Tags

Kan versnipperde huisartsenzorg niet slimmer? Initiatieven genoeg (Liza van Lonkhuyzen, Katern Economie/nrc.nl, 24 juli 2021)

Gezondheidszorg Er is een fors tekort aan huisartsen en assistenten. Zorgverzekeraars subsidiëren daarom talrijke (digitale) innovaties. „Huisartsenzorg is breed en ingewikkeld en dus verrekte lastig te digitaliseren.”

Allerlei start-ups hopen de huisartsenzorg te hervormen. Nederland kent vijfduizend huisartsenpraktijken.

Wie de huisartsenpraktijk Westerdokters in Amsterdam belt, krijgt geen doktersassistent aan de telefoon. Hier neemt de huisarts zelf op. De praktijk van Vladan Ilic heeft doktersassistenten namelijk afgeschaft. De patiënt kan direct met hem bellen, chatten, of videobellen. Omdat de patiënt en arts toch al in contact staan, hoeven patiënten minder vaak naar de praktijk te komen. Ilic: „Tussen ons en de patiënt zit niks. Daardoor gaat 85 procent van het contact telefonisch of digitaal.”

Steeds meer ondernemers vinden dat de huisartsenzorg slimmer georganiseerd kan worden. Allerlei start-ups hopen deze zorgtak te hervormen. Ze beloven huisartsen te ontlasten, of de tekorten waar de sector mee kampt aan te pakken. Verzekeraars zijn enthousiast en steunen dit soort initiatieven met innovatiegelden.

Niet alle projecten lopen goed. Deze maand bleek uit onderzoek van NRC dat één van die ondernemingen in de problemen is gekomen. Het gaat om Quin, dat tientallen miljoen euro’s van investeerders had gekregen. Patiënten kunnen er met een app zonder menselijke tussenkomst bepalen of zij een doktersafspraak moeten maken en hoe snel. Quin ging op overnamepad om de software in de praktijk te brengen en kocht daarbij ook probleempraktijken op. Er ontstond een tekort aan artsen. Praktijken moesten meerdere dagen dicht, sommige werden helemaal gesloten voor patiëntenconsults.

De huisartsenzorg is een enorm versnipperd landschap. Er zijn zo’n vijfduizend praktijken. Sommige artsen werken al decennia ongeveer hetzelfde en zweren bij die werkwijze, anderen proberen gretig nieuwe digitale concepten uit.

„Wij hadden lang maar één smaak”, zegt Guus Jaspar van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). „Namelijk: bel de assistente om ingepland te worden voor het spreekuur. Maar daar zit de spanning: we hebben niet genoeg assistenten en huisartsen om dat zo te blijven doen. Nu is er een enorme ontwikkeling aan digitale instrumenten.”

De huisartsenzorg kampt met name met een verdelingsprobleem. In Amsterdam zijn er in principe genoeg huisartsen, maar in regionale gebieden zoals Zeeland, Noord-Holland-Noord en Limburg is het lastig huisartsen te vinden en al helemaal mensen die de praktijk willen overnemen. Oplossingen liggen bijvoorbeeld in het verminderen van de administratieve druk en het regionaler opleiden van aspirant-huisartsen. Veel jonge bedrijven bieden daarnaast innovatie aan als oplossing.

Een van de jongste start-ups is Arene, opgericht door huisartsen uit Brabant. „In Nederland zijn er inmiddels tienduizenden mensen zonder huisarts”, zegt Jasper Schellingerhout, een van de oprichters. „Wij deden in onze huisartsenpraktijk in Etten-Leur veel digitaal. Leuk hoor, zei iemand tegen me, maar wat hebben de mensen in Zeeland zonder huisarts daaraan?”

Nu bestiert Schellingerhout ook Arene, de eerste praktijk zonder fysieke locatie. Wie geen huisarts heeft, moet in de toekomst bij ze kunnen aankloppen. Als een videobelconsult niet voldoet, zal Arene een huisarts in de buurt regelen. Zoals bij iemand met hevige buikpijn. Schellingerhout: „Een blindedarmontsteking kun je niet op afstand uitsluiten.”

Arene begint in augustus te draaien met duizenden arbeidsmigranten in Brabant. Schellingerhout: „Nu staat zo’n persoon zonder huisarts ineens met een hulpvraag aan de balie van een praktijk. Daar hebben ze geen dossier van hem en weten ze niks van zijn medicijngebruik.”

Iets vergelijkbaars doet Vladan Ilic, de arts zonder telefonisch assistenten in Amsterdam. Hij heeft een non-profit samenwerkingsverband met praktijken door het hele land mede-opgericht. In het verband, genaamd Flexdokters, kunnen de praktijken een beroep op elkaar doen. Zo komt het dat Drentenaren ineens videobellen met Amsterdamse dokters wanneer hun lokale arts geen tijd heeft.

Moetiknaardedokter.nl

De meeste bedrijven die de huisartsenzorg willen hervormen, doen dat aan de poort: bij de menselijke assistent. Zij voeren immers het bewind over de agenda van de huisarts.

Een bekend voorbeeld is: Moetiknaardedokter.nl, bedacht door de Huisartsenpost Apeldoorn. Die app werd mede gefinancierd door zorgverzekeraars en is bijna vijfhonderdduizend keer gedownload. De naam verklapt het: de gebruiker voert een klacht in, bijvoorbeeld buikpijn. De app stelt een aantal vervolgvragen en komt dan met een advies: naar de dokter ja/ nee. Vier op de tien mensen krijgt het advies om niet naar de dokter te gaan. Bijna negentig procent daarvan volgt dat ook op.

„Veel mensen benaderen de huisarts onnodig, bijvoorbeeld vanwege insectensteken”, zegt Herko Wegter, een van de bedenkers van de app. „Als zij geen koorts hebben, hoeft er meestal geen dokter aan te pas te komen. Dan kan een app je ook adviseren.”

Uit onderzoek blijkt dat het advies in 85 procent van de gevallen hetzelfde luidt als die van de menselijke triagist. Het bedrijf liet verder externe onderzoeken uitvoeren naar de kwaliteit, het gebruik en de effectiviteit.

Sommige patiënten-apps dekken zich vanwege aansprakelijkheid in hun algemene voorwaarden in

Het valt op dat deze en sommige andere apps zich in hun algemene voorwaarden indekken. In de voorwaarden van Quin staat dat de digitale triage „geen medisch advies” vormt. In de voorwaarden van Moetiknaardedokter staat dat het advies „niet in de plaats kan komen van een persoonlijke triage door de huisarts of de doktersassistente”, terwijl het natuurlijk wel zo wordt gebruikt.

Dat is „vanuit aansprakelijkheidsperspectief”, zegt Wegter. „In de app waarschuwen wij ook altijd: vertrouwt u het niet, neem dan gerust contact op. Het is bedoeld voor mensen die twijfelen of zij de huisarts moeten bellen, niet voor grote medische nood.”

De start-up Huisartsen van Nederland is een variant op bovenstaande triage-apps. Ook hier beantwoorden patiënten vragen in een digitale omgeving, maar hier komt de uitkomst niet bij de patiënt, maar bij de assistent. Het computeradvies gaat over hoe snel iemand gezien moet worden en wat een mogelijke diagnose zou kunnen zijn. De assistent beslist uiteindelijk zelf. Het scheelt veel tijd, zegt een betrokken arts. Tijd die de assistenten bijvoorbeeld gebruiken om de huisarts te helpen met simpele medische taken. De software is van Klinik Healthcare Solutions, een Fins/ Brits bedrijf, door Nederlandse artsen vertaald en aangepast.

Een veel simpelere manier van innovatie is patiënten zelf hun afspraak te laten inplannen, zegt Schellingerhout. Hij werkt in zijn eigen praktijk zo. „Een deel van de huisartsen is daar huiverig voor. Maar wij merken dat mensen zelf goed de ernst kunnen inschatten. Als ze erg benauwd zijn, dan denken ze echt niet dat de afspraak over drie weken kan.”

Mensen met taaltachterstand en ouderen

Veel huisartsen zijn kritisch op de start-ups die zijn ontstaan. Dat digitale werkt misschien wel goed bij mensen die digitaal vaardig zijn, maar niet altijd bij laag begaafden, mensen met een taalachterstand, of ouderen. En dat is nou juist de groep die het meeste zorg nodig heeft. Praktijken zijn ook bang dat dit soort hippe start-ups vooral simpele patiënten met weinig klachten op zich nemen, zoals studenten. De mensen met complexere problemen komen dan bij andere praktijken terecht.

„Dat gebeurde met het bedrijf Babylon in Londen”, zegt Niels Chavannes, hoogleraar huisartsgeneeskunde bij de Universiteit Leiden. „Dat kocht praktijken op en lokte ‘simpele’ patiënten uit andere praktijken weg. De moeilijke zorg bleef hangen in de niet-Babylon praktijken. Die disruptie werd daar niet met veel gejuich ontvangen.”

Een ander veelgehoord bezwaar is dat wanneer een zorgvraag digitaal wordt afgehandeld, de huisarts veel informatie ‘mist’. Als een huisarts de patiënt goed kent en in de spreekkamer ziet, levert dat de beste diagnoses op, vinden huisartsen.

„De meerwaarde van een patiënt goed kennen is ontegenzeggelijk”, zegt Schellingerhout. „Maar door de veranderingen op de arbeidsmarkt is het nu al vaak zo dat een patiënt meer dan één huisarts ziet. Daarnaast is een opgebouwde relatie niet bij elk gesprek van belang. Er zijn gelukkig ook een hoop simpele vragen in de spreekkamer.”

Initiatieven van onderop werken beter

Een aanjager van succes van start-ups is volgens Chavannes dat projecten vanuit huisartsen zelf, oftewel van onderop komen. Dus niet topdown. „Die projecten stranden vaak.”

Hij wijst op het Zweedse Docly dat na een proef met de Huisartsenpost Eemland weer vertrok omdat het Nederland te klein en dus kapitaalintensief vond. Ook het Britse Babylon Health zag af van een poging Nederland te veroveren, omdat het zorglandschap hier te complex werd geacht.

Daarnaast moeten volgens Chavannes de ambities niet te groot zijn. „Initiatieven stranden vaak als er ergens een algoritme met kunstmatige intelligentie in wordt gejast”, zegt Chavannes. „Computers zijn slim als je ze een overzichtelijk speelveld geeft, bijvoorbeeld het analyseren van röntgenfoto’s. Huisartsenzorg is breed, het is ontzettend ingewikkeld. En dus verrekte lastig te digitaliseren.”

Chavannes wijst er op dat veel e-health nog niet wetenschappelijk is onderzocht. Om praktijken te helpen het kaf van het koren te scheiden, zou beroepsvereniging LHV graag willen dat er een kwaliteitskeurmerk wordt opgericht voor innovaties in de huisartsenzorg.

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/07/23/kan-versnipperde-huisartsenzorg-niet-slimmer-initiatieven-genoeg-a4052172#/handelsblad/2021/07/24/#310