Tags

Philip Dröge, Zaterdag Magazine De wereld in 2023/fd, 24 dec. 22

‘Erwten zo groot als tennisballen: De toekomst voorspellen is en blijft moeilijk’

Erwten zo groot als tennisballen en vliegtuigen als een modegril, de toekomst voorspellen is moeilijk. Zelfs specialisten van wie we een betrouwbare profetie zouden mogen verwachten, zitten er opvallend vaak naast.

U bent net op het bewegende trottoir naar huis gekomen. Of misschien had u haast, en heeft u de twee vleugeltjes en een propeller gebruikt die zo handig op uw rug passen. Eenmaal binnen nam de huisrobot uw jas en hoed aan en bracht de wasrol – die de automatische postbode net had afgeleverd – naar de fonograaf, zodat u rustig het ingesproken nieuws van de dag kon beluisteren.

Zo zag een anonieme Franse illustrator in 1910 het leven in het jaar 2000. De scènes van het dagelijkse leven die hij vastlegde, ademden een groot optimisme. Alles zou worden gemotoriseerd en gerobotiseerd en een groot deel van het leven zou in de lucht plaatsvinden. Want vliegen werd een kwestie van een soort rugzakje met vleugels en een propeller omgorden en opstijgen voor de voordeur. Als Fransman voorzag hij zelfs dat je op enkele tientallen meters hoogte je wijntje kon drinken. Daarna wel oppassen voor de zwevende politieman.

De ansichtkaarten met daarop deze toekomstvisies, zaten in Frankrijk bij chocolade. In die tijd kreeg je vaker grappige afbeeldingen bij een reep. Een niet serieus te nemen fantasie dus? Toch wel. Het beeld dat op de kaartjes stond, past binnen de algemene verwachtingen die mensen toen hadden voor de nieuwe eeuw. Niet alleen chocoladeboeren, rond 1900 dachten ook allerlei geleerden dat de toekomst vooral in de lucht zou plaatsvinden.

Dit artikel is afkomstig uit het magazine ‘De wereld in 2023’, waarin de FD-redactie vooruitblikt op het komende jaar. Krantenabonnees ontvangen het tijdschrift bij het FD van zaterdag 24 december.

Het is een voorspelling die gedurende de eeuw evolueerde. Het rugzakje met vleugels werd na de oorlog ingehaald door de eeuwige belofte van de vliegende auto, al dan niet op atoomkracht. Want die ‘gratis’ energiebron beheerste de toekomst.

Voorspellen is moeilijk, zei de natuurkundige Niels Bohr ooit, vooral waar het de toekomst betreft. Die uitspraak is inmiddels tot een cliché verworden, maar dat heeft mensen niet weerhouden om toch steeds opnieuw te proberen de dag van morgen te duiden. We houden erg veel van vooruitkijken, daarom leest u ook dit blad. Een nieuwe loot aan de stam van historisch onderzoek houdt zich met die passie bezig; de paleofuturologie onderzoekt hoe we vroeger de toekomst zagen. Dus het nu.

Ramjet

Een van de meest in het oog springende conclusies van de paleofuturologie: Niels Bohr had gelijk, we zijn inderdaad onthutsend slecht in voorspellen, zelfs de simpelste dingen hebben we vaak op spectaculaire wijze fout. Niet alleen leken bakken er niks van, juist de hooggeleerde specialisten van wie we accurate voorspellingen zouden mogen verwachten, hebben een belabberde staat van dienst.

Zo becijferde de voormalig directeur van het CBS, de econoom Coenraad Verrijn Stuart, in 1920 dat we nu in Nederland 28 miljoen inwoners zouden hebben. We zitten tegen de 18 miljoen aan en we groeien door, maar zijn schot ging wel erg ver over het doel. De econoom maakte een door paleofuturologen veel geconstateerde fout, hij extrapoleerde de omstandigheden van zijn tijd klakkeloos naar de toekomst. Zoals het nu gaat, zal het over een eeuw ook gaan, maar dan vermeerderd met honderd jaren.

Ook worden de theoretische beloftes van vandaag te snel uitgeroepen tot de succesvolle praktische toepassingen van morgen. Dat blijkt onder andere uit onderzoek van het Smithsonian Institution in de VS, dat een eigen paleofuturoloog in dienst heeft. Toen vliegtuigfabrikanten in de jaren vijftig en zestig experimenteerden met een spectaculair nieuw type ultrasnelle aandrijvingen, de ramjet en de scramjet, zag velen dat als omen van een nieuw tijdperk. Specialisten op luchtvaartgebied stonden te juichen over de vele toekomstige toepassingen.

‘Onze kleinkinderen zullen in 2004 voor de prijs van een derdeklaskaartje supersonisch de oceaan overvliegen in toestellen met vijfhonderd stoelen aan boord’, verklaarde de directeur van British Overseas Airways in 1954. Met ramjets experimenteren we ondertussen driftig verder, er stortte in april nog eentje neer. De technologie ziet er op de tekentafel nog altijd erg goed uit, maar praktisch toepassen blijkt al decennia lastig. Vliegtuigen worden ondertussen kleiner en langzamer en British Overseas Airways is al decennia geleden opgehouden te bestaan; dat had de directeur dan weer niet voorspeld.

Een derde veelgemaakte fout is het onderschatten van de complexiteit van problemen en het optreden van onbedoelde neveneffecten. Ook hier slaan zij die beter zouden moeten weten vaak de plank vaak mis. De uitvinder van penicilline voorspelde in 1954 bijvoorbeeld dat in het jaar 2000 microben zouden zijn uitgestorven. In plaats daarvan zijn bijna al onze antibiotica ondertussen nutteloos. Juist omdat we zo hard hebben geprobeerd om ziekteverwekkers uit te schakelen, zijn ze immuun geworden voor onze medicijnen. Op uw lichaam leven nu miljoenen microben – gelukkig.

Een groot deel van het leven zou zich rond het jaar 2000 in de lucht afspelen, dacht men begin vorige eeuw. Intussen wachten we nog steeds op de vliegende taxi. Foto: Anthony Wallace/AFP

Te negatief

Het meest opmerkelijk is toch wel dat veel voorspellingen te negatief zijn. Vooral sinds de oorlog is de mensheid kniezerig over de toekomst. Ramp bedreigt wereld, kopte NRC in 1971. Aanleiding was het rapport van de Club van Rome. Dat gremium voorzag binnen tien jaar wereldwijde voedseltekorten. De menselijke beschaving zou daardoor zelfs geheel instorten. Niet dat het goed gaat met wereld, maar dat instorten is achterwege gebleven. We denken graag dat we in een eindtijd leven, dan kan het altijd nog meevallen.

In dat beeld van een wereld die steeds slechter wordt, past ook de verwachting dat we allemaal werkloos zullen raken. Immers, machines worden steeds beter in klussen die we eerst zelf deden. Het is een voorspelling die al sinds het begin van de twintigste eeuw wordt gedaan door een hele rij aan futurologen, trendwatchers en politici.

(…)

*Laat voorspellingen dus over aan commerciële bedrijven die niet academisch dienen te functioneren, want dat vereist het academische handwerk. Dat kan alleen door wetenschappelijk medewerkers en dito onderzoekers worden gedaan die zich niet met speculaties – mogen – bezig houden, maar feiten en maatschappelijke ‘raadsels en raadselachtige verschijnselen’ onderzoeken. Daarom mogen officieel aangestelde wetenschappers zich ook nooit met complottheorieën bezighouden en dus komen aanzetten zonder overtuigend bewijs te leveren en gepubliceerd te worden in vakbladen, want een academicus houdt zich allen met bewijzen en bewijsvoering bezig. Wat hij in zijn vrijetijd of commercieel doet en aanpakt is dan een ander ‘verhaal’, want daar geldt eigen persoonlijke bewegingsruimte en -vrijheid.

https://fd.nl/samenleving/1457930/erwten-zo-groot-als-tennisballen-de-toekomst-voorspellen-is-en-blijft-moeilijk-i2l2ca7QfKmt

Advertisement