Tags

Stelling: Op basis van onderstaande uitleg over wat juridisch ‘aannemelijke’ of ‘wetenschappelijk bewezen en dus geverifieerde standpunten en daarmee feiten zijn, kan de Tweede Kamer het initiatief nemen om per motie voor te stellen dat dergelijke als onaannemelijk beoordeelde uitspraken voortaan niet meer in de Kamer mogen worden uitgesproken. Dat is de enige manier om in de Kamer paal en perk te stellen tegenover de storm van ‘onaannemelijke’ uitspraken die onze Tweede Kamer teistert. Wilders wordt in dat geval verboden om uitspraken over de islam te doen die door de rechter onaannemelijk zijn verklaard en alle onzin over de klimaatveranderingen mogen dan ook geblokkeerd worden. Op die manier alléén kan paal en perk aan dergelijke uitlatingen worden gesteld. Dat scheelt veel onnodige verloren debattijd. En ten overvloede, dat heeft niets met beperking van de vrijheid van meningsuiting, maar alleen met het beheersbaar houden van het debat waarin tot heden teveel ruimte aan onbewezen suggesties werden gedaan. Hierbij dus een oproep aan rechters om op deze nu ingeslagen weg van de auteur Jos Vink een voorbeeld te nemen!  

Wijs niet naar de persoon van de rechter als het vonnis je niet bevalt. Dit soort feitenvrije kritiek is schadelijk voor de rechtspraak (Jos Vink, Opinie & Debat/de Volkskrant, 14-9-21)

Poster dierenrecht

Ook in Nederland wordt ten onrechte gesuggereerd dat persoonlijke opvattingen van rechters een rol spelen in hun uitspraken. Dat is een gevaarlijke tendens.

Onlangs deed de rechtbank Amsterdam uitspraak in een door Stichting Agractie Nederland aangespannen kort geding tegen Stichting Dierenrecht. Agractie vond een door Dierenrecht in zeven grote steden opgehangen poster met een vermelding die lijkt op een pakje tabak onrechtmatig, met name vanwege de tekst op de poster: ‘Zuivel veroorzaakt ernstig dierenleed. Kalfjes worden direct na de geboorte weggehaald bij hun moeder.’ Agractie kreeg gelijk van de rechtbank en Dierenrecht moest onder meer de poster verwijderen.

*Waar rechterlijke uitspraken in het verleden veel te weinig aandacht in de persorganen kreeg, dat leidde tot wildgroei van speculatie in de vorm van complottheorieën, kan deze hinderlijke ontwikkeling voor de bewaking van sociologisch en retorische zuiverheid van debatvoering weer hersteld worden.

Niet alleen (onbekende) dierenliefhebbers, maar ook bekende(re) Nederlanders hadden wel een idee hoe het vonnis tot stand was gekomen. De rechter hield zelf veel van kaas, of was geïndoctrineerd geraakt door decennialange reclamecampagnes van de zuivelindustrie.

Dit soort feitenvrije opmerkingen over de rechter moet krachtig worden afgewezen, met name als deze opmerkingen door individuen worden gemaakt die (via sociale media) een groot publiek bereiken. Deskundig of niet: hun bekendheid of positie maakt dat ze veelal en door velen op hun woord worden geloofd, en in dit geval onterecht. Een rechter oordeelt niet op basis van persoonlijke overtuigingen, maar op basis van de vastgestelde feiten en het toepasselijke recht.

In de media is de afgelopen jaren regelmatig met bezorgdheid gewezen op de pogingen van de Poolse machthebbers om de rechtspraak in hun land met wettelijke maatregelen onder hun controle te stellen. Zo schetste Dariusz Mazur, strafrechter in Krakau, vorig jaar in Het Parool hoe de regering de bevolking warm maakte voor die wetgeving: ‘In 2017 begon een grote billboardcampagne, gefinancierd door een stichting die geld krijgt van staatsbedrijven. Rechters worden beschuldigd van corruptie, van communisme, van landverraad. Of we worden weggezet als geestesziek.’

Zo’n lastercampagne slaat alleen maar aan als dergelijke sentimenten al eerder binnen een maatschappij zijn aangewakkerd. Dat hoeft niet eens door kwaadwillenden te zijn gedaan. Als maar genoeg invloedrijke individuen dit soort feitenvrije opmerkingen rondstrooien, zal – ongeacht hun intentie – op enig moment in de maatschappij het idee postvatten dat het wel waar zal zijn.

Met het afwijzen van deze opmerkingen moet daarom niet worden gewacht totdat het te laat is; dat moet direct gebeuren. Elke brand kan immers met één emmer water worden geblust, als je er maar op tijd bij bent.

Ik zal de laatste zijn die zegt dat een rechterlijke uitspraak zelf niet mag worden bekritiseerd. Er zullen altijd zaken blijven waar de rechter maatschappelijk gezien impopulair oordeelt. Voor een deel heeft dat te maken met dat de feiten van de zaak en het toepasselijke recht tot een andere uitkomst leiden dan dat het gevoel ingeeft. En soms is er ook niet een juist beeld bij wat de rechter in een concrete zaak wel of niet kan.

Ook blinken rechterlijke uitspraken lang niet altijd uit in duidelijkheid. Rechters doen er daarom goed aan hun uitspraken in begrijpelijke taal op te schrijven, iets waar mijn collega-rechter Joyce Lie (op Twitter te vinden onder de naam @JudgeJoyce_) al jarenlang terecht aandacht voor vraagt. Als de rechter de lezer meeneemt in haar of zijn denkproces, kan die de uitkomst beter volgen.

Maar ook als die goede uitleg wél wordt gegeven, zal niet iedereen het met de uitspraak eens zijn, en dat moet ook gezegd kunnen worden. Maar dat geldt niet voor feitenvrije opmerkingen over de persoon van de rechter, zoals na de uitspraak over de poster.

Hoe is de rechtbank in Agractie vs. Dierenrecht dan wél tot haar uitspraak gekomen? Om te beoordelen of er sprake is van onrechtmatigheid ging het er volgens de rechtbank onder meer om of de uitlating van Dierenrecht feitelijk juist is. Het was aan Dierenrecht om dat aannemelijk te maken. De rechtbank oordeelde: ‘(…) dat sprake is van ernstig leed, zoals Stichting Dierenrecht in de uitlating stelt, is echter niet aannemelijk tegenover wat door Stichting Agractie naar voren is gebracht.’

De rechtbank zei dus níét dat wat op de poster staat niet klopt. Dierenrecht kan hartstikke gelijk hebben, maar heeft de gedane uitlatingen volgens de rechtbank niet met (voldoende) bewijs aannemelijk kunnen maken. In de film A Few Good Men uit 1992 vat strafpleiter Daniel Kaffee (gespeeld door acteur Tom Cruise) dat cruciale verschil bondig samen: ‘It doesn’t matter what I believe. It only matters what I can prove.’

Jos Vink is rechter in de rechtbank Oost-Brabant. Ook twittert hij over de rechtspraak (@rechterjos).

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1359/articles/1445224/28/1