Tags

,

Staat kan vertrekbonus bestuursvoorzitter IHC niet tegenhouden (Gaby de Groot en Pieter Lalkens, Industrie/fd, 1 apr 21)

In het kort:

  • Staat eiste bij reddingsoperatie IHC dat vertrekkende bestuursvoorzitter geen vergoeding mee mocht krijgen.
  • Rechter spreekt dit tegen, oud-ceo heeft recht op vergoeding van €500.000 euro.
  • IHC zegt vergoeding inmiddels te hebben betaald.

De oud-bestuursvoorzitter van scheepsbouwer Royal IHC, dat vorig jaar door de Nederlandse staat werd gered, heeft toch een vergoeding gekregen voor zijn gedwongen vertrek vorig jaar. De staat had voor het verstrekken van honderden miljoenen euro’s aan financiële steun juist als harde voorwaarde gesteld dat de ceo bij zijn vertrek geen enkele vergoeding mocht ontvangen.

De toekenning van de vergoeding staat in een woensdag gepubliceerd vonnis van de Amsterdamse kantonrechter. Volgens de rechtbank kan een derde partij een werkgever ook niet verbieden een minimaal wettelijke transitievergoeding uit te keren. ‘Zelfs de staat kan dat niet’, aldus de rechter.

De rechter wijst de oud-ceo, Dave Vander Heyde, daarom een beëindigingsvergoeding van €503.011 toe. Vander Heyde had in de rechtszaak geëist dat het privaatrechtelijke contract tussen hem en IHC ‘gerespecteerd’ moest worden. Volgens hem is er voor ‘overheidsbemoeienis’ bij arbeidsvoorwaarden in een private onderneming ‘geen ruimte en ontbreekt de wettelijke grondslag’.

Randvoorwaarde

De toekenning betekent een gevoelige nederlaag voor de staat. In de brief die toenmalig minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) vorig jaar april naar de Tweede Kamer over de reddingsoperatie stuurde, staat de volgende zinsnede bij de randvoorwaarden voor de overheidssteun: ‘De huidige ceo vertrekt zonder transitievergoeding en er worden dit jaar geen bonussen en geen dividend uitgekeerd.’

In antwoord op Kamervragen bevestigde de minister twee maanden later nog eens dat de vertrekkende ceo geen enkele vorm van vergoeding zou meekrijgen. Een woordvoerder van het ministerie van EZK voegt daar nu na vragen van het FD aan toe dat ‘het uiteindelijke oordeel over de voorwaarden van zijn vertrek echter aan de rechter is’.

Overeenkomst

‘Het verbaast me niets, deze uitspraak van de rechter zat er in. Overeenkomst is overeenkomst’, zegt Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. De overheid kan volgens hem voor het maatschappelijke draagvlak van een redding verlangen dat de contractuele afspraken ongedaan worden gemaakt. Maar de vertrekkende bestuurder kan vervolgens eisen dat de eigen afspraken nagekomen moeten worden.

Verhulp wijst erop dat de staat er niet bij IHC, maar bij Vander Heyde op aan had moeten dringen om af te zien van een vergoeding. ‘Dat zag je ook bij KLM. De overheid springt dan alleen bij op voorwaarde dat de directie toezegt af te zien van een bonus.’

Steunverzoeken

De woordvoerder van EZK wijst erop dat in mei 2020, dus vlak na de redding, een ‘Afwegingskader bij steunverzoeken individuele bedrijven’ is opgesteld. Daarin is opgenomen dat bijzondere steunverlening zich in de regel niet verdraagt met onder meer ruime ontslagvergoedingen voor bestuursleden.

‘Bij toekomstige reddingsoperaties zullen bij ontslagvergoedingen de voorwaarden uit het Afwegingskader voor steun aan individuele bedrijven worden gevolgd. Ook daarvoor geldt echter dat achteraf deze voorwaarden altijd getoetst kunnen worden door de rechter’, zo zegt de woordvoerder.

Arbeidscontract

Drie dagen voordat de staat de reddingsactie van IHC bekendmaakte, sloot het bedrijf een vaststellingsovereenkomst met toenmalig ceo Vander Heyde. Daarin was vastgelegd dat zijn arbeidscontract per 1 november 2020 wordt opgezegd. Een mogelijke betaling van een vertrekbonus en de hoogte daarvan ging men voorleggen aan de rechter.

De rechtbank deed afgelopen december uitspraak. De oud-ceo maakte volgens de rechter aanspraak op de vertrekvergoeding, zoals die in het contract was vastgelegd, namelijk een bruto jaarsalaris.

Het feit dat IHC zich gedwongen voelde om de voorwaarde van de staat te accepteren om een faillissement te voorkomen, maakt niet dat de oud-ceo geen beroep kan doen op de beëindigingsvergoeding. ‘Ook al omdat de voorwaarde werd gesteld door een derde die geen partij was bij de arbeidsovereenkomst en waarop verzoeker (de oud-ceo) ook geen enkele invloed heeft gehad’, staat in de uitspraak te lezen.

De oud-ceo van IHC eiste in de rechtszaak overigens een veel hogere vertrekvergoeding, onder meer voor de certificaten IHC die hij met een lening had aangeschaft. Door de reddingsactie waren deze waardeloos geworden. Maar daar gaat de rechter niet in mee.

Een woordvoerder van IHC zegt in een reactie dat het bedrijf niet in beroep gaat tegen de uitspraak. ‘De rechter heeft in haar vonnis bepaald dat IHC contractueel verplicht is om de beëindigingsvergoeding van één jaarsalaris te betalen. IHC heeft geen gronden gezien om hiertegen in beroep te kunnen gaan en heeft inmiddels de vergoeding betaald.’

https://fd.nl/ondernemen/1378855/staat-kan-vertrekbonus-bestuursvoorzitter-ihc-niet-tegenhouden-gad1cawO1toF