Tags

Terwijl Brussel industriepolitiek zonder schroom omarmt, aarzelt Nederland nog (Mathijs Schiffers, Brussels weekverhaal/fd, 12 feb. 22)

CDA-Europarlementariër Toine Manders, die na een onderbreking van vijf jaar alweer in zijn vierde mandaat zit, was in een goede bui afgelopen week. Hij heeft maanden gewerkt aan een rapport over Europese regels voor de batterijsector. Zijn belangrijkste amendementen op een voorstel van de Europese Commissie zijn nu aangenomen door de milieucommissie van het Europarlement.

Zoals een amendement over het opzetten van ‘nationale competentiecentra’, waarmee het mkb snel kan nagaan of een batterijproduct aan de nieuwe regels voldoet. En een amendement voor het invoeren van een ‘gemeenschappelijke oplader’ — Manders’ stokpaardje — voor batterijen die tot eenzelfde productcategorie behoren, zoals tuingereedschap.

Maar Manders zou Manders niet zijn als hij niet ook wat te mopperen heeft. Terwijl de veteraan-Europarlementariër zich de afgelopen maanden verdiepte in de batterijsector, constateert hij tot zijn ontzetting dat Nederland de boot heeft gemist. Met de opmars van elektrisch transport worden batterijen steeds belangrijker en Brussel vindt dat de EU de productie ervan rap in eigen hand moet nemen. Dat is nodig om de afhankelijkheid van onbetrouwbare partners — lees: China — te verminderen.

*Het is inderdaad uiterst wonderlijk dat geen enkele Europese op deze zwakte heeft gewezen omdat dat toch de plicht van ambtenaren is. Of hebben de Commissieleden er niet naar geluisterd?

Lidstaten worden dan ook aangespoord met staatssteun projecten op te tuigen omdat de Commissie dit van Europees belang acht. Twaalf landen pakten de handschoen op, waaronder België en Duitsland. Maar Nederland doet niet mee. Terwijl ‘we’ toch menig bedrijf huisvesten met belangen in de batterijketen, aldus Manders. Hij noemt onder meer VDL, Bluetron, DAF, NXP, Neways en Koolen Industries. ‘Ik vind dat echt een gemiste kans.’

*Ons land loopt langzaam maar zeker op alle fronten achterop, als we naar de digitalisering(sproblemen)  van de ambtelijke wereld kijken. Het eenzijdige economische liberalisme van alle kabinetten-Rutte heeft ons de das omgedaan. Dat dilemma vanuit die kring heeft ons land alleen maar schade opgeleverd.

Halfgeleiders

De Europese plannen met batterijen werden afgelopen week natuurlijk volledig overschaduwd door de plannen die Brussel heeft met een andere sector, te weten die van de halfgeleiders. Maar de parallellen zijn evident. Chips staan net als batterijen te boek als onmisbare schakels in het welslagen van de digitale en groene transitie waar Europa voor staat. Net als voor batterijen is Europa ook voor de toelevering van chips afhankelijk van derde landen, en die afhankelijkheid voelt ongemakkelijk. En zoals de batterijsector staatssteun ontvangt, zo zou dat geld wat Brussel betreft ook rijkelijk naar chips mogen vloeien. Voor chips legt Brussel er zelf zelfs vele miljarden bij.

Het tekent de nieuwe wind die door Europa waait en die samenkomt in het begrip ‘strategische autonomie’. De wereld is een onzekere omgeving geworden, dus je kunt maar beter zorgen dat je jezelf kunt bedruipen. Dan kan jou tenminste niets gebeuren als er weer eens tegenwind opsteekt, zoals afgelopen jaren met corona.

Industriepolitiek is niet langer een vies woord op het continent. En Nederland moet daar nog een beetje aan wennen, getuige ook de eerste reactie van minister Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) op het Europese chipsoffensief. ‘Europese samenwerking is noodzakelijk’, zei ze. Om er evenwel aan toe te voegen: ‘Het kabinet gaat het EU-voorstel bekijken, ook om te bewaken dat de markt zelf zijn werk kan blijven doen.’

Politieke realiteit

Vanuit een open economie als die van Nederland geredeneerd, is het begrijpelijk dat er in Den Haag zorgen bestaan over hoeveel ruimte de vrije markt straks nog heeft. Tegelijkertijd is de politieke realiteit in Brussel op dit gebied stevig veranderd. De Britten, vrije marktdenkers bij uitstek, hebben de EU verlaten en het tijdperk-Donald Trump wierp vragen op over de betrouwbaarheid van de Amerikaanse bondgenoot. In Brussel grepen politici en beleidsmakers voor wie protectionisme traditioneel toch al minder beladen is daarop hun kans.

Wat dat betreft waren de woorden die de Franse Eurocommissaris Thierry Breton eind vorige week sprak tegenover een groep journalisten veelzeggend. ‘Er was binnen de Commissie een discussie. Moeten we open blijven zoals de afgelopen dertig jaar, toen onze Britse vrienden nog aan boord waren? Of zeggen we: we zijn open, maar wel op onze voorwaarden? Er is nu een meerderheid voor dat laatste. De dagen dat “open” onze standaard is, zijn voorbij. Deze Commissie is niet langer naïef.’

Een paar dagen later stond Breton naast zijn Deense collega Margrethe Vestager op het podium. De twee presenteerden de Chips Act. De Commissie stelt daarbij de optie van een exportblokkade voor. Als de nood aan de man komt, moet Europa kunnen zeggen: de chips die we hier maken, blijven hier.

De liberaal Vestager had het er zichtbaar moeilijk mee. ‘We moeten daar héél, héél voorzichtig mee zijn’, zei de Deense. Breton beaamde dat. Maar de Fransman kon geen moment de indruk wegnemen dat hij weinig schroom zal kennen het middel in te zetten als hij het nodig acht.

*Het liberalisme is in de tijd blijven steken en daarom worden alleen maar denkfouten gemaakt, zelfs door Vestager en dat is tragisch voor iemand die als modern en vooruitstrevend te boek stond.

https://fd.nl/politiek/1430004/terwijl-brussel-industriepolitiek-zonder-schroom-omarmt-aarzelt-nederland-nog-gmb2ca9zETMv

Advertisement