Tags

Kaag en Hoekstra in het kabinet – waarom? (Tom-Jan Meeus, In het nieuws/nrc.nl, 14-12-21)

Grappig dat de term ‘witte rook’ bij politici en verslaggevers zo ingeburgerd is geraakt. Zoals bekend het symbool waarmee het Vaticaan de verkiezing van een nieuwe paus bekendmaakt. En je kunt veel zeggen van de katholieke kerk, een wereldmacht op zich, maar veel waardering voor tegengeluid hebben ze in die kringen niet, laat staan voor tegenmacht.

Nu de informateurs Remkes en Koolmees bijna klaar zijn, kan het misschien geen kwaad bij dit laatste nog even stil te staan.

Rutte IV zal januari 2022 aantreden na anderhalf jaar van verstoorde verhoudingen tussen de Tweede Kamer, het kabinet en zijn ambtenaren. Het gevolg: een vaak ongemakkelijk verlies van decorum en democratische gezindheid.

Toch hoor je uit de formatie weinig berichten die duiden op probleembesef in de hoogste politieke kringen. In het weekeinde viel vooral de behoefte op de mineurstemming over Rutte IV te doorbreken. Het schrikbeeld van een paar maanden terug – „we krijgen een kabinet met veel geld maar weinig gezag” – zou vervaagd zijn. Het geloof in „nieuw elan” zou niet alleen bij Rutte leven. Woensdag weten we wat dit betekent.

Tegelijk wijst veel erop dat drie van de vier leiders van de formerende partijen een post in het kabinet ambiëren. Alleen Segers (CU) wil in de Kamer blijven, en de keuze van Rutte (VVD) voor een hernieuwd premierschap zag je al even aankomen.

*Meeus vergeet hierbij te melden dat Rutte in de Europese Raad onmisbaar is vanwege zijn ervaring op dat niveau. En daar functioneert hij heel anders dan hier en dus laten we hem dáár doorgaan met echt constructief werk te laten verrichten.

Maar Kaag (D66) en Hoekstra (CDA) ook weer minister?

De kritiek op de bestuurscultuur het laatste anderhalf jaar draaide primair om het dolgedraaide monisme tijdens Rutte III, waarin het kabinet elk beleidsdetail binnenskamers met de coalitiefracties afkaartte. En als in reactie hierop het dualisme de komende periode een nieuwe kans krijgt, waarop ook D66 en CDA aandrongen, is het wel wonderlijk als partijen de stem van hun leider in het kabinet wegstoppen.

Daarbij was de vaak giftige sfeer in de Kamer tegenover het kabinet sinds de verkiezingen een overreactie op datzelfde monisme. Maar het liet ook zien dat het in de Kamer te vaak aan gezaghebbende stemmen ontbreekt. Dus als leiders van coalitiepartijen de verruwing de komende periode werkelijk willen bestrijden, is het ook al niet logisch dat ze de Kamer verlaten.

*Het is een gegeven feit dat in de Kamer zelf iedere gezaghebbende stem ontbreekt en daarom is links ook volledig door de mand gevallen  want al even visieloos als de kabinetten-Rutte zelf. Geen enkele linkse fractieleider heeft écht gezag kunnen ontwikkelen bij gebrek aan leiderskwaliteiten. Daarmee hebben we dus ook te dealen.

Elk kabinet gedijt bij tegengeluid, bij gezonde kritiek, bij scherpe controle. Daar wordt iedereen beter van. Maar tegengeluid geeft niet vanzelf tegenmacht, tegengeluid moet overtuigend zijn. En partijen die dit serieus nemen denken wel drie keer na voordat ze accepteren dat hun leider de Kamer verlaat voor een functie elders in Den Haag.

*Inderdaad, tegengeluid moet overtuigend zijn, maar die overtuiging mankeert allerwege. Dat zegt dus alles over het huidige politieke klimaat.  Om maar een enkel voorbeeld te geven: Lilianne Ploumen (PvdA) houdt niet op te herhaling dat het land behoefte heeft aan progressieve politiek, maar beseft ze dat ze met een minderheidspositie (als fractie én als het ‘linkse’ smaldeel) in de Kamer helemaal niet in staat is om die (nieuwe) progressiviteit te lanceren?

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/12/14/kaag-en-hoekstra-in-het-kabinet-waarom-a4068849#/handelsblad/2021/12/14/#102

Advertisement