Tags

Een boer wil niet achter de geraniums (Irene van Staveren, Opinie/Trouw, 7-9-21)

Veel boeren hebben geen opvolger. Anderen lopen tegen de grenzen aan van de toegestane uitstoot voor hun bedrijf. Het ligt dan voor de hand om te denken dat ze zich dan wel door de overheid willen laten uitkopen.

De rijksoverheid probeert nu al een paar jaar boeren zo ver te krijgen dat ze hun bedrijf opgeven, vooral als ze vlak bij een natuurgebied zitten. Want daar is de stikstofuitstoot van veeteelt het schadelijkst. Toch ligt het ingewikkelder. En dat ligt, denk ik, zelden aan onwil van de boer. Het draait om waarde en verwaarden van wat er nog van de boerderij overblijft als de schuren gesloopt zijn.

Wat is het probleem? Er ligt te veel focus op de marktprijs en de korte termijn bij de nationale en lokale overheid. Terwijl boeren niet denken in weken of maanden, ze denken in jaren.

Een goede veestapel van melkkoeien bouw je langzaam op, via aankoop, eigen kalveren, selectie van de meest geschikte stier per koe en de keuze van welke kalveren je wil houden. Dezelfde lange-termijnblik betreft de grond zelf. Ploegen, zaaien, bemesten, maaien, wisselteelt – allemaal keuzes voor grondverbetering met een blik op de toekomst.

De boer, die jarenlang heeft geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering en daar zeven dagen per week hard voor heeft gewerkt, laat zich niet afschepen met een bod dat onder de taxatiewaarde van de boerderij ligt. Terwijl de overheid simpelweg vierkante meters grond ziet, niks meer en niets minder.

Ik stel voor dat de overheid genereuzer omgaat met de prijs van de grond bij het uitkopen van boeren. Het kost wat, maar daarmee wordt ook gewaardeerd dat het agrarische vak meer is dan een simpele exploitatie van vierkante meters. Bovendien zitten veel boeren al generaties op hun boerderij – een historische band waar natuurlijk ook emoties aan verknoopt zijn.

*Er is een compleet verziekt klimaat ontstaan die nauwelijks te repareren is, maar met wetenschappelijke ondersteuning moet dat wel kunnen lukken.

En het gaat dieper. Een boerderij is namelijk niet alleen bedrijf maar ook woonhuis. Of twee, want op het platteland komt het nogal eens voor dat er twee generaties op het erf wonen. Uitkoop betekent soms ook vertrek uit het huis omdat niet alleen de stallen maar de hele boerderij plaats moeten maken voor natuur. Gelukkig mag vaak het gezin er blijven wonen met nog een stuk grond erbij.

Maar tot mijn verbazing blijkt het uitkoopverhaal te stoppen bij de overdracht. Alsof boeren daarna met de centjes op de bank achter de geraniums willen gaan zitten. Nee, natuurlijk willen veel boeren, zeker onder de pensioenleeftijd, nog iets doen. Ondernemen!

Dan blijken er nogal wat bureaucratische muren te zijn. Want wat mag dan nog wel? Een boerderijcamping? Bed and breakfast? Zorgboerderij? Kinderopvang? Er hebben zich al heel wat boeren, en boerinnen natuurlijk, de neus gestoten. Want wat zij wilden bleek niet te mogen van de gemeente. En dan is er dus weer mot met de overheid.

Dat kan voorkomen worden. Daarom stel ik voor dat het uitkooptraject ook begeleiding bij het opstarten van een nieuwe activiteit behelst. Het zou me niet verbazen als dat, naast een betere prijs, meer boeren over de streep zou trekken om voor uitkoop te kiezen. En dat is in ieders belang.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1348/articles/1440986/19/2