Tags

(Column Sander Schimmelpenninck, Opinie & Debat/de Volkskrant, 13-9-21)

De afgelopen weken werd ik weer eens aangevallen op mijn achternaam, een zich voortdurend herhalende folklore. Eerst schoof iemand mij de Roetkapaffaire (uit 1965) in de schoenen, in het kader van de corporale ontgroeningen. Omdat ik toevallig van adel ben, net als de jonkheer die destijds iemand vermoordde. Een ander sloeg in een zoektocht naar een goede stok aan het googelen met de zoektermen ‘Schimmelpenninck’ en ‘slavernij’, en vond uiteindelijk wat onzin van extreemrechtse trollen waarmee mij een slavernijverleden aangewreven kon worden.

Omdat laster helaas sneller reist dan de waarheid, kreeg ik een dag na bovengenoemde bagger op Twitter een appje van de redactie van het NTR-programma Verborgen Verleden. Of ik mee wilde werken aan hun programma. Dat programma gaat op zoek naar onbekende verhalen over voorvaderen, vanzelfsprekend van BN’ers, want alleen die zijn interessant in Nederland. Dat er al tientallen boeken en documentaires bestaan over mijn familie, zo’n beetje de minst ‘verborgen’ van Nederland, wist de redactie niet. Maar ja, weet zo’n redactie veel; die weten meer van Twitterrelletjes dan van de vaderlandse geschiedenis.

Al eerder concludeerde ik op deze plek dat het blijkbaar onontkoombaar is dat de ongelijkheid in vredestijd toeneemt. Een bijkomend fenomeen daarbij is een hernieuwde interesse in voorouders. Dat is ergens begrijpelijk; omdat we in een tijd leven waar het weer belangrijk is waar je wieg staat, vinden sommige mensen het blijkbaar geoorloofd om individuen weer te beperken tot en af te rekenen op hun achternaam.

De obsessie met voorvaderen hangt onmiskenbaar samen met de opkomst van de destructieve identiteitspolitiek, de grote verbindende factor tussen radicaal-rechts en radicaal-links, twee groepen die elkaar niet alleen vinden in zelfmedelijden, langetenenpavlovs en slachtofferschap, maar zich ook steeds vaker verliezen in illiberale denkpatronen. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat juist deze groepen mij voortdurend aanvallen op mijn niet-zelfgekozen achternaam.

Radicaal-links noemt zich woke, radicaal-rechts noemt zich wakker, maar beide hebben vooral zitten slapen tijdens de geschiedenisles. De Verlichting is volkomen aan hen voorbijgegaan en met hun identiteitsdenken zitten ze op het denkniveau van een holbewoner – hunnie en hullie. Iemand die zichzelf en anderen reduceert tot zijn huidskleur, geslacht, geaardheid of welke particuliere eigenschap dan ook, is niet progressief, maar primitief. Dan blijft een stok het enige waarmee je kan slaan.

Dat betekent overigens niet dat een gesprek over privilege niet gerechtvaardigd is. Daarbij mogen elites en andere groepen met privileges zeker aangesproken worden, te meer we in een tijd leven waarin de ongelijkheid begint te schuren. Sterker nog, privileges en overerfbare voorsprongen staan centraal in de zesdelig televisieserie die ik deze zomer voor de VPRO heb gemaakt, en die vanaf januari op de buis te zien zal zijn.

Maar het diskwalificeren of veroordelen van individuen op basis van hun achternaam, zonder enige relevante kennis over zijn of haar geschiedenis bovendien, is en blijft oversneden achterlijkheid. Cherrypicken uit iemands stamboom is altijd een zwaktebod. Je mag van een bepaalde groep of een volk best een transgenerationele verantwoordelijkheid verwachten, zoals in het geval van de slavernij of de Tweede Wereldoorlog. Maar je mag nooit een individu afrekenen op de daden van zijn voorvaderen of ouders. Wie die grens over gaat, verdient niets dan hoon.

Dat we in een tijd leven waarin het weer belangrijk is wie je ouders zijn, is een groot drama. Maar wie daar net als ik een probleem mee heeft, zou zich moeten bezighouden met het bevechten van de fouten en oneerlijkheid in ons systeem, in plaats van zijn tijd te verkwisten met het uitpluizen van stambomen.

*Eens met dit betoog – met uitzondering van de provocerende uitlatingen als ‘oversneden achterlijkheid’, omdat ‘slachtofferschap’ een vlucht is in de eigen vage oneindigheid om daarmee eigen traumatische opvoedingsgeschiedenissen uit dit leven. Maar dat de ídentiteitspolitiek ook begrijpelijk en daarmee te rechtvaardigen is vanwege de eenzijdigheid van het extreemrechtse spectrum van ons bestel, dat wordt over het hoofd gezien. Er bestaat in dit opzicht een perfect evenwicht of balans van twee maatschappelijke vleugels, die elkaar dus ook nodig hebben om tot dit besef en inzicht te komen. Ook daarin schuilt een evolutionaire ontwikkeling aangezien er erg veel mis is met ons denken over rechtvaardigheid. En dat is duidelijk bij Bij1 van Sylvana Simons te merken. Zij vertegenwoordigt op een moderne manier de CPN/GL-manier van denken, terwijl GL zelf worstelt met zichzelf. Stamboomonderzoek heeft alleen maar zin om te onderzoeken waar je het zelf oneens bent de voorgaande generaties maar niet als politiek maar een persoonlijke psychotherapeutisch item. Kortom, de journalistiek die daarmee nu zelf bezig is (om te bashen) hebben ook een eigen – sluimerend – trauma die ze onbewust aan het onderzoeken en hopelijk aan verwerken zijn.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1358/articles/1444510/2/2