Tags

(Diederik de Groot, Opinie/fd, 7 jan. 23)

Het aantal slachtoffers door vuurwerk is terug op het niveau van voor de coronapandemie. De discussie over een algeheel vuurwerkverbod laait weer op. Laten we hierbij leren van de aanpak van het rookverbod, schrijft journalist Diederik de Groot.

‘Het is niet te handhaven.’ Dat is het meest gehoorde argument van Kamerleden om hun stellingname tegen een vuurwerkverbod te verdedigen. Het is niet alleen een drogreden van de bovenste plank, maar geeft ook blijk van groot wantrouwen jegens de samenleving.

Donderdag bleek uit cijfers van kenniscentrum VeiligheidNL dat het aantal slachtoffers deze jaarwisseling weer terug is op het trieste niveau van voor de coronapandemie. Dit keer vielen er 1253 vuurwerkslachtoffers, van wie er 389 terechtkwamen op de spoedeisende hulp en 864 op de huisartsenposten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie over een mogelijk vuurwerkverbod afgelopen week misschien wel heviger woedde dan ooit.

Geen Kamermeerderheid

Hoewel D66 van standpunt veranderde en nu voorstander is van een algeheel verbod, kan dit voorstel nog altijd niet rekenen op een Kamermeerderheid. Politici die de ‘traditie’ in stand willen houden, gooiden al vrij snel het handhaafargument op tafel. BBB-voorvrouw Caroline van der Plas twitterde: ‘Totaalverbod is niet te handhaven. Politie heeft niet genoeg mensen daarvoor. En dan? Politie in nieuwjaarsnacht dwingen op jacht te gaan naar gewone burgers die gezellig met buurt wat sierpotten willen afsteken? Die kunnen immers gewoon over de grens en online worden gekocht hè?’ Dat de politie zelf uitgesproken voorstander is van een totaalverbod, heeft haar standpunt niet veranderd.

* Caroline van der Plas is al volledig meegezogen in het traditionele stramien van de Kamer. Speelt alle spelletjes al helemaal mee. Hulde, wat een prestatie! Vind ze zelf natuurlijk.

Kamerleden Michiel van Nispen (SP) en Ingrid Michon (VVD) zijn eveneens tegen een algeheel verbod en denken ook dat de politie niet bij machte zal zijn om naleving af te dwingen. Daarnaast trok Michon de merkwaardige conclusie dat de cijfers van de vuurwerkverkoop van deze jaarwisseling laten zien dat maatschappelijk draagvlak voor een verbod ontbreekt. Het tegendeel is waar.

*Michon heeft zich dus helemaal laten inpakken door de lobbywereld waarvan haar partij volkomen afhankelijk is. Ook een verslaving maar met blindheid tot gevolg. En dat beide parlementariërs menen dat de politie niet bij machte zijn om naleving af te dwingen, is al helemaal te gek voor woorden: dan zorgt de Kamer er maar voor dat voldoende agenten kunnen worden ingezet. En zo niet, is er sprake van lafheid van de Kamer om tot een verbod te komen per direct en dat betekent dus nooit vuurwerk dan alleen siervuurwerk. Alle betrokken winkeliers worden scherp gecontroleerd.

Twee op de drie voor verbod

Afgaande op de enquêtes van I&O Research zijn Nederlanders die een vuurwerkverbod willen al sinds 2019 in de meerderheid en wordt die groep elk jaar groter. De laatste I&O-enquête (van 22 december 2022) laat zien dat twee op de drie Nederlanders nu een verbod steunt. Hechten Michon en haar VVD alleen waarde aan cijfers waar een euroteken voor staat?

Michons stelt ook dat een verbod er niet toe zal leiden dat ‘er dan niets meer wordt afgestoken’. Daar is geen speld tussen te krijgen, maar tegelijkertijd illustreert de VVD hiermee dat het de kwestie veel te zwart-wit bekijkt. Het invoeren van een verbod behelst meer dan een druk op een knop. Geen enkele voorstander van de maatregel (ook artsen, burgemeesters en politieagenten niet) beweert dat het vuurwerkprobleem – dat Nederland decennialang heeft laten bestaan – in één klap kan worden opgelost.

Betutteling

De geschiedenis van het rookverbod kent interessante parallellen met het huidige debat over vuurwerk. Want hoewel het nu haast niet voor te stellen is, vonden 15 jaar geleden heel wat mensen de verbanning van sigaretten uit binnenruimtes nog zinloze overheidsbetutteling. Destijds werd ook beweerd dat het verbod niet te handhaven zou zijn. In eerste instantie leek dat een steekhoudend argument. In de jaren na invoering hadden veel rokers namelijk lak aan de wet en weigerden veel horecagelegenheden daartegen op te treden, waardoor het in veel cafés en restaurants nog steeds blauw stond. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) was niet in staat ze allemaal te controleren, dus bleef straf vaak uit.

Gaandeweg veranderde dat. De voorstanders van het verbod lieten vaker van zich horen en steeds meer horecabazen kwamen tot inkeer. Inmiddels is roken in de horeca ondenkbaar. Een bezoeker die het in zijn hoofd haalt toch een sigaret op te steken, zal onmiddellijk door andere gasten of het personeel worden aangesproken en uit de zaak worden gezet. De NVWA voerde in 2021 ruim 16.000 controles uit bij op risico geselecteerde horeca. In slechts 2% van de gevallen leidde dat tot een waarschuwing of boete.

‘Wie het nu nog in zijn hoofd haalt in een restaurant een sigaret op te steken, zal onmiddellijk door de andere gasten en het personeel worden aangesproken en uit de zaak worden gezet’

Dat het rookverbod uiteindelijk een succes werd, is volgens de Alliantie Nederland Rookvrij niet aan de NVWA, maar aan de samenleving te danken: ‘Naleving vereist dat we diep ingesleten gewoontes, en ideeën over die gewoontes veranderen’. Eenzelfde proces moet zich voltrekken na invoering van een vuurwerkverbod. Het is geen eindpunt, maar het begin van een traject dat zal leiden tot een jaarwisseling die anders wordt gevierd dan we nu gewend zijn.

Een verbod op verkoop van vuurwerk aan consumenten kan al een slok op een borrel schelen. Natuurlijk hebben vuurwerkminnende politici gelijk dat eenvoudig in buurlanden kan worden gekocht, maar daar zal lang niet iedereen de moeite voor nemen. Het deel van de bevolking dat dit jaar nog wat vuurwerk afstak, maar wel een verbod steunt, zal zeker de grens niet oversteken. En de tegenstanders van een verbod zijn echt niet allemaal raddraaiers met lak aan de wet. Hebben ze dat wel, dan zullen ze in toenemende mate te maken krijgen met de sociale gevolgen. Wie wil de aso zijn die als enige in zijn straat staat te knallen?

Not done

Als daarnaast de standaard wordt dat gemeenten professionele vuurwerkshows neerzetten en daar de burgers bij betrekken, is het na enige tijd niet meer maatschappelijk acceptabel om tussen de buurtkinderen vuurwerk af te steken. De politie kan zich dan focussen op het kleine aantal overtreders, die er altijd zullen zijn. Met andere woorden: er kan worden gehandhaafd.

Het vuurwerkverbod zal er ooit komen en uiteindelijk tot een veiliger jaarwisseling leiden. Als we dan terugkijken op hoe we met vuurwerk omgingen in 2022, vinden we dat waarschijnlijk net zo bizar als roken in een restaurant.

[Diederik de Groot is freelance journalist, tekstschrijver en (eind)redacteur.]

https://fd.nl/opinie/1463940/vuurwerk-afsteken-straks-net-zo-idioot-als-roken-in-een-restaurant-iha3ca7QfKmt

Advertisement