[25] ‘Chronische stress heeft lichamelijke gevolgen, zoals verhoogde aanmaak van stresshormonen, toegenomen alertheid, snel schrikken, slechte concentratie, kans op een hoge bloeddruk, verhoogde spierspanning, kans op een verhoogd cholesterol, remming van het immuunsysteem, met een verhoogde kans op infecties, auto-immuunziekte en kanker, slecht slapen, verteringsstoornissen, verhoogde kans op suikerziekte en overgewicht. Psychische gevolgen van chronische stress zijn piekeren, prikkelbaarheid, angst, wantrouwen, concentratieproblemen, klagen, mopperen, vergeetachtigheid, besluiteloosheid, onzekerheid, verminderde interesse, gebrek aan creativiteit, geheugenstoornissen, dementie en negatieve gedachten en overtuigingen. Bijvoorbeeld: Ik ben slecht, het ligt aan mij dat… , er is iets mis met mij omdat… niemand houdt van mij, ik ben niets waard, ik moet alles alleen doen en alleen als ik ontzettend mijn best doe, krijg ik wat ik nodig heb.

[26] Wanneer je veel van dit soort gedachten hebt, is het alarmsysteem in de hersenen door chronische stress overbelast geraakt. Door die overbelasting is het systeem verkeerd afgesteld en ben je gaan leven vanuit overleving in plaats van je natuurlijke innerlijke rust en balans.

Vanuit overleving leven betekent dat je lichaam vecht, vlucht of bevriest in situaties waarin dit eigenlijk niet nodig is. Chronische stress zorgt voor een groeiend onvermogen om reëel en denkbeeldig gevaar uit elkaar te houden. Leven vanuit een constante staat van alertheid en waakzaamheid is uitputtend voor het lichaam en slecht voor je emotionele en psychische gezondheid. Het leidt tot gevoelens van innerlijke leegte, overreageren, je ongemakkelijk voelen in groepen mensen, relatieproblemen en verslaafd gedrag.

Na een ervaring die chronische stress heeft opgeleverd, is er vaak een herbeleving via nachtmerries, waardoor er een vicieuze cirkel van moeheid en prikkelbaarheid ontstaat. Vervolgens ga je vermijden: je probeert situaties, mensen of gevoelens uit de weg te gaan, of jezelf klein en onzichtbaar te maken, om maar niet meer te hoeven voelen wat er zo pijnlijk was en vanbinnen nog steeds pijn doet.

Door chronische stress is er vaak een terugval zichtbaar in gedrag, waarbij het kind weer gaat duimen of urine of ontlasting verliest, terwijl dat eerder niet zo was. Het kind is dan verstrikt in een vicieuze cirkel van disbalans.

In een chronische-stresssituatie ervaart een kind de ouder als degene die informatie geeft en beoordeelt dit als ‘normaal’. Doordat een kind afhankelijk is van de ouder voor verzorging en overleving, raakt het op een onveilige manier aan de ouder gehecht. Het maakt niet uit wat de ouder doet of niet doet: een kind hecht zich altijd.

Advertisement