Tags

Tweede Kamer moet zichzelf niet willen inperken (Commentaar nrc.nl, 7-7-21)

Tabakslobby

Commentaar:

Van sommige Tweede Kamermoties is het inderdaad maar beter dat ze worden verworpen. Dat gold zeker voor de Volt/D66 motie deze week over het ‘weren’ van de tabakslobby uit de Kamer. Daaraan zat van begin af aan een bedenkelijk kantje, waar de voorstemmers beter over na hadden moeten denken. Dit ging in de kern over de grondwettelijke positie van de Kamer en of internationale verdragen die de Staat ‘en zijn organen’ binden daarmee ook de Kamer inperken. En of de Kamer, in de huidige editie gekleurd door fragmentatie en polarisatie, zichzelf wel beperkingen moet opleggen. Het is verleidelijk om voor dit initiatief het modieuze begrip cancelen te gebruiken, maar het lijkt erop dat hiertoe een poging werd gedaan. Twee Kamerleden, Caroline Van der Plas (BBB) en Anne Kuik (CDA), herkenden in hun stemverklaring gelukkig de grondwettelijke bezwaren. En natuurlijk de inperking van de uitingsvrijheid.

*Wat een onzinnig argument van NRC, mogelijk geïnfecteerd door BBD, die afwijzend op die motie stemde. Maar dat NRC oordeelt dat het “in de kern over de grondwettelijke positie van de Kamer en of internationale verdragen die de Staat ‘en zijn organen’ binden daarmee ook de Kamer inperken” zou gaan is natuurlijk volkomen absurd. Verkeerde lobbygroepen horen de Tweede Kamer niet thuis. Want ze hebben al een veel te grote macht en invloed op de grote partijen die van mening zijn dat ze niet zonder dat lobbyisme kunnen, maar dat zijn drogredeneringen. NRC glijdt intellectueel steeds verder af en dat is betreurenswaardig.

Sinds 2003 is Nederland ondertekenaar van de WHO Framework Convention on Tobacco Control, ofwel het FCTC-verdrag. Roken is immers verslavend en dodelijk – de maatschappelijke kosten en het leed zijn enorm. In dit zogeheten kaderverdrag verplicht art.5 lid 3 de partijen om hun nationale tabaksontmoedigingsbeleid effectief te beschermen tegen gevestigde en commerciële belangen. Dat leidt tot het juridisch verplicht op afstand houden van de tabaksindustrie – in de praktijk leidt dat voor de overheid tot een ‘nee, tenzij’ beleid bij contact met vertegenwoordigers van de industrie. Dat moet beperkt blijven tot overleg over regelgeving, heffings- en inningskwesties, prijzen, tarieven, accijnszegels etc.

*Natuurlijk zitten er haken en ogen aan deze kwestie, maar dat een goede motie wordt afgestemd mag rustig een schande worden genoemd.

In 2014 is vastgelegd dat een ‘zakelijke en transparante’ houding verplicht is en een ‘ingetogen communicatiestijl’. Niet-noodzakelijke contacten moeten dus worden vermeden, op alle niveaus van de overheid. Verslag van het toegestane overleg en de correspondentie moet worden gepubliceerd. Samenwerking in publiekscampagnes is verboden. Gezamenlijke activiteiten in het kader van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ evenzeer. Kortom, contact kan alleen als noodzakelijk kwaad.

Toenmalig voorzitter Arib schrijft in 2014 terecht dat de Kamer een eigen verantwoordelijkheid heeft. Lees: over z’n eigen regels gaat. En dat dit past bij de constitutionele verhoudingen – de Eerste en Tweede Kamer zijn geen orgaan van de overheid. Maar zijn vrij, als mede-wetgever en hoogste instantie in de democratie, om met iedereen over alles te praten. De Kamerleden Jeanet van der Laan (D66) en Nilüfer Gündogan (Volt) wilden nu van deze onberispelijk dualistische uitleg af. Vanuit betrokkenheid met de slachtoffers van de tabaksindustrie, wat te prijzen is.

Maar staatsrechtelijk is het onjuist daartoe de Tweede Kamer tot bestuursorgaan te bombarderen, dat dus verplicht zou zijn om het ‘nee, tenzij’ beleid van het kabinet uit te voeren. Dat staat op gespannen voet met de grondwet én de Algemene Wet Bestuursrecht. En het is de omgekeerde wereld in de verhouding tot het kabinet. De enig begaanbare weg zou zijn om het presidium van de Kamer het eigen reglement beter te laten aansluiten op de gedragsregels van de overheid bij het FCTC-verdrag.

Maar ook dan zal de Kamer met de tabakslobby moeten kunnen praten, ‘ingetogen’, ‘zakelijk’, ‘technisch’ of gewoon langs de eigen individuele maatstaf van nut en noodzaak. Hoe groot de weerstand tegen dit product is, en ook moet zijn, de uitingsvrijheid hoeft er niet door te worden aangetast.

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/07/07/tweede-kamer-moet-zichzelf-niet-willen-inperken-a4050109#/handelsblad/2021/07/07/#116