Tags

, ,

Stelling: Eens met alle observaties, maar de voorkeur voor JA21 tijdens het eerste verkenningsgesprek was duidelijk: Waar Kaag naar links wilde, was het de noodgreep om naar rechts te gaan vanwege zijn (kleine) klassiek-rechtse liberale terwijl gemiddelde VVD’ers centrumrechts zijn. Ruttes radicaalrechts-liberale achterban zou zich gerustgesteld voelen met deze keuze voor een ‘gefatsoeneerde’ FvD in de gedaante van JA21. Dat die partij zich ‘degelijk -in mijn ogen even rabiaat rechts als PVV – rechts noemt, dat wist Rutte natuurlijk wel, want die informatie wordt door zijn raadsadviseurs aangeleverd. Maar hoe voorkom je LPF’achtige taferelen, die bijna FvD ten onder lieten gaan? Daarvoor lijkt JA21 dus een plausibele keuze, om bij twijfels direct over te stappen naar het huidige demissionaire kabinet.

Maar die optie lijkt nu onmogelijk zijn geworden vanwege het gepruts van control freak Rutte, die vanwege onverwachte ontwikkelingen zoals door die journalistieke foto geconfronteerd werd met een ‘ongenadig’ dilemma. Zijn gezag, en dat zou iedereen in die omstandigheid of positie overkomen, is afhankelijk van het kunnen voorkomen van dit soort calamiteiten. En dat het nu juist een coalitiegenoot moest treffen was een onverwachte slag voor Rutte. Onder die omstandigheden is een – ik citeer Wieringa – Bermudadriehoek mogelijk, namelijk dat vanwege de spanning van de dagelijkse agenda van Rutte zijn geheugen hem volkomen in de steek laat. Onder zulke omstandigheden springen de hyena’s zoals ze in de Kamer voortdurend op hun prooi loeren, direct op hem af. Dat is in de onder de vorige Kamersamenstelling bij voortduring gebeurd, en dat gaat zich nu herhalen omdat er nu nog méér nieuwe gifkikkers als nieuwelingen de Kamer zijn binnengekomen. Dat wordt me nog wat, niet qua spanning, want die was onder de vorige periode al ergerniswekkend genoeg, maar dat gaat zich verdubbeld herhalen. En daarvan krijgt de bevolking ook snel genoeg. Dat weet ik zeker. En moet weer fatsoenlijke politiek gaan komen en geen politieke  hooligans. En laat ook duidelijk zijn dat de Grondwet spreekt van de – ieder individuele dus –  volksvertegenwoordiger iemand is die het gehele volk vertegenwoordigt. Daarvan is dus allang geen sprake van want ze zijn allemaal belangenbehartigers van de eigen achterban geworden. Niks geen vertegenwoordiger namens het gehele volk. Ook dat is een debat waard als het nieuwe kabinet gepresenteerd is.  

Allerlei over Omtzigt (Column Tommy Wieringa, Vooraan/nrc.nl, 3-4-21)

‘Ruttes manoeuvres in de kabinetsformatie waren van meet af aan ongelukkig. Het begon ermee dat hij zijn voorkeur uitsprak voor een kabinet met de Forum-afvalligen van JA21 erin. Dat kon, het moest je smaak zijn, of misschien dat hij het slechts strategisch bedoelde, maar gek genoeg voegde hij eraan toe: „Maar goed kennen we die partij verder niet, dus we moeten onderzoeken waar ze nou precies voor staan”.

*Dit verschijnsel of eigenlijk deze noodzaak om onbekende nieuwkomers aan tafel uit te nodigen krijg je automatisch met een Kamer die nu uit 17 fracties bestaat en er de traditie bestaat dat je te allen tijde op een meerderheidskabinet afgestemd bent. De politiek zou het zich een stuk gemakkelijker maken als – zeker in deze situatie – een minderheidskabinet het gaat proberen. Zeg voor het gemak maar een VVD-D66-coalitie om met één specifiek agendapunt te starten: herstel van het vertrouwen van de bevolking in de politiek door zowel in razend tempo de toeslagenaffaire af te wikkelen, naast de covidcrisis vanuit het bestaande beleid, zodat er twee vliegen in één klap kunnen worden geslagen op alleen dat covidthema: de epidemie in ons land ten einde brengen én vervolgens direct een (eind)evaluatie van het gevoerde beleid in een Kamerdebat te voeren. Want dan pas zijn afdoende data én gegevens (over de nieuwe medische inzichten) aanwezig, zodat beoordeeld kan worden of het OMT de juiste adviezen heeft aangedragen. Daarop bestaat een overduidelijke en algemeen gevoelde kritiek, en dat is dus de eerste lakmoesproef voor het nieuw aantredende kabinet. Eerst zorgen dat alle woede over dit technocratisch gevoerde beleid (en alle meningsverschillen binnen het kabinet) tot een toekomstig méér en beter uitgebalanceerd beleid kan voeren. Zo ja of zo niet, waar moet het bijgesteld worden? Waar de nieuwe regering direct mee kan beginnen is een structurele uitbreiding van landelijke IC-capaciteit zodat we als land nooit meer overvallenkunnen voelen omdat de(ze) pandemie niet zal ophouden te bestaan zoals al zo vaak door experts te voorspeld. Want bij volgende uitbraken moet ons land klaar zijn zonder dat weer de halve economie plat gaat door nieuwe lockdowns.

Formeren met een partij die je nauwelijks kent, met drie fractieleden die kort tevoren als gasbellen aan het moeras van Baudet zijn ontstegen – onnavolgbaar. Het was zijn eerste moment van onscherpte deze ronde.

Na het incident met de verkiezingsaantekeningen zei Rutte voor de NOS-camera dat er geen debat over zou komen: „Nee, dat kan ook niet, dat gaat niet”, gevolgd door een pauselijk glimlachje alsof een debat over de functie elders-notities door een hogere macht werd tegengehouden. Het was uit zijn handen, het systeem zei „nee”.

*Klaarblijkelijk is Rutte nooit door zijn raadgevers of communicatiespecialisten uitgelegd dat hij te spontaan is met zijn uitlatingen, en ook zo snel reageert, dat hij nauwelijks tijd neemt om na te denken. Daardoor verklaar ik deze door hem gemaakte bunders. Hij kende tot voor kort zo’n immense populariteit, dat hij als een repeterend antwoordapparaat aan het praten sloeg en dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden en problemen. Maar zoals zijn eeuwige glimlach was ook zijn eeuwige gejaagdheid een teken van onbalans in zijn lijf en zichtbaar op zijn gezicht. Zijn agenda is te druk en niemand houdt dat vol.  

Wie te lang aan de macht is, gaat vanzelf meer en meer op Ruud Lubbers lijken. En hier werden we grotelijks belubberd, om met Marcel van Dam te spreken.

Het debat kwam er toch. Achter het spreekgestoelte hamerde Rutte op de woorden „eer en geweten” tot ze bont en blauw zagen. Twee glanzende morele begrippen veranderden van consistentie naarmate hij ze vaker herhaalde. Ze verloren hun vastheid, werden vloeibaar en modderig.

Niet alleen hij, ook de verkenners waren vergeten dat de naam Pieter Omtzigt keer op keer gevallen was in de gesprekken.

„Je moet wat met Omtzigt: minister maken.”

„Positie Omtzigt: functie elders.”

„Allerlei over Pieter Omtzigt.”

Dit was geen onderwerp, dit was een obsessie.

Met het voorgenomen wegpromoveren van Omtzigt werd in één beweging het Kamerlidmaatschap en het ministerschap gedegradeerd. Het Kamerlidmaatschap omdat je in Rutteland niet wordt geacht de zittende macht tegen te spreken. En het ministerschap als „functie elders” waar je een doortastend Kamerlid committeert aan het regeerakkoord en zo het zwijgen oplegt.

Zo ongebruikelijk is het in Nederland dat een volksvertegenwoordiger zijn controlerende taak serieus neemt, dat de naam Pieter Omtzigt ook in de parlementaire pers steevast wordt voorafgegaan door het predicaat „lastig”. Pieter de Lastige. Onzin. Hij doet gewoon goed zijn werk. The last man standing in het duale stelsel.

Rutte ontsnapte hem in de Toeslagenaffaire, maar de geest van Omtzigt zal hem achtervolgen zoals die van Banquo Macbeth.

Dit was een debat over het geheugen, zei Wopke Hoekstra terecht, want het geheugen van Mark Rutte is een Bermudadriehoek waarin almaar cruciale informatie verdwijnt: over de Teeven-deal, de dividendbelasting, het Poetin-gesprek met Zijlstra, de luchtaanval op Hawija, de lijst is lang. Rutte liegt niet, Rutte vergeet. De waarheid is voor hem geen moreel imperatief, zijn leugenachtige vergeetachtigheid dient hem als instrument voor machtsbehoud. Hij beschouwt zijn zelfopgewekte aanvallen van amnesie niet als leugens maar als strategische ontkenningen. Leugentjes om bestwil hooguit, om het proces te beschermen.

In deze krant werd onlangs oud-informateur Herman Wijffels geciteerd, die zich afvroeg welke bestuursstijl Nederland wil: „De klassieke industriële bestuursstijl, command and control van bovenaf. Of een open bestuursstijl, waarbij de regering zich voluit laat controleren door het parlement en dialoog mogelijk is”. Dit was een goed moment om met Ruttes verdovende machtspolitiek af te rekenen, met het onthutsende gebrek aan een toekomstvisie waar die meer dan ooit wordt gevraagd, maar het bleef bij een motie van afkeuring. De coalitiepartijen hielden het wrak drijvend. Rutte wil door. De langstzittende premier worden. Alleen nog voor zichzelf. Als de Winston Churchill van de Lage Landen, aldus Jort Kelder. Moedeloos voorwaarts. Hij vertrouwt niet alleen op zijn eigen geheugenverlies, maar rekent ook op het onze.

[Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.]

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/04/03/allerlei-over-omtzigt-a4038408#/handelsblad/2021/04/03/#102