Tags

Gemeenten op vingers getikt om intrekken bijstand (Lukas van der Storm, Voorpagina/Trouw, 28-12-21)

Waternota • Gemeenten voeren laag waterverbruik nogal eens op als bewijs dat bijstandsontvangers frauderen met hun uitkering. Maar bij de rechter houdt die redenering niet altijd stand.

Henk Helmhout uit het Friese Wijnjewoude dacht simpelweg het goede te doen toen hij in 2013 in de bijstand terechtkwam. Hij ging niet thuis zitten, maar maakte zich verdienstelijk als mantelzorger voor twee gehandicapte vrouwen in het naburige Drachten. Waar mogelijk bespaarde hij kosten, door zuinig met gas en water om te gaan.

Maar de combinatie van veel van huis zijn en een laag waterverbruik kwam Helmhout duur te staan. Toen de gemeente zijn adres koppelde aan de gegevens van het waterleveringsbedrijf, begonnen de alarmbellen te rinkelen: zijn verbruik was opvallend laag. Het moest wel zo zijn dat Helmhout op een ander adres woonde, concludeerde de gemeente in 2016. Bijstandsfraude dus.

Helmhout moest daarop al het uitkeringsgeld terugbetalen dat hij in de voorbije drie jaar had ontvangen: zo’n 35.000 euro, een schuld waar hij vele jaren aan vast zou zitten. Tot de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in zaken rondom sociale zekerheid, hem eerder dit jaar alsnog volledig in het gelijk stelde. De gemeente had geen enkel hard bewijs voor zo’n ingrijpend besluit, zo blijkt uit de uitspraak.

De zaak van Helmhout staat niet op zichzelf. Rond de 419.000 mensen in Nederland krijgen bijstand. In totaal dienden vorig jaar 550 zaken tussen gemeenten en bijstandsontvangers bij de CRvB. In tientallen gevallen vermoedden gemeenten dat mensen niet de waarheid spraken over hun woonsituatie. In totaal dienden vorig jaar 24 zaken bij de CRvB waarbij de gemeente stelde dat een bijstandsgerechtigde niet op het opgegeven adres woonde. In zestien van deze zaken werd daarbij het lage watergebruik als bewijs opgevoerd, blijkt uit een inventarisatie van deze krant.

Extreem laag waterverbruik

In de helft van die zestien gevallen, greep de gemeente terecht in, vond de CRvB. In die situaties is meestal sprake van een ‘extreem laag waterverbruik’ van minder dan 7 kubieke meter per jaar. Het is vaste rechtspraak dat gemeenten er onder die grens in principe van mogen uitgaan dat een woning onbewoond is. Ter vergelijking: het gemiddeld jaarlijks waterverbruik voor een eenpersoonshuishouden ligt op 46 kuub.

Zit het verbruik rond de 10 à 15 kubieke meter, dan leidt dat bij gemeenten nogal eens tot argwaan. Zo’n stand wijst er vaak op dat een bijstandsgerechtigde in elk geval weinig thuis is. Dit kan betekenen dat iemand vooral op het adres van een partner of familielid woont. En dat mag niet: de woonsituatie is namelijk van belang om vast te stellen of iemand recht heeft op bijstand. Bijstandsontvangers moeten daarom altijd het adres doorgeven waar zij hun ‘hoofdverblijf’ hebben.

Boven de grens van 7 kuub moet een gemeente altijd met aanvullend en overtuigend bewijs komen dat iemand niet op het opgegeven adres woont. Dat kan de sociale recherche bijvoorbeeld verkrijgen via een huisbezoek, waarbij wordt gekeken of vers voedsel, kleding en administratie in de woning aanwezig zijn. Of uit verklaringen van buurtbewoners die glashelder maken dat iemand al lang en breed is verhuisd.

Maar aan dat soort bewijs schort het geregeld, zo blijkt uit de rechtbankuitspraken van het laatste jaar. In vijf van de zestien waterverbruikzaken bij de CRvB kregen bijstandsgerechtigden volledig gelijk, in nog eens drie deels. Verder zijn in 2021 in elk geval vier uitspraken van lagere rechters bekend waarbij een fraudebeschuldiging op basis van het waterverbruik onterecht werd verklaard.

Veel van huis

Er zijn dus nog zeker acht anderen in dezelfde situatie als Helmhout. Een vrouw uit het Brabantse Best kreeg ten onrechte te maken met een invordering van bijna 50.000 euro. Ook zij was veel van huis: haar oom, voor wie zij mantelzorger was, en haar partner woonden allebei in Schijndel. Maar woonde ze ook daadwerkelijk niet meer in haar eigen woning? Dat kon de gemeente niet bewijzen.

Hoge terugvorderingen zijn bij dit soort waterkwesties eerder regel dan uitzondering. Een (extreem) laag waterverbruik wordt bijna altijd via de meterstanden over een heel jaar vastgesteld. En wie een jaar aan bijstand moet terugbetalen, is als alleenstaande zo’n 12.000 euro kwijt. Omdat het bij veel zaken ook nog eens om meerdere jaren gaat, lopen de vorderingen meestal in de tienduizenden euro’s.

de Verdieping 4|5

In het kort:

Dit jaar dienden zestien zaken bij de CRvB over waterverbruik als bewijs voor fraude

In de helft van de gevallen zat de gemeente ernaast, vond de Centrale Raad voor Beroep

Boven een jaarverbruik van 7 kuub is altijd aanvullend bewijs nodig

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1443/articles/1507626/1/1

Advertisement