Tags

CO2-heffing aan EU-buitengrens verplaatst armoede (Sandra Phlippen, Opinie/fd, 6 aug. 21)

CO2-heffing aan de buitengrens van de Europese Unie lost de afruil tussen warmer en armer binnen de Unie op. Maar armere landen buiten Europa zullen daarvoor de prijs betalen, schrijft hoofdeconoom Sandra Phlippen van ABN Amro.

Koolstoflekkage was jarenlang het hoofdargument tegen een eigen klimaatbeleid, in Nederland en in de Europese Unie. Het treedt op wanneer productie verschuift van de eigen regio naar daarbuiten, waar minder regels gelden. Of doordat handelsactiviteiten verschuiven naar bedrijven die niet voor CO2-uitstoot betalen en daardoor goedkoper zijn.

In de Haagse wandelgangen heeft het argument postgevat in het uitdrukking ‘warmer én armer’. Warmer en armer staat voor beleid waarbij je klimaatverandering in je eentje tegengaat. Dat is zinloos en schadelijk, was lang het oordeel in Den Haag, want je hebt heel beperkt invloed op de wereldwijde CO2-uitstoot en je beschadigt je eigen industrie en banen.

Europese producenten kregen daarom jarenlang gratis emissierechten voor een deel van hun uitstoot, om te voorkomen dat zij door het Europese emissiehandelssysteem (ETS) concurrentienadeel zouden ondervinden ten opzichte van producenten zonder dergelijk beleid. Om koolstoflekkage te voorkomen dus.

Warmer of armer

Maar inmiddels komen talloze onderzoeken tot de conclusie dat ‘warmer en armer’ vooral een afruil vormt. Je kunt succesvol Europees klimaatbeleid voeren maar daar worden we wel armer van. Gemiddeld wordt 15% van de door ETS in Europa bespaarde uitstoot in andere landen extra uitgestoten. 15% wordt dus verplaatst en niet voorkomen. Belangrijker: 85% van de bespaarde CO2-uitstoot is werkelijke wereldwijde reductie. Misschien wel armer, maar dus niet warmer!

Andersom geldt de afruil evenzeer: om te proberen om binnen Europa armer te voorkomen, zijn er gratis emissierechten. De Europese Commissie becijferde voor een groep sectoren, waaronder ijzer, staal en cement, dat de gratis emissierechten productieverlies wisten terug te brengen van 4% procent tot 0,5%. Dat is mooi nieuws voor het voorkomen van ‘armer’, maar weer slecht nieuws voor het klimaat. Want productie is uitstoot en dus is het voorkomen van armer weer ten koste van het voorkomen van warmer gegaan.

  • ‘Europese consumenten zullen voor veel importproducten een hogere prijs moeten gaan betalen’

Het lijkt erop dat Eurocommissaris Frans Timmermans met zijn voorstel voor een CO2-heffing aan de EU-buitengrens een uitweg uit deze ‘warmer–armer’-afruil heeft gevonden. Het totale beleidspakket zou een forse bijdrage leveren aan het voorkomen van ‘warmer’. Maar het bijzondere is dat de grensbelasting wonderen lijkt te kunnen verrichten op het voorkomen van ‘armer’.

Speelveld

Maar dat lijkt maar zo. Want het plan van Timmermans is problematisch in het voorkomen van ‘armer’. De Europese producenten (en daarmee de Europese werkenden) hebben de slag gewonnen. De gratis rechten voor bedrijven worden uitgefaseerd, terwijl een grenstarief wordt geïntroduceerd. Voor Europese producenten betekent dit dat hun kostprijs fors omhooggaat, zonder dat zij het afleggen tegen niet-Europese concurrenten. Deze concurrenten zien eenzelfde kostprijsstijging tegemoet voor hun export naar Europa. Ziedaar het zo bevochten gelijke speelveld.

In plaats van het verlagen van de kostprijs voor Europese producenten door gratis rechten, wordt nu gekozen voor het verhogen van de kostprijs voor importeurs naar Europa. Europese consumenten zullen deze hogere prijs betalen tenzij ze switchen naar alternatieve producten. Als dit niet lukt zullen vooral de consumenten met lagere inkomens in Europa de lasten dragen, omdat een relatief groot deel van hun consumptie fossiel is.

Als de hogere kostprijs niet kan worden doorberekend naar de consument, dan zullen vooral de importerende bedrijven het zwaar krijgen. Dat komt door de 2 mitsen die op de grensbelasting van toepassing zijn. De eerste is de prijs van het grenstarief. Producenten van buiten de EU moeten certificaten kopen voor hun import. De prijs van die certificaten is gelijk aan de ETS-prijs voor Europese producenten maar daar mag de CO2-prijs die in het eigen land van productie geldt, vanaf worden getrokken. In landen als Finland, Zweden, en Zwitserland ligt de CO2-prijs al hoger dan de ETS-prijs. Voor vooral de minder ontwikkelde landen zal de grensbelasting hoog zijn.

Daar komt een tweede mits bovenop: de hoeveelheid certificaten die een importeur moet kopen wordt bepaald door een aanname over hoeveel uitstoot er in het productieproces van een product vrijkomt. In werkelijkheid verschillen bedrijven wereldwijd in hun productieproces, ook als ze hetzelfde product maken. Als een bedrijf meent dat het minder uitstoot dan ‘de aanname’, dan moet het bedrijf dat zelf bewijzen. Dat bewijzen van een schoner productieproces zal uitgroeien tot booming business. Grotere bedrijven in rijkere landen zullen zich hier razendsnel in bekwamen.

Om te voorkomen dat de klimaatbijdrage in Europa via de grensbelasting toch tot klimaatarmoede gaat leiden, zullen beleidsmakers zich moeten voorbereiden op ten minste twee ingrepen: de eerste is het beschermen van de consument met een lager inkomen. Deze consument besteedt een groter deel van zijn inkomen aan zaken die duurder worden, zoals wonen, autorijden en vlees eten.

Beschikbaar en betaalbaar

Meer zorgen maak ik mij om het vermogen van bedrijven uit armere landen om de Europese markt te blijven bedienen. Als deze bedrijven afketsen, dan remt dat hun aandeel in de wereldhandel en daarmee hun vermogen om zich aan te sluiten bij de welvaartsgroei van de rijke landen. Het minste wat Europa daaraan kan doen is te zorgen dat de technologie voor emissiereductie razendsnel beschikbaar komt voor andere landen en dat kennis van goede effectmeting van CO2-reductie voor bedrijven snel betaalbaar wordt.

[Sandra Phlippen is hoofdeconoom bij ABN Amro]

https://fd.nl/opinie/1407280/co2-heffing-aan-eu-buitengrens-verplaatst-armoede-jfh1caRzkFzf