‘Topmannen Shell en Exxon vroegen premier Rutte om juridische bescherming NAM’ (Claudia Kammer en Derk Stokmans, nrc.nl, 14 september 2022 om 16:04

Gaswinning Groningen Shell en Exxon vonden in 2017 dat de positie van dochterbedrijf NAM onhoudbaar was geworden. Ze wilden met een nieuwe deal meer verantwoordelijkheden bij de Staat leggen.

De topmannen van Shell en ExxonMobil hebben er tot twee keer toe persoonlijk bij premier Mark Rutte op aangedrongen dat het kabinet belangrijke verantwoordelijkheden voor de gaswinning in Groningen zou overnemen. De beide aandeelhouders van de NAM, het bedrijf dat het gas oppompte, vonden de positie van het gasbedrijf juridisch en financieel „onhoudbaar”. Er liepen rechtszaken van bewoners tegen de NAM over aardbevingsschade en het Openbaar Ministerie was een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar het bedrijf wegens het mogelijk in levensgevaar brengen van bewoners. Die juridische dreigingen kwamen voort uit de aardbevingen die de NAM veroorzaakte door het oppompen van het Groningse gas, en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke ontwrichting. De oplopende kosten van de aardbevingsschade bedreigden de winstgevendheid van de NAM.

*Wat een flauwekulopmerking is dit, maar het bewijst ten overvloede dat de beide ‘olieconcerns’ alleen op winstmaximalisatie uit zijn. Hun politieke antenne is dus radicaal afwezig en ook dat heeft te maken met de oude bestuurscultuur binnen het bedrijfsleven, dat alleen op omzet en winst gericht is.

Maar het meest kwalijke van de toenaderingspoging tot de mp is dat de beide ceo’s van zelf vinden dat ze ‘boven alle betrokken’ staan en zich daarom dus als ouderwetse feodale leenheren mogen beschouwen en opstellen. ‘Blind voorbij gaan’ aan de risico’s die bij iedere olie- en gaswinning aan de orde zijn, maar die altijd verzwegen worden ondanks de in dienst zijnde geologen natuurlijk daarvan weten. En tegenover hun eigen bazen wordt er natuurlijk over gezwegen omdat je eigen carrière dan natuurlijk op het spel staat. Over 20 jaar is dat gedrag van ‘niet gehoord, niet geweten en vooral niet gezien’ wettelijk strafbaar gesteld.

Documenten die op verzoek van NRC en Dagblad van het Noorden zijn vrijgegeven met een beroep op de Wet Open Overheid werpen nieuw licht op deze onderhandelingen.

*Een groter voorbeeld dat Rutte niet beseft dat hij tegen de bestaande beslotenheid niets wenst te doen (en als dat wel het geval is, daarover zwijgt) is dit ‘nieuws’ te noemen waarop hij (nog) geen reactie tot heden heeft gegeven.

Hij had wél moeten beseffen dat de ‘WOO’ eigenlijk niet nodig zou zijn, als de overheid volkomen openlijk en transparant zou opereren. Omdat daarvan geen sprake is had hij daartoe al na de regeringsverklaring de aanzet toe moeten geven en gaan uitvoeren, juist vanuit zijn belofte na de verkiezingen en coalitievorming een nieuwe bestuursstructuur en -cultuur in te voeren. Kortom, tot heden lijkt het nergens op.

De vertrouwelijke bezoeken op 11 juli 2017 en op 9 januari 2018 vonden plaats tegen de achtergrond van toenemende maatschappelijke druk om de gaswinning snel te verminderen. In ruil voor het meewerken aan het gecontroleerd afbouwen van de gaswinning, wilden de oliebedrijven dat de Staat precies zou vaststellen hoeveel gas er moest worden opgepompt. Zo zou dochterbedrijf NAM juridisch beter beschermd zijn. Ook wilden de bedrijven een hoger aandeel in de winst uit het Groningse veld.

Ambtenaren van de verantwoordelijke minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) analyseerden dat het kabinet onderhandelingen met de oliebedrijven niet kon ontlopen en dat het kabinet een „onwenselijke, afhankelijke positie” had in de relatie met de oliebedrijven.

Ze waren bang dat de oliebedrijven bij het uitblijven van een nieuwe deal zouden zorgen voor gastekorten in Nederland door de gaskraan te snel dicht te draaien, zo blijkt uit interne documenten van het ministerie. In dat geval zou het kabinet de NAM moeten dwingen de gasproductie op te hogen, waardoor de aansprakelijkheid voor de gaswinning „ongecontroleerd” naar de Staat zou zijn verschoven.

Deal

In een historisch akkoord dat de oliebedrijven na maanden van intensieve onderhandelingen in juni 2018 met het kabinet-Rutte III sloten, kregen de oliebedrijven inderdaad een fors groter aandeel in de winst van de gaswinning. Ook beloofde de Staat de verantwoordelijkheid voor de afhandeling van aardbevingsschade en versterking over te nemen. De oliebedrijven garandeerden dat ze de kosten daarvan aan de Staat zouden vergoeden.

De onderhandelingen lagen in die tijd heel gevoelig, omdat een meerderheid in de Tweede Kamer erop was gebrand dat de oliebedrijven geen voordeel zouden halen uit de deal, nadat ze jarenlang miljarden hadden verdiend aan het Gronings gas.

Topmannen Darren Woods (ExxonMobil) en Ben van Beurden (Shell) wilden de afspraken openbreken die Nederland en de oliebedrijven decennia eerder, in 1963, over de winning van het Groningse gas hadden gemaakt. Gesprekken tussen oliebedrijven en de Staat hierover liepen al sinds 2015, maar Van Beurden en Woods vonden dat het kabinet niet genoeg haast maakte.

De Staat ontving tot 2018 zo’n 90 procent van de winst uit het Groningse gasveld, maar draaide op voor zo’n 64 procent van de kosten. Sinds de deal van 2018 is die verhouding in het voordeel van de oliebedrijven veranderd. De Staat krijgt nog maar 73 procent van de winst van de gaswinning en draait ook op voor 73 procent van de kosten.

Als ze een hoger aandeel in de winst zouden krijgen, waren de oliebedrijven bereid geen claim in te dienen op het gas dat in de grond zou achterblijven bij het eerder dichtdraaien van de gaskraan. Politiek lag zo’n claim erg gevoelig; het zou gezien worden als een ‘beloning’ voor de oliebedrijven.

In een reactie schrijft Shell nu dat het bedrijf voor een „onmogelijk dilemma” stond. „Enerzijds was het vanwege de leveringszekerheid op dat moment nog niet mogelijk om de gaswinning te beëindigen. Anderzijds waren de juridische risico’s van doorgaan met produceren niet acceptabel: strafrechtelijke vervolging vanwege de veiligheidssituatie, terwijl de overheid niet wilde aangeven of en wanneer de gaswinning wél veilig was.” Ook dreigde de NAM door de afnemende gasproductie en de toenemende kosten verlies te maken.

De wensen van de oliebedrijven vielen deels samen met die van de toenmalige minister Eric Wiebes. De minister wilde dat de NAM geen inspraak meer zou hebben in de afhandeling van aardbevingsschade en de versterking van onveilige huizen. Dat het gasbedrijf daarin een bepalende rol had, had in de jaren daarvoor tot grote problemen in Groningen geleid. Ook wilde Wiebes de gaswinning versneld maar gecontroleerd afbouwen, en daarvoor had hij de medewerking van de oliebedrijven nodig.

Geschil over rekeningen

Hoewel volgens het akkoord uit 2018 de NAM alle kosten die nodig waren voor de veiligheid moest betalen, ontstond er direct financiële onenigheid met de oliebedrijven. De NAM weigerde al snel een deel van de rekeningen te betalen die de Staat maakte bij het afhandelen van schades en het versterken van huizen. Het geschil is opgelopen tot 190 miljoen euro, en is inmiddels onderwerp van arbitrage tussen NAM en de Staat.

De NAM betwist of een deel van de uitgaven wel nodig is voor de veiligheid, en dus voor rekening van het gasbedrijf moet komen. Deze voortdurende discussie heeft tot vertragingen in de versterkingsoperatie geleid die nog steeds na-ijlen.

Er zijn nog geen afspraken gemaakt waar de Staat de rekeningen kan neerleggen na het stopzetten van de gaswinning. Terwijl het Groningerveld volgend jaar of in 2024 volledig moet sluiten, lopen de onderhandelingen daarover tussen de Staat en de oliebedrijven nog.

Correctie (15 september 2022): In een eerdere versie van dit bericht stond dat oliebedrijven een hoger aandeel in de winst van de NAM kregen. Maar het gaat om een hoger aandeel in de winst van de gaswinning. Dat is hierboven aangepast.

https://www.nrc.nl/nieuws/2022/09/14/topmannen-shell-en-exxon-vroegen-premier-rutte-om-juridische-bescherming-nam-a4141869

Advertisement