Tags

Analyse dinsdag 1 maart

De Europese veiligheidsinstituties zijn – net als Vladimir Poetin – een product van de Koude Oorlog. Zijn zij wel toegerust op de geopolitieke werkelijkheid van een nieuwe generatie?

Dieuwertje Kuijpers, Macht/Vrij Nederland, 4 maart 22

In 1877 reflecteerde de Britse minister-president Lord Salisbury op het instabiele Ottomaanse Rijk aan de oostflank en waarschuwde dat ‘de meest gemaakte fout in de politiek het vastklampen aan de karkassen van dood beleid is’. Salisbury ergerde zich aan het feit dat de Britse elite niet onder ogen wilde zien dat de tijden waren veranderd. Ze bleven trouw aan beleid en instituties uit een ander tijdperk. Het vastklampen aan deze historische illusie bracht het Britse Rijk schade toe.

Deze analogie is volgens enkele politicologen – onder wie de Amerikaanse Stephen Meyer – niets nieuws: ‘Westerse beleidsmakers hebben wel vaker de neiging gehad om in hun oordeelsvorming te leunen op werkelijkheden, beleid en instituties die door de tijd al zijn ingehaald’. Volgens Meyer wordt dit nergens zo duidelijk als in de pogingen van bijvoorbeeld de NAVO – ooit opgericht als collectieve militaire verzekering tegen Russische nucleaire dreiging – om ook na de Val van de Muur nog relevant te blijven.

‘EUROPE’S FINEST HOUR’

Niet alleen de NAVO, ook de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en zelfs de Europese Unie beleefden na de Val van de Muur diverse malen een existentiële veiligheidscrisis. Toen de gevechten uitbraken in voormalig Joegoslavië maakten de Europese ministers van Buitenlandse Zaken geen geheim van hun geopolitieke ambities. Het zou zelfs – verwijzend naar Winston Churchill – ‘Europe’s finest hour’ worden. De Amerikanen moesten er vooral buiten blijven, het was tijd voor de Europese gemeenschap om haar eigen veiligheidsbroek op te houden. Het klonk als muziek in oren van de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton, die qua buitenlandbeleid meer zag in regionale vredesmissies. Amerika zou alleen interveniëren in het uiterste geval.

Dat laatste gebeurde ook. De bombardementen betekenden direct ook een revival voor de NAVO: het bondgenootschap bleek zowaar nog relevant.

‘Westerse beleidsmakers hebben de neiging om in hun oordeelsvorming te leunen op werkelijkheden, beleid en instituties die door de tijd al zijn ingehaald.’

Een tweede impuls kreeg het militaire samenwerkingsverband – dat sterk leunt op Amerikaanse middelen en financiën – na de aanslagen van 9/11. De toekomst van de NAVO lag niet zozeer in het verdedigen van het eigen grondgebied op en boven datzelfde grondgebied, maar in de nabije periferie, in de vorm van zogeheten ‘out of area’-operations. Deze verandering richting meer expeditionaire missies legde de behoefte bloot aan betere samenwerking tussen bijvoorbeeld de special forces van lidstaten.

Opwarming van korte duur

Rusland was in deze periode ook eerder bondgenoot dan de gevreesde vijand van weleer. De relatie tussen de Verenigde Staten en Rusland was nog nooit zo warm als in de begindagen van de oorlog in Afghanistan. Moskou vergeleek deze samenwerking in de War on Terror zelfs met de anti-Hitler-coalitie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gezamenlijke vijand van politiek-islamitisch fundamentalisme schiep, kortom, een band.

Poetin had meer erkenning voor de Russische invloedssfeer verwacht. Moskou zag het tegenovergestelde gebeuren toen de NAVO uitbreidde richting de Baltische Staten.

Toch was deze opwarming van korte duur: de regering-Bush zag de samenwerking als een Amerikaanse kans om wat onkruid te wieden in de Russische achtertuin, in ruil voor stilte over de Russische oorlog in Tsjetsjenië en samenwerking om de energiesector te moderniseren. Poetin daarentegen had wat meer erkenning voor de Russische invloedssfeer verwacht. Moskou zag het tegenovergestelde gebeuren toen de NAVO uitbreidde richting de Baltische Staten en Amerika zich eenzijdig terugtrok uit het kernwapenverdrag met Rusland.

Goed versus kwaad

Voor het tweede deel van de War on Terror sloot Rusland zich (samen met nucleaire grootmacht Frankrijk) aan bij de mondige oppositie tegen de Amerikaanse inval in Irak in 2003. Toen de Amerikanen in 2008 hun plannen voor een NAVO-raketschild met Europese installaties in voormalige Sovjetstaten ontvouwde, waren de verhoudingen dermate bekoeld dat Rusland het project zag als het opschroeven van vijandige activiteit tegen Rusland in plaats van als bescherming tegen Iran, zoals de bondgenoten het presenteerden.

De eendimensionale moraliteit binnen het conflict zorgt voor complicaties.

De lijst van over-en-weer-acties, van het verspreiden van fake news vanuit Rusland, tot het financieren van anti-regime-organisaties vanuit de Verenigde Staten, is lang. ‘Hoewel de Sovjet-Unie niet meer bestaat, overleefde op de een of andere manier het gevecht tussen de Verenigde Staten en Rusland,’ constateerde Joseph Weinberg, voormalig CIA-medewerker en schrijver van de tv-serie The Americans. ‘In Amerika lijken we wel collectief vast te zitten in het verleden. Net als tijdens de Koude Oorlog. We zien onszelf als de good guys, slachtoffers van een immorele opponent,’ schreef hij eind vorig jaar in de Washington Post. Deze eendimensionale moraliteit binnen het conflict, dat gezien wordt als een strijd van goed versus kwaad, zorgt voor meerdere complicaties.

Geopolitiek voor dummies

Allereerst staat het de broodnodige zelfreflectie in de weg en bemoeilijkt het een eerlijke reconstructie van de ontstane situatie. Zoals de Amerikaanse politicoloog John Mearsheimer schreef: ‘Dit is geopolitiek voor dummies: grote machten zijn altijd gevoelig voor bedreigingen richting hun grondgebied. De Verenigde Staten staan ook geen militaire troepen toe van andere grootmachten in hun invloedssfeer. Stel je eens voor dat China een militaire alliantie zou beginnen en zou proberen om Canada en Mexico in te lijven als bondgenoten.’

De sociologische Thomas-regel die stelt dat wanneer mensen situaties als werkelijk definiëren, ze zich gaan gedragen volgens de perceptie van die situatie, gaat ook op voor internationale betrekkingen. Dus wij kunnen er met onze NAVO- en EU-bril van overtuigd zijn dat de uitbreiding naar de Oostflank – het NAVO-raketschild op voormalige Sovjetgrond ­– niet vijandig is bedoeld, maar als het Russische regime het opvat als vijandig, zullen ze zich daarnaar gedragen en wordt het hiermee onderdeel van een politieke realiteit die ook de onze is. Deze analyse moet kunnen worden gemaakt zonder de verdenking van ‘Putinversteher’ op te roepen.

Harvard professor Stephen Walt hekelde in een column de zwart-wit benadering en sprak van een gebrek aan ‘strategische empathie’, want ‘het gaat niet om het eens zijn met de positie van je tegenstander, maar om deze te begrijpen zodat je adequaat kunt reageren’. Een gebrek aan het ‘kennen van je vijand’, het niet willen doorgronden ervan, maakt tenslotte ook de mogelijkheid deze te beïnvloeden beperkt.

Wij zullen kritisch moeten kijken welke signalen we hebben afgegeven aan zowel Rusland als Oekraïne, hoe deze zijn geïnterpreteerd, welke verwachtingspatronen er zijn gecreëerd en welke strategische interactie we hiermee hebben aangewakkerd.

Het gebrek aan introspectie wakkert namelijk ook (onbedoelde) animositeit aan bij onze bondgenoten. Zo gedroeg Oekraïne zich richting Rusland vanuit de premisse dat ze uiteindelijk zowel de Europese Unie (die zich in woord geopolitieke aspiraties toedicht, zonder die te kunnen onderbouwen met militaire macht) als de NAVO achter zich zouden vinden. De Oekraïense intelligentsia die zich momenteel in de steek gelaten voelt door zowel de Europese Unie als de NAVO – ‘we staan er alleen voor,’ zei de Oekraïense president Volodymyr Zelensky – heeft een punt: wij zullen kritisch moeten kijken welke signalen we hebben afgegeven aan zowel Rusland als Oekraïne, hoe deze zijn geïnterpreteerd, welke verwachtingspatronen er zijn gecreëerd door politici en welke strategische interactie we hiermee (mogelijk onbedoeld) hebben aangewakkerd. De Oekraïense elite rekende in ieder geval op meer dan ‘thoughts and prayers’, vlaggetjes op sociale media en Europese verdeeldheid over de striktheid van sancties en de mate van militaire steun.

Koude oorlog-mentaliteit

Daarnaast zal het steevast teruggrijpen op wat vertrouwd is, namelijk de Koude Oorlog-mentaliteit, de internationale stabiliteit geen goed doen. De NAVO opereert nog volgens het vaste recept van enerzijds keiharde militaire afschrikking benadrukken, maar dit anderzijds vooral doen in termen van staal-op-staal-scenario’s. Bondgenoten gaan het grondgebied extra beschermen (Nederland met twee F35’s) en sturen op basis van eigen nationale afwegingen militaire middelen (zoals Stingers en communicatieapparatuur).

Hetzelfde deden de Verenigde Staten na de Russische invasie op de Krim in 2014: er volgenden economische sancties en er werden wapens geleverd aan Oekraïne. Eenzelfde mentaliteit zien we ook bij de aankondiging vanuit de Europese Unie om gezamenlijk militaire middelen te leveren. Zolang we ze met wapens van het grondgebied afdrijven komt het goed, is de gedachte.

Toch zagen we zeven jaar geleden ook al dat Moskou de false flag-operaties (de welbekende ‘groene mannetjes’) vlak voor de invasie ontkende en loskoppelde van de internationale politieke discussie.

‘Winnaars en verliezers worden niet meer bepaald op het slagveld, maar door degenen die feit van fictie kunnen onderscheiden.’

Hetzelfde ongemak zien we in de geopolitieke relaties met China. Waarom zijn boeven in Hollywood altijd Russisch en nooit Chinees? Waarom krijgen jonge Chinese TikTok-gebruikers filmpjes te zien over techniek en wetenschap, en moet ons kroost het doen met TikTok Challenges zoals je haar stylen met superglue? De strategie gaat verder dan toegang tot de Zuid-Chinese Zee en reikt tot aan medicijnen (via eigendomspatenten), schulden, het opkopen van strategische havens (zoals Rotterdam) en dus ook zeggenschap over culturele kanalen zoals Hollywood en TikTok.

Afgezien van de constatering dat informatie belangrijk is, gedraagt Europa zich daar verder niet naar. Zo besloot de Europese Commissie de staatszenders Russia Today en Sputnik af te sluiten, waarmee onze informatiepositie aldaar verslechtert (zo zullen Westerse correspondenten naar verwachting het land uit worden gezet). Want, zo merkte Trouw-journalist Ghassan Dahhan terecht op: ‘de Westerse invloed in Rusland via onze correspondenten is groter dan die van Russia Today in het Westen’. Hij verwees ook naar het besluit van Groot-Brittannië om een relatief onbekend Chinees medium af te sluiten om vervolgens te moeten toekijken hoe China het veel bekendere, grotere en invloedrijkere BBC China afsloten: ‘een slechte ruil’.

‘In het informatietijdperk kunnen militairen niet langer hun weg moorden uit problemen,’ constateert schrijver Sean McFate in een interview met TechnologyReview. ‘Winnaars en verliezers worden niet meer bepaald op het slagveld, maar door degenen die feit van fictie kunnen onderscheiden.’ In zijn boek Goliath: Why the West isn’t Winning and What We Must Do About It pleit McFate dan ook voor het vergroten van ons strategische IQ, want ‘oorlogen worden gewonnen op het strategische niveau, niet het tactische of operationele niveau’.

Eenzijdige analyse

Diverse commentaren noemen het conflict met Oekraïne het gevolg van Vladimir Poetin, die als ‘product van de Koude Oorlog’ op zoek is naar herstel van de Russische invloedssfeer van weleer. Deze eenzijdige analyse gaat volledig voorbij aan het gegeven dat de westerse wereld in haar reactie hierop net zo beperkt is tot de instituties van de Koude Oorlog, bemand door hooggeplaatste militairen en politici die eveneens voortkomen uit de Koude Oorlog-generatie.

Juist in het informatietijdperk is toegang tot informatie elementair, en die toegang is allang niet meer exclusief in handen van natiestaten.

Het eendimensionale denken waarbij lidstaten het voor het zeggen hebben door plechtig zitting te nemen in vredesonderhandelingen en conflicten kunnen beëindigen of voorkomen door te focussen op militaire macht, zorgt voor een parallelle strategische realiteit. Zo is de tijd dat vooral vertegenwoordigers van politieke actoren, of die nou komen in de vorm van rebellenleiders of regeringsleiders, invloed uitoefenen op het verloop van een conflict al even voorbij. Want juist in het informatietijdperk is toegang tot informatie elementair, en die toegang is allang niet meer exclusief in handen van natiestaten. Het aanzetten van Starlink in Oekraïne door tech-miljardair Elon Musk is hier een voorbeeld van. Voor zover nog niet duidelijk was dat tech-bedrijven geopolitieke spelers zijn, is de suggestie van een one man communicatie army vanuit Silicon Valley een teken aan de wand. Nog los van het ontstaan van allerlei burgercollectieven die naast het oppikken van vluchtelingen ook bereid zijn om cyberaanvallen uit te voeren of wapens te transporteren.

DE POETIN-GENERATIE

De generationele verschillen zullen alleen nog maar belangrijker worden, aangezien het media- en informatiedieet sterk afhankelijk is van leeftijd. Wetenschappers noemen het de ‘Poetin generatie’: jongeren die opgegroeid zijn in de post-Sovjet-periode en alleen Vladimir Poetin bewust hebben meegemaakt. Jongere Russen negeren de televisie compleet en maken vooral gebruik van digitale media: 90% zelfs dagelijks. Ze worden hierdoor minder blootgesteld aan regeringspropaganda en vormen hun sociale en politieke gedachten online. Anticorruptie-activist Alexey Navalny is een van de meest bekende internetfiguren in Rusland, en vlogger Yury Dud’ heeft met 7,5 miljoen abonnees op YouTube eveneens een grote schare fans.

Je kunt je vragen of het aantrekken van hackers ons beschermt tegen de lage informatieweerbaarheid van de Nederlandse bevolking.

Voormalig CNN-correspondent en Georgetown-docente Jill Dougherty constateert dat ‘hoewel Poetin voor deze generatie minder relevant is (…) dat niet betekent dat Russische jongeren daarom ook meteen een democratisch ideaal in de geest van Thomas Jefferson aanhangen’ en spreekt dan ook liever van de ‘internetgeneratie’. Hoge Nederlandse officieren hoor je anno 2022 nog steeds strooien met modieuze termen als ‘hybride oorlogvoering’ en ‘cyber’, maar onder de praktische streep blijven ze vaak hangen in de constatering dat er dus ‘hackers in hoodies’ nodig zijn. Terwijl je je af kunt vragen of het aantrekken van hackers en mensen die ‘iets met Big Data’ hebben ons beschermen tegen de lage informatieweerbaarheid van een Nederlandse bevolking die steeds analfabeter wordt, en waar de kloof tussen laag en hoogopgeleiden toeneemt.

Superlatief historisch perspectief

Hoe het conflict in Oekraïne zich verder zal ontvouwen en wat de geopolitieke consequenties hiervan zullen zijn, blijft koffiedik kijken. Stellen dat er sprake is van een ‘nieuw 9/11’ is eveneens voorbarig. Het duurde immers tot na de inval in Irak voor academici voorzichtig begonnen te spreken over een ‘post 9/11’-wereld.

De hijgerige journalistieke neiging op de zaken vooruit te lopen (‘Komt er een nieuw IJzeren Gordijn?’) en nieuwsfeiten direct in een superlatief historisch perspectief te plaatsen (‘Einde van het Tijdperk Poetin’), en het smullen van de eendimensionale morele benadering van het conflict (eindelijk staan we weer eens aan de goede kant) met een ouderwetse Bad Guy is een strategische decadentie die wij ons helemaal niet kunnen veroorloven.

Wanneer omstandigheden veranderen, is het noodzakelijk om doelen te formuleren en te bepalen welke middelen geschikt zijn om deze te bereiken. Hoe moeten we onze instituties en maatschappij vormgeven op een manier die vrede en veiligheid promoten? Terwijl de Koude Oorlog-generatie haar vingers aflikt bij de vermeende hernieuwde relevantie van de Russische Beer, zal het niet beantwoorden van die vraag de volgende generatie alleen maar onveiliger maken.

*Dit is een meer dan uitstekend artikel waaruit blijkt hoe ‘vastgeroest’ het denken in Oost en West zit en dat een ander aspect geheel over het hoofd wordt gezien, te weten dat deze strijd om Oekraïne, evenals Afghanistan, het einde betekenden van de oude klassieke werelden van het vijanddenken. Om naar een nieuwe wereldbeeld te kunnen toegroeien, zal dat oude denken vanuit een automatisch ‘af- of uitsterven’ ruimte moeten scheppen voor een nieuw wereldbeeld.

En dat betekent een giga-opdracht aan de huidige generatie leiders, namelijk dat zij aan de macht kunnen blijven zolang er geen nieuwe generatie leiders is opgestaan, die vanuit een ander paradigma kan werken en daarmee een nieuw wereldbeeld kan scheppen. Wij worden de komende decennia dus geconfronteerd met de laatste stuiptrekkingen van de oude generatie die opgegroeid  is vanuit de ideologie van ‘conflictbeheersing’, dat zichzelf automatisch in standhoudt.

Advertisement