Tags

Geen weg terug (Esther Venema, Vandaag/Trouw, 20-8-22)

Prinsjesdag is pas over een maand, maar het grote uitlekken is al begonnen.

Afgelopen week liepen de gemoederen hoog op door de uitgelekte concepttekst van het Integraal Zorgakkoord (Iza), dat gaat over de verdeling van het zorggeld. Het doel van dit akkoord is om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en geld te besparen zodat goede zorg toegankelijk is voor iedereen die dat nodig heeft. Een prima doel waar iedereen vóór is.

De ophef over de verdeel- en heersmiljoenen leidt af van onderliggende problematiek die ons zorgstelsel ernstig ondermijnt, maar niet wordt benoemd. Bijvoorbeeld de gereguleerde marktwerking, waarbij de zorgverzekeraar de regie heeft en zich gedraagt volgens het principe ‘olifanten doen het met olifanten’. In de praktijk betekent dit dat de grote zorgverzekeraars de macht hebben en bepalen dat ze alleen met grote gevestigde partijen zakendoen.

Diezelfde verzekeraars stellen bijvoorbeeld te hoge eisen aan de huisartsen om bepaald budget te verkrijgen, waardoor er geld op de plank blijft liggen. Dit overgebleven geld, ‘onderbesteding’, houdt de verzekeraar als winst door het budget voor de huisartsen simpelweg te verlagen.

Een andere uiterst controversiële boodschap die onder de waterspiegel blijft is de inperking van de vrije artsenkeuze, die volgens bestuurder Ger Jager van Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze “met een dubbelloops jachtgeweer wordt aangevallen”. Patiënten worden verplicht naar een zorgverlener te gaan waarmee hun zorgverzekeraar een contract heeft. Kiezen ze toch een andere arts of wijkverpleger, dan moeten ze een groot deel van de rekening zelf betalen.

Het tegenovergestelde van gezonde marktwerking, waarin bestaande én nieuwe zorgaanbieders worden geprikkeld om de kwaliteit van zorg te verbeteren en te innoveren. Daarnaast schendt deze inperking een grondwettelijk recht dat ook door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt beschermd, namelijk het zelfbeschikkingsrecht.

Volgens goed vaderlands gebruik wordt het akkoord bij elkaar gepolderd door achttien partijen die ‘aan tafel zitten’, en nog eens een reeks andere (branche)organisaties die op de plannen mogen reageren. De vraag is dan of er de beste keuzes worden gemaakt, of dat zoveel mogelijk partijen tevreden moeten zijn. Een belangrijk baken voor onze beschaving, de wijkverpleging bijvoorbeeld, moet 600 miljoen inleveren, en gaat er per saldo, ondanks de ruimte voor toekomstige groei, fors op achteruit.

En tenslotte de wachttijden in ‘mijn’ ggz. Minister Helder – ‘Ik weet niets van de ggz’- wil via het akkoord zorgaanbieders stimuleren om meer duidelijkheid te geven over hoelang de wachttijden nu eigenlijk zijn. Mag ik het alvast verklappen? Te lang en dat weten we al jaren.

Het akkoord lijkt in lijn met de favoriete strategie van oud-voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker: “We besluiten iets, laten het dan even rusten en kijken wat er gebeurt. Als niemand dan herrie maakt en er geen opstand uitbreekt, omdat de meeste mensen sowieso niet begrijpen wat er besloten is, dan gaan we weer verder. Stap voor stap, tot er geen weg meer terug is.”

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1641/articles/1645453/2/6

Advertisement