Tags

We moeten stevig en voortvarend bijsturen. Op cruciale punten gaan we niet voor maar achteruit (André Knottnerus, Opinie & Debat/de Volkskrant, 1-8-22)

We moeten stevig en voortvarend bijsturen. Op cruciale punten gaan we niet voor-, maar achteruit

Toekomstbeeld

Beleid voeren met langetermijndoelen voor ogen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, kan tegengaan dat telkens weer tussenkomende gebeurtenissen richtingbepalend blijven.

*Jammer dat een oud-voorzitter van de Gezondheidsraad en dus een politiek ervaren wetenschapper geen botsing erkent tussen korte-termijn- tegenover een langetermijn-botsing die zit ongebakken in ons democratisch bestel.

De grote natuurkundige Stephen Hawking schreef in zijn laatste levensjaar, 2018: ‘De aarde wordt vanuit zo veel hoeken bedreigd, dat ik moeilijk positief kan blijven.’ Wijzend op het tegengaan van klimaatverandering, zei hij echter ook: ‘We hebben de technologie, wat we nu nog nodig hebben is de politieke wil.’ Met alle grote uitdagingen waar we vandaag voor staan is er geen ontkomen meer aan dat we als nationale en internationale gemeenschap stevig en voortvarend moeten bij-sturen. Want op cruciale punten gaan we eerder achter- dan vooruit.

*Ook de grote natuurkundige – en genie – Stephen Hawking besefte dus klaarblijkelijk niet dat het – lees: ieder systeem – politieke bestel wordt gedomineerd door ego’s die alleen uit zijn op stemmenwinst en politieke macht. Daarmee valt zijn betoog dus in het water. Een natuurkundig genie kan dus samengaan met een politiek onbewust burgerschap.

Zo komt er nog veel te weinig terecht van de klimaatdoelen van Parijs en verloopt de opwarming van de aarde steeds weer sneller dan gedacht. Dat kan onze lage landen binnen afzienbare tijd in moeilijkheden brengen. Verder is de sociale ongelijkheid hardnekkig, kraken de arbeids- en woningmarkt in hun voegen, zijn we kwetsbaar voor nieuwe pandemieën en zitten we verstrikt in een uiterst grimmige geopolitieke en internationaal-humanitaire situatie.

*Zelfs oud-WRR-lid maakt dezelfde denkfout, maar dat ligt mogelijk aan zijn medische expertise, die een hiaat van politiek inzicht verraadt. Een onbegrijpelijke constructie binnen WRR-verband en dus een gebrek aan politieke feeling binnen dat gremium.

‘Dit alles is helaas geen doemdenken, maar een beschrijving van wat zich nu voordoet. De situatie verplicht ons om alle beschikbare wetenschappelijke, technologische, en bestuurlijke mogelijkheden te benutten om nieuwe generaties een leefbare toekomst te bieden.

*Makkelijk uitgesproken omdat nu de lezer van deze krant ook niet weet wat hij met dit soort ‘halve adviezen’ aan moet. Laat iedereen die benoemd wordt tot WRR-lid eerst een cursus staatsrecht verplicht doorlopen.

‘Nu de tijd dringt, moet de politieke agenda niet worden gedomineerd door de vraag hoe het allemaal zo kon lopen. Maar de politiek moet wel erkennen dat op vrijwel alle genoemde punten al lang zichtbaar was welke scenario’s zich ontwikkelden. Vele gedegen studies en adviezen, zowel nationaal als internationaal, wezen hier immers al op. Of het nu ging om roofbouw op onze planeet, klimaatverandering, opduikende zoönosen, doorschietende arbeidsflexibilisering, vermogensscheefgroei, of Poetins machtsstreven.

*Met deze passage kan zelfs een forse rode kaart worden uitgedeeld aan de Tweede Kamer, die niet in de gaten had dat WRR-rapporten alleen politiek effect sorteren als ze politiek effectief worden geredigeerd. Het gaat immers niet aan om rapporten te schrijven die de politiek direct in de bureaula kan laten liggen en waar verder niets mee gedaan wordt. de WRR zal een veel activistischer houding moeten aannemen om technisch nuttige adviezen zó te redigeren dat de politiek er niet omheen kan. Daaraan schort het dus nu volledig. De conclusie luidt dat de WRR kansen laat liggen en dat er met dergelijke blunders kansen onbenut blijven liggen voor thema’s die hoogst noodzakelijk zijn.

‘Politieke verdedigingslijnen als ‘wij allen zijn overvallen’ of ‘niemand heeft dit voorzien’ zijn daarom weinig geloofwaardig. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn voor hernieuwd gezamenlijk optrekken op basis van voortschrijdend inzicht, want dat biedt de beste garantie voor voortvarende probleem- oplossing. Daarbij is het van belang dat politiek en overheid hun strategisch vermogen optimaliseren om langetermijnbeleid uit te voeren.

               *Inderdaad ongeloofwaardig, maar de WRR mag zelf de hand in eigen boezem steken.

‘Essentieel is dat kortetermijnbeleid en langetermijndoelen met elkaar in lijn zijn. Het eerste dient te bevorderen dat we de laatste op de rails krijgen – en houden. Zo moeten actuele stimulansen voor de landbouw in lijn zijn met ecologische houdbaarheid later. De geopolitieke situatie moet ons niet terugduwen naar fossiele energiewinning, maar juist leiden tot een versterkte focus op energie-besparing en -verduurzaming.

*Met deze opmerking van het ‘kortetermijnbeleid en langetermijndoelen die met elkaar in lijn moeten zijn”, had deze beschouwing moeten worden gestart, want dan hadden de WRR veel eerder effectiever gewerkt kunnen hebben en ook het maatschappelijk debat hebben kunnen aanzwengelen. Deze omissie kan nu gecorrigeerd worden omdat de huidige regering het voornemen heeft – ‘eerst zien en dan geloven‘  – dat er een nieuwe bestuurscultuur in aantocht is. En vanwege deze opiniebijdrage is nu ook met één oogopslag duidelijk geworden dat er dus ook iets fundamenteels moet veranderen in de werkwijze van alle adviesorganen van de regering en dat het kabinet ook ‘per ommegaande’ een officieel standpunt moet publiceren, zodat de persorganen en media daarop direct kunnen inspringen.

‘Beleid voeren met langetermijndoelen voor ogen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, kan tegengaan dat telkens weer tussenkomende gebeurtenissen richting-bepalend blijven. Denk aan marathonlopers: om hun doel te kunnen bereiken moeten zij niet rekenen op een ongestoorde race, maar getraind zijn om ondanks tegenslagen door te zetten.

*Weer een volkomen zinledige opmerking omdat de gewone burger inmiddels al het spoor is kwijtgeraakt door deze wancommunicatie van overheidswege.

Complexe langetermijnkwesties vereisen ook meer samenhangend systeembeleid. Zo kwam tijdens de coronapandemie het multisectorale perspectief onnodig laat in beeld. Wat betreft klimaatverandering wezen Van den Bergh en Botzen onlangs in de Volkskant op de noodzaak van effectief systeembeleid op het gebied van koolstofbeprijzing (O&D, 29/7). Een urgente langetermijnuitdaging is ook samenhangend beleid ten aanzien van klimaatverandering, het voedselsysteem, zoönose-risico’s, mondiale ongelijkheid en geopolitieke spanningen. Thema’s die elkaar op vele manieren beïnvloeden.

*En al die taken kan de Tweede Kamer óók niet aan – mede vanwege alle verjonging en korte gemiddelde zittingsduur van Kamerleden – en daarom kan er vanuit die hoek ook geen constructieve bijdrage verwacht worden. Niet alleen het kabinet (in het spoor van alle voorgangers) heeft op dit punt volledig gefaald, maar het parlement evenzeer. Zo bezien met de huidige fragmentatie bezien worden als een schakel binnen de keten van een falend management van de overheid.

Verder kan het multitasken van de overheid een stuk beter. Het zou niet meer moeten kunnen dat departementen belangrijke dossiers een tijdje parkeren omdat alles en iedereen gericht is op één urgent onderwerp, of dat tijdens demissionaire kabinetsperiodes vitaal langetermijnbeleid stilligt. Grote kwesties zijn niet in te vriezen totdat politiek en overheid ze weer oppakken. Ook een bedrijf, ziekenhuis of universiteit is zo niet te runnen.

*’Multitasken van de overheid’ met alle computer- en algoritmeproblemen binnen de overheid? Laat ons als burgers niet lachten… De onderstaande slotalinea’s kunnen verder zonder commentaar worden weergeven, want het wordt dat een repeterende breuk. Het hele politieke bestel zal vanwege het klassieke basisconcept volledig op de schop moeten worden genomen. En ja, dat doet pijn, maar het enige recept is anders de volledige ondergang van deze bestuurscultuur én een ondergang binnen zeer korte tijd van deze planeet. Weg met alle ego’s in de politiek en ambtenarij.

‘Een doorslaggevende factor zal zijn of de belangen van volgende generaties door onze politici goed worden behartigd. Daarvoor moeten zij oplossingsgericht optreden, verder kijken dan een regeerperiode, bestand zijn tegen populisme en in staat zijn tot verbindend leiderschap.

Politieke partijen kunnen daarop sturen in hun nominatieprocessen via profielschetsen en beoordeling van kandidaten, en natuurlijk door hun programma’s. Ook internationaal moeten politici elkaar durven aanspreken op verantwoordelijk leiderschap, zoals in de EU steeds meer gebeurt. Ook omdat de internationale afhankelijkheden zo sterk zijn dat beslissingen van één land enorme impact hebben op burgers van vele andere landen.

               *Ach, ach, ach…

Tenslotte is goede communicatie over wat gaande is onmisbaar. Maak duidelijk dat het ‘niet halen van de klimaatdoelstellingen’ niets minder is dan het in gevaar brengen van de leefsituatie van volgende generaties. Daarbij moeten beleidsverantwoordelijken geen onheilsprofeten worden, maar de samenleving inspireren om de aandacht voor het mooie van het leven te verbinden met de bereidheid om aan een goede toekomst bij te dragen.’

[André Knottnerus is oud-voorzitter van de Gezondheidsraad en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).]

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1629/articles/1633443/20/1

Advertisement