Tags

,

Stelling: Uit de onderstaande compilatie van het debat van afgelopen donderdag blijkt hoe dubbelzinnig dat debat was met alleen ‘schijnheiltjes’ aan het woord:

  1. In de evaluatie van de ‘nieuwe’ formatieformule zonder koning kun je achttien keer lezen dat onderhandelen zonder vertrouwelijkheid niet bestaat;
  2. Maar vertrouwelijkheid uit de mond van Rutte staat in de ogen van de Kamer voor geheimdoenerij, zwartlakken en de Rutte-doctrine. Daar viel niet tegenop te praten.
  3. Ergerlijk was dat geen moment het onderscheid tussen die twee functies werd gemaakt. En tot slot was het helemaal niet gek dat er in verband met de stabiliteit van het CDA over Pieter Omtzigt werd gesproken, de man die zichzelf bij uitstek als eenling-volksvertegenwoordiger neerzet.
  4. De Kamer kweet zich van een staaltje inquisitie-democratie, maar niet vanuit kracht. Het was vanuit zwakte. De fracties zelf hadden na de verkiezingen ingestemd met de aanstelling van de verkenners, ook met de VVD’ers Jorritsma en later Van Ark, die achteraf als spionnen van Rutte werden neergezet.
  5. Niemand had het over de ambitie om kiezers te vertegenwoordigen, te willen besturen. Ze zijn allemaal een beetje Rutte, de meesten minder getalenteerd. Rutte zelf dacht zo ook Pieter Omtzigt te paaien: door hem als minister deelgenoot te maken van de macht. Staatsrechtgeleerde Wim Voermans schrijft mooi over dit proces in zijn nieuwe boek Het land moet geregeerd worden.
  6. Die uitspraak is de sleutel. Politiek is allang management geworden. Visie is maar beperkt bruikbaar. Collega Macron, wijd en zijd geroemd om zijn visie, verschilt in stijl toch maar weinig van Rutte. De achtergrond van deze tendens is afgenomen soevereiniteit en verbleekte ideologie.
  7. Besturen gaat van omhoog naar omlaag in plaats van andersom. Dat verklaart alle kritiek op de Tweede Kamer. Te oppervlakkig, te versnipperd. Maar het parlement kan niet anders dan machteloos roepen, aangezien de wezenlijke macht de leden is ontglipt. *En op deze terechte waarneming zal er mijns inziens direct bij het aantreden van het nieuwe kabinet een nota over de verhouding tussen ons parlement en de EU, EC en het EP van het kabinet gevraagd, om die tegen het licht te houden.
  8. Ondanks de ogenschijnlijke onbestuurbaarheid vanwege de kleine meerderheden waren de laatste twee kabinetten Rutte in staat een miljardenklimaatakkoord, een pensioenakkoord en niet te vergeten dramatische bezuinigingen door te voeren.
  9. Na drie kabinetten Rutte lijkt het landsbestuur stabiel, maar het is juist kwetsbaar geworden. Gezag dat nauwelijks meer op de volkssteun rust, is in deze tijd flinterdun. Bij het minste blijkt de keizer geen kleren aan te hebben. Ineens speelt een toeslagenaffaire op, waarbij de uitvoerende macht jarenlang buiten zijn boekje ging. De bestrijding van de pandemie onthult een incapabel overheidsapparaat als de nood aan de man komt. Het zelfvertrouwen van onze instellingen, allemaal voorzien van de mooiste logo’s en dure directeuren, blijkt gefundeerd op drijfzand. *Vanwege deze factoren dient er een direct een politieke evaluatie over de ‘stand van zaken van het overheidsfunctioneren’ te worden voorbereid en uitgevoerd. Dat wordt nog ten tijde van de lopende coronacrisis een eerste prioriteit op de politieke agenda. Zonder een dergelijke evaluatie kan een nieuw kabinet niet aan de slag, met uitzondering van de lopende zaken.    

Alle partijleiders zijn een beetje Rutte, de meesten minder getalenteerd (MARTIN SOMMER, Opinie/de Volkskrant, 3-4-21)

Een hoogst onbevredigend debat, zei CDA-leider Wopke Hoekstra donderdagnacht. Hij had in veel opzichten gelijk. Nog maar een paar weken geleden werd er voor Rutte een collectief hosanna aangeheven. Nu was het ‘kruisigt hem’. In het debat probeerde Rutte aanvankelijk de vertrouwelijkheid van de verkennende gesprekken te redden. Terecht natuurlijk. In de evaluatie van de ‘nieuwe’ formatieformule zonder koning kun je achttien keer lezen dat onderhandelen zonder vertrouwelijkheid niet bestaat. Maar vertrouwelijkheid uit de mond van Rutte staat in de ogen van de Kamer voor geheimdoenerij, zwartlakken en de Rutte-doctrine. Daar viel niet tegenop te praten.

De premier werd om half 8 geïnformeerd over het feit dat hijzelf de naam van Omtzigt had genoemd – de anderen om 9 uur. Was het een oneigenlijk privilege, of had het te maken met het feit dat Rutte behalve partijleider ook nog minister-president is? Ergerlijk was dat geen moment het onderscheid tussen die twee functies werd gemaakt. En tot slot was het helemaal niet gek dat er in verband met de stabiliteit van het CDA over Pieter Omtzigt werd gesproken, de man die zichzelf bij uitstek als eenling-volksvertegenwoordiger neerzet. Gek was uiteraard wel dat het geheugen ineens zo poreus was geworden, zowel dat van Rutte als van de twee verkenners.

De Kamer kweet zich van een staaltje inquisitie-democratie, maar niet vanuit kracht. Het was vanuit zwakte. De fracties zelf hadden na de verkiezingen ingestemd met de aanstelling van de verkenners, ook met de VVD’ers Jorritsma en later Van Ark, die achteraf als spionnen van Rutte werden neergezet. In werkelijkheid heeft Jorritsma vermoedelijk gelijk met haar opmerking dat de hele gang van zaken meer sullig is geweest dan House of Cards. Het neemt niet weg dat na tien jaar wel degelijk overal op het Binnenhof en ruime omstreken de vingerafdrukken van Mark Rutte te vinden zijn. Als je de morele verontwaardiging van de Kamer over de procedure eraf krabt, is dat wat werkelijk telt: de Tweede Kamer staat permanent op achterstand ten opzichte van de uitvoerende macht – van Mark Rutte dus.

Het onbehagen daarover is niet van vandaag of gisteren, en evenmin alleen Nederlands. In heel West-Europa heeft het parlement macht ingeleverd, en belangrijker, heeft de burgerij dus invloed verloren. Overal heeft zich de presidentialisering voltrokken, de toenemende overheersing van de uitvoerende macht. Niet voor niets wilden de lijsttrekkers tijdens de campagne stuk voor stuk premier worden, inclusief Kaag met haar ‘nieuwe leiderschap’.

Niemand had het over de ambitie om kiezers te vertegenwoordigen, te willen besturen. Ze zijn allemaal een beetje Rutte, de meesten minder getalenteerd. Rutte zelf dacht zo ook Pieter Omtzigt te paaien: door hem als minister deelgenoot te maken van de macht. Staatsrechtgeleerde Wim Voermans schrijft mooi over dit proces in zijn nieuwe boek Het land moet geregeerd worden. En laat Rutte nu precies dat zeggen in het debat donderdag: ‘Het land moet wel geregeerd worden.’

Die uitspraak is de sleutel. Politiek is allang management geworden. Visie is maar beperkt bruikbaar. Collega Macron, wijd en zijd geroemd om zijn visie, verschilt in stijl toch maar weinig van Rutte. De achtergrond van deze tendens is afgenomen soevereiniteit en verbleekte ideologie. Besturen is iets dat moet gebeuren en dan zitten volksvertegenwoordigers maar in de weg. Exemplarisch is de uitspraak van Ruttes partijgenoot Blok, tijdens een vorige formatie: ‘Geef me de spreadsheets.’ Besturen moet je aan specialisten overlaten die spreadsheets kunnen lezen.

Besturen gaat van omhoog naar omlaag in plaats van andersom. Dat verklaart alle kritiek op de Tweede Kamer. Te oppervlakkig, te versnipperd. Maar het parlement kan niet anders dan machteloos roepen, aangezien de wezenlijke macht de leden is ontglipt. Veelzeggend is de akkoordenpolitiek, vintage Rutte, waarbij de zaken die ertoe doen buiten de Kamer om worden geregeld. En niet de kleinste zaken. Ondanks de ogenschijnlijke onbestuurbaarheid vanwege de kleine meerderheden waren de laatste twee kabinetten Rutte in staat een miljardenklimaatakkoord, een pensioenakkoord en niet te vergeten dramatische bezuinigingen door te voeren.

Na drie kabinetten Rutte lijkt het landsbestuur stabiel, maar het is juist kwetsbaar geworden. Gezag dat nauwelijks meer op de volkssteun rust, is in deze tijd flinterdun. Bij het minste blijkt de keizer geen kleren aan te hebben. Ineens speelt een toeslagenaffaire op, waarbij de uitvoerende macht jarenlang buiten zijn boekje ging. De bestrijding van de pandemie onthult een incapabel overheidsapparaat als de nood aan de man komt. Het zelfvertrouwen van onze instellingen, allemaal voorzien van de mooiste logo’s en dure directeuren, blijkt gefundeerd op drijfzand. Dat is de werkelijke achtergrond van Ruttes afbladdering.

Alle ogen zijn nu gericht op Sigrid Kaag. Zij wilde met haar motie van afkeuring ‘afrekenen met ingesleten gewoontes’, lees: met de bestuursstijl van Rutte. Dat ‘nieuwe leiderschap’ wordt zo direct haar lakmoesproef. Hoort het geheugen van D66-verkenner Ollongren ook bij nieuw leiderschap, of de bestuursprestaties van D66-minister van Onderwijs Van Engelshoven? Ook Kaag speelde in het debat de kaart van het zuivere geweten. Een riskante kaart. Het vraagstuk is niet wiens parlementaire zieltje rein is, of door wie Rutte werd gebeld, maar of het lukt om het landsbestuur meer in overeenstemming te brengen met de noden en verlangens van de burgerij.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1222/articles/1328728/55/1