Tags

De tabaksindustrie onderzoekt haar waren liever zelf (JOOP BOUMA, Katern de Verdieping/Trouw, 28-6-21)

Smaakstoffen

Tabaksfabrikanten stoppen nog steeds menthol in sigaretten en shag, in weerwil van een EU-verbod. In kleine hoeveelheden kan het geen kwaad, zegt de industrie. Dat is zeker niet de enige omstreden bewering.

*De EU moet gaan ingrijpen in alle gevallen waar fabrieksproductie strijdig is met de wet- en regelgeving, zeker waar de gezondheid in het geding is.

‘De roker proeft het niet, maar het zit nog steeds in sigaretten: menthol. Volgens de tabaksindustrie mag het. De Europese Commissie heeft het gebruik van menthol in hogere hoeveelheden al enkele jaren geleden verboden, waardoor mentholsigaretten van de Europese markt verdwenen. De reden voor het verbod was toen: menthol vergemakkelijkt het roken en vergroot daarmee de kans op nicotineverslaving, vooral bij jonge, beginnende rokers. Maar fabrikanten voegen ook na dat verbod nog menthol toe aan tabak, alleen nu in lagere doseringen. Die hoeveelheden zijn volgens de industrie onschadelijk. Onafhankelijke wetenschappers noemen dat klinkklare onzin.

*Actie is dus nu vereist.

Onschadelijke concentraties van menthol in tabak bestaan niet, zegt Reinskje Talhout, tabaksonderzoeker bij het RIVM. “Er zijn volop onafhankelijke wetenschappelijke studies die aantonen dat menthol ook in heel lage hoeveelheden het inhaleren van tabaksrook gemakkelijk maakt. In andere onderzoeken blijkt dat beginnende rokers door menthol een verhoogde kans hebben om te blijven roken en dat ze meer moeite hebben om te stoppen. Menthol vertraagt de afbraak van nicotine en verhoogt de afgifte van nicotine.”

En daarom, zeggen het RIVM en een reeks andere Europese organisaties voor de volksgezondheid: menthol moet volledig verboden worden als toevoeging aan tabak. Het instituut voor volksgezondheid RIVM neemt deel aan een samenwerkingsproject van Europese onderzoekers uit vrijwel alle EU-lidstaten: de Joint Action on Tobacco Control. Dit JATC ondersteunt de Europese Commissie bij het tabaksbeleid. Vandaag pleiten deze samenwerkende instituten voor een volledig verbod op menthol in tabak. In Duitsland en Finland geldt al een totaalverbod.

Menthol is één van totaal vijftien stoffen, die de Europese Commissie als zorgelijk heeft aangemerkt. Er zijn serieuze aanwijzingen dat de vijftien toevoegingen bijdragen aan de giftigheid van tabak, dat ze de smaak van tabak aantrekkelijker maken, dat ze het inhaleren vergemakkelijken, of dat ze de opname van nicotine stimuleren.

De industrie kreeg opdracht extra onderzoek te doen naar die risico’s. De fabrikanten hebben, na onderlinge afstemming, die studies onlangs in Brussel ingeleverd. Na bestudering van de industrierapporten komen de wetenschappers van de JATC tot een vernietigende conclusie: wetenschappelijk gezien is het onderzoek brandhout.

In het bericht dat de wetenschappers vandaag publiceren, schrijven ze het wat diplomatieker op (“We twijfelen aan de wetenschappelijke betrouwbaarheid van de industrierapporten”), maar hun boodschap is helder: de rapportages van de fabrikanten kunnen niet door lidstaten worden gebruikt bij het tabaksbeleid. Bij de rapportages over menthol hebben de fabrikanten relevante onderzoeken die de schadelijkheid van menthol in tabak aantonen stelselmatig buiten beschouwing gelaten.

De industrie schrijft dat de lage doses menthol sigaretten en shag niet giftiger maken, en wijst erop dat menthol al decennia op grote schaal wordt toegepast in voedingsmiddelen, in mondhygiëneproducten en in therapeutische preparaten: “De consument wordt dus al lange tijd aan dit additief blootgesteld”. Ook stellen de fabrikanten dat er geen verschillen zijn bij inhalatie van tabak mét of zonder kleine hoeveelheden menthol. Volgens de Europese onderzoekers negeert de industrie daarmee “sterk bewijs uit onafhankelijke literatuurstudies dat menthol ook in minimale hoeveelheden al een verzachtend effect heeft bij rokers”.

De industrierapporten hebben volgens tabaksonderzoeker Reinskje Talhout van het RIVM opnieuw duidelijk gemaakt dat fabrikanten niet de juiste bron zijn voor risico-onderzoek naar eigen producten. De commerciële belangen zijn te groot. “De onderzoeksgroep pleit bij de Europese Commissie voor onafhankelijke studies naar risico-stoffen.” Sinds 2010 zijn er volgens haar in de VS, in Europa en ook door het RIVM studies verschenen naar de effecten van menthol in lage concentraties. “Dat de industrie die onderzoeken negeert, is op zich niet nieuw. De focus van de industrie ligt van oudsher op de giftigheid van toegevoegde stoffen. De verslavendheid en het effect van het aantrekkelijker maken van tabaksproducten bijvoorbeeld met menthol, wordt door de industrie nauwelijks onderzocht.”

Marktleider Philip Morris wil vooralsnog niet ingaan op de fundamentele kritiek van de Europese expertgroep. “Wij analyseren op dit moment het rapport van de JATC. En we hebben overleg aangevraagd met de groep”, aldus woordvoerder Abe Brandsma. De Nederlandse brancheorganisatie van fabrikanten VSK zegt pas deze week met een reactie te kunnen komen.

Staatssecretaris Paul Blokhuis van volksgezondheid wil de regels aanscherpen. In een reactie zegt hij: “Het is natuurlijk onacceptabel dat tabaksfabrikanten de uiterste randen van de regelgeving opzoeken. Linksom of rechtsom moeten we een einde maken aan deze maatschappelijk onverantwoorde praktijken die zo schadelijk zijn voor de gezondheid van jongeren en volwassenen. Als er nieuwe regels nodig zijn, ga ik daarmee aan de slag. Maar wellicht kunnen we ook op basis van de nieuwe onderzoeksresultaten en de bestaande regelgeving een stevigere vuist maken.”

Zo’n 1100 chemische en natuurlijke stofjes voegt de industrie toe aan tabaksproducten die op de Nederlandse markt te koop zijn. De geur- en smaakstoffen zitten niet alleen in tabak, ze zitten ook in de filters en in het papier van de huls. Het gaat om suikers, zoethout, cacao, maar ook bewezen kankerverwekkende additieven zoals titaandioxide.

De sigaret is allang niet meer een simpel velletje vloei met een pluk tabak erin. Het is een technologisch hoog ontwikkeld consumentenproduct, geproduceerd met een groot scala aan middelen die het roken veraangenamen en vergemakkelijken en hulpstofjes die de rauwe kant van tabaksrook maskeren.

In een sigaret zitten stoffen die zorgen dat tabaksrook minder zichtbaar en minder hinderlijk is voor niet-rokers. Stoffen die de afgifte van nicotine uit de tabak bevorderen. Stoffen die voorkomen dat tabak te snel uitdroogt en verkruimelt. Stoffen die tegengaan dat de sigaret te snel opbrandt. Stoffen die bijdragen aan geur en smaak van een sigaret. Eigenlijk is de sigaret een brandend chemisch fabriekje, met de roker als aanjager én schoorsteen.

Een snoepfabrikant moet op zijn verpakkingen voor de Nederlandse markt nauw- gezet verantwoorden welke zoetmakers en goedhouders hij in zijn producten stopt. Maar voor tabak hoefde dat nooit. “Additieven waren in Nederland nooit een punt van discussie”, aldus de chemicus André de Kok, die van 1983 tot 1998 bij de voorganger van de voedsel- en warenautoriteit NVWA de teer- en nicotinegehalten van tabaksproducten controleerde. Voor zijn controles bestond destijds in Den Haag amper belangstelling, laat staan voor toevoegingen aan tabak.

Niet dat het probleem onbekend was. Al in 1975, bij het (tweede) advies dat de Gezondheidsraad uitbracht over maatregelen tot beperking van het roken, werd in een bijlage gewezen op de additieven: “Over het gezondheidseffect van tabaksverbeterende stoffen – zoals suiker, rum, anijs, honing – en sauzen van onbekende samenstelling, bestaat nagenoeg geen informatie.”

Pas een kwarteeuw later, in 2001, begon het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM met het inventariseren van additieven in tabaksproducten. Waar andere landen dan al uitgebreide lijsten van verboden stoffen hanteerden, had de Nederlandse tabaksindustrie nog steeds vrij spel. Productontwikkelaars van de tabaksindustrie hanteerden decennialang dikke naslagwerken met per land een overzicht van toegestane en verboden geur- en smaakstoffen.

In een 222 pagina’s tellend rapport van Philip Morris uit oktober 1986, waarin van 46 landen de verboden toevoegingen werden opgesomd, telde het hoofdstuk over Nederland precies acht woorden: “Er zijn geen regels voor additieven in Nederland.” Voor buurland België had Philip Morris veertien pagina’s tekst nodig. Al in 1979 regelde België bij koninklijk besluit expliciet welke stoffen wel en welke niet aan tabak mochten worden toegevoegd.

Toevoegingen aan tabak zijn voor fabrikanten van groot belang. Sinds de introductie van sigaretten met lagere teer- en nicotinegehalten, eind jaren zestig van de vorige eeuw, nam het gebruik van additieven explosief toe.

Het terugdringen van teer in sigaretten tot lage niveaus had ingrijpende gevolgen voor de smaak. Om sigaretten voor de roker acceptabel te houden voegden fabrikanten steeds meer ingrediënten toe. Over aard en hoeveelheid hebben ze altijd gezwegen. Pas sinds een jaar of tien levert de industrie onder dwang lijsten met additieven aan overheden.

Met toevoegingen kan een fabrikant het tabaksproduct volledig naar zijn hand zetten. Dat bleek in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen er een breed maatschappelijk debat ontstond over de risico’s van ‘meeroken’. De tabakssector ontwikkelde toen toevoegingen die de geur en zichtbaarheid verminderden van ‘zijstroomrook’, rook die niet wordt geïnhaleerd.

In 2000 toonde Amerikaans onderzoek aan dat door de industrie vrijwel geen studies zijn gedaan naar de mogelijke giftige effecten van de cocktail aan stofjes. Een aantal daarvan wordt en werd ook gebruikt in de voedingsmiddelenindustrie, maar lang is genegeerd dat in tabak toevoegingen verbranden tijdens het roken en dan mogelijk veel giftiger zijn. Dat is bij voorbeeld bij suiker het geval.

Ammoniak

De industrie mengt ook ingrediënten door de tabak om het verslavende effect van roken te versterken. Uit interne documenten van de tabaksfirma’s wordt duidelijk dat er sinds de jaren zestig in de onderzoekslaboratoria stelselmatig is gezocht naar mogelijkheden om het effect van nicotine te bevorderen.

Zo’n stof is ammoniak, dat onder meer door Philip Morris – ‘in kleine hoeveelheden’, zei het bedrijf ooit – aan Marlboro wordt toegevoegd. Van ammoniak is bekend dat het in tabak de nicotineafgifte tijdens het roken bevordert. Concurrenten van Philip Morris schrijven het succes van het merk Marlboro vooral toe aan het creatief gebruiken van ammoniak.

Ammoniak zit van nature in de tabaksplant, maar al in de jaren zestig ontdekt de industrie dat verhoging van het gehalte gebruikers nóg afhankelijker maakt van hun producten. Ammoniak verhoogt de zuurgraad van tabaksrook en door de hogere pH-waarde ontstaat tijdens het roken een chemisch proces in de sigaret: nicotine komt in gasvorm vrij uit de tabak, waardoor de stof veel actiever is. British American Tobacco komt al in 1965 tot de slotsom dat behandeling van tabak met ammoniak leidt tot een verhoging van 29 procent van de nicotine-afgifte in een sigaret.

Suikers

Suikers en kunstmatige zoetmakers zijn belangrijke toevoegingen aan tabak. Op de lijst van vijftien zorgelijke toevoegingen, staat zo’n vervanger: D-sorbitol. De stof beschadigt bij mensen het vermogen tot voortplanting en tast het DNA aan. Naar schatting 3 procent van het gewicht van een sigaret is suikers. De stof moet vooral de onaangename smaak van nicotine maskeren.

Maar er is nog iets aan de hand met dit additief. Bij verbranding van suiker in een sigaret komen kankerverwekkende aldehyden vrij, zoals het RIVM in 2002, 2006 en 2020 constateerde. Vijftien jaar daarvoor had de tabaksindustrie ontdekt dat aldehyden, die ook voorkomen in lijmen, harsen, parfums en haarlakken, bij het verbranden van tabak de verslavende werking van nicotine versterken. Om die reden schroefde Philip Morris het suikergehalte in Marlboro ooit fors op, met liefst 40 procent.

Een brandend chemisch fabriekje

In tabak zitten 1100 toegevoegde stofjes, maar heel lang interesseerde dat niemand.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1287/articles/1378483/30/1