Tags

Koning Willem-Alexander installeert maandag het nieuwe kabinet-Rutte IV, bijna een jaar nadat het vorige viel over de toeslagenaffaire. De 29 bewindslieden zijn enthousiast en hebben er veel zin in. Maar Rutte IV kan zich eigenlijk geen slechter moment bedenken om van start te gaan. Er hangt door de lockdown en oplopende besmettingscijfers een grauwsluier over het land.

De ploeg krijgt te maken met een Nederland vol zorgen en chagrijn, een land dat diep verdeeld is. Alles is dit jaar anders, zelfs de traditionele bordesfoto vanwege de 1,5 meter afstandsregel. Vice-premier Sigrid Kaag (D66) staat er door een coronabesmetting niet eens op.

Toch barsten, als de voortekenen niet bedriegen, de ministers van ambitie om het land klaar te stomen voor een nieuwe toekomst. En dat is een wezenlijk verschil met het vorige kabinet. Dat had geen gezamenlijke ambitie of koers. Rutte III ‘vertrouwde op de toekomst’ zo luidde het regeerakkoord in 2017. Bewindslieden waren er trots op dat het kabinet geen grote vergezichten had.

Maar een land regeer je niet door op de winkel te passen, of als een bedrijf te runnen. Doordat het kabinet zo weinig ambitie had, werden problemen niet of nauwelijks aangepakt. In 2017 wilde Rutte III meer betaalbare huurwoningen bouwen en de arbeidsmarkt, het pensioenstelsel en de belastingen hervormen. Ook de klimaatproblemen en de kansenongelijkheid zouden worden aangepakt. Bijna vijf jaar later is de treurige conclusie dat het vooral bij plannen is gebleven. Alleen de pensioenwijzigingswet ligt nu bij de Raad van State.

Rutte III kreeg in 2019 natuurlijk wel te maken met de covid-pandemie, die sindsdien alle aandacht opslokte. Er zijn genoeg kritische noten over dat beleid te plaatsen, maar het vertrekkende kabinet verdient zeker respect voor de wijze waarop het het land in deze pandemie heeft aangestuurd. De economische schade is daardoor beperkt gebleven.

*De vraag is of het juist is geformuleerd dat ‘het vertrekkende kabinet verdient zeker respect voor de wijze waarop het kabinet het land in deze pandemie heeft aangestuurd’. Daarover bestaan heel wisselende opvattingen die bepaald niet de indruk wekken dat er sprake was van een algemeen en breed gedragen respect voor de minister, al bestond er volgens peilingen ruim voldoende steun voor de corona-aanpak.

Maar het beleid was zonder twijfel te wisselvallig en chaotisch (‘jojobeleid’) om van een succes te kunnen spreken. En bovendien heeft De Jonge cruciale fouten gemaakt door de vaccinweigeraars én de neutrale en spiritueel georiënteerde ‘non-gebruikers’ op één hoop te gooien. Vanwege het feit dat  de bewindsman de homeopaten en antroposofen op één hoop gooide met de ‘anti-vaxxers’ (radicale tegenstanders van ieder kabinet en dus ‘anarchisten’) en daarmee een bevolkingsdeel uitsloot. Een blunder dus van de eerste orde.

Er geldt alleen het twijfelachtige excuus dat de demissionaire minister (en dito-MP) zich volledig richtten op het OMT, maar daarbij geldt het nadeel van de eenzijdigheid van dat gezelschap: alleen klassiek-geschoolde artsen en geen alternatieven zoals de genoemde homeopathische artsen. Een bewindsman hoort dit soort ‘discriminatie’ niet te maken. En weliswaar hebben die ‘alternatieven’ zoals homeopaten en antroposofen en mogelijk anderen zich nooit laten horen, maar ze waren zich waarschijnlijk bewust van hun negatieve imago in deze gepolariseerde maatschappij. Dat mogen zij zich aanrekenen. Maar De Jonge maakte ook tijdens de eerste persconferentie de blunderende uitsp[raak door te refereren aan de aartsvader van het gereformeerde bevolkingsdeel, de voorman Abraham Kuyper te noemen en dat is niet passend tijdens zo’n persconferentie.

‘Rutte IV heeft de verwachting gewekt wel grote stappen te gaan zetten. Er is zelfs een gezamenlijk verhaal en gedeelde ambitie. Bovendien is er in een cruciale randvoorwaarde voorzien, want het benodigde geld is beschikbaar. Al moeten we nog wachten op doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB).

‘De plannen voor het klimaat, de stikstof- en de woningcrisis, de arbeidsmarkt en de kansenongelijkheid mogen de ministers nu zelf gaan uitwerken. Maar als de covid-pandemie iets duidelijk heeft gemaakt, is het dat centrale regie in een crisis cruciaal is. Juist omdat er een keuze tussen tegengestelde belangen moet worden gemaakt. Datzelfde geldt voor de kabinetsplannen. In meer samenwerking tussen ministers en centrale regie ligt de sleutel voor de oplossing van lastige problemen. Maar zelfs dan zal het nog een hele krachttoer worden om alle ambities van Rutte IV te realiseren.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1453/articles/1514109/20/3

Advertisement