Tags

Wanneer het bedrijfsleven progressiever is dan de overheid (Column SANDER SCHIMMELPENNINCK, Ten eerste/de Volkskrant, 25-10-21)

Als de bladeren vallen, begint voor ons BN’ers het Aharkseizoen. Al die onderbetaalde columns, tweets, radio- en televisieoptredens kunnen dan eindelijk in klinkende munt worden omgezet, dankzij een optreden als dagvoorzitter of spreker. Ordinair geschnabbel, noemen sommige journalistieke collega’s dat, en dat zou ik ook zeggen als ik hen was.

Ton Verlind, voormalig eindredacteur van Brandpunt, bracht de buitenschoolse activiteiten van talkshowhosts zelfs in verband met de matige kwaliteit van die shows: presentatoren zouden niet onafhankelijk zijn. Onzin natuurlijk; die zaken vallen prima te scheiden, en een dagvoorzitterschap is juist een uitstekende manier om verhalen op te doen: win-win. Sterker nog, nu bedrijven steeds vaker een (zelf)kritisch programma boven het geraaskal van trendwatchers verkiezen, wordt op menig bedrijfsevenement een inhoudelijker gesprek gevoerd dan bij de meeste talkshows.

Dat past in de trend dat het bedrijfsleven tegenwoordig serieuzer lijkt dan onze overheid en het grote publiek. Van accountants tot olieboeren, de consensus over de grote vraagstukken van deze tijd – klimaatverandering, ongelijkheid, diversiteit – is opvallend. Zaken die in het publieke debat nog tot hoogoplopende discussies en emoties leiden, doen dat in het bedrijfsleven steeds minder. Waar overheidsplannen in trage coalitiebesprekingen sneuvelen, rukken ceo’s gewoon aan het stuur.

Corporate Nederland trekt ongeduldig zijn eigen plan, met doelstellingen die strenger zijn dan de overheid ze oplegt. Zo heeft een deel zich aangesloten bij het Science Based Target Initiative, een initiatief van honderden bedrijven die de wereldwijde opwarming onder de anderhalve graad willen houden, en veel sneller klimaatneutraal willen zijn dan de huidige klimaatwet hen verplicht. Ook op het gebied van bijvoorbeeld vrouwenquota lopen vele ‘vieze’ bedrijven tegenwoordig voor op regelgeving van de overheid.

Toch zijn er belangrijke kanttekeningen te maken bij de voortvarendheid waarmee het bedrijfsleven momenteel haar idealen belijdt. Allereerst heeft dat gevoel van urgentie minder te maken met breedgedragen overtuigingen, als wel met het uitsluiten van risico’s. Dat Milieudefensie haar zaak tegen Shell in mei dit jaar won, en de rechter oordeelde dat Shell zijn CO2-uitstoot in 2030 tot 45% terug moet brengen, geeft nog maar eens aan dat grote bedrijven het zich niet meer kunnen permitteren alleen naar de overheidsregels te kijken.

Bij het uitsluiten van juridische risico’s kunnen bedrijven verleid worden tot willekeur. Zo is het voor beleggingsfondsen en -professionals steeds vaker onmogelijk om een bankrekening te openen, omdat banken geen zin hebben om duur klantonderzoek te doen, afgezet tegen de lage opbrengsten. De sector is besmet door belastingconstructies en witwasserij, en daarom weigeren banken uit voorzorg maar iedereen uit die sector, waarmee óók bonafide professionals en gezonde business een nutsdienst wordt onthouden.

Bij socialemediabedrijven is er sprake van dezelfde willekeur. Hoewel ik helemaal vóór strenger optreden ben, tegen opruiers, complotondernemers en andere kwaadaardige lieden die de democratie ondermijnen en de volksgezondheid bedreigen, heb ik nog altijd liever dat dat door een democratisch gekozen overheid gebeurt dan door een ongekozen roedel nerds in Silicon Valley.

Wanneer we progressief beleid en de handhaving daarvan aan commerciële partijen overlaten, is het niet onbegrijpelijk dat mensen een duister complot tussen politici en machtige zakenmensen bevroeden. Als de overheid haar verantwoordelijkheid ontloopt, ontstaat een gevaarlijk democratisch tekort; bedrijven die zich schuldig maken aan willekeur hebben immers niets te vrezen van kiezers, al zou je hetzelfde kunnen betogen voor de regeringen Rutte.

Het gevoel van onmacht over politieke traagheid en populistische onwil is begrijpelijk, maar kan geen reden zijn om progressief beleid dan maar uit te besteden aan het bedrijfsleven. De overheid zal sneller moeten, en rap wat.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1394/articles/1469867/2/2

~

De rem moet op de zorg, maar wie vertelt het aan de kiezers? (GIJS HERDERSCHEÊ, Ten eerste/de Volkskrant, 25-10-21)

Zorgkosten begroting 2022

DEMISSIONAIR MINISTER HUGO DE JONGE OP WERKBEZOEK IN HET ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM IN SITTARD/GELEEN. FOTO ANP

De waarschuwingen stapelen zich op: bij ongewijzigd beleid wordt de gezondheidszorg in vergrijzend Nederland onbetaalbaar. Maar waarom komt het gesprek daarover in politiek Den Haag niet op gang? Minister De Jonge waagt vandaag een poging, op bezoek bij de formerende partijen.

Het wordt deze week weer dringen bij de interruptiemicrofoons in de Tweede Kamer, waar minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn begroting voor 2022 verdedigt. Zorgen genoeg in de Tweede Kamer – over de uitgestelde ‘coronazorg’, over oplopende wachtlijsten, over ouderen die niet terechtkunnen in verpleeghuizen. Maar er is één kwestie waar waarschijnlijk niemand z’n vingers aan wil branden: de dreigende onbetaalbaarheid van de zorg. Nee, dan liever goede sier maken met extra wensen.

De cijfers zijn bij alle fracties bekend. Nu al betaalt iedere volwassene jaarlijks 6.161 euro aan zorg, een gemiddeld huishouden bijna een kwart van het inkomen. Ook als geen zorg wordt ‘geconsumeerd’, geen dokter bezocht. Gezamenlijk betalen de Nederlanders komend jaar 87 miljard euro aan huisartsen, ziekenhuizen, thuiszorg, jeugdzorg tot aan de verpleeghuizen. Als niets verandert, loopt dat de komende vier jaar op naar 97 miljard euro. En gezondheidsinstituut RIVM trok het lijntje al door tot 2060: dan loopt de rekening, met nogal wat slagen om de arm, op tot bijna 300 miljard euro – in euro’s van vandaag. Dat legt dan een beslag op 19,6 procent van het bruto binnenlands product, tegen 12,7 procent in 2015. Een volwassen Nederland is dan gemiddeld 15.800 euro kwijt aan zorg. Bij ongewijzigd beleid.

De kostenstijging ligt vooral aan de vergrijzing – vooral in de laatste levensjaren loopt de zorgbehoefte sterk op – en aan het automatisme in de zorgwetten dat de stand van de wetenschap per definitie wordt gevolgd: wat kan, gebeurt. Als nieuwe, betere zorg voor kankerpatiënten mogelijk wordt, dan kómt die er.

Op het oog is behandeling van de begroting voor Volksgezondheid, deze week in de Tweede Kamer, een uitgelezen kans om 87 miljard euro aan zorguitgaven te fileren. Maar dat gebeurt nooit, want 85 miljard euro ligt al vast. Die staan weliswaar op de begroting van VWS maar het zijn premies die naar zorgkassen gaan en vervolgens worden verdeeld naar zorgverleners en zorgverzekeraars. En er staan afgesproken rijksbijdragen op de begroting voor die kassen. Het deel waarop de Kamer direct invloed kan uitoefenen, beslaat slechts 2 miljard, en ook die ligt grotendeels vast – denk aan langjarige subsidies voor bijvoorbeeld opleidingen en abortusklinieken.

Hallucinante ervaring

Het debat over de begroting van VWS is daardoor jaar in jaar uit een hallucinante ervaring. In plaats van over het dempen van de zorguitgaven gaat het over extra uitgaven. Extra handen aan het bed. Hogere salarissen. Meer zorg in het basispakket. De tandarts ook voor volwassenen in de zorgverzekering. Allemaal verlangens die de kosten eerder opjagen dan dempen.

Toch is de kostenexplosie geen natuurwet. Edith Schippers wist als minister van Volksgezondheid (2010-2017) de kostenstijging te beperken. In die jaren stegen de zorguitgaven ‘slechts’ met 10 miljard euro naar 69 miljard. Sterker, het aandeel van de zorg in de economie, het bruto binnenlands product, daalde iets. Dat deed zij vooral door akkoorden te sluiten met bijvoorbeeld ziekenhuizen over doelmatiger werken. De veelomvattende zorgwet AWBZ werd onttakeld. Voor 24-uurszorg in bijvoorbeeld verpleeghuizen is er nu de Wet langdurige zorg. Alle zorg aan thuiswonende hulpbehoevenden werd aan de gemeenten toevertrouwd. Daaraan was een flinke bezuiniging gekoppeld.

Onder de huidige minister, Hugo de Jonge, is de handrem er weer van af. In vier jaar tijd stegen de zorguitgaven met 18 miljard euro. Bij zijn aantreden wist De Jonge weinig van het complexe zorgstelsel en wilde hij de reorganisaties van Schippers goed laten landen met een reeks ‘plannen van aanpak’. In 2020 zou hij komen met een voldragen visie. Nog voor het zover was, werd de bewindsman overspoeld door een van de grootste gezondheidszorgcrises sinds mensenheugenis. Het is sindsdien over véél gegaan, maar niet meer over de zorgkosten.

Daardoor ligt de bal nu bij de kabinetsformatie. Daar wordt vastgesteld tot welk niveau de zorguitgaven de komende vier jaar mogen stijgen. Als geen ingrepen worden afgesproken, is dat 97 miljard euro. Dat zijn de uitgaven die het Centraal Planbureau in 2025 raamt bij ongewijzigd beleid. Als in de formatie wel maatregelen worden afgesproken, dan wordt het ‘minder meer’.

Hoe groot is de kans dat dit gebeurt? Bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s concludeerde het Centraal Planbureau begin dit jaar dat VVD, D66, CDA en CU weliswaar maatregelen voorstellen maar dat de uitkomsten geen besparing opleveren. Het CDA wil zelfs 1,4 miljard euro extra uitgeven.

Aan de andere kant: toen ging het om verkiezingsprogramma’s om de kiezer te paaien. In de hogedrukpan van een formatie kan alles anders worden. Net als in eerdere formaties zullen de onderhandelaars door het CPB en het ministerie van Financiën met hun neus op de feiten worden gedrukt: als de zorguitgaven zo snel blijven stijgen, is er minder geld voor bijvoorbeeld klimaatmaatregelen, stikstofbeleid, woningbouw, defensie, politie of onderwijs.

Maar of de formerende partijen dat durven? VVD en PvdA werden in 2017 niet bepaald beloond voor hun bezuinigingsdrift. Niet eerder verloren twee regeringspartijen samen zoveel zetels. Van nature zijn partijen geneigd op te komen voor de belangen van hun kiezers. Er komen immers altijd weer nieuwe verkiezingen.

Rigoureus plan

Vooralsnog is er dan ook geen fractie die zijn nek uitsteekt met een rigoureus plan. Zo zijn de ogen vooral gericht op De Jonge, de bewindsman die zijn ministerschap grotendeels zag opgaan aan de pandemie maar die hier en daar al heeft laten doorschemeren dat hij nog wel even door wil, ook om zelf verantwoording af te leggen over het coronabeleid van VWS.

En om alsnog een poging te doen de kosten weer wat te beteugelen. Het lijkt erop dat zijn handen jeuken. Na vier jaar kent hij het zorgstelsel. De coronacrisis heeft een reeks zwaktes blootgelegd. Het systeem is te gedecentraliseerd, ieder ziekenhuis voor zich. Er moet meer nationale sturing komen en regionaal worden samengewerkt door zorgverleners. Als daar het etiket ‘minder marktwerking’ op wordt geplakt, is er snel brede steun in politiek en maatschappij, waar de indruk heerst dat de ‘zorg een markt’ is geworden.

De Jonge heeft al een brisant wetsvoorstel klaar dat door corona de bureaula in ging. Het gaat over het beperken van de vergoeding van wijkverpleging die geen contract heeft met een verzekeraar. Die ‘ongecontracteerden’ pikken nu de krenten uit de pap, de ‘makkelijke’ klanten die niet al te ingewikkelde zorg nodig hebben, en declareren te veel. Brisant, want het is een variant op het einde van de ‘vrije-artsenkeuze’ die Rutte II oorspronkelijk in petto had. Drie opstandige PvdA-senatoren torpedeerden het en veroorzaakten bijna een kabinetscrisis.

Dat risico loopt ook De Jonge bij elk bezuinigingsvoorstel dat hij zal doen. Vandaag is hij alvast te gast aan de formatietafel, waar hij aan VVD, CDA, D66 en ChristenUnie mag uitleggen wat de mogelijkheden zijn. Gezien de sfeer in de Tweede Kamer zal alles erop gericht zijn om het niet als bezuiniging te presenteren, maar als kwaliteitsverhoging. In de wandelgangen circuleert bijvoorbeeld al enige tijd het idee om af te kondigen dat per ‘wijk’ nog maar één thuiszorgorganisatie actief mag zijn, die nauw samenwerkt met andere zorgverleners – een variant op de vroegere kruisverenigingen. ‘Samenwerking’ is een begrip dat doorgaans wél enthousiasme losmaakt in het parlement.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1394/articles/1469867/6/1

~

Belastingontwijking oogluikend toestaan is klassenjustitie (Volkskrant-commentaar Koen Haegens, Ten eerste/de Volkskrant, 25-10-21)

Belastingontwijking door grote bedrijven is geen natuurwet, maar het gevolg van politieke besluiten.

Van de ene groep werd vermoed dat zij 1,5 miljard euro achterover drukte. De andere kostte de schatkist tussen de 12 en de 42 miljard euro. Achter welke van de twee zou u aangaan? Nederland richtte zijn pijlen op de eerste categorie, de toeslagouders. Die verdenking bleek onterecht. De meedogenloze opstelling van de Belastingdienst stortte duizenden ouders in de ellende, tot uit huis geplaatste kinderen aan toe.

Het tweede, veel grotere getal is afkomstig van de Duitse hoogleraar belastingrecht Christoph Spengel van de Universiteit van Mannheim. Hij schatte afgelopen week de kosten voor Nederland van twee onder buitenlandse aandeelhouders populaire trucs met de dividendbelasting. De ene is illegaal. De ander maakt gebruik van een maas in de wet. In dat geval is sprake van belastingontwijking.

Let wel: dit is slechts één methode waarmee aandeelhouders, banken, bedrijven en hun adviseurs de publieke zaak benadelen. Dat zij zichzelf op de borst kunnen slaan voor zulke slimmigheidjes, terwijl toeslagouders het leven onmogelijk werd gemaakt, is meer dan een kwestie van foute prioriteiten. Het is klassenjustitie.

Decennialang gold belastingontwijking als iets onvermijdelijks. Legde Nederland bedrijven niet fiscaal in de watten, dan zouden ze naar plekken als Ierland vertrekken. Reden voor politici om ze een handje te helpen. Het vestigingsklimaat ging voor alles.

Gelukkig begint er iets te kantelen. Onder fiscalisten klinken voorzichtige pleidooien om er niet langer eer in te stellen de randen van de wet op te zoeken. Den Haag moet echter ook naar zichzelf kijken. Maandag debatteert de Tweede Kamer over een wet die belastingontwijking via het schuiven met intellectueel eigendom bestrijdt.

Elke fiscale sluiproute die op deze manier gesloten wordt, is een stap vooruit. Maar critici waarschuwen dat ook deze maatregel bewust niet waterdicht is gemaakt. Dat zou zonde zijn. ‘Fiscale optimalisatie’ is niet iets wat er nu eenmaal bij moet horen in een concurrerende economie. Het is een ordinaire poging van de allerrijksten om de schatkist te tillen.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1394/articles/1469867/12/2

~

Ombudsman: Groningen is een nationale crisis (WENDELMOET BOERSEMA, Politiek/Trouw, 25-10-21)

Gaswinning – De aardbevingsschade in Groningen wordt nog altijd verkeerd afgehandeld. Stel er een aparte minister of staatssecretaris voor aan, zegt de Nationale Ombudsman.

Het gaat nog steeds niet goed in Groningen. Dat concludeert de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen in de publicatie Verscheurd Vertrouwen die vandaag verschijnt. In een nieuw kabinet zou een minister of staatssecretaris moeten komen die belast is met het oplossen van de problemen in de gaswinningsprovincie. “Iemand die zegt: nu is het afgelopen en hakken we de knopen door. Geen nieuwe onderzoeken meer, geen nieuwe procedures of weer nieuwe spelregels. Een crisisorganisatie met doorzettingsmacht.”

De afgelopen jaren lag de verantwoordelijkheid voor schadeherstel bij Economische Zaken, terwijl de versterkingsoperatie onder Binnenlandse Zaken valt. Volgens Van Zutphen heeft de overheid in de coronacrisis laten zien dat het wel kán als ze het echt wil: snel en voortvarend grote beslissingen nemen. “Waarom dan niet in Groningen? Geld kan het probleem niet zijn.”

In het door aardbevingen getroffen gebied wachten duizenden bewoners op herstel van hun schade. De operatie om huizen te versterken en veilig te maken voor nieuwe bevingen gaat uiterst traag. Van de ruim 26.000 huizen die in aanmerking komen is slechts 8 procent uitgevoerd en 6 procent in behandeling.

Zelf maar uitzoeken

De Nationale Ombudsman maakte een reconstructie van de schadeproblematiek en analyseerde wat er met zijn eerdere aanbevelingen uit 2017 is gedaan. Te weinig, is zijn conclusie. Bewoners in de aardbevingsgebieden hebben ten onrechte de regie in de schoenen geschoven gekregen. Ze moeten het zelf maar uitzoeken met alle verschillende loketten en regelingen, terwijl de overheid tegelijkertijd weinig inbreng lijkt te verdragen.

Dat is geen onwil, denkt Van Zutphen, maar onmacht. “Dat maakt het veel ingewikkelder voor de overheid om zelf anders te gaan werken. In het jargon van tegenwoordig: een nieuwe bestuurscultuur. Wat mij betreft: een andere manier van doen. Dat geldt voor alle lagen van de overheid, van gemeente tot het Rijk en het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Ze kunnen en mogen zich niet langer opstellen als de klassieke beter wetende overheid. Daar wordt Groningen geen cent beter van.”

Het vergt volgens de Nationale Ombudsman een betere communicatie met burgers, ook over de zaken die niet goed gaan. “Het is te afstandelijk. Mensen die al jaren in de problemen zitten krijgen nog steeds brieven, gericht ‘aan de bewoner van dit pand’. Als je mensen het gevoel wilt geven dat ze nog iets betekenen, moet dat anders.”

Ondanks de vele problemen die gemeenten al op hun bordje hebben liggen, ziet Van Zutphen de gemeenten nog steeds als de beste overheidslaag om de burgers te helpen. “Zij kennen hun burgers, de straten, de pleinen, de problemen.”

Geen vertrouwen

Recent zijn volgens de ombudsman zaken gebeurd die het vertrouwen van burgers in hun overheid nog verder hebben geschaad. Zoals de aankondiging dat omkering van de bewijslast niet langer voor alle gebieden geldt. Met deze juridische doorbraak uit 2016 hoefden burgers niet langer te bewijzen dat hun schade door aardbevingen kwam, de bewijslast lag voortaan bij de mijnbouwonderneming Nam en later de overheid. Tornen aan zulke afspraken schaadt het vertrouwen in de rechtsgang. “Er komen maar weinig zaken bij de rechter, terwijl het over heel veel mensen gaat. Ze vinden het te moeilijk en te duur of hebben er geen vertrouwen in dat ze dan sneller geholpen worden.”

Een ander punt is de telkens oplaaiende discussie over de versterkingsnormen. Afgelopen mei stelde de NAM-directeur dat niet duizenden maar slechts 50 huizen versterkt hoeven te worden. Van Zutphen: “Ik hoor die geluiden ook, dat het misschien wel mee zou vallen met de bevingen. Maar ik kijk vooral: wat is de Groningers toegezegd? Er zijn spelregels gemaakt en er is afgetrapt. Terwijl de eerste helft nog niet is uitgespeeld, veranderen ze de spelregels. Dat snappen de spelers niet en ik ook niet.”

In het kort:

  • De Nationale Ombudsman publiceert een rapport over de Groningse gaswinning
  • De afhandeling van schade door aardbevingen gaat al jaren niet goed
  • De ombudsman pleit voor een minister voor Groningen

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1389/articles/1469869/1/1

~

Reusachtig datacentrum in Zeewolde zaait wantrouwen (MARCO VAN DEN BERG, Economie/Trouw, 25-10-21)

Landschap – De gemeente Zeewolde heeft toestemming gegeven voor de bouw van een enorm datacentrum. Een petitie hiertegen is ruim 1700 keer ondertekend.

De bouw van een XXL datacentrum in Zeewolde, een van de grootste ter wereld, lijkt een flinke stap dichterbij gekomen. Op een nieuw stuk bedrijfsterrein zijn vijf hallen van in totaal 250.000 vierkante meter bedacht. De milieueffecten zijn in kaart gebracht. Het is nu aan de politiek om een besluit te nemen. Ondertussen groeit het verzet in het polderdorp.

Een van de 140 bezwaarmakers is Sipke Veenstra (67). Hij was uitvoerder en aannemer in de grond-, weg- en waterbouw. Zijn opslag is deels gevestigd op een boerenerf dat moet wijken vanwege de plannen. Juist deze week verhuist hij zijn spullen. Dat hij zijn opslag moet verhuizen, is niet zijn grootste bezwaar. De omvang van het complex en de invloed op de omgeving baren hem echter grote zorgen. “Het gemeentebestuur overziet die gevolgen niet”, is zijn stellige overtuiging.

Het datacentrum verbruikt extreem veel stroom, onttrekt miljoenen liters koelwater, komt vlak bij een nieuwe woonwijk te liggen en eist in een klap alle uitbreidingsruimte voor het bedrijfsleven op. In ruil daarvoor wil het datacentrum zelf 5 tot 10 procent duurzame energie opwekken, al beveelt de milieueffectrapportage (Mer) aan om dat percentage te verhogen.

Miljoenenkorting

De bouwaanvraag is ingediend door Polder Networks BV, namens een onbekend Amerikaans hightechbedrijf. Vanwege het maatschappelijk belang geeft de gemeente ruim 75 miljoen euro korting op de grondprijs. Ook zijn de normen versoepeld voor het aantal werknemers per hectare. Opeens zijn alle vestigingsvoorwaarden vloeibaar, heeft Veenstra gemerkt.

Dat zit hem niet lekker. “Alle ondernemers in dit dorp hebben zich de blaren op de tong gepraat om een plekje te bemachtigen en zaken te regelen. Nu komt er een grote jongen langs en die bepaalt alles. Het voelt alsof wij snotneuzen zijn.”

Volgens Veenstra mist de gemeentelijke organisatie de capaciteit en kennis om zo’n enorme ontwikkeling te begeleiden. “De ontwikkelaar heeft het gemeentebestuur in de tang, want er is door onze wethouder in een vroeg stadium medewerking toegezegd zonder het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en inwoners daarin te kennen.”

De gemeenteraad is bijgepraat in besloten vergaderingen. Zelfs de naam van het Amerikaanse bedrijf blijft onbekend, al is het gerucht dat het om Facebook gaat hardnekkig. Het ontwerp wijst in die richting, concludeerde Omroep Flevoland al eens. Op vragen ging de techgigant destijds niet in.

Stilzwijgen

“De negentien raadsleden houden naar buiten toe de kaken stijf op elkaar. Met zoveel schimmigheid krijg je geen draagvlak.” Een petitie tegen het datacentrum van stichting DataTruc Zeewolde is al ruim 1700 keer ondertekend. “Zo’n beetje alle voorbereidingskosten zijn voor rekening van de projectontwikkelaar. Er ontstaat een sfeer van: we kunnen geen nee meer zeggen.”

In een zelf samengesteld rapport, dat hij onlangs persoonlijk overhandigde aan de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen, schetst Veenstra een kritisch beeld. Als alles doorgaat, krijgt het bedrijf 166 hectare toebedeeld voor vijf datahallen van twintig meter hoog. Met daarbij een vergunning voor 200.000 vierkante meter aan kantoren en bijgebouwen.

Op drukke dagen zullen bij de aanleg 1700 voertuigen naar de locatie rijden. De totale bouwtijd is acht jaar. Veenstra: “Ik ben niet tegen de komst van een datacentrum, maar dat moet dan wel passen bij de schaal van Zeewolde.”

Het datacentrum gaat 1380 gigawattuur per jaar aan stroom verbruiken; twee keer de hoeveelheid van een stad als Amsterdam. De Commissie Mer adviseert om op eigen terrein meer duurzame energie op te wekken. De projectontwikkelaar heeft dat liever niet, vanwege brandgevaar en gebrek aan reserveruimte. Onbegrijpelijk, vindt Veenstra.

Onrust

Op de site van de gemeente Zeewolde probeert het gemeentebestuur onduidelijkheid en onrust weg te nemen. Zo staat uitgelegd dat de gemeenteraad nog altijd vrij is om te kiezen voor of tegen het datacentrum. Ook ziet Zeewolde volop voordelen, zoals de 250 tot 400 extra banen voor hoger opgeleiden, de komst van een technologiecampus bij het bedrijf en het gebruik van restwarmte uit de datahallen.

Veenstra heeft daar een iets andere kijk op. “Er is gezegd dat we met die restwarmte het dorp zelf maar ook buurgemeenten als Harderwijk en Lelystad van het gas af kunnen helpen. Maar vanwege de afstand is Lelystad al afgevallen. Harderwijk zou nog kunnen, maar dan moet je met die lange buizen onder het Veluwemeer door of langs de dijk; dat kost vele miljoenen. Zo’n optie neemt niemand serieus. Het is volksverlakkerij.”

In overleg met de ontwikkelaar is al wel een alternatieve route bedacht voor het vele bouwverkeer naar het terrein Trekkersveld; daardoor zal er nauwelijks stikstof terechtkomen in de nabijgelegen natuur op de Veluwe. De besluitvorming is al twee keer uitgesteld door Zeewolde, maar nu staat het onderwerp voor december op de agenda.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1389/articles/1469869/11/1

~

Uitgelicht | En weer laat de overheid het afweten in de coronacrisis (Antonie Kerstholt, econoom en jurist, te Groningen, Lezersreacties/Opinie/Trouw, 25-10-21)

Ziekenhuizen en ic-artsen luiden de noodklok over het uitblijven van politieke besluiten over de vraag aan de hand van welk gekozen beleid zij straks moeten bepalen welke patiënten wel en niet behandeld kunnen worden. Het is een dringende oproep om als samenleving een nadere invulling en concretisering te geven aan het begrip ‘Code Zwart’.

De noodzaak om voorrang te blijven geven aan covid-patiënten is afgenomen. Uitstel van zeer urgente andere behandelingen kan inmiddels ook medisch niet meer verantwoord worden. Voeg hierbij de tweedeling tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde burgers, dan zal duidelijk zijn dat niet te ontkomen valt aan een voor alle burgers duidelijk te begrijpen crisis-draaiboek code Z.

Volgens minister De Jonge kan de ic-capaciteit nog verder worden opgeschaald. Dat standpunt staat haaks op de noodkreet van ic-voorzitter Diederik Gommers. Die meldt dat door het tekort aan beschikbare verpleegkundigen de huidige capaciteit juist niet verantwoord kan worden vergroot.

Dat snoeiharde feit leidt slechts tot één glasheldere conclusie; het is hoogste tijd om dat er binnen uiterlijk twee weken een aangepast crisisplan op tafel ligt.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1389/articles/1469869/20/1

~

Zorgverzekeraars, vergoed ook afbouwmedicatie (PETER GROOT, ONDERZOEKER/ERVARINGS-DESKUNDIGE USER RESEARCH CENTRE UMC UTRECHT, Medicatie/Trouw, 25-10-21)

Medicatie

EEN TAPERINGSTRIP MET MEDICIJNEN.

Zorgverzekeraars moeten taperingstrips, die helpen bij het afbouwen van medicatie, gaan vergoeden, vindt Peter Groot. Dat scheelt veel leed en doden

In zijn zeer goed gedocumenteerde en leesbare boek Het pijnstillerimperium beschrijft Patrick Radden Keefe hoe de Sackler-familie de opiatencrisis veroorzaakte. In de Verenigde Staten kostte die aan een half miljoen mensen het leven, de familie verdiende er tientallen miljarden dollars aan (Trouw, 16 oktober). De Sacklers wisten dat oxycodon onttrekkingsverschijnselen kan veroorzaken: hoe hoger de dosis en hoe langer iemand oxycodon gebruikt, hoe ondraaglijker de klachten zullen zijn en hoe harder mensen om meer pillen in hogere doseringen zullen vragen.

Omdat de Sacklers dit wisten, hadden ze deze problemen ook kunnen voorkomen. Namelijk door oxycodon te laten voorschrijven in de laagste dosering die voor een patiënt werkt, door niet langer voor te laten schrijven dan nodig is, en door patiënten geleidelijk te laten stoppen door de dosis in kleine stappen te verlagen.

De Sacklers hebben deze kennis echter welbewust misbruikt om het middel aan zoveel mogelijk patiënten in zo hoog mogelijke doseringen te laten voorschrijven. Dat is ze gelukt, mede doordat ze erin slaagden om toezichthoudende instanties zoals de Amerikaanse FDA voor hun karretje te spannen.

Onttrekkingsverschijnselen treden ook op bij antidepressiva, antipsychotica, benzodiazepines, anti-epileptica en nog andere medicijnen. Jarenlang is er voor die onttrekkingsverschijnselen en de desastreuze gevolgen daarvan maar heel weinig aandacht geweest.

Pas de laatste jaren begint daarin langzaam verandering te komen. Dat komt mede doordat in Nederland vanaf 2013 een praktische oplossing beschikbaar is om onttrekkingsverschijnselen zoveel mogelijk te voorkomen: taperingstrips waarmee patiënten eindelijk kunnen doen wat de Sacklers, om maar zo rijk mogelijk te kunnen worden, altijd hebben proberen te voorkomen: de medicatie geleidelijk en in kleine stappen afbouwen.

Taperingstrips

Dat er taperingstrips zijn is te danken aan patiënten over de hele wereld, die jarenlang hebben geprobeerd om zo’n geleidelijke dosisverlaging mogelijk te maken door thuis met hun medicatie te prutsen. Met nagelknippers, hakmesjes, vijltjes, speciale weegschaaltjes, enzovoorts. Ze gingen dit doen omdat hun dokters niet de lagere doseringen konden voorschrijven die ze nodig hadden. Omdat farmaceutische bedrijven, zoals het bedrijf van de familie Sackler, die nooit hebben geleverd. Terwijl dat makkelijk had gekund. Zo lieten de Sacklers, om nog veel meer winst te kunnen maken, juist wel heel hoge doseringen maken.

In 2004 bedacht één van die patiënten, Harry Leurink, een Nederlands houtsnijder, een medicijnontwenningsstrip waarin de dosis van een medicijn iedere dag een beetje lager zou zijn. Dat idee was de basis voor de ontwikkeling van de taperingstrips. Die bestaat uit 28 plastic zakjes met in iedere zakje de dosis van een medicijn voor één dag. Die dosis kan iedere dag een beetje lager zijn. Dokters hebben nu eindelijk de mogelijkheid om aan een patiënt een afbouwschema op maat voor te schrijven. Als een patiënt tijdens het afbouwen last krijgt van onttrekkingsverschijnselen, dan kan dat schema ook eenvoudig worden aangepast.

Niet economisch?

Afbouwen met behulp van taperingstrips werkt in de praktijk heel goed. Uit inmiddels drie onderzoeken blijkt dat 70 procent van een grote groep patiënten die eerder door onttrekkingsverschijnselen niet kon stoppen met een antidepressivum, daar met taperingstrips in slaagde. Toch willen de vier grote Nederlandse zorgverzekeraars taperingstrips niet vergoeden.

Het zou niet het meest economisch zijn voor de verzekeraars. Hoe dat kan, is moeilijk te begrijpen als we zien dat door de opiatencrisis in de VS nog iedere dag tweehonderd mensen doodgaan en dat er ook in Nederland nog steeds slachtoffers vallen. Uitleg over hun berekeningen geven de zorgverzekeraars niet.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1389/articles/1469869/21/1

~

Turbulente energiemarkt maakt ramingen van PBL lastig (Bert van Dijk, Energie/fd, 25 okt. 21)

In het kort:

  • Donderdag publiceert het Planbureau voor de Leefomgeving de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning.
  • Het rapport geeft inzicht in de effecten van klimaatbeleid.
  • Maar enorme prijsschommelingen en ontwikkelingen in het buitenland maken die ramingen steeds onzekerder.

Sterk schommelende energieprijzen en nieuw beleid in Europa en omringende landen maken ramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over de effecten van het Nederlandse klimaatbeleid moeilijker dan ooit. Dat wordt dus extra oppassen geblazen donderdag als de jaarlijkse klimaat- en energieverkenning weer verschijnt.

De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) is het belangrijkste klimaatrapport van het jaar waarin het PBL ramingen geeft over de effecten van het klimaatbeleid van de overheid en inzicht geeft in de ontwikkelingen van de uitstoot van Nederlandse broeikasgassen van 1990 tot aan 2030. Maar hoe bruikbaar zijn die ramingen als de onderliggende aannames voor die voorspellingen op moment van publicatie alweer volstrekt achterhaald zijn?

‘Heel tricky’

In de KEV van vorig jaar rekende het PBL bijvoorbeeld nog met een prijs van aardgas in 2021 van €12,65, terwijl de prijs nu op €90 ligt. Steenkool? €54,06 in plaats van de huidige prijs van €169. Voor CO₂ rekende PBL met €20 voor 2021. De prijs staat nu op €59. En de elektriciteitsprijs staat nu tien keer zo hoog als de raming van PBL.

Hoe navigeer je in deze poel van onzekerheden? ‘Dit jaar laat zien dat dat heel tricky is’, zegt Henri Bontenbal, Tweede Kamerlid van het CDA. ‘Neem de CO₂-prijs. Het maakt nogal uit of je uitgaat van €40 of €100.’

‘De KEV is niet het stuk voor morgenochtend, maar een langetermijnvoorspelling en of klimaatdoelen op de lange termijn worden gehaald’, zegt Ed Nijpels, voorzitter van het overleg voor het Klimaatakkoord. ‘Die doorrekening staat los van de huidige gasprijzen’.

Afhankelijk van wat in buitenland gebeurt

Dat zegt ook Pieter Boot, hoofd van de sector Klimaat en Energie bij PBL. Hij ziet op middellange termijn geen grote invloed van incidenteel sterk schommelende energieprijzen. Wel neemt de onzekerheid op de elektriciteitsmarkt toe. ‘Je moet meer naar de bandbreedte kijken dan naar het absolute cijfer. Dat gaan we in de nieuwe KEV nog meer benadrukken. Dat heeft niet zozeer te maken met recente gasprijzen, maar alles met de internationale elektriciteitsmarkt.

De omvang van de stroomproductie in Nederland is namelijk sterk afhankelijk van wat er in het buitenland gebeurt en van de prijzen voor gas, kolen en CO₂. Een voorbeeld: als het PBL ervan uitgaat dat Nederland volgend jaar relatief veel elektriciteit importeert, is dat gunstig voor de broeikasemissies in Nederland. Maar door een kleine verandering in de prijzen, kan de nationale productie ineens toch een stuk hoger uitvallen. En dan stijgt de uitstoot weer. Ook kunnen vervroegde sluiting van kolencentrales in Duitsland of kerncentrales in België direct effect hebben op Nederland.

Achteruitkijkspiegel

‘We gaan de onzekerheid in de elektriciteitsmarkt een groter gewicht geven in hoe we de resultaten presenteren’, aldus Boot.

Die toenemende onzekerheid vraagt volgens sommigen om een ander model. ‘PBL kijkt toch heel vaak in de achteruitkijkspiegel’, vindt Bontenbal. ‘Dat moet voor het PBL zelf ook mega frustrerend zijn. Eigenlijk zou je iets meer met scenarioachtige studies moeten doen.’

In verwarring

‘Dat denken wij voor de periode tot 2030 dus niet’, zegt Boot. ‘De Klimaatwet zegt dat de overheid wil weten of ze met het vastgesteld en het voorgenomen beleid een beetje op koers zit of niet. Als je daar scenario’s voor zou maken, dan breng je beleidsmakers eigenlijk alleen maar in verwarring. Dan weten ze niet meer waar ze naar moeten kijken.’

De grote complexiteit zit volgens Boot vooral in het effect van de maatregelen die in de ons omringende landen worden genomen. ‘We proberen nu in beeld te brengen waar Nederland met het huidige beleid op uitkomt en hoever dat dan af zit van nieuwe EU-klimaatvoorstellen in het Fit for 55-programma als die er ongewijzigd zouden komen. Dan heb je toch een beetje beeld: is dit nu een groot probleem of klein probleem.’

Langetermijnperspectief ontbreekt

Maar het blijft lastig. ‘De maatregelen in Fit for 55 worden pas mee genomen als die definitief zijn. Tot die tijd kan het dan lijken alsof we achterlopen, terwijl de situatie er in werkelijkheid misschien veel rooskleuriger uitziet’, zegt Silvio Erkens, Tweede Kamerlid van de VVD.

Hij mist vooral ook een langetermijnperspectief. ‘We kijken nu tot 2030, maar wat het beleid daarna oplevert, wordt op veel vlakken niet uitgewerkt. En er zit geen evaluatie in de KEV van de kosten van beleid en welke maatregelen effectief zijn en wat het oplevert.’

https://fd.nl/economie/1416847/turbulente-energiemarkt-maakt-ramingen-van-pbl-lastig-iyj1caROMx45

~

Agressieve lobby belastingadviseurs begint gênante vertoning te worden (Jan van de Streek, Opinie/fd, 25 okt. 21)

Demissionair staatssecretaris Hans Vijlbrief legt de wetscommentaren van fiscaal adviseurs over het Belastingplan 2022 naast zich neer. In hun vragen voert het eigenbelang de boventoon. De beroepsgroep moet nodig reflecteren op hun relevantie voor de samenleving, concludeert hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek.

Maandag debatteert de Tweede Kamer over het Belastingplan 2022. De vragen hierover van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs heeft demissionair staatssecretaris Hans Vijlbrief op zijn bureau laten liggen. Ook laat hij een lange lijst vragen van de belastingadviseurs onbeantwoord over een aanhangig wetsvoorstel dat beoogt een hardnekkig belastinggat in de winstbelasting te dichten. Vijlbrief lijkt hiermee een streep in het zand te hebben getrokken.

Voor degenen die het belastingdebat volgen komt dit niet als een verrassing. De agressieve lobby van de beroepsgroep van belastingadviseurs is al langer het spoor bijster. De adviseurs weten zich duidelijk geen raad met de veranderde maatschappelijke opvattingen over het fenomeen belastingontwijking. Dat fenomeen heeft overigens niet alleen betrekking op de fiscale constructies van multinationals, maar betreft in het algemeen het uitventen van de kleinste technische details van belastingwetten ten faveure van cliënten. Veel belastingadviseurs lijken nog te leven in het verleden waarin een goed vestigingsklimaat gelijk stond aan een fiscaal paradijs. Het kan niet anders dat de demissionair staatssecretaris met zijn actie de beroepsgroep een wake-up call heeft willen geven.

‘Veel belastingadviseurs lijken nog te leven in het verleden waarin een goed vestigingsklimaat gelijk stond aan een fiscaal paradijs’

Decennialang was het gebruikelijk dat veel fracties in de Tweede Kamer de staatssecretaris van Financiën om een reactie vroegen op het commentaar van de belastingadviseurs op fiscale kabinetsplannen. Ik ken geen andere lobbyorganisatie in Den Haag die ongelimiteerd vragen mag stellen over een wetsvoorstel, die vervolgens steevast door de betrokken bewindspersoon worden beantwoord. De laatste jaren bleek het politieke draagvlak voor dit privilege al tanende. Op dit moment wordt alleen nog door de fracties van VVD en CDA standaard om een reactie op het wetscommentaar gevraagd.

Op het eerste gezicht hanteert de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs een evenwichtig toetsingskader voor fiscale wetsvoorstellen. Het kader omvat een breed spectrum aan criteria, waaronder rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en verenigbaarheid met het recht. Maar schijn bedriegt. In de praktijk blijken de gevolgen voor het fiscale vestigingsklimaat in de wetscommentaren de boventoon te voeren. Hierbij draait het niet zelden om de eigen portemonnee. Een gedegen beoordeling van een wetsvoorstel voor het vestigingsklimaat zou overigens een economische analyse vergen, die ik nog nooit in een wetscommentaar van de belastingadviseurs heb aangetroffen.

‘De gevolgen voor het fiscale vestigingsklimaat voeren de boventoon. Hierbij draait het niet zelden om de eigen portemonnee’

De ambtsvoorganger van de huidige demissionaire staatssecretaris, Menno Snel, stak zijn ongemak over de opstelling van de fiscale beroepsgroep niet onder stoelen of banken. Ook hij weigerde al eens op alle vragen in het wetscommentaar antwoord te geven. In 2018 gaf hij aan het wetscommentaar van de belastingadviseurs weliswaar zeer te waarderen, maar geen antwoord te kunnen geven op vragen die ‘grensverkennend’ zijn. Hiermee doelde Snel op vragen waarmee belastingadviseurs de randen van een voorgestelde belastingwet opzoeken, waarna zij in de praktijk eenvoudig belastingontwijkingsconstructies kunnen optuigen. Een actueel voorbeeld van zo’n vraag is hoe het aanhangige wetsvoorstel dat belastinggaten beoogt te dichten specifiek uitpakt voor onzakelijke transacties in concernverband met een vennootschap in Singapore of Hong Kong. Wat heeft de samenleving aan een antwoord op deze vraag?

Overtrokken en misplaatst

Hoe nu verder? Met enige gêne stel ik vast dat in kringen van belastingadviseurs het achterwege blijven van een reactie op het wetscommentaar slecht is gevallen. Edwin Heithuis, hoogleraar, belastingadviseur en lid van de wetscommentaarcommissie, schroomt niet om een parallel te trekken met de toeslagenaffaire, waarbij de informatievoorziening van het kabinet aan de Tweede Kamer tekort heeft geschoten. Ook meent hij in een column op de website TaxLive dat de Tweede Kamer zou zijn ‘geschoffeerd’ door het onbeantwoord laten van vragen van een ‘gerespecteerde beroepsorganisatie’. Het behoeft geen betoog dat dergelijke reacties overtrokken zijn en, wat betreft de parallel met de toeslagenaffaire, ook volstrekt misplaatst. Het dwepen met de toeslagenaffaire is opmerkelijk, de beroepsgroep stond erbij en keek ernaar toen het gebeurde.

Wat mij betreft is het moment aangebroken dat de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs in de spiegel moet kijken en een poging moet doen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Met als doel een manier te vinden waarop wel een zinvolle en maatschappelijk relevante bijdrage kan worden geleverd aan de totstandkoming van belastingwetten.

[Jan van de Streek is hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit Leiden.]

https://fd.nl/opinie/1416821/agressieve-lobby-belastingadviseurs-begint-genante-vertoning-te-worden-hyj1caROMx45

~

Nederlandse brievenbusfirma’s in trek om macht aandeelhouders te beperken (Jeroen Piersma, Juridisch/fd, 25 okt. 21)

Nederland heeft een grote aantrekkingskracht op buitenlandse ondernemingen die de macht in een kleine kring van aandeelhouders willen houden. In de politiek en onder deskundigen klinken kritische geluiden. ‘Wettelijke begrenzing ligt voor de hand.’

In het kort:

  • Nederland is populair bij beursgenoteerde buitenlandse bedrijven die de macht in kleine kring willen houden.
  • Dat doen zij door aandelen met verschillend stemrecht uit te geven.
  • Juristen, politici en andere experts zijn in toenemende mate kritisch op deze praktijk.

Nederlandse brievenbusfirma’s zijn niet alleen aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven om belasting te ontwijken. Ook bedrijven die de macht in een kleine kring van aandeelhouders willen houden, nemen hun toevlucht tot Nederland. Dat gebeurt steeds vaker, en de kritiek op deze praktijken neemt toe.

Nederland biedt ondernemingen meer ruimte dan andere Europese landen om aandelen met verschillend stemrecht uit te geven. Oprichters of familieaandeelhouders kunnen via een aandeel met extra stemrecht een beursgenoteerde onderneming controleren zonder dat zij een meerderheidsbelang hebben.

Dat leidt tot een groeiende groep bedrijven die actief zijn buiten Nederland en aan een buitenlandse beurs genoteerd staan, maar juridisch wel in Nederland zijn gevestigd. Silvio Berlusconi’s mediabedrijf Mediaset is het meest recente voorbeeld. De Nederlandse holding MFE NV introduceert binnenkort een nieuwe aandelenstructuur, die ervoor zorgt dat de macht over Mediaset nog lang in handen van de familie Berlusconi blijft.

Italiaanse toestanden

Lange tijd was de Nederlandse route voor aandelen met verschillend stemrecht vooral populair bij Italiaanse bedrijven. FiatChrysler, CNH Industrial, Ferrari en Campari gingen Mediaset voor. Inmiddels zijn er veel meer buitenlandse bedrijven die zich omgevormd hebben tot een Nederlandse nv met verschillende soorten aandelen.

Een recent voorbeeld is de fabrikant van elektrische vliegtuigen Lilium. Het Duitse bedrijf heeft een notering aan de Nasdaq, maar is juridisch een Nederlandse vennootschap. Lilium beschikt over drie soorten aandelen, allemaal met ander stemrecht. Andere voorbeelden zijn het Roemeense telecombedrijf Digi Communications en de Duitse hotelboekingsite Trivago. Ook Wallbox, een producent van oplaadapparatuur voor elektrische auto’s, hoort in dit rijtje thuis. Het Spaanse bedrijf kreeg eerder deze maand een notering aan de beurs van New York.

In de VS is het gebruik van verschillende klassen aandelen met verschillend stemrecht al langer populair in de technologiesector. De oprichters van grote technologiebedrijven, zoals Mark Zuckerberg van Facebook en Evan Spiegel van Snapchat, bezitten speciale aandelen die hen volledige controle over het bedrijf geven.

Kritiek

In Nederland groeit de kritiek op structuren met verschillende aandelen. In een debat vorig jaar over de wet die de bedenktijd regelt voor beursgenoteerde ondernemingen, was D66-kamerlid Jan Paternotte kritisch over de rol van Nederland als ‘beschermingsparadijs’. Hij verwees daarbij naar Duitse en Italiaanse bedrijven die alleen om die reden in Nederland zitten. Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming was niet onder de indruk van die kritiek. ‘Je kunt ook zeggen: landen kunnen zich daarin onderscheiden. En zo kan Nederland ook een aantrekkelijk investeringsland zijn.’

‘Een discussie over een zekere wettelijke begrenzing ligt wel voor de hand’ ~ Martin van Olffen, voorzitter expertisegroep over nv-recht

Een expertgroep die de regering eerder dit jaar adviseerde over modernisering van het nv-recht kon het onderling niet eens worden over de kwestie van de loyaliteitsaandelen, maar adviseerde wel nadere studie naar een wettelijke regeling. Voorzitter van de expertisegroep en hoogleraar ondernemingsrecht Martin van Olffen constateert dat er ‘een risico zit aan onbegrensde mogelijkheden rondom loyaliteitsaandelen in Nederland. Een discussie over een zekere wettelijke begrenzing ligt wel voor de hand.’

‘One share, one vote’

Eumedion, de belangenbehartiger van institutionele beleggers, is geen liefhebber van verschillende soorten aandelen met verschillend stemrecht, zegt directeur Rients Abma. ‘Wij prediken de simpelheid van one share, one vote. Je wilt bovendien goede checks-and-balances, en niet de kunstmatige controle van een grootaandeelhouder.’

Hij wijst erop dat ook Frankrijk en Italië ondernemingen toestaan verschil te maken tussen aandeelhouders, maar dubbel stemrecht is daar het maximum. ‘In Nederland is dat niet gemaximeerd. Bij Campari kunnen aandeelhouders die langer bij de onderneming blijven wel twintig keer zo veel stemrecht krijgen.’

‘Er zijn te veel mogelijkheden voor oprichters om tot in lengte van jaren een bijzondere positie te behouden binnen de onderneming’ ~ Gerben Everts, directeur VEB

Ook de vereniging van particuliere beleggers VEB is voor wettelijk inperking van de mogelijkheden. ‘Het ondernemingsrecht is te flexibel in Nederland’, zegt VEB-directeur Gerben Everts. ‘Er zijn te veel mogelijkheden voor oprichters om tot in lengte van jaren een bijzondere positie te behouden binnen de onderneming.’

Everts wijst erop dat veel bedrijven die naar de beurs gaan hun beleggers gewoon een stem geven. ‘Zo’n constructie met verschillende aandelen geeft niet echt blijk van vertrouwen in eigen kracht. De VEB wantrouwt dit soort bedrijven dan ook.’

https://fd.nl/bedrijfsleven/1416718/nederland-brievenbusfirma-s-in-trek-om-macht-aandeelhouders-te-beperken-hyj1caROMx45

~

Hoogleraar laakt invloed adviseurs op fiscale wetgeving (Laurens Berentsen, Fiscaal/fd, 24 okt. 21)

Hoeveel aandacht moet de staatssecretaris van Financiën besteden aan de commentaren van belastingadviseurs op zijn fiscale wetsvoorstellen? De meningen daarover lopen sterk uiteen.

In het kort:

  • Het is gebruik dat Financiën alle vragen van organisaties van adviseurs beantwoordt
  • Voormalig staatssecretaris Menno Snel week daarvan af wegens ‘fiscale grensverkenning’
  • Hoogleraar Jan van de Streek vindt dat adviseurs zich te veel laten leiden door eigenbelang

In de ogen van de VVD en CDA begint de Tweede Kamer maandag gemankeerd aan de behandeling van het belastingpakket voor 2022, omdat demissionair staatssecretaris Hans Vijlbrief niet alle vragen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en het Register Belastingadviseurs (RB) heeft beantwoord. Hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek daarentegen, stelt in een opiniebijdrage in het FD dat bewindslieden op Financiën de inbreng van beide beroepsorganisaties vaker zouden moeten negeren. Volgens hem laten de adviseurs zich vooral leiden door hun eigen belang en dat van hun klanten.

De NOB en het RB spelen bij de vaak complexe belastingwetgeving een prominentere rol dan vergelijkbare organisaties op andere terreinen. Het is gebruikelijk dat Financiën integraal op hun wetscommentaren reageert.

Fiscaal vestigingsbelang

Vijlbrief week al eens eerder van deze gedragslijn af, namelijk bij het wetsvoorstel excessief lenen, dat een grens stelt aan het bedrag dat directeuren-grootaandeelhouders van hun eigen bv kunnen lenen. Hij werd teruggefloten door VVD en CDA. En ook deze keer belooft de staatssecretaris na interventie van beide fracties alsnog alle vragen van de adviseurs te beantwoorden.

Van de Streek noemt het in zijn opinieartikel geen verrassing dat de staatssecretaris met name de lange lijst met vragen van de NOB liever onbeantwoord had gelaten. Hij stelt dat de beroepsgroep zich geen raad weet met de veranderde maatschappelijke opvattingen over belastingontwijking en dat in haar commentaren het fiscaal vestigingsklimaat de boventoon voert, daarbij inbegrepen het financiële belang van de adviespraktijk zelf.

Specifiek vragen

De voorganger van Vijlbrief, D66-partijgenoot Menno Snel, weigerde ook al eens alle vragen van de NOB en het RB te beantwoorden, omdat die volgens hem zo specifiek waren dat ze aan een casus konden worden gekoppeld. Snel sprak destijds van ‘fiscale grensverkenning’: adviseurs willen weten hoe de staatssecretaris ergens over denkt zodat zij dat in hun werk kunnen gebruiken. Volgens Snel was dat in concrete gevallene echter aan de belastinginspecteur en niet aan hem.

Robert van der Jagt, voorzitter van de commissie Wetscommentaren van de NOB en partner bij KPMG Meijburg & Co, zegt zich niet in de kritiek te herkennen: ‘Eigenbelang speelt totaal niet mee in onze commentaren. We letten er heel scherp op dat er geen vragen over individuele casussen worden gesteld.’

Wetsgeschiedenis

Als voorbeeld van onpartijdig commentaar noemt Van der Jagt de waarschuwing vorig jaar dat er een gat zat in de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Hierdoor dreigde Nederlands belastinggeld naar het buitenland weg te lekken. Volgens hem is het slecht voor de kwaliteit van de wetgeving als de staatssecretaris slechts een klein deel van de vragen beantwoord. ‘Sla dan die paar vragen over waarmee moeite bestaat, maar beantwoordt wel de rest.’

VVD en CDA hebben deze keer om integrale beantwoording gevraagd naar aanleiding van een column van Edwin Heithuis. lid van de NOB-commissie wetscommentaren, hoogleraar fiscale economie en wetenschappelijk adviseur van BDO Belastingadviseurs. Heithuis schreef op de site TaxLine dat de organisaties met hun vragen proberen ‘bij te dragen aan het creëren van wetsgeschiedenis, waarop later bij de toepassing van de wetgeving in de praktijk en door de rechter kan worden teruggevallen’.

Ons kent ons

PvdA-Tweede Kamerlid en belastingwoordvoerder Henk Nijboer zegt zijn VVD- en CDA-collega’s te steunen, omdat het een grondrecht van de Kamer dat bewindspersonen op alle vragen reageren. Tegelijkertijd laakt hij de voorrangspositie van NOB en RB. ‘Je moet je als Kamerlid niet door zulke ons-kent-ons-analyses laten leiden maar zelf nadenken’, aldus Nijboer.

https://fd.nl/politiek/1416915/hoogleraar-laakt-invloed-adviseurs-op-fiscale-wetgeving-hyj1caROMx45

~

De wraak van de oude economie? (Jeroen Groot, Marktbewegingen/fd, 25-10-21)

Jeffrey Currie is zeker van zijn zaak. Begin dit jaar al kondigde het hoofd grondstoffenresearch bij zakenbank Goldman Sachs een nieuwe supercyclus aan voor grondstoffen. Nu de prijzen voor veel grondstoffen dit jaar de pan uitrijzen en er sprake is van een heuse energiecrisis claimt hij zijn gelijk, in een opiniestuk voor de Britse krant Financial Times.

Niet de coronacrisis, maar een jarenlange periode van te weinig investeren in de ‘oude economie’ is de echte oorzaak van de stijgende prijzen. Volgens de grondstoffenanalist, met 25 dienstjaren een oude rot in het vak, is het geld van beleggers al sinds de financiële crisis naar hippe techbedrijven zoals Facebook gestroomd, en niet naar de oude, letterlijk fossiele bedrijfstakken. Olie en gasbedrijven bijvoorbeeld, maar ook de grote mijnbouwers die grondstoffen voor metalen naar boven halen.

Wraak

En die grondstoffen hebben we wel nog steeds nodig. De wraak van de oude economie, noemt Currie dat.

Nu kan inderdaad de vlag uit bij de beleggers in grondstoffen. De prijzen van fossiele brandstoffen vliegen door het dak, kijk alleen maar naar de gasprijs en de olieprijs. Oliemaatschappij Shell is deze maand met afstand de grootste stijger in de AEX. Nieuwe olievelden aanboren en nieuwe mijnen voor metalen aanleggen kost tijd, en dus het duurt wel even voordat het aanbod toeneemt. Zie daar de supercyclus van Currie, waarbij het aanbod langdurig achterblijft op de vraag.

Shell

Maar niet iedereen lijkt zo zelfverzekerd. De koersen van de grote oliemaatschappijen zijn snel opgeveerd na het dieptepunt van de coronacrisis, maar nog niet zo hard als de olieprijs. Een aandeel Shell kostte voor corona bijna €27, nu rond de €21. En bij de grote mijnbouwbedrijven, denk bijvoorbeeld aan Rio Tinto of BHP, is het beeld ook genuanceerd. De index voor deze bedrijven van indexbouwer MSCI schoot eerder dit jaar omhoog maar is inmiddels weer bijna terug op de stand van het begin van het jaar. Een ton ijzererts is goedkoper dan aan het begin van het jaar. Vergeleken met de piek van dit voorjaar is de prijs van deze grondstof zelfs gehalveerd.

Beleggers hebben genoeg redenen om voorzichtig te zijn: de economie van de grootste grondstoffenslurper ter wereld, China, koelt af. Corona lijkt voor nu onder controle, maar lang niet iedereen op de wereld is gevaccineerd en er kunnen weer nieuwe varianten of zelfs een nieuw virus opduiken. Dat kan de vraag naar grondstoffen opnieuw drukken. Wraak is een gerecht wat bij voorkeur koud wordt opgediend, zo luidt het spreekwoord. De komende maanden gaan we zien of de creatie van Currie voldoende is afgekoeld.

https://fd.nl/financiele-markten/1416849/de-wraak-van-de-oude-economie-hyj1caROMx45

Advertisement