Tags

Bijziend (Column Ellen Deckwitz, nrc.nl, 24-1-23)

Laatst liep ik met een vriendin over straat en opeens vroeg ze me of ik het erg vind. „Of ik wat erg vind”, zei ik, want er zijn tegenwoordig nogal wat dingen die je erg kan vinden. „Dat we, nu we ouder worden, veel minder bekijks trekken.”

Ik zei dat het me niets uitmaakte maar stierf vanbinnen toch een beetje want blijkbaar zie ik er inmiddels dus oud genoeg uit dat zo’n vraag zonder blikken of blozen kan worden gesteld.

Eenmaal thuis ging het alweer beter en besefte ik dat ik de laatste tijd eigenlijk nog amper met mijn uiterlijk bezig ben. Grappig genoeg komt dat juist door de aftakeling zélf. Het afgelopen jaar is mijn zicht hard achteruitgegaan. Vervelend in de bioscoop, lastig in de supermarkt, irritant als je jezelf voor de zoveelste keer aan dezelfde persoon voorstelt, maar een zegen voor het zelfbeeld. Het is heerlijk om jezelf niet meer goed in de spiegel te kunnen bekijken want daardoor neem je alle barsten in je jeugd ook niet meer waar. Het allergrootste voordeel is echter dat je niet meer kan zien of er nog iemand naar je kijkt. Je zal daardoor nooit weten of je sjans hebt maar dus ook niet dat je wordt genegeerd of, erger nog, geeneens opvalt.

*’We’ zijn dus zo gefixeerd op het/ons ‘uiterlijk’ en dus de indruk die de buitenwereld van ons heeft – zo wordt er dan verondersteld, alsof het een ‘levenszaak’ is: als je uiterlijk niet voldoet aan de buitenwereldnormen, dan ‘ben je afgeschreven’ – dat het een ‘trauma’ kan veroorzaken, terwijl dat beeld helemaal niet klopt wat dat gaat het die buitenwereld aan? Het is dus een ‘valkuil’ van deze materialistische wereld dat alleen het uiterlijk bepalend is, in plaats van het innerlijk. Iemand die innerlijk voldoende ‘gegrond’ door het leven gaat, merkt niets van die uiterlijke poespas want alleen maar schijn. Als zelfs de columniste Deckwitz de kriebels hiervan krijgt, dan is dat het bewijs dat er iets erg veel aan de samenleving schort. Dit beeld praten we ons dus aan. Geschifte situatie.

‘Genoeg vrienden rennen bij het achteruitgaan van hun ogen direct naar de opticien, maar voor onzekeren zoals ik zijn hun producten martelwerktuigen. Ik zal de eerste bril/contactlens zo lang mogelijk uitstellen. Dan maar alle letters op de telefoon, e-reader en computer op bejaardengrootte zetten. Dan maar me alleen per voet of ov verplaatsen. Dan maar niet helemaal zeker weten welke groenten ik in mijn mandje doe, wat het leven meteen weer een stuk spannender maakt.

*Het feit dat’ (…) de eerste bril/contactlens zo lang mogelijk wordt uitgesteld, zegt al genoeg. We zijn ons volkomen gek aan het maken via alle reclames en andere onzinnigheden. Lang leve deze overmaat aan consumptieve beschaving want die leidt rechtstreeks naar de afgrond.

‘Tegenwoordig bestaan bomen niet meer uit bast en bladeren maar uit een groenbruine mist. Heb ik geen filters meer nodig voor selfies want ik bén het filter. Zo word ik kalmer en hecht ik minder belang aan de buitenkant zonder dat ik er jaren voor heb gemediteerd of mezelf er tot bloedens toe voor heb moeten flagelleren. Mijn zicht erodeert en dat is natuurlijk jammer, maar synchroon daaraan erodeert mijn ego en dat is ook wat waard.

*Niet alleen Deckwitz zelf wordt in dit beeld het probleem – ‘ik bén het filter’ – maar dat geldt voor de hele maatschappij, inmiddels van West naar Oost en zeker ook van Noord naar Zuid. Zo ver heeft het ‘economisme’ ons gebracht. Filosofisch gezien een ‘draak’ van een samenlevingsomgeving. We zijn simpelweg verkeerd bezig.

‘En zo duik ik tegenwoordig niet meer weg als iemand een foto wil nemen. Ga ik zonder mijn haar te kammen de deur uit.

Durf ik heel af en toe zelfs alweer eens bij daglicht in de spiegel te kijken.

*Laten we hopen dat iedereen dit stadium ‘van ontwikkeling en bewustwording’ bereikt! Wat een schitterende column!

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/24/bijziend-a4155079

Advertisement