Tags

Hubert Smeets, Opinie/nrc.nl, 25-8-22

Er zijn tijden waarin politici niet meer louter tactisch mogen opereren, maar ook strategisch oog moeten hebben voor de diepte of breedte van de maatschappelijke problemen. In zo’n tijd leven we nu. Het aantal plagen dat Nederland teistert, is niet meer bij te benen. Elke dag dient zich een nieuw probleem aan waartegen de overheid niet is opgewassen. Terwijl de topsalarissen wederom ongebreideld stegen, zoals de Volkskrant meldde, wordt een groot deel van de burgerij bedreigd door reële verarming en verkilling. Het appel van de regering om in eigen verantwoordelijkheid een extra trui aan te trekken en minder te eisen van de overheid wordt daarom minder geloofwaardig. Tegelijkertijd voert Rusland in Europa een oorlog die primair is gericht op de (culturele) vernietiging van Oekraïne maar volgens museumdirecteur Piotrovski van de Hermitage in Sint-Petersburg ook Nederland zal bereiken.

CDA-partijleider Hoekstra achtte het afgelopen week niettemin opportuun om aan te sturen op een regeringscrisis. In theorie mag Hoekstra het kabinet-Rutte IV een mes in de rug steken, waarna de achterblijvers, naar een woord van zijn voorganger Van Agt, „het ventje vriendelijk uitzwaaien”. Maar heeft Hoekstra daarbij ook een strategie? Alleen om tactische redenen een breuk forceren, zou in deze internationale crisistijd krankzinnig zijn.

Helaas. In een deprimerend Kamerdebat kon het CDA dinsdag niet verhelen dat het bevangen lijkt door electorale paniek over zichzelf, door angst voor burgers die naar elke betoging bij een minister thuis of een azc een kratje pils meezeulen.

Ooit waren de christendemocraten dominant in het „binnenwerk van de democratie”, zoals D66-voorman Van Mierlo het web van het maatschappelijk middenveld noemde. Deze „onzichtbare winkel van het CDA” (ook Van Mierlo) leverde driekwart eeuw veel macht op. Ook in landbouw en veeteelt. Het CDA leverde de meeste ministers en wist zich gesteund door een netwerk in nagenoeg alle agrarische organisaties.

Wat heeft het CDA eigenlijk te bieden om ons democratische bestel enigszins te stutten?

De christendemocraten hadden dus legio mogelijkheden om de sector te moderniseren. En precies die positie verkwanselden ze. Nooit durfden CDA-leiders aan wat PvdA-voorman Kok tweemaal – in 1982 door een werkgelegenheidsakkoord met de werkgevers en in 1991 via een ‘WAO-crisis’ die hem bijna de kop kostte – wel deed: de achterban de waarheid zeggen. Die angst heeft averechts uitgepakt. Zoals de PvdA de werkende klasse kwijtraakte, zo vertegenwoordigt het CDA zijn middenveld niet meer. Daarom is het CDA nu niet in staat om het boerenrapalje op trekkers te isoleren en eigen klassieke polderclubs als LTO te disciplineren. Het CDA is irrelevant geworden.

Dat is niet alleen die partij te verwijten. Maatschappelijke verhoudingen veranderen nu eenmaal – oude klassen verdwijnen, nieuwe komen op – en in het verlengde kwijnen partijen weg. Ook de VVD, die bij monde van partijleider Rutte ooit de achteraf loze belofte deed dat zij radicaal-rechts „plezierig klein” zou houden, zal er binnenkort aan moeten geloven.

Maar dat het CDA het tij ineens denkt te kunnen keren door als juniorpartner een politieke crisis te provoceren, is de partijleiding wel aan te rekenen. Want wat heeft de partij eigenlijk te bieden om ons democratische bestel, dat elke dag wankeler wordt, nog enigszins te stutten? Als dat na vervroegde parlementsverkiezingen een tiental zetels is, is het veel. En dan hebben we een oorlogswinter, waarin Poetins collaborateurs rond Baudet de trom roeren, nog niet meegerekend. De vraag of en wanneer die dominostenen omkieperen, heeft het CDA in al zijn Taktiererei afgewenteld op bemiddelaar Remkes.

Het CDA is er mogelijk niet op uit geweest. Maar Hoekstra heeft zich afgelopen week niet alleen ontpopt als de doodgraver van een uitgewoond kabinet, maar ook als wegbereider voor verder verval van de democratische orde.

*Dit een volkomen juiste analyse en wat ook een primeur is: een minister – die de kennis van het staatsrecht niet paraat heeft, laat staan bewijzen kan dat hij die beheerst, want anders was hij nooit met zijn onzin dat hij als partijleider het woord mag voeren in de Kamer, voor de dag gekomen. Dan dient hij ontslag te nemen als minister en plaats te nemen in het parlement, want dan mag er kritiek op het kabinetsbeleid worden uitgesproken.

Nu is niet iedere student rechten verplicht om het bijvak staatsrecht te doen, maar iemand die het huidige ‘huzarenstukje’ uithaalt om tegen een onderdeel van het coalitietakkoord in te gaan, heeft de rol van joker verkozen en dat loopt gegarandeerd verkeerd af. Want als een politicus een verleden heeft van partner binnen een gerenommeerd adviesbureau én die politiek ook al fractieleider van het CDA in de Eerste Kamer (voorafgaand aan zijn ministershap van Financiën), blijkt te kunnen blunderen en dat is een zeldzaam gegeven. Kortom, hij gedraagt zich als politieke puber die nooit volwassen zal worden omdat hij zich heeft laten overhalen de politiek in te gaan. Een blunder van het toenmalige partijbestuur van het CDA.

[Hubert Smeets is journalist en historicus. Hij schrijft om de week op deze plaats een column.]

https://www.nrc.nl/nieuws/2022/08/24/hoekstra-doodgraver-van-een-onverantwoordelijk-cda-a4139759#via=recommended

Advertisement