Tags

Landbouwdeal: groene sprong voorwaarts of pas op de plaats? (CHRISTOPH SCHMIDT, economie/Trouw, 30-6-21)

Als we het Europese landbouwbeleid – ietwat clichématig – vergelijken met een olietanker, hoe kunnen we dan het nieuwe akkoord over de periode 2023-2027 beschrijven? Het monteren van een extra fietsstuurtje op die tanker, om die iets meer de duurzame kant op te krijgen?

De direct betrokken onderhandelaars van de lidstaten en het Europees Parlement zullen dit een te negatieve weergave vinden na hun jarenlange gezwoeg, getimmer en geschaaf aan dit compromis. “Een betere beloning voor boeren die duurzaam werken op hun akkers en weilanden”, luidt de positieve eerste zin van het persbericht van het Nederlandse ministerie van landbouw. “Een groene sprong voorwaarts”, aldus demissionair minister Carola Schouten.

*Minister Carola Schouten moet het extreem zwaar hebben gehad in het afgelopen kabinet en het zou een zegen zijn als zij weer in de Kamerbankjes zou plaatsnemen.

Samen met haar EU-ambtgenoten gaf Schouten maandag haar zegen aan de vrijdag bereikte overeenkomst. Het gaat om veel geld: 387 miljard euro over vijf jaar, bijna een derde van de hele EU-begroting. Daarvan blijft 70 procent bestemd voor rechtstreekse inkomenssteun aan agrariërs, nog altijd ‘ouderwets’ gekoppeld – voor het leeuwendeel – aan aantallen hectares. De grootste agro-reuzen blijven de meeste EU-subsidies opslokken. Nederland kan van 2023 tot en met 2027 rekenen op gemiddeld 790 miljoen euro aan Europees landbouwgeld per jaar.

*Dit is een kolossaal bedrag! En een dito zware portefeuille.

Dan die groene bijsturing. Nieuw zijn de zogeheten eco-regelingen: een brede waaier aan landbouwtoepassingen die duurzaam genoemd kunnen worden en daarom aanspraak maken op subsidie. Dat zou bijvoorbeeld kleinschalige, organische landbouw kunnen zijn, of het herstellen van wetlands voor CO2-absorptie. In de eerste twee jaar moet zulke klimaatvriendelijke landbouw minimaal 20 procent uitmaken van het totale subsidiepakket, oplopend naar 25 procent in de laatste drie jaar.

Het Europees Parlement wilde 30 procent. Het wilde aanvankelijk ook een subsidieplafond van 100.000 euro per bedrijf. Maar in de onderhandelingen hebben de lidstaten op veel punten aan het langste eind getrokken. Sowieso hebben zij in deze nieuwe editie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) meer zeggenschap dan voorheen: noem het gerust een machtsoverdracht van ‘Brussel’ naar de lidstaten.

Die eco-regelingen mogen zij naar eigen inzicht invullen: er zijn nog geen voorwaarden aan verbonden. De boeren zelf worden tot niets verplicht. Zij kunnen in principe gewoon op de oude voet doorgaan, al lopen ze dan wel het risico minder subsidie te krijgen.

De lidstaten moeten voor eind dit jaar een nationaal strategisch plan indienen in Brussel, met hun eigen uitwerking van dit landbouwakkoord. De Europese Commissie zal die plannen voor de inwerkingtreding in 2023 moeten goedkeuren.

Om kleinschalige landbouw te stimuleren, moeten landen vanaf 2023 minstens 10 procent van de directe inkomenssteun van grote naar kleine bedrijven ombuigen. Een bescheiden bijsturing dus. Bovendien hoeven landen niet aan die verplichting te voldoen als ze kunnen aantonen het doel op een andere manier te hebben bereikt.

Het akkoord kent nog veel open eindjes die moeten worden uitgewerkt. Doordat bovendien ook de invulling van die eco-regelingen nog totaal braak ligt, is nog geen zinnig woord te zeggen over het welslagen van deze poging tot duurzame bijsturing – en dat in een sector die bekendstaat als grootste tegenstribbelaar op dat vlak.

Resultaten uit het verleden geven weinig hoop voor de toekomst. Vorige week publiceerde de Europese Rekenkamer een vernietigend rapport over het voorbije decennium. In de periode 2014-2020 was een kwart van alle Europese landbouwuitgaven bestemd voor klimaatbeleid, maar dat haalde niets uit: de uitstoot aan broeikasgassen door de landbouwsector is sinds 2010 niet gedaald (en bedraagt momenteel ongeveer 10 procent van het totaal). Het was bepaald niet het eerste rapport waaruit blijkt dat de verduurzaming van de Europese landbouw niet van de grond komt, in tegenstelling tot veel andere usual suspects, de auto-industrie bijvoorbeeld.

Verder geldt intensieve landbouw ook als een van de hoofdveroorzakers van het verlies aan biodiversiteit. Wetenschappers hadden geadviseerd om minstens 10 procent van het huidige grondgebruik door de landbouw vrij te maken voor natuur. Dat is 3 procent geworden.

Het hele pakket is meteen weggehoond door de Europese Groenen. Ze zijn een petitie begonnen waarin Europarlementariërs wordt opgeroepen dit GLB weg te stemmen.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1289/articles/1379961/14/1