Tags

,

De stikstofstrijd

Stelling: De dringend gewenste tegengeluiden moeten weerwoord bieden tegen de oersterke landbouw- en veeteeltlobby in ons land want zij de oorzaak vaan de algehele disbalans.

De plannen van het kabinet om de stikstofcrisis op te lossen stuitten vorige week op grote weerstand van de agrarische lobby. Dat boeren boos zijn, is goed voorstelbaar. Maar er zit niets anders op dan het inkrimpen van de veestapel.

Evert de Vos, De Groene Amsterdammer, 15 juni 2022 – verschenen in nr. 24

Voor een groot deel van de veehouders betekenen de plannen het einde van de bedrijfsvoering

‘We leggen dammen aan om het water vast te houden, verwijderen verzuurde plaggen, snoeien struiken, kappen boompjes. Maar het is tegen de klippen op, het blijft pleisters plakken.’ Wim van Opbergen is voorzitter van Werkgroep Behoud de Peel, een hoogveengebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg. De verdroging en ammoniak zijn hier het grote probleem’, legt hij uit. ‘De bovenlaag van het hoogveen verdroogt in de zomer door de lage waterstand en verbrokkelt.’ Zeldzame veenmossen en andere langzame groeiers als lavendelhei, kleine veenbes, witte snavelbies, wollegras en veenpluis raken overwoekerd door bomen, varens, bramen en brandnetels die door de ammoniak een voortdurende groeispurt beleven.

Hij is blij met de stikstofnotitie die VVD-minister Christianne van der Wal vorige week vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. Zelfs een beetje trots, want het is het gevolg van een jarenlange strijd die hij met zijn werkgroep voerde. In 1979 werd Van Opbergen vrijwilliger bij Behoud de Peel, twee jaar later diende hij zijn eerste bezwaar in tegen de uitstoot van ammoniak door een veehouder. Al 41 jaar voert hij een niet-aflatende strijd tegen uitbreidende varkens- en koeienboeren, lakse overheden, politici die horende doof zijn en halfzachte wettelijke regelingen.

Op 25 april 2019 haalde de werkgroep de grootste overwinning in haar bestaan. In een beroep bij de Raad van State werd het verlenen van Pas-vergunningen naar de prullenbak verwezen omdat ze niet voldeden aan de Europese Habitatrichtlijn. Deze vergunningen maakten het onder meer mogelijk om zelfs in gebieden waar alle stikstofnormen werden overschreden toch nog nieuwe megastallen te bouwen omdat natuurbeschermende maatregelen – zoals het afsteken van de verzuurde bovenlaag – in het vooruitzicht werden gesteld. De rechter oordeelde dat dit alleen mocht als het effect van die maatregelen al vaststaat en ze daadwerkelijk tot vermindering van uitstoot leiden.

Nederland dreigde stil komen te staan. Op veel plekken was niet eens meer een simpele bouwvergunning te krijgen omdat bouwmachines ook een beperkte hoeveelheid stikstof uitstoten. Ad-hocmaatregelen – zoals het verlagen van de maximumsnelheid van 130 naar 100 kilometer – brachten tijdelijk enige verlichting. Maar ruim drie jaar later is er dan eindelijk de Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied die invulling geeft aan ‘nationaal wettelijk verplichte doelstellingen op het gebied van stikstof, klimaat en water’.

Landelijk moet er in 2030 veertig procent minder NH3 (39.023 ton) uitgestoten worden en de notitie rekent dat toe aan de verschillende provincies. De grootste opdrachten liggen er voor Limburg (3039 ton), Overijssel (5738), Noord-Brabant (6967) en Gelderland (7511). Op een kleurige kaart staat aangegeven welke percentages waar gehaald moeten worden. Zo moet binnen een straal van een kilometer bij veel Natura 2000-gebieden de reductie zeventig procent bedragen. Daar zal bijna alle veeteelt moeten verdwijnen.

De cijfers in de notitie zijn duidelijk – hoe die te halen niet. Er is tot en met 2035 weliswaar 24,3 miljard euro beschikbaar voor de transitie van het platteland, maar de provincies krijgen een jaar lang de tijd om samen met alle belanghebbenden ‘brede gebiedsprogramma’s’ te ontwikkelen die aan de opgelegde doelen voldoen. Dus het bestuursorgaan waar de macht van boeren en hun door radicale actiegroepen gegijzelde belangenorganisaties het grootst is, moet met uitgewerkte plannen komen die voor een groot deel van de veehouders het einde van de huidige bedrijfsvoering zal betekenen. Het is al de kalkoen die het kerstmenu bepaalt.

Wat gebeurt er trouwens als de provincies er niet uitkomen? Als statenleden van VVD, CDA en ChristenUnie de kant van de boeren kiezen en onrealistische plannen inleveren die bijvoorbeeld veel te optimistisch zijn over technische oplossingen? Of als de verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart 2023 roet in het eten gooien? De notitie zwijgt daarover in alle talen. Ook over eventuele juridische dwangmaatregelen waarover de overheid wel degelijk beschikt, wordt met geen woord gerept.

Dat boeren boos zijn, is heel goed voor te stellen. De impact van de maatregelen moet niet worden onderschat. In de notitie Naar een uitweg uit de stikstofcrisis uit 2021 stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat bij een strikte doorvertaling van stikstof- en klimaatdoelen door de oogharen heen de contouren van een landschappelijke verandering in Nederland duidelijk worden ‘die historisch gezien weleens ongeëvenaard zou kunnen zijn’. Dit heeft voor ‘stikstofgevoelige provincies’ als Gelderland, Overijssel of Brabant bijvoorbeeld tot gevolg dat veehouderij en akkerbouw in open vorm grotendeels onmogelijk zullen zijn. Daar kan alleen nog veehouderij plaatsvinden in emissieloze stallen waarbij dieren niet naar buiten komen en de mest wordt afgevoerd. Of, in beperkte hoeveelheid, ‘zéér extensieve veehouderij die dichter bij natuurbeheer staat dan een serieuze productiefunctie heeft’.

Het kabinet heeft overigens veel aanbevelingen uit de PBL-notitie overgenomen, zeker als het gaat om het maken van strategische keuzes en het afwijzen van generieke stikstofmaatregelen voor het hele land, die in de natuurgebieden zelf weinig effect sorteren. Eén advies slaat het echter in de wind. Het PBL raadt ten zeerste aan om ook de stringente klimaatdoelen in het stikstofbeleid te integreren. Zo moet de Nederlandse methaanuitstoot voor 2030 met dertig procent verminderd zijn. In De Groene berekenden we dat dit tot een vermindering van de veestapel zal leiden van minstens dertig procent. Nu loopt de veeteelt de kans in korte tijd twéé saneringsoperaties voor de kiezen te krijgen.

De Nederlandse methaanuitstoot moet voor 2030 met dertig procent verminderd zijn

De veeboeren komen nu in verzet en dat recht hebben ze, als ze zich aan de geldende normen en wetten houden. Teleurstellend is alleen dat het verweer van hun belangenorganisaties klinkt als een doorgedraaide plaat met een groot aantal krassen erop. Het is steeds hetzelfde verhaal, met steeds dezelfde foute aannames.

Zo stellen de veeboeren dat ze het slachtoffer zijn van wispelturig overheidsbeleid. Dat is hooguit gedeeltelijk waar. Gestimuleerd door overheid en Rabobank hebben ze ingezet op enorme schaalvergroting, waarbij ze waarschuwingen in de wind sloegen. Toen in 2015 de Europese melkquota werden afgeschaft noemden de belangenorganisaties dat een ‘bevrijdingsdag’, medewerkers van de Rabobank liepen de benen uit hun lijf om klanten nog grotere leningen te adviseren. Dat er al snel fosfaat-, methaan- en stikstofgrenzen zouden opdoemen bij al die expansie werd door alle partijen moedwillig genegeerd.

Ze voelen zich overvallen door de opgelegde doelen, zei onlangs boerenleider Sjaak van der Tak. Hij kan dat niet serieus bedoeld hebben. Al in juni 2020 presenteerde de commissie-Remkes haar eindrapport met daarin de conclusie dat de veestapel rond natuurgebieden sterk ingekrompen moet worden. Een jaar later werd in de Tweede en Eerste Kamer de stikstofwet aangenomen, met daarin vastgelegd de beoogde reductiedoelen. Het nieuwe stikstofbeleid is er pas drie jaar na de beroemde uitspraak van de Raad van State.

‘We hebben al heel veel aan stikstofreductie gedaan’, zeggen de boeren ook regelmatig, en dat is tot 2010 zeker waar. Daarna groeit de uitstoot door de veeteelt echter weer. Een andere dooddoener: grote stikstofuitstoters als Schiphol, Tata Steel en de snelwegen blijven buiten schot. Maar hier wordt stikstofoxide uitgestoten (NOx) dat nauwelijks invloed heeft op de natuurgebieden.

Een ander argument, dat ook terugkomt in de aangenomen motie op het VVD-congres van afgelopen zaterdag, is dat de voorgestelde reducties zijn gebaseerd op berekeningen en niet op metingen. Het gebruikte Aerius-model is echter steeds meer onderbouwd met daadwerkelijke metingen, en daar waar gemeten wordt, zijn de waarden vaak hóger dan de berekeningen.

‘We moeten veel meer inzetten op innovatie in plaats van reductie’, vindt belangenorganisatie LTO. Dat lijkt een valide mogelijkheid, maar alle innovaties in de veeteelt hebben de afgelopen jaren nooit de beloofde uitstootvermindering gehaald. Dat geldt bijvoorbeeld voor de luchtwassers, ontdekte de universiteit van Wageningen onlangs. Die voldeden sowieso niet, of de boeren zetten ze uit omdat ze de stroomkosten te hoog vonden. Ook de hypermoderne stallen halen bij lange na niet de beoogde resultaten. In de plannen van Van der Wal zijn overigens wel innovatiedoelen opgenomen, maar terecht zijn de verwachtingen niet al te hoog gespannen.

De conclusie is dan ook onvermijdelijk: de veestapel moet voor een groot deel ingekrompen worden, waarbij het een goed idee is om snel te beginnen met de piekbelasters: grote veebedrijven binnen een kilometer van een Natura 2000-gebied. Zoals de kalkoenenboer op de Veluwe met zijn 25.000 beesten die we in ons onderzoek tegenkwamen en die in zijn eentje meer stikstofdepositie veroorzaakte dan alle automobilisten samen bespaarden met de verlaging van 130 naar 100 kilometer op de snelwegen. De 25 piekbelasters die we detecteerden stoten tot wel 61 keer meer stikstofneerslag uit dan een gemiddelde veehouder.

De boerenlobby wordt gedragen door veevoederbedrijven en de megaboeren; de gewone boeren lopen erachteraan omdat ook zij in de gevarenzone zitten. Het gevecht om de invulling van de maatregelen vindt plaats op het politieke niveau waar de boeren de meeste politieke bondgenoten hebben. ‘Ik zie bij ons vooral veel woedende boeren die de toon zetten’, zegt Wim van Opbergen van Werkgroep Behoud de Peel. Hij kent ze bijna allemaal persoonlijk, zit met boeren en politici in een lokaal overleg. ‘Maar mensen luisteren niet naar elkaar, ze lezen ook geen onderzoeken en rapporten. Zelfs de meeste lokale politici niet. Ze blijven bij hun vaststaande standpunten.’

Een gezamenlijk plan ziet hij niet snel ontstaan en hij maakt zich zorgen over de uitvoering. ‘Stel dat alle boeren bij De Peel met veeteelt stoppen, wat gaan ze daar dan doen? Als ze overstappen op gewassen die veel water nodig hebben, dan schieten we er weinig mee op.’

Eigenlijk heeft minister Van der Wal een halve notitie geschreven. De doelen zijn duidelijk, de financiële middelen ook. De concrete invulling dreigt echter op een heftige strijd uit te lopen. Dan is het wel goed om te weten dat de overheid nog één troefkaart in de achterzak heeft. De Raad van State oordeelde in januari 2021 dat de overheid de verplichting heeft om vergunningen in te trekken in het geval dat bedrijven een aanzienlijke stikstofdepositie veroorzaken op sterk overbelaste Natura 2000-gebieden. De wortel is er in de vorm van miljardensubsidies, de stok uiteindelijk ook.

*De conclusie luidt dat Rutte een fundamentele fout heeft gemaakt door dé fout uit het verleden te herhalen: er had een algeheel milieu- en klimaatbeleid moeten worden gepresenteerd en daarmee is de stikstofkwestie een onderdeel van het totale geheel. Dan was er een perfect overzicht van samenhangende verbanden zichtbaar geworden. Dat dient ook het gevoel voor rechtvaardigheid. Dat Ruttes adviseurs daar niet op hebben aangedrongen is onvergeeflijk. Dat toont dat ook topadviseurs in een tunnel(visie) terecht zijn gekomen. Deze milieu/stikstofdossier en Toeslagenschandaal dient nu ‘Chef Sache’ te worden opdat Rutte zijn falen in de voorgaande kabinetten eindelijk kan herstellen. Daarvan moet minister Van der Wal nu een prioriteit van maken opdat haar plannen zullen slagen.

https://www.groene.nl/artikel/varens-overwoekeren-de-kleine-veenbes

Advertisement