Tags

De VVD is uitgehold, zoals Klaas Dijkhoff voorspelde, maar nog niet afgestraft (Column Thijs Broer, Vrij Nederland, 9 april 21)

De blinde steun van de VVD-prominenten aan Mark Rutte laat zien wat Klaas Dijkhoff al voorzag, schrijft Thijs Broer: na elf jaar aan de macht heeft de VVD zichzelf uitgehold.

Toen Mark Rutte vorige week donderdag een massaal gesteunde motie van afkeuring aan zijn broek kreeg en het er even, heel even, naar uitzag dat de VVD-leider na elf jaar aan de macht niet meer weg zou komen met de onnavolgbare souplesse waarmee hij in de loop van de tijd met de waarheid is omgegaan – van ‘hier heb ik geen actieve herinnering aan’ tot ‘ik heb gelogen, maar naar eer en geweten’ – kwam een reeks VVD-prominenten in het geweer.

Oud-staatssecretaris Fred Teeven, die zelf moest opstappen vanwege de bonnetjesaffaire, meldde in het AD dat Rutte ‘de mensen echt niet belazert’. Henk Kamp, de trouwe partijsoldaat, verklaarde over Rutte en de stuntelende verkenners Annemarie Jorritsma en Kajsa Ollongren dat hij zich niet voor kon stellen ‘dat drie mensen van die kwaliteit zomaar wat gaan liegen’.

Oud-VVD-Kamerlid Ton Elias probeerde de hele affaire terug te brengen tot een ‘operatie beschadig Rutte’ door Sigrid Kaag, die aan ‘pure machtspolitiek’ zou doen. Voormalig campagnestrateeg Jan Driessen noemde Rutte het ‘slachtoffer van populistische hypocrisie die de hele Kamer infecteert’.

En toen Gert-Jan Segers op stille zaterdag verklaarde dat de ChristenUnie niet zou meewerken aan een kabinet onder leiding van Mark Rutte, was het oud-VVD-wethouder Frits Huffnagel die twitterde: ‘Het is wel duidelijk wie deze Pasen Judas is.’

IDEOLOGISCHE VERNIEUWING

Ik was vast niet de enige die na die stroom van blinde steunbetuigingen van de prominenten spontaan moest denken aan het afscheidsinterview van VVD-fractievoorzitter en gedroomde kroonprins Klaas Dijkhoff, in oktober in NRC . ‘De reflex ligt hier op de loer dat je krampachtig dingen gaat goedpraten die niet goed zijn,’ verklaarde hij. ‘We begonnen in 2010 als underdog. We kwamen uit de oppositie en wilden alles anders doen. We waren weggehoond. Dan groeit het clubgevoel, hè? En dan, op een dag, komt een partijgenoot in de knel. Dan is je eerste reflex: is er een verdedigingslinie? Daar kun je jezelf in vastdraaien. Het risico van hier te lang zitten is dat je gaat denken dat wat voor de partij goed is, ook voor de politiek goed is. En dat is niet zo, het is andersom. Wij zijn clubverliefd, maar voor de samenleving telt dat niet. Als je dit niet inziet, dan hol je de partij uit en krijg je terecht op je lazer bij verkiezingen.’

Om de dreigende neergang te keren deed Dijkhoff een poging de partij ideologisch te vernieuwen. ‘We zijn al tien, bijna elf jaar de grootste partij,’ zei hij in het interview. ‘Het is een politieke natuurwet dat je na zo’n tijd afbrokkelt, uitholt. En bij de volgende verkiezingen word je dan met een schok bedankt voor bewezen diensten en mag je met een klein clubje in de Kamer jezelf herpakken. Als dat elke keer weer gebeurt, waarom probeer je dat dan niet voor te zijn? Ik wilde als fractievoorzitter een poging wagen om onze ideeën aan te passen aan de tijdgeest.’

Daarom schreef Dijkhoff het discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’, waarin hij een lans brak voor de bedreigde middenklasse die zich door de politiek in de steek gelaten voelt, en trok hij het land in om tijdens een reeks bijeenkomsten met bier en bitterballen de discussie in de partij op gang te brengen.

Op de lijst voor de Kamerverkiezingen prijkten de namen van maar liefst vijftien voormalige politiek assistenten.

Toen ik hem daar vorig jaar over sprak, vertelde Dijkhoff dat hij na het schrijven van de eerste versie van zijn essay bij iedere paragraaf de conclusie had weggehaald, om te voorkomen dat ijverige partijgenoten hem naar de mond zouden praten. Maar die truc had niet echt geholpen, zei hij: tijdens de bijeenkomsten in de zaaltjes waren de verfrissende ideeën vooral van buitenstaanders gekomen. Partijgenoten in het land bleken de onbedwingbare neiging te hebben vooral naar voren te brengen wat ze dáchten dat de partijtop wilde horen. Zo hardnekkig is dus de cultuur in een partij die al jaren aan de macht is.

Uiteindelijk belandden er wel wat nieuwe, door Dijkhoff geoogste ideeën in het nieuwe verkiezingsprogramma, vooral over de steun aan de middenklasse, maar de cultuur van de machtspartij bleef in stand. Teken aan de wand was ook de samenstelling van de lijst voor de Kamerverkiezingen in maart, waarop de namen van maar liefst vijftien voormalige politiek assistenten prijkten: allemaal gepokt en gemazeld in de Haagse machtspolitiek.

KRITIEKLOOS CLUBGEVOEL

En toen kwam dus het Kamerdebat waar Rutte zwaar onder vuur kwam te liggen vanwege de onwaarheden die hij had gesproken over de gesprekken met de verkenners, en de daarop volgende uitbarsting van kritiekloos clubgevoel door de VVD-prominenten, die al door Klaas Dijkhoff was voorspeld.

Ook Ton Elias, het oud-Kamerlid dat zich enthousiast overgaf aan de kritiekloze verdediging van de leider, zou beter moeten weten. Toen hijzelf in 2017 tot zijn woede van de kieslijst werd afgevoerd, trok Elias in het AD fel van leer tegen de ‘baantjesmachine’ die de VVD was geworden en de ‘ideeënarmoede’, de ‘stilstand’ en de ‘rot in de partij’ die hij van nabij had meegemaakt: ‘Er is een ja-en-amencultuur ontstaan. Ik zie bleke politici. Die door trainingen allemaal hetzelfde zeggen. Als je honderd jonge VVD’ers die van ons opleidingsinstituut vandaan komen, apart neemt en vraagt ‘wat drijft je bij de VVD?’, dan hebben ze allemaal precies hetzelfde verhaal. Dat is nogal ongezond voor een liberale partij. Allemaal dat ‘je iets van je leven moet maken’. Allemaal dezelfde teksten die Rutte uitsprak toen hij in 2006 voor het lijsttrekkerschap ging. Precies dezelfde tekst! En dat wordt bewust aangemoedigd.’

De door Dijkhoff gevreesde afstraffing bij de verkiezingen heeft zich nog niet voorgedaan.

Daar was hij zelf ook tegen Rutte over begonnen in een persoonlijk gesprek, verklapte Elias: ‘Ik heb uitgelegd dat je loyaliteit niet moet verwarren met een ja-en-amencultuur. Je kunt namelijk ook buitengewoon loyaal zijn door op een cruciaal moment iemand buitengewoon hard tegen de schenen te schoppen.’

Van zulke tegenspraak was de afgelopen week in de partij weinig te bespeuren, en dat belooft weinig goeds voor wat de VVD te wachten zou kunnen staan.

De door Dijkhoff gevreesde afstraffing bij de verkiezingen heeft zich nog niet voorgedaan: de coronacrisis bedekte de uitholling van de VVD met de mantel der liefde. Voor de uitbraak van de pandemie stond de VVD nog op een armzalige twintig zetels in de peilingen – op gelijke hoogte met de PvdA op dat moment – maar zoals het nu eenmaal gaat in een crisis kon de premier opeens voor de kiezer geen kwaad meer doen.

*Deze analyse blijkt een eenzijdige invalshoek of kijk op de politiek te hebben; maar dat kan verklaard worden. Nu is dit artikel in april van dit jaar geschreven, en nu kan met ontwikkelingen of verwikkelingen rondom oud-CDA-Kamerlid Omtzigt worden vastgesteld dat die consternatie binnen de Haagse politiek alle rest vraagstukken zoals de leiderschapskwestie binnen de VVD volkomen heeft weggevaagd en dit schrijf ik nu op het moment dat de tweede informateur, Mariette Hamer haar afsluitende Kamerdebat over haar eindverslag heeft gegeven. Ik constateer dat bijna niemand het nu over dat puntenplan van Dijkhoff zal kunnen herinneren.

‘Onder normale omstandigheden zou de toeslagenaffaire, de grootste schandvlek op de rechtsstaat sinds de Tweede Wereldoorlog, direct hebben geleid tot de val van het kabinet en zou de verantwoordelijke premier nooit meer terug hebben hoeven komen. Maar volgens een peiling van I&O Research van begin januari vond niet meer dan acht procent van de Nederlanders het nodig dat het kabinet zou aftreden, met als argument: de crisis.

En toen het kabinet onder zware druk van de kleinere coalitiepartners toch aftrad, ging de partij van Mark Rutte er in de peiling van Maurice de Hond zelfs twee zetels op vooruit – waarna de VVD bij de verkiezingen weer veruit de grootste werd.

*Vanuit onze waarneming blijkt uit deze nieuwe Kamerstelling een totaal nieuwe debatcultuur te zijn ontstaan vanwege de nieuwe partijen die zijn toegetreden tot de Kamer en ook de rebellie van de oppositie die ontstond naar aanleiding van de beruchte ‘foto-van-Ollongren’ en de opwinding die daarop is ontstaan, de onvrede over deze gang van zaken de gemoederen heeft beziggehouden en we als parlementaire democratie na een drietal maanden nog niets zijn opgeschoten met de formatie van een nieuw kabinet, al hoewel zelfs de informateur-Hamer moest constateren na een opmerking van PvdA-fractieleider Ploumen dat er nu overeenstemming is ontstaan over het aanblijven van demissionair minister-president Rutte op weg naar zijn nieuwe kabinet (IV), die hij tezamen met Kaag tot stand kan brengen.

Maar de coronacrisis gaat voorbij. En dan wordt de VVD onvermijdelijk geconfronteerd met de politieke natuurwet van Klaas Dijkhoff: dat de uitgeholde machtspartij door de kiezer wordt bedankt voor bewezen diensten, en zich met een klein clubje mag gaan ‘herpakken’ in de oppositie. Ook als Rutte alsnog een vierde kabinet mag gaan leiden, in een wankele coalitie, zou dat moment best eens sneller kunnen komen dan de VVD-prominenten nu onder ogen willen zien.

*Deze uitspraak van de auteur Thijs Broer dat de VVD nu ‘VVD onvermijdelijk geconfronteerd met de politieke natuurwet van Klaas Dijkhoff’, ook achterhaald kan worden genoemd. En dat, zo verklaren wij omdat er nog onvermoede krachten blijken te bestaan over de gang van zaken in de Toeslagenchaos. Mijn vermoeden is dat de politiek nog geen juiste gevolgtrekkingen heeft getrokken over de administratieve bende die binnen de hele rijksoverheid bestaat omdat die zorgvuldig onder de matten van de diverse ministeries zijn geschoven. Bovendien is nog niet eens de conclusie getrokken dat de inzet van algoritmes voor fraudebestrijding volkomen ongeoorloofd had moeten worden verklaard en dus dat de politiek ook geen vermoeden heeft wat er nu aan de hand is. De wereld wordt erg verwarrend. Iedereen is het spoor bijster.