Tags

Een blijvend virus vraagt om permanente corona-ic’s (Mark Van Houdenhoven en Wim van Harten, Opinie/fd, 16 dec. 21)

De coalitie kiest voor flexibele oplossingen voor de ic’s, zo blijkt uit het woensdag gepresenteerde coalitie-akkoord. Maar er zijn juist permanente corona-ic’s nodig, verdeeld over enkele grote ziekenhuizen, stellen zorgbestuurders Mark van Houdenhoven en Wim van Harten in hun opiniebijdrage. Financier die ic-capaciteit op basis van beschikbaarheid in plaats van op ‘productie’.

De maatregelen in de pandemie waren telkens hoopvol en van tijdelijke aard. Voorbeelden zijn de priklocaties en teststraten, maar ook het afschalen van planbare zorg en de uitbreiding van het aantal ic-bedden. Alles voor de korte termijn, met als stilzwijgend uitgangspunt: het virus is tijdelijk, dus het virusbeleid ook. De blik vooruit ontbrak, en bij elke golf volgden nieuwe ingrepen. Met als gevolg dat de zorg steeds opnieuw een sprint moest inzetten om het virus bij te benen of de opgelopen achterstand in te halen. De sector betaalde de tol, met tienduizenden zieke, overspannen of vertrokken medewerkers. Om maar niet te spreken van uitgestelde operaties en soms zelfs een lagere levensverwachting voor patiënten.

Dit steeds opnieuw invullen van tijdelijk beleid kost méér dan geld en personeel. Het kost vertrouwen, wat zich vertaalt in maatschappelijke onrust. Voor beleidsmakers mag zo’n verloop geen verrassing zijn.

Groot is dan ook de hoop dat de nieuwe coalitie voor een ander uitgangspunt kiest. Of dat écht het geval is blijkt helaas nog niet klip-en-klaar uit het woensdagmiddag gepresenteerde coalitieakkoord. ‘We willen een flexibele opschaling en inzet van de ic-capaciteit, met name op personeelsgebied’ staat daarin te lezen. Daaruit spreekt nog niet helder en eenduidig de door onze sector zo vurig verlangde paradigmawijziging: het virus is niet tijdelijk, maar blijft structureel aanwezig in onze samenleving.

Flessenhals

Een structureel fenomeen vraagt om structurele oplossingen. Welke oplossingen zijn dat? Als ziekenhuisbestuurders beperken we ons hierbij tot de ic’s, hoewel voor de acute keten als geheel een herstelplan nodig is.

De huidige ic-capaciteit is de flessenhals in de zorg. Vergeleken bij omringende landen heeft Nederland weinig ic-bedden beschikbaar, gewoonlijk 950 stuks. Coronapatiënten verblijven relatief lang op de ic. Eén coronapatiënt betekent gemiddeld zeven uitgestelde hartoperaties van mensen die ook een ic-bed nodig hebben.

Hoeveel ic-bedden zijn er dan nodig? Structureel gaat het om 1.350 bedden. Over dat exacte aantal wordt veel gediscussieerd. Maar de echte discussie zou moeten gaan over twee andere zaken: waar plaats je die extra ic-bedden en hoe financier je deze?

Allereerst waar die extra ic-bedden naar toe zouden moeten. Dit is onlosmakelijk verbonden met de vraag waar het bijbehorende verpleegkundig personeel vandaan moet komen. De eerste optie is om de extra ic-bedden te verdelen op basis van de huidige verdeling in de ziekenhuizen. In die verhoudingen krijgen sommige ziekenhuizen dan hoogstens zes extra ic-bedden. Bij een virusgolf moet zo’n ziekenhuis alsnog meteen op slot; op de ic is er geen plek meer voor andere patiënten.

De tweede optie is centraliseren: één groot ic-centrum dat operationeel wordt zodra een uitbraak daarom vraagt. Dit lijkt een logische keuze, als het paradigma wordt dat corona ‘onder ons’ blijft. Maar het is slecht werkbaar, omdat veel patiënten meerdere soorten zorgvragen hebben. En omdat in zo’n ‘pandemieziekenhuis’ de vaste verpleegkundigen buiten drukkere perioden geen werk hebben. Zet je daarentegen verpleegkundigen uit andere ziekenhuizen ‘flexibel’ in voor zo’n nationaal ic-centrum, dan zet je alsnog de capaciteit van die andere ziekenhuizen onder druk.

De derde optie heeft onze voorkeur: verdeel de extra ic-bedden over enkele grotere ziekenhuizen. Deze vangen dan bij een uitbraak naar verhouding een groter deel van de coronazorg op.

‘De brandweer wordt ook niet betaald op basis van het aantal gebluste branden’

Een dergelijke nieuwe verdeling zorgt natuurlijk meteen voor een verschuiving van patiëntenstromen. Vooralsnog lijkt dit onbespreekbaar, omdat de financiering hieraan zit vastgeklonken. Simpel geformuleerd: een ziekenhuis krijgt betaald per gevuld bed. Daarom stellen we voor om een belangrijk deel van de acute zorg en ic-bedden (en het bijbehorende ic-personeel) niet langer te betalen door meer productie te draaien. In plaats daarvan zou er een beschikbaarheidsbijdrage moeten komen voor ic-capaciteit. Vergelijk dat met de brandweer. Die wordt niet betaald voor het aantal gebluste branden.

In de huidige financiering van ziekenhuizen en ic’s draait alles om productie. Een laag aantal besmettingen zou dan betekenen dat een ziekenhuis de vaste kosten voor extra ic-bedden en het ic-personeel niet vergoed krijgt. Zo’n ziekenhuis móet dan wel meer zorg gaan leveren om het überhaupt te kunnen betalen: onnodige ‘productie’ dus.

Accepteer ‘inefficiency’

Kortom, de nieuwe bewindspersonen moeten beleid ontwikkelen dat uitgaat van een blijvende pandemie, en dus kiezen voor blijvende oplossingen. Daar hoort structurele uitbreiding van de ic’s bij én een andere financiering. Accepteer daarbij de onvermijdelijke ‘inefficiency’ op de ic’s, omdat er in periodes, gelukkig, veel bedden léég zullen staan.

Durf het virus een structureel verschijnsel te noemen. Die afweging, de context, de risico’s en het bijbehorende beleid horen kraakhelder te zijn. Daarover dienen het debat en de verantwoording te gaan. Niet structureel kiezen is onverantwoord.

Mark Van Houdenhoven is bestuursvoorzitter van de Maartenskliniek en bijzonder hoogleraar Economische bedrijfsvoering in de gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Wim van Harten is bestuursvoorzitter van het Rijnstate Ziekenhuis en hoogleraar kwaliteitsmanagement en zorgtechnologie aan de Universiteit Twente.

https://fd.nl/opinie/1424162/een-blijvend-virus-vraagt-om-permanente-corona-ic-s-hpl1ca3v0Mj4

Advertisement