs een verbod op demonstraties. Ik ben benieuwd — ik hoor dat graag van hem — of de premier deze pijnlijke kwesties in het overleg met de Visegrádlanden heeft opgebracht. Of ziet de premier landen als Polen en Hongarije niet zozeer als landen die de Europese waarden in gevaar brengen en overtreden, als wel als wenselijke partners, als een soort rem op de Europese daadkracht?
Dan kom ik op de brexit. De onderhandelingen zijn maandag begonnen. Dat is een historisch feit, al ging het begin vooral over het zetten van de agenda en het schudden van handen. Er is inhoudelijk nog niet zo veel besproken. Dat kan natuurlijk ook niet na de chaos die de verkiezingen in Groot-Brittannië hebben opgeleverd. Na David Cameron is nu Theresa May degene die gokte en verloor door verkiezingen, al deed Cameron dat door het uitschrijven van een referendum. Zoals mijn collega in het Europees Parlement al opmerkte, lijkt het ondertussen wel een casino bij de Tories, want of het nou een poging was om Labour definitief uit te schakelen of een poging om daadwerkelijk een sterk brexitonderhandelingsmandaat te krijgen, een succesvolle inzet is het niet gebleken. Pogingen tot strong and stable leadership bleken eerder weak and wobbly, met als resultaat dat wij als Europa geen idee hebben waarmee wij nu eigenlijk onderhandelen als het gaat om de brexitgesprekken. Hoe ziet de premier — dat is voor dit debat heel erg van belang — de gesprekken met de instabiele regering van May? Hoe ziet hij de eisen van de Ierse conservatieven aan de brexitonderhandelingstafel? Geldt bijvoorbeeld de Britse inzet voor de rechten van EU-burgers ook nog steeds voor lhbti-stellen? Ik hoor graag de inschatting van de premier van de manier waarop hij denkt dat de onderhandelingen zich zullen ontwikkelen en wat dit allemaal betekent voor die onderhandelingen. Ik denk echt dat er wat is veranderd. Wij hebben gezegd dat deze verkiezingen tot een andere situatie zouden kunnen leiden. Toen is opgemerkt: nou, dat zal wel meevallen. Dat was echter gebaseerd op de verwachting dat May een ruime meerderheid zou halen, maar dat is niet gebeurd. Graag krijg ik een reactie. Deelt de minister-president de analyse dat juist nu de Britten zelf verdeelder zijn geworden, de Europese eensgezindheid belangrijker en kansrijker is dan ooit? Hoe maken wij die eensgezindheid dan zo groot mogelijk, ook in het licht van de opmerking die ik zojuist maakte over de Frans-Duitse as, de Visegrádlanden en de andere subcoalities binnen Europa? Graag krijg ik hierop een reactie.
Dan ga ik in op defensie. Als er een onderwerp is waarvoor het gezamenlijk optrekken door Europa van belang is, dan is dat wel veiligheid en defensie. Het is ook een van de meest logische onderwerpen om dat te doen. Het is goed dat het kabinet er belang aan hecht dat vooral de politieke bereidheid om de EU Battlegroups in te zetten, wordt versterkt. Ik mis echter daadkrachtige ingrepen, bijvoorbeeld op het gebied van gezamenlijk inkopen en onderhoud. Bieden de verkiezing van Macron en de brexit hier geen kans voor? Waarom niet samen met Duitsland en België nu echt de voortrekker worden op het gebied van de Europese defensiesamenwerking? Graag krijg ik hierop een reactie.
Dan ga ik nog in op migratie. Op deze Europese top staan ook de partnerschappen met derde landen op de agenda. Laat vooral duidelijk zijn dat de internationale verdragen te allen tijde moeten worden nageleefd, ook als er afspraken worden gemaakt met derde landen. Vorige week werd overigens praktisch van links tot rechts duidelijk dat niemand het een reële optie vindt om migratieafspraken met Libië te maken. Ten overvloede: mijn partij vindt dat ook geen optie. Maar ik lees nu wel in de voortgangsrapportage van de Europese Commissie van vorige week dat Libië een keypartner is voor het managen van migratiestromen op de Centraal Mediterrane route. Ik lees dat een pakket van 90 miljoen is aangenomen, onder andere om migratiemanagement te verbeteren. Kan de minister-president bevestigen dat dit puur is om de opvang en bescherming van migranten aldaar te verbeteren en dat dit geld alleen naar hulporganisaties gaat en niet naar de Libische overheid, welke van de drie dan ook? Kan de premier expliciet bevestigen dat dit geld op geen enkele manier gaat naar de detentiecentra waar migranten worden vastgehouden en soms zelfs worden gemarteld? Graag een heldere en duidelijke reactie.
Ik lees trouwens ook een positief verhaal over het trainen van de Libische kustwacht voor “Search and Rescue”-activiteiten. Dat vind ik niet helemaal te rijmen met de berichten dat de Libische kustwacht ook bootjes met vluchtelingen probeert te onderscheppen als ngo-boten die proberen te redden. Hoe zit het met dat incident? Mijn fractie heeft aan zowel de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie als aan de minister van Buitenlandse Zaken vragen gesteld, maar nog geen antwoord gekregen. Ik vraag het nu dus maar even aan de minister-president.
Tot slot: wij moeten vooral inzetten op een volwaardig en effectief Europees asiel- en migratiesysteem. Dat moet wat ons betreft de eerste prioriteit zijn. Helaas zien wij dat de Europese Raad traag is als het gaat om de belangrijke onderdelen van dit systeem, zoals de Opvangrichtlijn en de hervorming van Dublin. Wat gaat de premier doen om daar wat meer vaart in te krijgen?
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter. De Europese Unie staat in de hoogste versnelling. Frankrijk wil met volle kracht vooruit en Duitsland kijkt in de aanloop naar de verkiezingen misschien nog even de kat uit te boom, maar zal zich, wat de uitslag ook is, ongetwijfeld bij Parijs aansluiten. De brexit heeft veel nadelen, maar geeft ook ruimte en dwingt tot het opnieuw definiëren van wat wij vaak als te vanzelfsprekend waren gaan beschouwen: het bestaansrecht van de Europese Unie en de talloze voordelen van de Europese samenwerking.
Dan zijn er natuurlijk de externe aardverschuivingen: de toegenomen agressie van Rusland, de dreiging met terreur en de ondermijning door de nieuwe Amerikaanse president van wat zolang ons meest stabiele bondgenootschap was. Wie had ooit gedacht dat wij, om de klimaatafspraken van Parijs te redden nu de VS zijn afgehaakt, in China onze nieuwe bondgenoot zouden zien?
Het is goed dat de Europese Unie te midden van al die turbulentie het debat aanzwengelt over de toekomst van Europa. Er kwam een witboek met vijf scenario’s, waaruit de lidstaten nog mogen kiezen, en er verschenen nog recenter vier zeer lezenswaardige reflectie- en discussiestukken. Kortom, er is genoeg te bespreken en genoeg te doen. Er is geen tijd te verliezen, want als de Frans-Duitse motor in september echt op stoom komt, zal het Nederlandse motorblok heel precies afgesteld moeten zijn om nog een beetje in de race te kunnen blijven. Als Parijs en Berlijn dezelfde kant op scheuren en Londen niet langer in de weg loopt, gaat het hard.
In december zal de Raad officieel besluiten moeten nemen, maar wij weten dat de kaarten in de maanden ervoor zullen moeten worden geschud. Ik begrijp dan ook wel dat de premier graag snel een nieuw kabinet wil. Hij opereert in de Europese Unie in deze cruciale fase een beetje met de handen op de rug. Maar er is geen reden om in de tussentijd stil te zitten Ik doe drie concrete voorstellen aan de minister-president.
Ten eerste. Laat Nederland samen met de andere lidstaten uitvoering geven aan datgene waar in ons land al consensus over bestaat, bijvoorbeeld de vertaling van de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs in concreet beleid. “De Raad zal herbevestigen dat de EU gecommitteerd is aan volledige implementatie van het Parijsakkoord”, schrijft het kabinet in de annotatie bij de agenda. Dat lijkt mij in het beste geval een pas op de plaats en in elk geval niet goed genoeg. Waarom is dat eigenlijk nodig? Is er dan twijfel over dat commitment? Mijn fractie zou graag zien dat Nederland zich inzet voor de uitvoering van de in Parijs gemaakte afspraken, die overigens verder gaan dan de inzet die de Europese Unie tevoren formuleerde. Graag krijg ik een reactie.
Een tweede suggestie. Het zou goed zijn als het kabinet verduidelijkt welke positie het in de EU op cruciale punten inneemt. Neem migratie. Het aantal irreguliere migranten dat de Middellandse Zee oversteekt, stijgt. Dat geldt helaas ook voor het aantal verdrinkingsdoden. Nederland onderstreept in Brussel de noodzaak van een inzet langs de hele migratieroute. Dat lijkt mij zeer verstandig, maar wat betekent het concreet? Ik citeer: “In het bijzonder zal Nederland pleiten voor een intensivering van gecoördineerde inspanningen in derde landen om tot werkelijke partnerschappen te komen”, zo staat in de toelichting op de agenda. U moet het mij maar niet kwalijk nemen, voorzitter, maar ik heb geen idee wat hier staat. Misschien kan de minister-president in dit debat concreter zijn.
Mijn derde suggestie: ik pleit ervoor dat het kabinet ook in deze demissionaire fase bevordert dat er over de toekomst van de EU, de scenario’s van Juncker, de reflectiepapers, in Nederland tijdig een fundamenteel debat wordt gevoerd. Bij de presentatie van de scenario’s maakte de Commissie bekend dat ze samen met het Europees Parlement en met de lidstaten die dat willen, debatten in Europese steden zou organiseren. Ook nationale parlementen, lokale en regionale overheden en het maatschappelijk middenveld zouden daarbij betrokken worden. Ik heb daar niks meer van gehoord. Kan de minister-president dit in Brussel nog eens navragen en wil hij bevorderen dat een dergelijk debat ook in Nederland plaatsvindt? Ik hoor het graag.
Transparantie is cruciaal voor wie draagvlak wil voor samenwerking in Europa. Daar heb ik ten slotte nog wat actuele vragen over. De demissionaire premier ontmoet deze week collega’s om te spreken over de richting die de Europese Unie inslaat. Wat was de inzet van de minister-president bij zijn bijeenkomst in Warschau maandag jongstleden? En wat is zijn inzet vanmiddag in Den Haag? Volgens de annotatie bij de agenda spreekt hij dan over de toekomst van Europa en andere “Europapolitieke” onderwerpen. Ik wist niet dat “Europapolitiek” al een zelfstandig naamwoord is. Dat daarover gesproken wordt, lijkt me logisch, maar het maakt me ook nieuwsgierig. Wat zegt de minister-president daar? Wat hoort hij? Waar zet hij op in? De vorige keer zei de minister-president over de minitop met Ierland en Denemarken: the meeting is the message. Welke message moeten we in deze nieuwe meeting lezen? Ik hoor daar graag meer over.
Graag herinner ik de premier alvast aan zijn ruimhartige toezegging uit ons vorige debat. We zullen proberen om in de volgende rapportages nog uitvoeriger openheid van zaken te geven, zei hij. Ik wacht vol spanning de beantwoording af.
Ik las deze week dat de minister-president, door schade en schande wijs geworden — geen cent meer naar Griekenland — de les zou hebben geleerd dat het innemen van duidelijke posities alleen maar op teleurstelling kan uitlopen. Als dat zo is, dan zullen we weinig meer horen van dit kabinet en dan in december toch meebewegen met onze grote economische partners. Ik ben bang dat onze premier dan de toekomstplannen van de EU in de Nederlandse traditie op een zuinige schoorvoetende manier zal verdedigen: ja, sorry, het stelt eigenlijk niet zo veel voor en meer Europa is het helemaal niet, maar ja, het moest nu eenmaal van Brussel en de anderen wilden het graag; we hebben wel een kortinkje geregeld trouwens.
Ik zou het graag anders zien. Ik ben geen fan van stilletjes doorintegreren; wel van verdere integratie, maar niet van stilletjes. Dat leerden we vorig jaar nog in Nederland van het Oekraïnereferendum, zoals we het ook al in 2005 hadden moeten leren van het referendum over de Europese grondwet. Als je halfslachtig en een beetje angstig opereert en niet zegt waar het op staat, omdat je bang bent voor je kiezer, dan ondermijnt dat juist het draagvlak dat je zo krampachtig probeerde te beschermen. Is dit ook wat de premier leerde van het Oekraïnereferendum en misschien ook van de beslissing van het Britse volk om uit de EU te stappen? Of heeft hij andere lessen getrokken? Ik hoor daar graag meer over.
De voorzitter:
Mijnheer Baudet, ik zie u bij de interruptiemicrofoon staan, maar doet u mee aan dit debat?
De heer Baudet (FvD):
Nee.
De voorzitter:
Als u wilt interrumperen, is het de bedoeling dat u wel meedoet aan het debat. Anders is het niet helemaal eerlijk dat u wel anderen kunt bevragen, terwijl dat andersom niet kan.
De heer Baudet (FvD):
Ik wil best wat zeggen, maar ik heb dat al in negen boeken opgeschreven en al twintig keer gezegd. Maar ik wil dezelfde dingen die ik van de EU vind, nog wel een keer zeggen zo meteen.
De voorzitter:
Ik begrijp het wel, maar dan is het wel verstandig als u zich ook inschrijft voor dit debat.
De heer Baudet (FvD):
Bij dezen.
De voorzitter:
Prima. Dan voeg ik u toe aan de lijst. Dan kunnen straks ook vragen aan u worden gesteld.
De heer Baudet (FvD):
Wat ik de heer Van Ojik hoor zeggen, is heel interessant. Hij zegt: de weerstand onder de bevolking tegen de EU komt eigenlijk voort uit de halfslachtigheid waarmee de EU wordt verdedigd. Met andere woorden: als wij de EU met meer enthousiasme zouden uitdragen, zouden verdedigen, dan zou er minder weerstand tegen zijn. Is dat inderdaad wat hij denkt?
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik denk dat je in ieder geval kunt leren. Wij hebben natuurlijk al de nodige ervaringen opgedaan met het Oekraïnereferendum, met de Europese grondwet en in het VK met de brexit. Ik denk dat je kunt leren dat als je het debat uit de weg gaat, dat niet per se leidt tot een goed geïnformeerde keuze. Ik kan natuurlijk niet zeggen dat als mensen dat wel doen, zij automatisch allemaal voor mijn lijn zouden kiezen van meer Europese integratie. Ik denk in ieder geval dat het niet goed is om weg te lopen voor dat debat.
De heer Baudet (FvD):
Dat kan ik volgen. Ik had echter sterk de indruk dat u suggereerde “dat we hebben geleerd van wat er gebeurt als.” Ik denk precies het tegenovergestelde. Ik denk dat als men eerlijk zou zijn over wat de EU eigenlijk is, namelijk een project om Europa tot een federale staat te maken, bijna iedereen het niet meer zou willen. De methode Monnet, langs oneigenlijke weg centralisatie realiseren, via het spill-overeffect, is de enige manier waarop de EU kan functioneren. De EU kan alleen maar in de schaduwen opereren, net als Batman zeg maar.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik denk dat we kunnen concluderen dat de heer Baudet en ik het eens zijn over de noodzaak om eerlijk te zijn over wat je met Europa voor hebt en wat Europa eigenlijk is. We verschillen van mening over wat er zou gebeuren als je eerlijk zou zijn. Overigens gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we het geen van beiden zeker weten. De heer Baudet denkt dat mensen zich dan massaal zouden afkeren van de EU, ik denk dat mensen dan de voordelen van de EU zullen inzien en zich er massaal toe zullen bekeren. We weten het allebei niet, maar zijn het eens over het feit dat je daarover eerlijk en open moet discussiëren. Mijn pleidooi is om dat de komende maanden, voordat het te laat is, te doen. En daar kunnen we elkaar misschien in vinden.
De heer Baudet (FvD):
Juist. We zijn het eens in onze afkeuring van de lijn van onze minister-president, die dat niet doet, die niet eerlijk zegt wat de consequenties zijn van de voorgestelde maatregelen.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik heb in mijn betoog drie suggesties gedaan waarmee de minister-president dat debat open en vrij kan voeren, al is hij demissionair. Ik hoop dat hij die suggesties overneemt.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Denkt u niet dat juist het probleem is dat het merendeel van de Kamer niets doet met wat de bevolking wil, namelijk nee tegen de Europese grondwet en nee tegen een associatieverdrag tegen Oekraïne? Ik hoor u alleen maar pleiten voor meer Europese integratie, maar dat is juist het tegenovergestelde van wat de mensen willen.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik heb geprobeerd te betogen dat er in Europa op dit moment een ontwikkeling gaande is, versterkt door de Franse verkiezingen en misschien door de brexit, die er naar mijn verwachting toe zal leiden dat er een versnelling komt in het proces van Europese integratie. Nederland zal zich daartoe moeten verhouden. Ik neem aan dat wij het daarover eens zijn met elkaar, zij het dat we verschillend denken over de conclusie. Ik denk dat wij daarover een maatschappelijk debat zullen moeten voeren. Ik denk uiteraard ook dat daarbij rekening moet worden gehouden, door ons als volksvertegenwoordiging en door het kabinet, met de opvattingen die bij de Nederlandse bevolking leven. Dat verdeelt ons niet.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Natuurlijk moeten we daar een debat over voeren, maar de Nederlandse bevolking heeft zich al tweemaal duidelijk uitgesproken over de koers die het voor Nederland wil ten aanzien van de Europese Unie. Mijn suggestie zou zijn: doet u daar dan wat mee in plaats van pleiten voor alsnog meer EU-integratie.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
We gaan nu misschien het debat overdoen over hoe het kabinet uiteindelijk de uitslag van het Oekraïnereferendum heeft geïnterpreteerd. Mevrouw Maeijer weet dat mijn fractie daarmee uiteindelijk heeft ingestemd vanuit de overtuiging dat door het kabinet gepoogd is om op een aantal punten rekening te houden met de opvattingen van de Nederlandse bevolking. Ik weet dat de PVV daar anders over denkt, maar dit was de opstelling van de fractie van GroenLinks daarin.
De voorzitter:
U had uw betoog volgens mij afgerond.

Na buitenlandse tripjes van premier Rutte zet informateur Herman Tjeenk Willink vandaag zijn formatiegesprekken voort @nrc #informatiefase

Tags

Er is nog weinig zicht op een vierde coalitiepartner. De ChristenUnie speelt  hard to get en de PvdA is verdeeld. Wil Asscher de enige linkse leider zijn die verantwoordelijkheid neemt, of liever achter aansluiten in de oppositie? 

Emilie van Outeren 

PvdA-evaluatie: Vanavond evalueert de PvdA de verkiezingen die de partij in de enkele cijfers deden belanden. In Hilversum presenteert Paul Depla, burgemeester van Breda, zijn ‘toekomstgerichte aanbevelingen’. In Trouw doet hij dat vanochtend al. Zijn recept om de PvdA uit de misère te helpen? De partij moet een ‘beweging’ worden. De laatste jaren leek dat vooral een term om partijdemocratie mee buiten de deur te houden, maar dankzij Klavers meetups en met name het succes van Emmanuel Macron wil elke partij nu een beweging zijn. Wat er precies gaat bewegen vertelt Depla (nog) niet, maar de PvdA zou zich moeten richten op vier hoofdthema’s: werk en inkomen, zorg, milieu en de multiculturele samenleving. En de partij moet af van het imago van de klassieke bestuurderspartij die vooral mensen klaarstoomt voor politieke baantjes.

Buikpijn: Niet meer in een kabinet willen dus? In theorie kan de PvdA best meeregeren, zegt Depla, “maar we moeten onze geloofwaardigheid niet weer op het spel zetten omdat andere partijen niet durven”. Hij vindt de PvdA “meer een oppositiepartij die bestuurt met buikpijn”. Andere PvdA-burgemeesters krijgen juist buikpijn bij het idee dat ze niet besturen, bleek uit een rondgang van de Volkskrant. Net als Tom-Jan Meeus eerder opperde, dragen sommigen Diederik Samsom voor als minister van Duurzaamheid. Van hem is binnen de PvdA-top bekend dat hij voorstander is van kabinetsdeelname, schrijft Thijs Niemantsverdriet. Maar daar tegenover staat binnen de partij ook een ‘oppositiekamp’ dat absoluut niet wil regeren. Over één ding zijn alle PvdA’ers het eens: mocht Lodewijk Asscher besluiten om te gaan mee-onderhandelen, dan zal dat leiden tot heftige taferelen in de partij – misschien wel net zo heftig als bij het CDA in 2010. Het zal het tempo van de formatie dus zeker niet bespoedigen.

Verantwoordelijkheidsvakantie: Mocht het niet, of niet lang, lukken D66 en de ChristenUnie samen aan tafel te krijgen, dan zal Tjeenk Willink zeker een beroep doen op zijn eigen PvdA. (Al draait Gert-Jan Segers die volgorde liever om en wil hij de PvdA eerst “afstrepen”.) De vraag voor Asscher is daarbij niet alleen wat hij inhoudelijk voor elkaar kan krijgen in een kabinet, maar ook wat hij denkt dat er te winnen valt – ten eerste bij de gemeenteraadsverkiezingen – als hij wel de verantwoordelijkheid neemt die Klaver en Roemer uit de weg gaan. Hoeveel linkse kiezers zouden dat genoeg waarderen om hun stem volgend jaar aan de PvdA te gunnen? Met negen zetels is de PvdA in de Tweede Kamer tot de achterste bankjes verdreven en zou ze qua zetelaantal de derde linkse partij in de oppositie zijn, wat kan betekenen dat ze onzichtbaar wordt. De bereidwilligheid om te regeren kan Asscher pas echt onderscheidend maken op links. Aan de andere kant lijkt hij in de Kamerdebatten over de formatie zeer senang met zijn oppositierol. Een verantwoordelijkheidsvakantie is het CDA immers ook goed bevallen.

Incasseren: Ondertussen blijkt de PvdA ook nog financiële problemen te hebben. Naast de terugval in zetels en dus subsidie kampt de partij met een haperend administratiesysteem, waardoor contributie bij de leden niet geïnd wordt.

QUOTE VAN DE DAG

“De globalisering heeft behalve grote voordelen ook pijnlijke nadelen: alleen als je accepteert dat de boze burger daar deel van is, kun je er misschien iets aan doen.”

Politiek columnist Tom-Jan Meeus.

NRC De Haagse Stemming (news@campagne.nrcmedia.nl)

Voormalig Brits topambtenaar in Europa Jonathan Faull ziet toekomst somber in

Tags

Vandaag – een jaar na het Brexitreferendum – gaan de onderhandelingen over het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU van start. ‘Dit is triest, dieptriest’, zegt Jonathan Faull, voormalig Brits topambtenaar bij de Europese Commissie.

Marc Peeperkorn  • 19 juni 2017, 02:00

Nooit in zijn lange carrière bij de Europese Commissie had hij gedacht deze dag mee te maken. De dag dat zijn vaderland – Groot Brittannië – de onderhandelingen start om uit de Europese Unie te stappen. ‘We wisten allemaal dat Groot-Brittannië anders was dan andere in de EU. Maar dit is triest, dieptriest.’

Als geen ander kent Jonathan Faull (62) de moeizame relatie tussen de Britten en Brussel. Zijn 38-jarige loopbaan bij de Commissie overlapt vrijwel het Britse EU-lidmaatschap. Maar de Brexit raakt hem diep. ‘Er komt een nieuw gordijn door Europa’, zegt hij. Neergelaten over het Kanaal, door de Britten. ‘Of het van ijzer of zijden wordt, hangt af van de onderhandelingen komende maanden. Als je nu op vliegveld Heathrow aankomt zijn er twee rijen: EU/UK en de rest van de wereld. Straks is het UK en rest van de wereld. Dat verhangen van de bordjes is symbolisch: Europa hoort niet meer bij ons.’

Het ‘gesprek over de gesprekken’, zo wordt de aftrap van de Brexitonderhandelingen vandaag genoemd. Hoe historisch en beladen ook – nooit eerder wilde een lidstaat de Unie verlaten – is deze eerste dag volgens betrokkenen niet meer dan ‘een snuffelrondje’. Om 11 uur ‘s ochtends treffen EU-hoofdonderhandelaar Michel Barnier en zijn staf de Britse Brexit-staatssecretaris David Davis en zijn mensen op de zevende verdieping van het Berlaymont, het hoofdkantoor van de Europese Commissie in Brussel. Naast kennismaking is het doel vooral de agenda voor de komende maanden vaststellen: wie praat wanneer waarover. Als het aan de EU ligt, komt eerst de scheiding aan bod. Die moet dit najaar min of meer zijn afgerond. Pas dan wordt er onderhandeld over de nieuwe handelsrelatie met Groot-Brittannië zodra het de Unie heeft verlaten. Barnier en Davis hopen rond 18.30 uur gezamenlijk de pers te woord te staan.

Faull ziet er uitgerust uit, sinds januari is hij met pensioen. Hij bedankte voor een laatste topfunctie waarin hij van dichtbij het afscheid van zijn land had moeten meemaken. Decennialang was Faull dé Brit van Brussel. Geprezen om zijn scherpe analyses, gewaardeerd voor zijn onophoudelijke crisiswerk: als directeur-generaal bij de afdeling Justitie na 9/11, bij Financiële Markten na de kredietcrisis, als hoofd van de speciale werkgroep Groot-Brittannië na het Brexitreferendum.

Elk jaar wordt hij – als enige Brit – gepersifleerd tijdens het Brusselse correspondentencabaret. ‘Faull, is de naam. Jonathan Faull.’ Een 007 met snor, al heeft hij die allang afgeschoren, die op beleefd Britse wijze Europees Commissarissen naar zijn hand zet. En vanaf nu is het ‘Sir’ Jonathan Faull, de Britse koningin verleende hem zaterdag deze titel als ‘een van de uitmuntendste Britten van zijn generatie die voor de Europese zaak werkten’.

Hoewel het ‘Sir-schap’ hem goed doet – ‘dit is ongelooflijk’ – verandert het niets aan zijn onbegrip over de Brexitkeuze. ‘Als Britten staan we buiten de euro, buiten Schengen, hebben de befaamde rebate op onze betalingen aan de EU en tegelijk oefenen we grote invloed uit op het handels- en financieel beleid, de buitenlandse politiek, de begroting en profiteren we volop van de interne markt. Een zeer bevoorrechte positie, het resultaat van selectief winkelen en de wens van de rest om ons erbij te hebben. Ik dacht dat Groot-Brittannië op deze weg door zou gaan.’

Voelt Brexit als een amputatie?

‘Het voelt als een groot verlies, verlies van hoop en illusies. Voor mij is het Europees project heel belangrijk. De eerste helft van de 20-ste eeuw was bijzonder bloedig in Europa. De oprichting van de EU was het beste idee om met dat verleden in het reine te komen. De EU is een nobel project. Met al zijn fouten en tekortkomingen zeker geen alomvattend succes maar er is ook veel wel bereikt. Ik wil dat mijn land daar deel van uitmaakt.’

Speelt uw joodse achtergrond daarin een rol?

‘Mijn familiegeschiedenis is verweven met de geschiedenis van Europa. Mijn vader verloor bijna zijn hele familie in de Holocaust. Op 13-jarige leeftijd vluchtte hij uit Warschau voor de nazi’s. Er was een oom in Groot-Brittannië, de familie kreeg één visum. Het ging naar mijn vader, hij was het oudste kind. Hij heeft zijn familie nooit meer gezien. Mijn grootmoeder is vrijwel zeker in een concentratiekamp gestorven, mijn grootvader vermoedelijk in Warschau zelf. Hun lotgevallen vertalen zich niet één op één in mijn opvattingen maar ze maken zeker deel uit van wie ik ben.’

Gezien uw familiegeschiedenis en de rol van natiestaten daarin, voelt u het als een morele plicht voor het Verenigd Koninkrijk om lid van de EU te blijven?

‘Nu raak je de kern van de Brexit: de Britten beschouwen de natiestaat niet als een achterhaald concept. Ze denken niet dat de EU de vrede bewaart, ze menen dat de NAVO en de Amerikanen dat doen. Voor de Britten is de EU een markt, waaraan je al dan niet deel kunt nemen. Ze hebben geen oog voor het belang van integratie voor de stabiliteit in Europa. Dat is ze ook nooit zo uitgelegd, anders was de uitslag van het referendum misschien een andere geweest. De campagne ging over geld, de kosten van de EU.’

Wat deed u die referendumnacht?

‘Er was een feestje in een bar nabij het Berlaymont (hoofdzetel Europese Commissie). Alle Britse journalisten waren daar. Ik ben rond 21 uur naar huis gegaan en voor de tv gaan zitten. Om 2 uur ‘s nachts, toen ik naar bed ging, zag het er zeer slecht uit. Toen ik om 5 uur opstond wist ik: het is over en uit. Mijn eerste gedachte was: is er iemand die de enorme gevolgen beseft? De EU had steeds gezegd: wij hebben geen plan-B voor een Brexit, dat was ook zo. Het was ook niet aan ons om zo’n plan te hebben, dat was aan Londen. Maar daar beschikte ook niemand over een plan. De Brexiteers hadden nooit verwacht te zullen winnen.’

Pas een jaar na het referendum beginnen de Brexitonderhandelingen terwijl de Brexiteers beloofden dat het Verenigd Koninkrijk binnen enkele maanden dansend door de vrije wereld gaan, bevrijd van de EU-ketenen. Wat ging er fout?

‘De Brexiteers waren totaal niet voorbereid. Ze moesten een heel nieuw Brexitministerie oprichten en een Handelsministerie, mensen aannemen, de gevolgen in beeld brengen, een strategie opstellen. Dat kost tijd. Let wel: het gaat om het ontvlechten van ruim veertig jaar gezamenlijk leven, vier decennia van gedeelde wetten en geschiedenis.’

Voor de onderhandelingen staat maximaal twee jaar. Is dat haalbaar?

‘Van die twee jaar zijn nog 21 maanden over, de klok tikt sinds het officiële Britse verzoek tot vertrek op 29 maart. Rekening houdend met de goedkeuringsprocedures moet een akkoord er uiterlijk in november 2018 liggen. Dus netto hebben we nog 16 maanden. Met héél hard werken en héél veel goede wil kun je in die periode de scheiding regelen: de financiële afrekening; het garanderen van de rechten van de miljoenen Europeanen in Groot-Brittannie en Britten op het continent; en het openhouden van grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Maar de Britse wens om alles in twee jaar te doen – de scheiding én een nieuwe handelsrelatie vastleggen – lijkt me niet realistisch.’

Met welk idee vertrok u naar Brussel in 1978?

‘De EEG stond er niet goed voor toen. Het was de tijd waarin iedereen sprak over ‘eurosclerose’. Roy Jenkins, de Commissievoorzitter, zinde op nieuw elan en had in 1977 in Florence zijn befaamde speech gegeven over de noodzaak van een economische en monetaire unie. Jawel, Jenkins, een Brit, over één Europese munt! Mensen spraken erover als droombeeld, iets voor de verre toekomst. Als ze mij toen hadden verteld dat we de euro 25 jaar later in onze portemonnee zouden hebben, was ik stomverbaasd geweest.

‘Werken bij de Commissie was meer dan een baan voor mij, het was idealisme, deel uitmaken van de nieuwe Europese geschiedenis. Een mix van recht, politiek en economie in een grote historische onderneming. Maar ik had nooit gedacht dat ik er 38 jaar zou blijven.’

Volgens veel burgers is Europese Commissie een ondoordringbaar bastion van overbetaalde bureaucraten. Wat klopt er van dat imago?

‘Het is een bureaucratie maar niet bureaucratischer dan andere grote organisaties. De Commissie werkt redelijk goed, de verschillende nationaliteiten van de ambtenaren en hun cultuurverschillen verdwijnen na een tijdje. Je vergeet eerlijk gezegd waar je collega’s vandaan komen. De Commissie is erin geslaagd haar eigen cultuur te creëren, je werkt voor het Europees belang. We worden goed betaald, zeker, daarom kunnen we ook goede mensen aantrekken.’

Wat is er veranderd in de EU in die 38 jaar?

De EU zal altijd verafschuwd worden door na­ti­o­na­lis­ten“

‘Toen ik kwam telde de Unie negen landen, nu 28, nog wel tenminste. Oost-Europa was een andere wereld, er waren twee Duitslanden en niemand verwachtte dat die ooit herenigd zouden worden. Ik herinner mijn eerste bezoek aan Wenen, ik keek op de kaart en besefte hoe dichtbij Bratislava en Praag waren, en toch was ik in het Westen. Mijn vader is nooit meer teruggegaan naar Warschau; ik bezocht het voor het eerst nadat Polen lid was geworden van de EU. Liep ik daar door de straat waar mijn vader opgroeide. De huizen van toen zijn allemaal vernietigd maar de synagoge om de hoek staat er nog, waar hij zijn Bar Mitswa deed, vlak voor zijn vlucht voor de nazi’s. Heel emotioneel dat bezoek.

‘De EEG was Noord-West Europa. Het politieke gevecht ging over de keuze tussen industriepolitiek of vrijhandel. Zeg maar Parijs versus Londen, ook toen al. Geen tijden van groot optimisme maar wel razend interessant.’

De laatste jaren steekt de euroscepsis steeds meer de kop op. Treft de EU blaam hiervoor?

1954 geboren op 20 augustus in Chatham, Groot-Brittannië

1976-1977 bachelor rechten, Universiteit van Sussex; master Europees recht, Europa College Brugge

1978-1989 verschillende functies afdeling Concurrentie van de Europese Commissie

1989-1992 lid kabinet van Europees Commissaris Leon Brittan (Concurrentie)

1992-1999 afdelingshoofd en directeur bij Concurrentie

1999-2003 woordvoerder en hoofd Communicatie Europese Commissie

2003-2010 directeur-generaal bij afdeling Justitie en Binnenlandse Zaken, Europese Commissie

2010-2015 directeur-generaal bij afdeling Financiële Stabiliteit, Kapitaalmarkten, Europese Commissie

2015-2016 hoofd speciale werkgroep Referendum Verenigd Koninkrijk

‘De EU zal altijd verafschuwd worden door nationalisten omdat de EU een supranationaal project is. Als je denkt dat je eigen land beter dan wie anders zijn problemen kan oplossen, verwerp je de EU. Als je denkt dat buitenlanders het probleem zijn, is de EU je probleem.

‘Wat valt de EU te verwijten? Om in voetbaltermen te spreken: we hebben de eerste helft van de euro- en Schengenwedstrijd gespeeld en het ging best goed. We staan met 2-1 voor. De euro werkt. Hoewel de mensen niet van de euro houden, zijn ze er aan gewend. Ze willen niet terug naar hun nationale munten met chaos en waardeverlies. Kijk naar Marine Le Pen, ze kwam in problemen door haar eurostandpunt.

‘De financiële en economische crisis legde echter op pijnlijke wijze de gaten in het euro-ontwerp bloot. Als je één munt hebt moet je ook je economisch en belastingbeleid op elkaar afstemmen. Maar dat schuurt met het democratisch gevoel van de burger die zegt: mijn regering doet niet wat ze beloofde omdat ze eerst met Brussel moet overleggen!

‘Voor Schengen geldt hetzelfde verhaal. Het is geweldig dat er geen grenzen meer bestaan tussen de Schengenlanden maar dat betekent wel dat we de externe grenzen samen veel beter moeten bewaken. Voor dat besef was ook een crisis nodig, de migratiecrisis.

‘Ziedaar de opdracht voor de tweede helft van de wedstrijd. De EU doet er goed aan die te winnen.’

Wat moeten de regeringsleiders doen?

‘Hun kiezers meenemen, ze uitleggen dat de euro een volgende stap vergt: een gedeeld economisch beleid.’

De kiezer ziet dat als de trein die doordendert. Ze voelen zich bedrogen, hen is maar het halve verhaal verteld.

Davis en Barnier, de onderhandelaars van de Brexit. ©AFP

‘Omdat niemand de Nederlanders heeft uitgelegd dat hun landsgrens niet meer bij Hazeldonk en Zevenaar ligt maar bij Lampedusa en Chios. De verraadthese is een erg belangrijke, ze resoneert zwaar in de Europese geschiedenis met de Weimarepubliek en de dolkstootlegende. ‘De elite heeft ons verraden!’, erg gevaarlijk. De Britse eurosceptici gebruiken het ook: ‘we werden lid van de interne markt, niemand heeft ons verteld dat er ook een Europese minister van Buitenlandse Zaken kwam, een vlag, milieubeleid, een Europees Hof van Justitie.’

‘Dat is niet waar, de debatten in Engeland bij toetreding tot de EU gingen juist over soevereiniteit. De politieke partijen wisten dat we lid werden van een organisatie die draait op gedeelde soevereiniteit. Dat is de brandstof van de EU.

‘De EU maakt wetten, dat kan alleen als de lidstaten macht afstaan. Lidstaten hebben niet meer honderd procent pure soevereiniteit. Je kunt je sowieso afvragen welk land ter wereld dat nog heeft als zoveel besluiten buiten je landgrenzen worden genomen.’

Daarom de vraag: wat moeten de leiders doen om hun kiezers mee te krijgen?

‘Ze moeten uitleggen wat hun rol is in de EU. Dat zij en hun ministers de meeste beslissingen nemen. Anders voedt je het vooroordeel over die voortdenderende trein, over Brussel als machtskliek van onverkozen, anonieme bureaucraten. Betrek de nationale parlementen veel meer bij de Europese besluitvorming. Nationale parlementen zijn het hart van de democratie, het Europees Parlement staat te ver van de burger af. Premiers moeten thuis duidelijk maken welke opties in Brussel besproken worden. En als een bepaald aantal parlementen een voorstel niet wil, moet het van tafel. Een rode kaart dus.’

Wat koestert u het meest van de 38 Brusselse jaren?

‘Dat ondanks alles Europa er beter voorstaat dan in 1978. Mensen vergeten snel maar Spanje, Portugal en Griekenland waren dictaturen en zijn nu bloeiende democratieën, met dank aan de EU. Ik had nooit verwacht dat Estland, Letland en Litouwen, die deel uitmaakten van de Sovjet Unie, nu lid van de EU zijn.

‘Bij mijn afscheidsspeech heb ik gezegd: ik zou het opnieuw doen, zelfs met de wetenschap dat mijn carrière zou eindigen met het treurige nieuws van de Brexit’.

U bent een groot Beatlesfan en -kenner. Welk nummer van de Fab Four vat uw gevoelens over de Brexit het best samen?

‘With a little help from my Friends, 1967.’

http://www.topics.nl/-er-komt-een-nieuw-gordijn-door-europa-apn4501501vk/?context=playlist/s-brexit-fdbc71/&utm_source=redactie&utm_medium=email&utm_campaign=DPN_ED_TOPICS_Newsletter_PERSO_API_20170619&utm_content=article&utm_term=&ctm_ctid=2db5e80e741740d66220b8593e541543

Hoe kinderartsen afhankelijk werden van geld van farmaceutische bedrijven

Tags

,

Gespecialiseerde kinderartsen schrijven onnodig dure groeihormonen voor in ruil voor onderzoeksgeld van farmaceutische bedrijven. Dat blijkt uit gesprekken met tientallen betrokkenen en uit talloze vertrouwelijke documenten. Illustratief daarin is een stichting die over de uitgaven aan groeihormoon moet waken, maar in de zak zit van de industrie.

Correspondent Medicijnen Lucien Hordijk

In het diepste geheim slaan twee van ’s lands grootste ziekenhuismolochen in 2015 de handen in elkaar om de macht van farmaceutische bedrijven te beteugelen. De academische centra van Rotterdam en Leiden veilen gezamenlijk hun patiënten met groeiproblemen aan de zes geneesmiddelenfabrikanten van het kostbare groeihormoon.

Maar de ziekenhuizen zijn niet per se op zoek naar de laagste bieder, blijkt uit een vertrouwelijk inkoopdocument. In de offerte-aanvraag wordt bij de fabrikanten namelijk gebedeld of ze ook bij kunnen dragen aan het bevorderen van onderzoek. ‘De ziekenhuizen willen met de leveranciers tot een goede samenwerking komen, waarbij de voorschrijvers het gevoel hebben dat zij op een goede manier worden ondersteund,’ staat er. ‘Kunt u aangeven hoe u de ondersteuning van voorschrijvers denkt vorm te kunnen geven? (u kunt hierbij denken aan het ondersteunen van onderzoek, grants e.d.).’

Wat hier gebeurt, voorschrijven koppelen aan onderzoeksgeld, is  verboden.      En dat niet alleen: het zijn de artsen die om extra geld vragen bij de farmaceutische bedrijven, in plaats van firma’s die artsen proberen te fêteren met extraatjes.

Deze schemerige offerte-aanvraag over groeihormonen blijkt niet op zichzelf te staan. Uit gesprekken met tientallen betrokkenen en uit talloze vertrouwelijke documenten blijkt dat gespecialiseerde kinderartsen te afhankelijk zijn geworden van de farmaceutische industrie. Artsen schreven namelijk medicijnen voor van de aanbieder waarvan ze onderzoeksgeld en promotieplaatsen gesponsord gekregen. Daardoor is jarenlang tien tot vijftien miljoen euro per jaar te veel betaald voor  groeihormoon.  

In het bijzonder gaat het hier om de groeihormonen van Pfizer en Novo Nordisk, de leveranciers die lange tijd de hoogste prijzen rekenden. Andere firma’s die goedkoper leveren, maar géén onderzoeksgeld aanbieden, komen nauwelijks aan de bak op een markt waar jaarlijks zo’n 60 miljoen euro in rondgaat.

Waarom doen de artsen dit? En wat is de rol van de Stichting Kind en Groei die in de jaren negentig speciaal is opgericht om de uitgaven aan groeihormoonbehandelingen in bedwang te houden?

Groeihormoon: van extreem schaars naar maakbaar

Groeihormoon wordt het in de volksmond genoemd, een medicus noemt liever de stofnaam somatropine. Die wordt aangemaakt in de hersenen en is verantwoordelijk voor de groei van botten en spieren. Bij een tekort groeien kinderen niet of nauwelijks en zijn ze  relatief dik.      In Nederland worden zo’n vijfduizend mensen behandeld met groeihormoon, van wie ongeveer drieduizend kinderen. Die kinderen moeten zichzelf dagelijks injecteren.

Het goedje is tot halverwege de jaren tachtig uit de hersenen van lijken gehaald. Het hormoon was daardoor zo schaars dat een onafhankelijke stichting bepaalde wie in aanmerking kwam voor de injecties. Dat was de Nederlandse Groeistichting, bestaande uit leden van de beroepsgroep  kinder-endocrinologen.  

Als dan blijkt dat het menselijke groeihormoon patiënten kan besmetten met de ziekte van Creutzfeldt-Jacob, beter bekend als de gekkekoeienziekte, wordt het van de markt gehaald. Het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Genentech ontwikkelt in datzelfde jaar, 1985, gelukkig een synthetisch groeihormoon, dat in oneindige hoeveelheden te produceren  is.      Schoon, maar erg duur, tussen de 10.000 en 30.000 dollar per patiënt per jaar. In die tijd is het het duurste medicijn op de markt.

Je begrijpt: de groeistichting, die voorheen het zeldzame groeihormoon verdeelde, werd overbodig toen het uit de fabriek kwam. Maar daar werd iets op bedacht.

De stichting ging erop toezien of artsen niet onnodig groeihormoon zouden voorschrijven. ‘We wisten niets van de veiligheid van het groeihormoon en wilden ons als beroepsgroep niet laten leiden door de firma’s die roepen dat het allemaal zo mooi en goed werkt,’ aldus de huidige directeur van de stichting, de belangrijkste professor en enige Nederlandse bijzonder hoogleraar in dit vakgebied, Anita Hokken-Koelega. Immers, elke patiënt is voor een bedrijf een potentiële goudmijn, dus onafhankelijke kennis over de toepassing van dit middel is wenselijk.

Klinkt mooi. De toenmalige regering was daar zo van onder de indruk dat ze in 1997, bij monde van wijlen minister Els Borst (Volksgezondheid, D66) een nieuwe opdracht voor de stichting vastlegde: de stichting moest een onafhankelijke toezichthouder worden die op een centrale plek de data verzamelde, die onderzoek coördineerde en controleerde of er niet onnodig hele dure middelen werden ingezet.

Daarmee kreeg de stichting van de minister in de praktijk het veto op elk somatropinerecept dat in Nederland werd  uitgeschreven.      Een controle waar wel wat voor te zeggen valt, want anders zouden er ‘misschien benefits kunnen ontstaan voor de relaties tussen de artsen en de firma’s,’ licht Hokken-Koelega toe. ‘You never know, toch?’

Een waakhond zonder geld

Maar er rijst al snel een probleem: de stichting komt van begin af aan niet uit de  kosten.      ‘Toen ik als directeur aangesteld werd, was Kind en Groei een lijk,’ zegt Hokken-Koelega. Praktisch failliet.

Dus werden er manieren bedacht om meer inkomsten te verwerven, vooral door het doen van wetenschappelijke studies, zogeheten  postmarketingstudies.      Meestal in opdracht van farmaceutische bedrijven. Ook is er een aparte bv opgericht die software over de groei van kinderen verkoopt aan ziekenhuizen.

Hier begint het te wringen.

Op verzoek krijg ik inzage in de financiële administratie van Stichting Kind en Groei over 2012 tot en met 2015. Die verslagen hadden eigenlijk op de site moeten staan, want de stichting

Dit zegt de Belastingdienst over ANBI’s.  geniet    ANBI-status.  

Uit de cijfers blijkt: het zijn inderdaad de inkomsten uit de studies die de stichting het hoofd boven water houden. De helft van deze onderzoeksgelden komt van de farmaceutische industrie, in het bijzonder Pfizer, maar ook Novo Nordisk en Eli Lilly.

Een gescheiden boekhouding, op papier dan

Dat is niet het enige. Hokken-Koelega is bijzonder hoogleraar aan het Erasmus MC en haar salaris wordt extern, door de Stichting Kind en Groei betaald.

Betekent dit dat het inkomen van de belangrijkste voorschrijver van groeihormonen in het grootste ziekenhuis van Nederland voor een groot deel afhankelijk is van bijdragen van Pfizer en Novo Nordisk, lang de twee duurste aanbieders van groeihormonen? Nee, reageert ze, want ze houdt de boekhoudingen voor het doen van studies en voor het controleren van de diagnoses strikt gescheiden.

Dat is slechts een papieren werkelijkheid. Het is namelijk evident dat de stichting, en in het verlengde daarvan haar bijzonderhoogleraarschap, niet kan voortbestaan zonder de industrie.

* De registratie en controle van groeihormoondiagnoses is sinds vorig jaar in een aparte stichting ondergebracht, de ‘Stichting Kind en Groei-LRG’ . Ik vermoed dat dit is om in ieder geval op papier belangenverstrengeling te vermijden. De bv, Growth Analyzer, is verlieslatend. * De registratie en controle van groeihormoondiagnoses is sinds vorig jaar in een aparte stichting ondergebracht, de ‘Stichting Kind en Groei-LRG’ . Ik vermoed dat dit is om in ieder geval op papier belangenverstrengeling te vermijden. De bv, Growth Analyzer, is verlieslatend.

Daarnaast is er voor Hokken-Koelega nóg een andere rol, want naast dit alles zit ze ook nog aan tafel bij de strikt geheime inkooponderhandelingen van het ziekenhuis met farmaceutische bedrijven.

De offerte-aanvraag aan het begin van dit stuk is namelijk mede onder haar ogen de wereld in gestuurd. Ze ontkent daarin overigens ‘enige rol van betekenis te hebben gespeeld.’

Waarom is de ‘ondersteuning’ door de industrie nodig?

Toegegeven, Hokken-Koelega staat me uitgebreid te woord, vertelt over zaken waar ze niet per se over hoeft te vertellen en is ook bereid een belangrijk inkijkje te geven in hoe moeilijk, zo niet onmogelijk het is de club te laten voortbestaan zonder bijdragen van farmaceutische bedrijven.

Van de overheid hoef je het in ieder geval niet te hebben, zegt ze. ‘Ik moet continu grants schrijven,’ verzucht ze. ‘Wetende dat je van één op de twintig aanvragen een keer 30.000 euro krijgt. Terwijl het hele project 500.000 euro kost.’

Daar valt wat voor te zeggen.

‘Ik moet continu grants schrijven. Wetende dat je van één op de twintig aanvragen 30.000 euro krijgt’

Toch. In de offerte-aanvraag waar Hokken-Koelega geen inhoudelijke bemoeienis mee zegt te hebben gehad, staat iets vermeld wat opvallend overeenkomt met wat ze als arts ook nadrukkelijk verkondigt: bestaande patiënten ‘switchen’ niet naar een andere aanbieder van groeihormoon. Want dat zou gevaarlijk kunnen zijn.

In de aanvraag is dat ook vastgelegd, want op 85 procent van alle groeihormoonpatiënten in Rotterdam en Leiden kan door nieuwe aanbieders niet worden geboden. Die zouden dan immers van middeltje moeten wisselen.

Om te begrijpen hoe dit de goedkopere aanbieders benadeelt, moet ik eerst even uitleggen hoe deze markt functioneert. Of beter: dat lange tijd helemaal niet deed.

De zes fabrikanten op de groeihormonenmarkt

Er zijn namelijk zes aanbieders van groeihormoon in Nederland, maar ze verkopen allemaal dezelfde werkzame stof. Elf jaar geleden kwam  Sandoz      op de markt met een groeihormoon dat een stuk goedkoper is dan de rest.

Wettelijk is het zo geregeld dat de overheid de prijzen van geneesmiddelen omlaag kan brengen door maximumvergoedingen vast te stellen. Dat doet ze dan ook eens in de zoveel tijd, op basis van de gemiddelde prijs die in een bepaalde markt wordt betaald.

Op het moment dat er een veel goedkopere aanbieder op de markt komt, gaat de gemiddelde prijs omlaag, waardoor de overheid kan eisen dat er ook minder vergoed moet worden door de zorgverzekeraars. De bestaande fabrikanten hebben dan de keus mee te gaan in het verlagen van de prijzen, of ze verliezen  marktaandeel.  

Fabrikanten: de middelen zijn niet inwisselbaar

In het geval van groeihormoon probeerden de belangrijkste aanbieders hier een stokje voor te steken. Pfizer, Novo Nordisk en Eli Lilly, aanbieders van de duurdere varianten, dagen in 2011 gezamenlijk de minister van Volksgezondheid voor de rechter.

Volgens hen is het al goedgekeurde groeihormoon niet uitwisselbaar, en al helemaal niet met het middel van Sandoz. Dus mogen hun prijzen niet afhangen van elkaar en al helemaal niet van de lage prijs van Sandoz, beweren ze.

De rechter verwijst die claim echter naar de prullenbak en volgt hiermee de ingebrachte stukken van de  EMA,      het  RIVM      en de  WHO.      Ook in hoger beroep halen de bedrijven  bakzeil.  

Ineens is daar een opvallende richtlijn

Maar terwijl het hoger beroep nog loopt, verschijnt op 13 december 2011 een behandelrichtlijn voor het groeihormoon van Sandoz. Artsen worden geacht richtlijnen te volgen.

De beroepsgroep heeft besloten dat er eerst maar eens een onderzoekje gedaan moet worden met het hormoon van Sandoz. We weten nog te weinig van dit middel om het maar zorgeloos te gaan inzetten, staat er eigenlijk. Ook al wordt de werkzame stof van alle groeihormoon, somatropine, al sinds 1985 gebruikt en is het product van Sandoz sinds 2006 op de markt.

Nog pikanter is het voorstel van Hokken-Koelega en haar collega’s om de vermeende onzekerheid over het medicijn van Sandoz, Omnitrope, op te lossen: de langetermijneffecten en bijwerkingen van het hormoon van Sandoz moeten in een ad-hoc-onderzoekje van slechts twee jaar in kaart worden gebracht, voordat het middel echt kan worden ingezet in de dagelijkse praktijk. Daarbij zullen 36 tot 40 patiënten op ‘regulier’ groeihormoon worden vergeleken met 16 tot 20 patiënten op Omnitrope.

Dus… vlak nadat de belangrijkste sponsors van groeihormoonstudies bij de rechter te horen hebben gekregen dat ze wel degelijk hetzelfde stofje verkopen als een prijsvechter…

… en dus moeten gaan concurreren…

… legt het specialistengilde in een behandelrichtlijn vast niet met de prijsvechter te willen werken…

… omdat er eerst een kortlopend onderzoekje met weinig patiënten moet worden gedaan…

… voor uitsluitsel over de langetermijneffecten…

… van een product met een stof waar al dertig jaar lang data over wordt verzameld door nota bene de kinderarts wier naam hier op de behandelrichtlijn  prijkt…  

Een studie om kennis te maken

Hokken-Koelega zegt desgevraagd dat er op verzoek van Sandoz gesprekken zijn gevoerd om in het verlengde van de richtlijn een studie op te zetten, maar die zouden op niets zijn uitgelopen. Eigen schuld, dikke bult, concludeert ze met nauwelijks verborgen frustratie als ik haar om commentaar vraag. ‘Het is erg dom, want als ze het zo gedaan hadden… dan was het middel onderdeel van de praktijk geworden.’

Mijn oren klapperen, want voor farmaceutische bedrijven is het ten strengste verboden studies op te zetten die tot doel hebben voorschrijvers en patiënten bekend te maken met een medicijn. Dat wordt gezien als een verboden vorm van marketing.

Maar een bijzonder hoogleraar en haar beroepsgroep mogen dat klaarblijkelijk wel aanraden: ‘Als jullie dit goed insteken, dan gaat het gewoon goed lopen,’ herinnert ze het bedrijf te hebben geadviseerd. ‘Via een kortdurende studie gaan mensen meedoen, leren ze het product kennen, krijgen ze er een gevoel bij. En gaan ze het accepteren. Zo is het altijd gegaan in het groeihormoonveld. Het is een gouden manier geweest, altijd.’

Dat ‘insteken’ krijgt al snel een dubbele lading als Hokken-Koelega bekent dat haar voorstel voor een curieuze studie eigenlijk niet zozeer met het stofje te maken had, maar met het toedieningsapparaat waarin Sandoz zijn groeihormoon stopt. In strijd tot wat in de richtlijn van 2011 staat, beweert ze: ‘Men had gezien dat dit product een vreselijk toedieningssysteem had, met grote naalden.’ Gevaarlijk, want omdat de verschillende aanbieders met andere pensystemen werken, kan een overstap voor kleine kinderen ‘prikangst’ in de hand werken. Kinderen

Bekijk hier een instructiefilmpje voor het groeihormoon van Pfizer.  prikken   namelijk vaak zelf. En die houden niet van enorme injectienaalden.

Prikangst voor naalden die je bijna niet kunt zien?

Maar als ik me vervolgens in de injectiepennen verdiep, val ik van de ene verbazing in de andere. Ten eerste: van de zes aanbieders werken er vier, waaronder Sandoz en Pfizer, met dezelfde, apart te kopen opkliknaaldjes, die losstaan van de pensystemen. Sandoz mag dan inmiddels een hipper pensysteem hebben dan in 2011, de naaldjes zijn nog altijd hetzelfde.

Ten tweede: ik verwachtte na het verhaal van Hokken-Koelega naalden aan te treffen waarmee walvisvaarders grote vissen uit oceanen kunnen schieten. Maar in plaats van een bijgeslepen menselijke harpoen, krijg ik een naaldje in handen dat je zonder vergrootglas nauwelijks kunt zien. En: het zijn stuk voor stuk gelikte, felgekleurde pensystemen, die nog het meest doen denken aan de tienkleurenpen waarmee je als kind je druilerige vrije woensdagmiddag overleefde. Geen objecten die angst  inboezemen.  

Ik spreek af met meer kinder-endocrinologen. Want: is een naaldje van nog geen halve millimeter nou echt de reden geweest dat er jarenlang 60 miljoen euro per jaar aan groeihormoon is uitgegeven, terwijl het met de helft misschien ook had

Hier kun je de uitgaven aan groeihormoon bekijken.  gekund?

Andere artsen bevestigen: industriegeld is cruciaal

Als ik al artsen te spreken krijg, is het off the record. Of krijg ik op een afspraakverzoek teruggestuurd: ‘Ik kan helaas niet op je verzoek en vragen ingaan, omdat ik vind dat deze discussie binnen de beroepsgroep nog gevoerd moet worden.’

Willem-Jan Gerver, kinderarts-endocrinoloog aan het Maastricht UMC wil wél on the record spreken. Nee, zegt Gerver. Natuurlijk is die pen niet de reden.

Gerver vertelt eigenlijk precies wat in de geheime offerte-aanvraag aan het begin van dit stuk afgedrukt is: ‘De kinderarts-endocrinoloog is niet echt bezig met wie het goedkoopste middel aanbiedt. Waar het hem om gaat is dat hij met de industrie een goede band heeft, dat hij aan geld komt voor onderzoek. Voor een nurse practitioner. Voor een fellow. Die worden er namelijk allemaal van betaald.’

‘In principe is het één maffiose bende’

Ook Gerver heeft Sandoz op bezoek gehad en legt uit hoe hij hun aanbod heeft afgehandeld: ‘Ze kwamen hier en vertelden me dat ze voor de helft van de prijs groeihormoon konden leveren. Prachtig natuurlijk, maar ik heb ze wel gevraagd of ze dan ook de ondersteuning van mijn onderzoek over wilden nemen. Nee, want dan zou het spul veel duurder moeten worden. Dus moest ik me maar wenden tot de zorgverzekeraar.’ Buigend over de tafel: ‘Ze zien me daar al aankomen. Ik ga wat goedkopers voorschrijven, maar ik wil wel graag een ton voor mijn onderzoek?’

Gerver begrijpt wel dat Sandoz zich nauwelijks in de markt heeft kunnen vechten. ‘Dat bedrijf doorkruiste het systeem, waardoor heel veel onderzoeksgeld zou gaan verdwijnen. Daarom zijn ze door alle kanten

Het Radboudziekenhuis in Nijmegen zette uiteindelijk, ondanks grote druk , toch zijn patiënten over op het groeihormoon van Sandoz, wat fikse prijsdalingen tot gevolg had in de hele markt. Lees er hier meer over:  tegengewerkt.’

Ook een andere specialist durft deze lezing citeerbaar te bevestigen. ‘Ik heb ook mensen kunnen betalen op kosten van de industrie,’ zegt Tom Vulsma, gepensioneerd kinderarts-endocrinoloog die in het AMC werkte. ‘In de vorm van een aio-plaats, of een gespecialiseerde verpleegkundige.’

Een probleem ontstaat volgens hem alleen als het voortbestaan daarvan gaat afhangen van hoe loyaal je aan één fabrikant bent. ‘Dan kun je je wel afvragen of je de ethische grenzen niet makkelijk overschrijdt, als je in een financiële houdgreep komt te zitten. Het is de reden dat ik mijn collega’s niet beticht van pure geldwolverij,’ zegt hij. ‘Kinder-endocrinologen moeten een hele rare tent optuigen om gewoon hun werk te kunnen doen, maar het zijn goede dokters, waarbij kinderen veilig zijn.’

‘Als ik er nu van enige afstand op terugkijk,’ vervolgt Vulsma, ‘besef ik maar al te goed, dat een deel van mijn werk zich afspeelde in een schimmig wereldje waarin de klinische praktijk verstrengeld was met de farmaceutische industrie, en waarin iedereen ermee kon of wilde leven dat geld voor patiëntenzorg en research uit dubieuze bronnen komt… In principe. In principe is het één maffiose bende.’

Sandoz is gevraagd te reageren op dit artikel. Het bedrijf zegt dit ‘stuk ter kennisgeving aan te nemen’ en te ‘voldoen aan alle regelgeving vanuit de European Medicines Agency.’ Daaronder valt een postmarketingstudie die wereldwijd loopt, onder meer in elf Europese landen. ‘Vanuit Nederland was het mogelijk om hieraan deel te nemen. Wij willen geen uitspraken doen over de Nederlandse situatie, maar benadrukken dat wij altijd de intentie hebben om met alle (zorg)partijen in gesprek te zijn en waarbij, binnen wet en regelgeving, ruimte is voor samenwerking’.

Het ErasmusMC stelt zaken te doen met de goedkoopste leverancier, maar zwijgt verder over de koppeling tussen inkoop en onderzoeksgeld. Het LUMC heeft niet gereageerd op een verzoek om commentaar.

https://decorrespondent.nl/6876/hoe-kinderartsen-afhankelijk-werden-van-geld-van-farmaceutische-bedrijven/501714539172-18769d90

Theresa Mays deal met de unionisten bedreigt de vrede

Tags

De Britse regering moet in Noord-Ierland neutraal zijn, waarschuwt Peter Hain. Zal ze dat kunnen, als ze afhankelijk is van de goede wil van de unionisten?

Peter Hain

Voormalig Brits minister (Labour) en onderhandelaar van het Goede Vrijdagakkoord.

De Britse regering moet in Noord-Ierland een onpartijdige arbiter zijn. Dat heb ik zelf geleerd toen ik twee verbitterde oude vijanden samen aan tafel moest brengen: Ian Paisley, de leider van de Democratische Unionistische Partij (DUP), en Martin McGuinness van Sinn Féin. Die twee hadden nog nooit een woord met elkaar gewisseld, laat staan onderhandeld.

Enkele maanden voor ze samen in de gloednieuwe Noord-Ierse gewestregering stapten, eiste Paisley de volstrekte zekerheid dat Sinn Féin een beslissing zou nemen die historisch onmogelijk leek: het gezag van de politie en de staat aanvaarden. Hij verzekerde mij dat hij samen met hen zou regeren, maar alleen op die voorwaarde.

McGuinness en de voorzitter van Sinn Féin, Gerry Adams, stonden voor de bovenmenselijke taak om hun aanhangers, onder wie oud-strijders van het IRA, achter die beslissing te krijgen. Maar ook zij wilden een garantie: de zekerheid dat Paisley zou doen wat hij altijd had geweigerd, namelijk de macht delen met gewezen ‘terroristen’ of – in zijn onsterfelijke woorden – ‘met de duivel’. Hoe konden ze erop rekenen dat hij dat echt zou doen?

Neutraal en onpartijdig

Wat met de eis van de unionisten om ernstige misdaden van soldaten en politiemensen in Noord-Ierland niet te vervolgen?

Ik onderhandelde met de twee partijen en beloofde dat de ander woord zou houden. Ze hadden allebei geleerd dat ze mij en Tony Blair konden vertrouwen en dat wij de twee kanten begrepen. Wij hoefden het met geen van beiden eens te zijn, het volstond dat wij hun standpunt respecteerden. We waren neutraal en onpartijdig, we hadden geen favoriet.

Precies daarom is de afspraak tussen Theresa May en de DUP zo gevaarlijk voor het Goede Vrijdagakkoord en het vredesproces.

Het Noord-Ierse vredesproces is ontzettend delicaat en vraagt een voortdurende aandacht. David Cameron en nu Theresa May hebben die nooit opgebracht – ze hadden meer belangstelling voor hun partij dan voor de vorderingen in Noord-Ierland. En ze negeerden de consensus binnen het Britse parlement die essentieel was voor het zo moeizaam tot stand gebrachte akkoord. In 2015 ontving Cameron de parlementsleden van de DUP zeker één keer op een gezellig etentje. Sommige deelnemers vertelden me glunderend dat er niet over Noord-Ierland was gepraat, maar wel over wie wat zou goedkeuren in het Britse parlement.

Mays afspraak met de DUP is de enige manier waarop ze aan de macht kan blijven. Hoe kan ze dan nee zeggen tegen de unionisten? En hoe kan ze zich neutraal opstellen in Noord-Ierland, waar nu al maanden zonder succes over een regeringsvorming wordt onderhandeld?

Mays weigering, eerder dit jaar, om een top met de premier van de Ierse Republiek samen te roepen – een zet die onder Blair en Gordon Brown meer dan eens een crisis in de Stormont, het Noord-Ierse parlement, heeft opgelost – blijft onverklaarbaar. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat de DUP haar agenda over de erfenis van het Noord-Ierse conflict zal willen doordrukken, zoals de eis om van ernstige misdaden beschuldigde soldaten en politiemensen niet te vervolgen. Een verjaring van misdaden uit de tijd van de terreur en het sectaire geweld is verdedigbaar, maar die moet dan voor alle partijen gelden. In het andere geval zullen de republikeinen en de unionisten nog veel moeilijker te verzoenen zijn dan nu al het geval is.

Een afspraak tussen de Conservatieve partij en de DUP kan nog meer problemen veroorzaken. May wil een harde Brexit, wat betekent dat de grens tussen Ulster en de Ierse Republiek een buitengrens van de EU zou worden, compleet met douanerechten en de controle van mensen en goederen die passeren. Dat is niet alleen in strijd met het Goede Vrijdagakkoord, maar zal ook de toenemende integratie van de twee economieën in het gedrang brengen. De DUP steunt de Brexit, maar wenst een zachte grens. Ze kan niet anders, als ze haar politieke geloofwaardigheid in Ulster niet wil verliezen. Maar een zachte grens veronderstelt dat het Verenigd Koninkrijk in de Europese tolunie of zelfs in de eenheidsmarkt blijft.

Bijzondere zone

De Europese Commissie zou hebben voorgesteld om het probleem op te lossen door Noord-Ierland tot een ‘bijzondere zone’ uit te roepen. Maar dat is voor de DUP onaanvaardbaar: het impliceert een aparte status binnen het Verenigd Koninkrijk, wat met de unionistische agenda vloekt.

Tot slot zijn de kiezers van de DUP geen Conservatieven. De partij heeft een sterke basis in de arbeidersklasse, die het soberheidsbeleid van de Conservatieven niet lust. Ze zal meer overheidsinvesteringen en –uitgaven willen. Ze zal lagere pensioenen of Mays reactionaire ‘dementiebelasting’ niet aanvaarden.

Dit zijn ervaren en harde onderhandelaars, met Nigel Dodds, hun fractieleider in het parlement, op kop. Ze hebben bovendien een ziekelijke afkeer van opgelegde deadlines, zoals ik zelf heb ondervonden. Een afspraak tussen de Conservatieven en de DUP zal dus niet alleen pijnlijk zijn voor Theresa May, maar ook gevaarlijk voor de politieke stabiliteit en voor de vrede in Noord-Ierland.

©The Guardian

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170613_02923921?shareId=ef4a5eae651cac69fbf0f58f7172c988b96898ff7a21168b498e3926c9f3562dcdc92b7c344819b72d23c7af74fbb63ae80938c3feab2736569b2ea06b6115bc629ef77fc567f8c9aa5b3f2a0093cc1b

‘Geen algemene loonsverhoging, maar belastingverlaging voor werknemers’

Tags

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg, De Financiële Telegraaf, 18 juni)

Omdat onze werkgelegenheid en welvaart sterk afhankelijk zijn van de export naar het buitenland moet Nederland voorzichtig zijn met loonstijgingen. Te hoge lonen leiden internationaal tot een verslechtering van de Nederlandse concurrentiepositie in de wereld en daardoor tot minder export en kosten banen.

Dit is een belangrijke reden waarom de afgelopen decennia het Centraal Planbureau (CPB) en De Nederlandsche Bank (DNB) warme pleitbezorgers waren van een gematigde loonontwikkeling. Deze week vielen zowel het CPB als DNB van hun geloof. De Nederlandse economie draait geweldig en in veel bedrijfssectoren nemen de winsten toe. Volgens deze gezaghebbende instellingen een goed moment om in het bedrijfsleven de lonen wat sneller te laten stijgen. DNB kwam al eerder met dit voorstel.

Al weer vier jaar geleden verraste Klaas Knot, president van DNB, politiek Den Haag en de sociale partners door te pleiten voor hogere lonen voor werknemers in de marktsector. Lonen zijn weliswaar een kostenpost voor bedrijven, maar tegelijkertijd de pijler voor koopkracht. De verwachting van het CPB en DNB is dat een hoger netto-inkomen voor werknemers de bestedingen stimuleert en dat is goed voor de groei van onze economie.

Loonaandeel neemt af

De bankpresident wees in 2013 ook op de zogenoemde arbeidsinkomensquote, het aandeel van het nationaal inkomen dat als loon naar werknemers gaat. De afgelopen decennia lag dit percentage doorgaans tussen 80-90%. Volgens recente gegevens is dit percentage gedaald tot ongeveer 74%. Deze trend zien we ook in andere landen. Lonen vormen een steeds kleiner deel van de economie of anders gezegd: de totale loonsom daalt als percentage van het nationaal inkomen. Bezitters van kapitaal, zoals beleggers, zien hun aandeel juist toenemen. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt deze trend het komende decennium versterkt door snelle technologische veranderingen en globalisering. Loonsverhogingen zouden er toe kunnen bijdragen dat deze verdeling tussen kapitaal en arbeid evenwichtiger wordt, maar hebben ook nadelen. Knot kreeg voor zijn pleidooi toen veel bijval van economen en vanuit het linkerdeel van politiek Den Haag. Maar van de ondernemers en werkgevers in ons land kreeg de bankpresident de wind van voren. Ze waarschuwden dat een loongolf schadelijk is voor onze economie en veel banen gaat kosten, vooral bij het midden- en kleinbedrijf en zwakkere bedrijfssectoren.

Reacties

De reacties op de oproep van DNB en het CPB voor hogere lonen die we afgelopen week in de media zagen zijn niet verrassend. Werkgevers wijzen, minder fel dan vier jaar geleden, op de schadelijke kanten en op het gegeven dat in de sterkere bedrijfssectoren nu al hogere loonstijgingen zichtbaar worden. Vakbonden en hun politieke vrienden in Den Haag juichen de oproep toe. Daarnaast menen veel werknemers dat ze de afgelopen jaren door loonmatiging hebben bijgedragen aan het economisch herstel van onze economie en de opleving van het bedrijfsleven. Ze vinden daarom een verbetering van hun koopkracht niet meer dan redelijk. Die opvatting verdient steun, maar het is de vraag of een algemene loonsverhoging, bovenop de stijging in de cao’s die al geruime tijd rond de 1,5% ligt, de gewenste oplossing is. Wij menen dat dit risicovol is en zetten de bezwaren op een rijtje en komen met een betere methode om de koopkracht van werknemers te verbeteren.

Bezwaren tegen een algemene loonsverhoging

Bij het pleidooi voor hogere lonen wordt voorbij gegaan aan het feit dat Nederland wereldwijd nu al tot de kopgroep van landen behoort met de hoogste loonkosten, vooral vanwege de hoge werkgeverslasten en hoge belastingdruk op arbeid. Deze kosten moeten juist omlaag.

Door onze hoge belasting- en premiedruk levert een loonsverhoging voor werknemers netto weinig op en betekent voor werkgevers een torenhoge extra kostenpost. Een gemiddelde werknemer van wie het bruto maandloon met 100 euro wordt verhoogd, krijgt netto rond de 45 euro uitgekeerd. Onvoorstelbaar, maar waar; deze netto loonsverhoging van ‘slechts’ 45 euro leidt voor de werkgever tot een extra loonkostenpost van rond de 130 euro (100 euro bruto loon plus de werkgeverslasten (premies) over deze loonsverhoging).

Banen worden in Nederland vooral gecreëerd door kleine bedrijfjes, met minder dan 10 werknemers. Nu al zijn de hoge loonkosten een molensteen. Extra kosten betekent minder werkgelegenheid.

Bij extra loonsverhogingen waarvoor bij sommige bedrijven nu ruimte is, moet bedacht worden dat ze als loonkostenpost ook doorwerken naar de komende jaren. Draait een ondernemer dan wat minder goed dan is de kans groot dat op deze post bezuinigd moet worden en dat kost banen. Veel bedrijven willen daarom een extra structurele loonkostenverhoging voorkomen door jaarlijks te bezien of er ruimte is voor een extra uitkering aan werknemers.

Dat vanuit de politiek en adviesinstellingen wordt opgeroepen tot hogere lonen voor werknemers is niet gebruikelijk. De loonhoogte en andere arbeidsvoorwaarden worden in het Nederlandse bedrijfsleven vastgesteld op basis van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers en veelal vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s). Daarbij wordt mede rekening gehouden met de financiële positie en winstgevendheid van de betrokken bedrijven. Door dit ‘maatwerk’ zien we in zwakkere bedrijfssectoren een lagere loonontwikkeling dan in sterkere sectoren. Dat is altijd zo geweest en pakt goed uit voor onze werkgelegenheid.

Belastingverlaging voor werknemers

Er zijn geen ‘bewijzen’ dat een sterkere loongroei goed uitpakt voor onze economie, werkgelegenheid en een eerlijke verdeling van koopkracht van werknemers op langere termijn. Hogere lonen brengen grote risico’s met zich mee die niet zomaar zijn weg te poetsen, zoals hogere prijzen, een extra loongolf en inflatie zonder extra banen.

De meest gunstige effecten voor onze economie, werkgelegenheid en de koopkracht van werknemers kunnen snel en simpel worden gerealiseerd door een aanpassing van de zogenoemde Tabel fiscale arbeidskorting 2017. We zeiden het al, politiek Den Haag gaat niet over de lonen in het bedrijfsleven, maar wel over deze tabel. Bovendien biedt de schatkist voldoende financiële ruimte om via deze tabel de koopkracht van werknemers te verbeteren. Het voordeel is ook dat zo een eerlijke verdeling van de koopkrachtverbetering mogelijk wordt die bij loonsverhogingen niet te realiseren is.

http://www.telegraaf.nl/zondag/Telegraaf_Zondag_2017_18_juni/28412869/__Geen_algemene_loonsverhoging__maar_belastingverlaging_voor_werknemers__.html?utm_source=telegraaf-nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=20170618091503_zondag&utm_content=telegraaf_zondag&utm_term=&EMAIL_SK=SK952730&e=jw%2Ejongejans%40hetnet%2Enl

Close-reading van de mislukte informatiepoging zou door historici wel eens anders beoordeeld (CDA te halsstarrig) kunnen worden dat nu de communis opinio is @vrij-nederland #formatie #moeizaamproces

Tags

Rutte en Buma spelen de vermoorde onschuld (Thijs Niemantsverdriet, Vrij Nederland, 17 juni)

Rutte en Buma doen alsof ze diep teleurgesteld zijn over het mislukken van de formatiegesprekken met Klaver, maar als ze écht met hem hadden willen regeren hadden ze het wel anders aangepakt.

Meteen na het mislukken van de formatiegesprekken met GroenLinks, afgelopen maandag, vestigde zich in de media het beeld dat Jesse Klaver de boosdoener zou zijn: vanwege de onwil van GroenLinks om nieuwe Turkije-deals met Afrikaanse landen te sluiten over het opvangen en terugsturen van migranten zou de formatie opnieuw in een impasse zijn beland.

De toon werd gezet door de andere onderhandelaars, die om het hardst hun verontwaardiging kenbaar maakten. Alexander Pechtold sprak over ‘politieke onmacht en politieke onwil’. Mark Rutte, tot voor kort nog vol lof over Klaver, was ‘verbijsterd’, Sybrand Buma noemde Klavers houding ‘ongelofelijk en onbegrijpelijk’ en beweerde ‘zeer teleurgesteld’ te zijn dat het ‘ondanks de vele inspanningen’ niet gelukt was om tot afspraken te komen waar ook GroenLinks mee kon leven. En vele commentatoren zeiden het hen afgelopen week na: kennelijk was GroenLinks ook onder Jesse Klaver niet tot het sluiten van compromissen in staat en dus niet aan regeren toe: veel succes in de oppositie.

Alexander Pechtold had alle reden teleurgesteld te zijn: een goede deal met GroenLinks was misschien wel zijn enige en laatste kans in een nieuwe coalitie met de rechtse partijen overeind te blijven. Maar Mark Rutte en Sybrand Buma? Uit de vele reconstructies van de formatiegesprekken die tot nu toe verschenen zijn rijst een heel ander beeld op dan dat van Klaver als de kwaaie pier, althans: voor wie aan close reading doet.

‘Aan de kiezers van VVD en CDA was een ambitieus klimaatbeleid prima uit te leggen geweest.’

Als Rutte en Buma werkelijk een deal met Klaver hadden willen sluiten, hadden ze hun best gedaan het eens te worden over een ambitieus klimaatbeleid om de doelen van Parijs te halen. Aan de kiezers van VVD en CDA was dat prima uit te leggen geweest, al was het maar omdat de klimaatdoelen van Parijs in de verkiezingsprogramma’s van beide partijen te vinden zijn. Dan had Klaver steviger gestaan tegenover zijn achterban, en was de kans aanzienlijk groter geweest dat er ook over migratie vanuit Afrikaanse landen overeenstemming was bereikt. Zeker als VVD en CDA slimmere afspraken over opvang in de regio hadden willen maken dan de botte eis om de in GroenLinks-kringen zeer omstreden Turkije-deal – inclusief de rampzalige uitvoering daarvan – nu opeens als zaligmakend model te omarmen.

Maar de pogingen om het over het klimaat eens te worden liepen in de eerste weken van de formatiegesprekken al vast op de koppige weigering van vooral Sybrand Buma om enige concessie te doen. Nadat Kamerleden Agnes Mulder van het CDA en Bart Snels van GroenLinks er niet in waren geslaagd een gezamenlijk discussiestuk over dat onderwerp te produceren, kregen Buma en Klaver de taak van informateur Edith Schippers met elkaar verder te praten. Daarbij was Klaver bereid de meest omstreden onderdelen van zijn groene ambities prijs te geven, zoals de autobelasting. Maar Buma bewoog geen millimeter, zodat Schippers uiteindelijk besloot het onderwerp te ‘parkeren.’

‘Klaver moest en zou de Turkije-deal als model accepteren voor toekomstige afspraken met Afrikaanse landen.’

Nadat ook op andere terreinen zoals inkomensverdeling nauwelijks voortgang was geboekt, zetten Rutte en Buma het mes op de keel bij Jesse Klaver: hij moest en zou de Turkije-deal als model accepteren voor toekomstige afspraken met Afrikaanse landen, zonder enig uitzicht op overeenstemming over het klimaat of inkomensverdeling. Geen wonder dat Klaver besloot zijn rug recht te houden, ook nadat Herman Tjeenk Willink de onderhandelaars voor de tweede keer aan tafel had gebracht.

De grote vraag is: hoe nu verder? Na het mislukken van de gesprekken met GroenLinks spelen Rutte en Buma de vermoorde onschuld, maar door hun halsstarrige houding van de afgelopen maanden is het alleen maar moeilijker geworden het nog met andere partijen eens te worden. Het enige dat de twee rechtse leiders hebben bereikt is dat ze zelf nog aan tafel zitten. Maar wie schuift er nog aan? Je hoort het Rutte en Buma straks al roepen tegen Lodewijk Asscher: ‘Neem je verantwoordelijkheid!’

Hoog tijd, zou ik zeggen, om daar zelf ook een keer mee te beginnen.

[Max van Weezel is op reis, daarom deze week: niet Max maar Thijs op vrijdag.]

https://www.vn.nl/rutte-en-buma-spelen-de-vermoorde-onschuld/

Groningen blaast stoom af en premier Rutte belooft beterschap

Tags

,

• Gerdt van Hofslot • Dagblad van het Noorden, 16 juni
Premier Rutte deed bij zijn bezoek aan het gasgebied in Groningen gisteren geen moeite boze bewoners te ontlopen. Manmoedig liet hij op zich in praten. ‘We zijn in Den Haag zo veel bezig met het gas, dat wil je echt niet weten.’

 
Boos staan twee vrouwen voor de gloednieuwe Beatrix-school in Loppersum, waar de minister-president en zijn gevolg net naar binnen zijn gegaan. Om te praten met een select gezelschap van gedupeerden van de gaswinning. Achter gesloten deuren, wel te verstaan.
Volk staat buiten

 
,,Ik wil mijn verhaal ook kunnen doen. Over wat mijn kinderen doormaken. Maar ze praten altijd met dezelfde mensen. De bobo’s zitten binnen en het gewone volk staat buiten’’, zegt Hanneke Haaksema verontwaardigd, terwijl een kille wind het schoolplein schoonveegt. Twee agenten in burger houden het tafereel met een schuin oog in de gaten.
Haaksema is één van de bewoonsters van de 43 huizen in Loppersum die zijn afgebroken en worden vervangen door nieuwbouw. De bewoners zijn zo lang elders gehuisvest.
,,Daar binnen krijgen ze nu weer een mooi verhaal. Over hoe goed het wel niet loopt. Maar onze ervaringen zijn heel anders. We hebben noodgedwongen ons huis verlaten en begrip, ho maar’’, zegt haar mede-gedupeerde Seraja Metekohy.
Eerlijk is eerlijk, begrip toonde de premier vrijdag wel degelijk. Dat begon al meteen bij zijn aankomst bij het versterkingspunt in Appingedam, de eerste stop van zijn flitsbezoek aan het gasgebied. Rutte had zich duidelijk voorgenomen confrontaties niet uit de weg te gaan en deed dat ook niet. Ruim drie kwartier onderhield hij zich met boze Groningers. Die mochten stoom afblazen. Zo kan Groningen met eigen ogen zien dat het beeld dat de premier ongeïnteresseerd is, niet klopt.
Eenrichtingsverkeer
Het blijkt veelal eenrichtingsverkeer. Damster Carst Keilstra schiet Rutte aan nadat die zijn eerste tv-interviews heeft afgewerkt. De dialoog die volgt, herhaalt zich nog enkele malen.
,,Waarom heeft het zo lang geduurd voor u naar Groningen kwam?’’
,,Dat is een goede vraag, ik snap hem. Maar ik ben eerder in Groningen geweest en heb gesproken met gedupeerden.’’
,,O ja? Nou, ik heb al vier keer een aardbeving meegemaakt.’’
,,Dat is vreselijk!.’’
,, ,,Vreselijk? Wat een geleuter! Ik zeg het nog netjes. Het lost allemaal niets op, dit gepraat.’’
Protesten
Vervolgens moest Rutte nog spitsroeden lopen langs onder andere de ‘Moeders tegen gas’, Ellen Dijkema en Inez Witjes, secretaris Dick Kleijer van de Groninger Bodem Beweging en Pietje Douma, die met zijn noodklok het gehoor van de toeschouwers danig op de proef stelt.
Rutte luisterde geduldig, deed pogingen in discussie te komen en wist zo langzaam in de richting van de deur van het versterkingscentrum te komen.
Een groepje Damsters heeft zich aan de overkant van de weg geposteerd en slaat het tafereel zwijgend gade. Er zijn niet zo veel demonstranten, valt ze op. ,,Maar ja, de meeste mensen zijn nu aan het werk’’, bromt meneer Meijer. ,,Bovendien is iedereen wel zo’n beetje zat van dit gedoe.’’
Rutte houdt het na een uurtje voor gezien in Appingedam en vertrekt onder politiebegeleiding naar Loppersum. Via bewoner Jan Dales, bij wie hij aan de keukentafel een gesprekje voert, rijdt hij naar de nieuwe school in die plaats.
Petitie
Ruim een uur later arriveert hij in het provinciehuis, waar cabaretier Freek de Jonge hem de 208.000 maal getekende petitie ‘Laat Groningen niet zakken’ overhandigt. ,,U bent nu in Groningen. Hulde daarvoor. Ik weet niet of u hier met een verhuiswagen bent.’’
,,Mensen vroegen mij vandaag vaak waarom ik niet eerder ben gekomen. Als zo velen dat zeggen, dan moet ik daar over na denken’’, houdt Rutte zijn gehoor voor.
En niemand moet denken dat het gasdossier wordt genegeerd. ,,We zijn in Den Haag zo veel bezig met het gas, dat wil je echt niet weten. De problemen in Groningen zijn een nachtmerrie voor veel mensen. De overheid heeft steken laten vallen. We hebben de opgave onderschat.’’
Maar dat is veranderd, verzekert Rutte. Hij wil maar één ding: dat de problemen zo snel mogelijk worden aangepakt. ,,Tempo. alstublieft.’’
http://www.dvhn.nl/plus/Groningen-blaast-stoom-af-en-premier-Rutte-belooft-beterschap-22294406.html?utm_medium=email&utm_source=Active%20Campaign&utm_campaign=Nieuwsbrief&emaillijst=DVHN%20-%20Nieuwsbrief

‘Storend dus dat de linkse rivaal op migratie het makkelijke morele gelijk claimt’ aldus @LuukvMiddelaar @nrc

Tags

,

Het makkelijke morele gelijk van Jesse Klaver (Luuk van Middelaar, Opinie/nrc, 16 juni)

Doodzonde voor het klimaat, de breuk van Jesse Klaver op migratie, vindt zelfs een deel van zijn eigen kiezers. Ironie: zonder de versmade Turkije-deal zou GroenLinks niet eens aan tafel hebben gezeten. Grote kans dat de PVV dan de verkiezingen had gewonnen; de sfeer in Den Haag zou grimmiger zijn, niet zo tergend snuffelig als nu. Voor de bouwers uit Berlijn, Den Haag en Brussel – Merkel, Rutte, Samsom – diende de dam tegen de vluchtelingenstroom vanuit Turkije ook als dam tegen het nationaal-populisme. Als vorig voorjaar de dramatische situatie niet onder controle was gekomen, als wekelijks nog tientallen mensen verdronken in de Egeïsche Zee en honderdduizenden van Griekenland over de Balkan naar West-Europa doorliepen, zouden chaos en controleverlies compleet zijn, spanningen toegenomen, ‘Schengen’ bezweken – en was Front-National-voorvrouw Marine Le Pen wie weet hoever gekomen richting Élysée. In de noodsituatie trok men een streep.

De Turkijedeal was geen „detail”, maar een vernuftig compromis en een doorbraak. Een compromis tussen het herwinnen van controle op onze buitengrenzen en het recht doen aan Europa’s humanitaire roeping, uitgedrukt in het één-op-één-beginsel (voor elke teruggestuurde vluchteling de opname van één Syriër uit de Turkse kampen). Compromis in Den Haag, tussen Ruttes VVD en Samsoms PvdA, en een vergelijk voor Europa als geheel, tussen de lijn-Orbán en de lijn-Merkel. Met een inhoudelijke logica: volgens bedenker Gerald Knaus kun je massale illegale mensensmokkel enkel stoppen met een smal pad voor legale migratie.

Maar de deal was ook een realpolitieke doorbraak. De EU deed iets nieuws: vuile handen maken. Toen Italië nog schimmige deals sloot met de Libische dictator Gaddafi keken Brusselse instellingen en andere lidstaten liever kuis weg: „Als jullie het oplossen, hoeven wij het niet te weten.” Idem voor de zaakjes die Spanje doet met Marokko. Maar met Turkije kon dit wegkijken niet; grensland Griekenland was voor Ankara geen partij en de hele Unie moest de verantwoordelijkheid dragen. In levensnood ging men tot aan de juridische rand, zelfs erover. Dezelfde kritiek uit mensenrechtenkring die toen prompt klonk, klinkt nu weer, ter verdediging van Klaver. Het weerwoord is niet: geen zorgen, alles deugt juridisch. Dat is ongeloofwaardig en gaf Klaver zijn haakje om eruit te stappen („Het gaat ons niet alleen om de juridische werkelijkheid, maar ook om de weerbarstige praktijk.”) We leren bij en doen ons best, zoals bij Tjeenk Willink tussen de regels stond, is beter maar blijft een schuldigverklaring. Nog sterker is: soms zijn hogere politieke waarden in het geding. Europa, dus Nederland, staat voor tragische dilemma’s. Willen wij met buren als Poetin, Assad en Al-Sisi, met oorlogen en armoede om ons heen, onze vrijheid, rechtsstaat en waarden bewaren, dan moeten we natuurlijk dag-in-dag-uit het goede doen, maar soms ook een grens trekken, nee zeggen, macht met macht beantwoorden. Ergens moeten we verlies nemen op ons zuivere zelfbeeld. De werkelijkheid, beste Jesse, is inderdaad weerbarstig.

Met GroenLinks van tafel, en de religieuze twist tussen D66 en CU, nadert de dans onontkoombaar de PvdA. Niet vreemd dat Lodewijk Asscher in de Kamer hard uitviel tegen Klaver. De PvdA staat aan de wieg van de Turkijedeal: leider Diederik Samsom bracht hem naar Den Haag, als vicepremier tekende Asscher mee, in Brussel sleurt Frans Timmermans aan de uitvoering. Storend dus dat de linkse rivaal op migratie het makkelijke morele gelijk claimt. Maar met GroenLinks in de oppositie kunnen de sociaal-democraten terugslaan. Het thema „groen” ligt voor het grijpen. Dus nu geduldig die 9 zetels uitspelen richting Rutte-III, met Diederik Samsom – van Greenpeace-activist tot realpoliticus – als klimaatminister en gezicht van het milieu.

Deze column is ook het bewijs voor het ongelijk van alle Klaver-aanhangers die hem zijn blijven steunen. Protesterende GL-stemmers hebben gelijk: hun stem is verloren gegaan. De PvdA kan dit onrecht in de komende kabinetsperiode rechtzetten. GroenLinks is uitgeschakeld en zal de komende oppositieperiode niet overleven.

[Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).]

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/16/het-makkelijke-morele-gelijk-van-jesse-klaver-11097360-a1563279?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=5om5&utm_content=&utm_term=20170616