Tags

Stelling: Dat tijdens deze informatieslag is gebleken dat politici niet in staat zijn om beknopt te formuleren, betekent alleen maar dat de beheersing van de taalgebruik van deze beroepspolitici hopeloos faalt en dat geldt dus automatisch ook voor het politieke bestel zelf. Mogelijk zal blijken dat het aanstaande kabinet-Rutte IV allerlaatste kabinet binnen dit oude bestel en gaan we daarna over op een bestel gebaseerd op directe democratie, want het bestaande mag nu definitief als failliet worden verklaard.

Rutte IV écht een ander kabinet? Daar lijkt het niet op (Guus Valk en Petra de Koning, nrc.nl, 11 december 2021; papieren versie)

Rutte IV moet een breuk vormen met het verleden. Maar de vertrouwenscrisis van Rutte III is nog niet weg (idem, digitale titel)

Kabinetsformatie Wordt het coalitieakkoord volgende week een breuk met het verleden? De vertrouwenscrisis is nog niet voorbij.

Mark Rutte vlak voor het voortgangsgesprek van informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees met de partijleiders van VVD, D66, CDA en ChristenUnie over de kabinetsformatie.

Mark Rutte vlak voor het voortgangsgesprek van informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees met de partijleiders van VVD, D66, CDA en ChristenUnie over de kabinetsformatie.

‘Vertrouwen in de toekomst’ – zo heet het regeerakkoord van het demissionaire kabinet-Rutte III. De werktitel van het coalitieakkoord van het naderende nieuwe kabinet zal vermoedelijk minder zelfverzekerd klinken. Misschien iets als: ‘Werken aan vertrouwen, een kwestie van aanpakken.’ Al was dat ook al de titel van het strategisch akkoord van het eerste kabinet-Balkenende, van CDA, LPF en VVD, dat al na 87 dagen viel. Ook dat kabinet trad aan in een tijd waarin het vertrouwen van burgers in politiek laag was. Het tragische kabinet-Balkenende wilde uitstralen dat het wilde luisteren naar de onvrede.

Hier zal ook het nieuwe kabinet-Rutte mee moeten omgaan, als het – naar verwachting – in de loop van januari aantreedt. Volgens de informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees willen de vier onderhandelende partijen (VVD, D66, CDA en ChristenUnie) hun coalitieakkoord nog voor het Kerstreces presenteren. Dat betekent dat de Tweede Kamerfracties er begin volgende week mee akkoord moeten gaan, waarna de Kamer diezelfde week nog kan debatteren en Mark Rutte als formateur kan aanwijzen. Daarna is een doorstart van Rutte III een feit.

Betrokkenen maken duidelijk dat ze zich zorgen maken. Het huidige kabinet viel om een vertrouwenscrisis tussen burger en overheid: de Toeslagenaffaire. Het daaropvolgende debat over de gesloten bestuurscultuur vergiftigde de onderlinge verhoudingen, ook in de coalitie. Meer dan de helft van de burgers is het vertrouwen kwijtgeraakt in het demissionaire kabinet, bleek uit onderzoek van I&O Research in opdracht van NRC.

Zorgen over dalende steun

De steun voor het kabinetsbeleid in de coronacrisis is, zo blijkt uit vrijdag gepubliceerd onderzoek van het RIVM en de GGD’s, op het laagste punt sinds het begin van de pandemie beland. Nog maar 16 procent van de burgers is positief over het beleid, en 46 procent negatief.

De onderhandelende partijen kennen deze context, en maken zich daar zorgen over. Het nieuwe kabinet zal, als het blijft zitten, te maken krijgen met drie parlementaire enquêtes die raken aan de relatie tussen politiek en burger: de toeslagen, corona en de gaswinning in Groningen.

Mark Rutte probeert de breuk te benadrukken bóven de continuïteit. Hij zei een paar weken geleden dat een nieuw kabinet „echt een ander kabinet” moet worden, „met een andere uitstraling” en „meer elan”. Toen hij onder vuur lag in de Kamer over de zogeheten notitie-‘functie elders’ rondom Pieter Omtzigt, en D66 dreigde af te haken als coalitiepartner, formuleerde Rutte zeven „radicale nieuwe ideeën” om de bestuurscultuur te veranderen. Kort gezegd kwam het hier op neer: meer openheid, meer politiek. Dus geen dichtgetimmerde coalitieakkoorden meer, maar dualisme tussen kabinet en Kamer, en botsende visies op de wereld tussen partijen onderling.

Tot nu toe is van die ideeën nog niet veel terechtgekomen. De vier partijen onderhandelen achter gesloten deuren, zonder dat de buitenwereld enig zicht heeft op de vorderingen.

Weinig nieuwe namen

In D66-kringen wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat Ernst Kuipers, van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, namens die partij naar VWS gaat als minister. Maar veel gezichtsbepalende politici zijn dezelfde als in de vorige periode. Al wordt er soms met posities geschoven, zoals het geval lijkt te zijn bij D66’er Hans Vijlbrief. Nu is hij demissionair staatssecretaris van Financiën, en straks, volgens ingewijden, minister op hetzelfde departement.

Het kan wel gaan uitmaken of de politieke leiders ervoor kiezen in de Tweede Kamer plaats te nemen of in het kabinet. Als fractievoorzitter kunnen leiders van coalitiepartijen zich vaak meer veroorloven dan wanneer ze in het kabinet zitten, denk aan Frits Bolkestein tijdens Paars I (1994-1998). Van Mark Rutte en Wopke Hoekstra (CDA) is bekend dat ze liever in het kabinet blijven. Een nieuw ministerschap voor Sigrid Kaag (D66) is ook goed mogelijk. Volgens ingewijden zou zij opnieuw minister van Buitenlandse Zaken worden. Dan zou alleen Gert-Jan Segers (ChristenUnie) overblijven als politiek leider in de Kamer. Tenzij één van hen afstand zou doen het partijleiderschap. Maar voor een premier is het prettig de politiek rivalen om zich heen in het kabinet te hebben, in plaats van een vrije rol in de Kamer.

Het regeerakkoord dan, wordt dát anders? Begin oktober waren de informateurs en de onderhandelaars nog van plan om het bij dit coalitieakkoord héél anders te doen. Om „meer afstand” te creëren tussen het kabinet en de regeringspartijen, zei Johan Remkes op een persconferentie, zouden de onderhandelaars met een „beknopt” akkoord komen en daarna zouden de kandidaat-ministers dat „verder uitwerken” in een ‘regeerprogramma’.

Remkes dacht toen al dat het creëren van meer afstand niet vanzelf zou gaan. „Daarvoor is een omslag nodig in het denken van partijen.” En: „Je moet dan ook investeren in goede onderlinge verhoudingen en wederzijds vertrouwen.”

In de loop van de gesprekken bleek volgens ingewijden dat van alles helemaal niet beknopt kon worden opgeschreven. Zo groot was het onderlinge vertrouwen bij de onderhandelaars ook weer niet dat ze ingewikkelde onderwerpen zomaar durfden overlaten aan een minister. Die dan vast ook weer onder druk kwam te staan van ambtenaren en lobbyclubs. Want stel je voor: ná de presentatie van het coalitieakkoord zouden de ministers dan nog een week of twee bij elkaar gaan zitten voor het regeerprogramma, met heel veel journalisten op de stoep. Dat was hét moment voor iedereen die nog invloed wilde uitoefenen om nog één keer alles uit de kast te halen voor extra geld voor iets, of een ander accent in beleid.

Binnenskamers werd dat steeds meer gezien als een risico voor de stabiliteit van het net aangetreden kabinet en na de extreem moeizame formatie, de langste ooit, zit bij de vier partijen niemand te wachten op ook nog eens een snelle val.

Vorige week werd duidelijk: het gaat toch weer zoals het altijd ging. Met een gewoon coalitieakkoord – al is het de bedoeling dat het minder dik wordt dan de vorige keer De ministers mogen daarna wel zelf met allerlei ideeën komen over de uitvoering, mogelijk in zogenoemde ‘beleidsbrieven’. En ze kunnen zich daar dan vermoedelijk wel wat meer vrijheid in veroorloven dan eerder. Het zal de ambtenaren en lobbyisten niet ontgaan.

Toen zijn derde kabinet aantrad beloofde Mark Rutte de burger „een heel gewoon kabinet”. Nu moet hij juist het óngewone benadrukken, zonder dat er aanwijzingen zijn dat alles écht anders wordt.

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/12/10/rutte-iv-een-nieuw-kabinet-met-een-oude-vertrouwenscrisis-a4068581#/handelsblad/2021/12/11/#102

Advertisement