Tags

Stelling: Politici behoren de vormgevers van hun politieke ideologie te zijn en dienen de maatschappelijke wijzigingen ook binnen hun partijprogramma’s in te bouwen want ook de politiek evolueert constant. Maar in plaats van die wijzigingen op basis coherentie en logica door te voeren, maken zij zich tot slaaf van opiniepeilers die alleen de emotionele stand van het politieke moment meten en vastleggen zodat het probleemoplossend vermogen van de politiek volkomen zoekraakt en de technocratische ambtelijke wereld van beleidsmakers het heft in handen nemen en de burgers het overzicht kwijtraken en de politici zelf verdrinken in de zelf gecreëerde chaos die ontstaat. De politieke ‘massa’ binnen het partijwezen maakt er een schaakspel van om meerderheden te organiseren en raakt het zicht op het ‘algemeen belang kwijt’ en laat zich meesleuren in het ‘bijzonder belang’, en het lobbywezen. Het einde van het tijdperk van politieke ‘coherentie, consistentie en het leggen van logische bruggen’ tussen deelaspecten binnen de politiek is daarmee in zicht. En het einde van dit ‘democratische’, representatieve bestel eveneens. Want de politieke theorie waarop iedere politieke partij is opgebouwd is in een woestenij omgezet. Lang leven de democratie als een ooit levend ideaal. Die tijd is voorbij.

Politieke leiders zijn volgers geworden (Column Caroline de Gruyter, Weekend/nrc.nl, 26 en 27 mei 22; kop van de papieren editie)

Niet kiezers, maar politieke partijen zijn radicaler geworden (idem, maar de digitale kop)

In Europa

In Frankrijk zijn er binnenkort weer verkiezingen en we zullen het weten ook. Jean-Luc Mélenchon van het linkse blok Nupes hitst aanhangers op met leuzen als „Macron heeft geen mandaat!” en „Tegen halve maatregelen!” Hij doet alsof hij de revolutie predikt, terwijl het linkse blok ook veel redelijke dingen op de agenda heeft die tot voor kort op het programma stonden van de gematigde, sociaal-democratische PS waar Mélenchon vroeger lid van was: betere zorg, beter onderwijs, beter openbaar vervoer, hoger minimumloon, meer ecologie.

Ook op rechts zie je niets dan polarisatie. Een rechts blok is er (nog) niet. Maar als je de leider van de ooit centrumrechtse Républicains, Christian Jacob, met termen als „chaos absolu” en „échec total” tekeer hoort gaan tegen alles en iedereen, zou je denken dat hij het spoedig eens moet kunnen worden met de radicaal-rechtse Marine Le Pen en Éric Zemmour over zo’n rechts blok.

Zijn kiezers radicaler geworden? Krimpt het politieke midden? Twee politicologen aan de universiteit van Bern, Klaus Armingeon en Sarah Engler, onderzochten dit in Zwitserland in 2015. Conclusie: politieke partijen polariseren, maar de samenleving niet. Veel burgers blijven in het midden staan. Polarisering is, kortom, een politieke strategie geworden. Veel Zwitsers bleken er niet gevoelig voor. Alleen kiezers van de radicaalrechtse SVP en de sociaal-democratische SP wel. De SVP voert keihard campagne tegen moslims, buitenlanders, de EU en (nieuw!) stadsvolk. De SP tiert tegen rijken, multinationals en kapitalisme. Die boodschap slaat vooral bij de eigen achterban aan. In 1995 zat 13 procent van de SVP-kiezers op de uiterste rechterflank, in 2015 28 procent. Bij de SP was 9 procent uiterst links. Twintig jaar later was dat 28 procent. Beide partijen jagen politieke polarisering aan door hun eigen aanhang alsmaar verder uit het midden te trekken.

Polarisering is, een politieke strategie geworden.

De SVP, ’s lands grootste partij, scoort al twintig jaar bij landelijke verkiezingen 25 à 30 procent. Nooit meer. Ze initieert constant referenda met radicale vragen. De SP gaat er vaak als enige hard tegenin. Kiezers uit het politieke midden herkennen zich er amper in. Ze verliezen interesse in die bokswedstrijd. De opkomst bij referenda is vaak lager dan 50 procent. En zo stemden opgefokte minderheden voor een verbod op minaretten en boerka’s, en voor immigratiequota. Zwitserse coalitieregeringen bereiken nergens meer consensus over – relaties met de EU, neutraliteit, Covid, over alles zijn ze verdeeld.

Ook het nieuwe gesodemieter rondom Noord-Ierland toont hoezeer politiek een kwestie is geworden van strategie. Van peilingen. Van hetzen, van kijken of je achterban iets ‘pikt’ of niet – en daar dan je strategie op afstemmen. Met een ramkoers tegen de EU willen de Tories de macht consolideren. Het gaat in de politiek steeds minder om ideeën of principes. Partijleiders peilen vooral nog de stemming bij de kiezer. Anders dan vroeger gaan ze daar zelden tegenin en proberen ze de kiezer amper nog te overtuigen. Politiek leiders zijn geen leiders meer, maar volgers.

Hannah Arendt zei in 1963 tegen studenten in Chicago: „Als er geen public spirit meer is, neemt public opinion het over.” In een bundel essays die Arendt tussen 1953 en 1975 schreef, Thinking Without a Banister, staat hoe zij hen uitlegde wat public spirit (gemeenschapszin) is: dat we ons allemaal als verantwoordelijke burgers informeren en dan onze mening bepalen, en dat we daarover vervolgens in debat gaan. Zo werken we langzaam toe naar beleid dat het publiek belang het beste dient. Arendt prijst Thomas Jefferson, die gemeenschapszin als hoogste goed beschouwde maar de publieke opinie niet vertrouwde. Jefferson was partijloos. Hij vond het onzinnig om zijn meningen over allerlei onderwerpen bij één partij onder te brengen: „Alsof ik niet voor mezelf kan denken.”

Helaas is dit tegenwoordig precies het probleem bij veel politici: dat ze niet meer voor zichzelf denken. Levensgevaarlijk.

[Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.]

https://www.nrc.nl/nieuws/2022/05/27/niet-kiezers-maar-politieke-partijen-zijn-radicaler-geworden-a4129276

Advertisement