Tags

Heldere regels nodig voor switch politici (Commentaar/Trouw, 2-9-21)

De overstap van demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen (VVD) naar de lobbyclub Energie-Nederland heeft van links tot rechts terecht ergernis gewekt. De ergernis gaat niet over het plotselinge vertrek uit dit nobele ambt. Het is Van Nieuwenhuizen van harte gegund om na ruim zeven maanden wachten op een nieuw kabinet voor zichzelf te kiezen.

Bovendien wordt sinds de versobering van de wachtgeldregeling voor politieke ambtsdragers ook van hen verwacht dat ze na afloop solliciteren en snel een nieuwe baan vinden. Dat Van Nieuwenhuizen zich al tijdens de demissionaire periode beschikbaar stelde voor een functie buiten de politiek is daarom te begrijpen, ook al lijkt het demissionaire kabinet van Rutte inmiddels op een duiventil.

Wat niet goed valt te begrijpen, is de keuze om voorzitter te worden van deze lobbyclub. Het past niet bij het lobbyverbod dat het kabinet-Rutte II in 2017 invoerde, juist om dit soort belangenverstrengeling te vermijden. Maar met oud-staatssecretaris van financiën Menno Snel, die na zijn vertrek in 2019 bestuurder werd van het pensioenfonds ABP, werd een precedent geschapen. Het fonds heeft veel met zijn oude departement te maken.

Het lobbyverbod betekent dat een bewindspersoon wordt geacht twee jaar niet op het oude departement te lobbyen. Dit verbod is niet hard; het wordt ex-bewindslieden niet expliciet verboden. Wel is er een gedragscode afgesproken, waarin dit onwenselijk wordt genoemd. Ambtenaren van het betrokken departement mogen twee jaar lang niet hun oud-bewindspersoon in de functie van lobbyist spreken.

*De les is wederom dat niets ‘niet expliciet verboden’ kan blijven. Er wordt per definitie misbruik gemaakt van dergelijke mazen in de wet. Zo zit een politicus qua eigen DNA nu eenmaal in elkaar en daarom schieten we met de ‘laat maar zitten’-mentaliteit in onze eigen voeten. Zelfs VVD-trutten doen alsof ze op een eiland leven.

Van Nieuwenhuizen zelf ziet geen belangenconflict in haar nieuwe functie, omdat de energie-portefeuille valt onder het ministerie van economische zaken. Maar uit informatie van de Rijksoverheid blijkt dat haar eigen departement wel degelijk ‘duurzame energie’ in portefeuille heeft.

*Ze werd ook onvoldoende ‘doorgevraagd’ door de interviewende journalisten, die bijna per definitie ‘ongeprepareerd’ waren op echt lastige vragen te stellen.

Het knelt ook omdat Nederland midden in de grote energietransitie zit. Het kabinet-Rutte III stelde in 2017 de Klimaattafels in om een Klimaatakkoord te realiseren. Een van deze tafels ging over mobiliteit, waarvoor het ministerie van infrastructuur verantwoordelijk was. De energielobby zat bij deze klimaattafel aan tafel. De bewering dat Van Nieuwenhuizen ‘niets’ met energie te maken had is in dit perspectief ongeloofwaardig. Ze kent de politiek gevoelige discussies in detail, juist omdat het zo vaak in het kabinet is besproken.

Dat vanuit het kabinet schijnbaar makkelijk wordt overgestapt naar een functie bij een lobbyclub, geeft te denken. Dat zegt iets over de mentaliteit en het heersende normbesef in het openbare ambt. Het is de hoogste tijd dat de regels op dit punt glashelder worden gemaakt.

*Ook hier laat Rutte-3 een chaos achter.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1344/articles/1438170/24/2