Tags

Na corona, Commentaar/nrc.nl, 23-3-21

Terwijl het de burger steeds zwaarder valt om de discipline op te brengen zich aan alle coronamaatregelen te houden, is er één beperking die voorlopig niet opgaat: de begrotingsdiscipline is opgeschort. De staat is inmiddels zo’n 60 miljard euro kwijt aan alle steunmaatregelen die zijn getroffen om bedrijven, werknemers en zelfstandigen door de crisis heen te helpen.

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een handvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Dat bedrag zal ongetwijfeld oplopen, want de economie valt tegen. De Nederlandsche Bank (DNB) becijferde maandag dat de economie dit jaar met iets meer dan 2 procent zal groeien. Het gehoopte hersteljaar, na de krimp met 3,8 procent in 2020, verschuift langzaam naar 2022. Dat maakt de behoefte aan een coherent herstelplan alleen maar groter. Er zijn weinig economen te vinden die op dit moment zouden adviseren om te stoppen met het steunbeleid dat deze pandemie kenmerkte. En terecht. Tegelijkertijd zal er ook moeten worden nagedacht over de langere termijn.

DNB-president Knot stelde maandag bij de presentatie van het jaarverslag van de centrale bank dat na de crisis er weer behoedzaam moet worden begroot. Nieuwe structurele uitgaven van de overheid moeten dan weer worden gedekt met structurele inkomsten. Een effectieve en stevige heffing op de uitstoot van kooldioxide kan daar een voorbeeld van zijn – liever dan een generieke lastenverzwaring. De centrale bank verdient zelf steeds minder, door de negatieve rentes die heersen op de geldmarkt en de markt voor staatsleningen. Door een voorziening voor toekomstige risico’s is de winst van DNB geslonken tot nagenoeg nul.

Ten opzichte van vorig jaar loopt de staat nu 1,2 miljard euro aan dividend mis. Dat lijkt geen probleem: de staatsschuld komt waarschijnlijk iets boven de 60 procent van het bruto binnenlands product uit. Van alle eurolanden van enige omvang heeft Nederland veruit de laagste schuld. Maar wat het pandemiejaar 2020 wel duidelijk heeft gemaakt is hoe belangrijk het is om ruime begrotingsbuffers te hebben. Het is geen uitgemaakte zaak dat de pandemie komend najaar verdwenen is. En onbekend is nog hoe groot de ravage is in het bedrijfsleven als de vloed zich terugtrekt.

Voor de landen om ons heen is die uitgangspositie veel minder rooskleurig, of zelfs dramatisch. De staatsschuld in Spanje is verhoudingsgewijs nu dubbel zo groot als die van Nederland. Dat geldt ook voor België en Frankrijk. Italië spant de kroon met een staatsschuld van 157 procent van het bbp – het kleine Griekenland zit al boven de 200 procent. Zelfs de Duitse staatsschuld is, met een verwachte 76 procent van het bbp, relatief groter dan de Nederlandse.

Een Nederlands herstelplan zal rekening moeten houden met deze Europese context. Hoe ondraaglijker de schuld, hoe luider de roep zal worden om daar iets aan te doen. Dan valt het oog al snel op de rond de 2.500 miljard aan staatsschuld die al door de Europese Centrale Bank en de aangesloten nationale centrale banken is opgekocht. Het wegstrepen van een deel daarvan zal de centrale banken opzadelen met een gat in het eigen vermogen – en onvoorziene gevolgen.

Zo’n schuldkwijtschelding is niet zo ondenkbaar: hij staat gewoon in het programma van het pan-Europese Volt, dat vorige week met 3 zetels in de Tweede Kamer kwam. Over olifanten gesproken. Het onderstreept dat scenarioplanning in de kabinetsformatie geen overbodige luxe is. De premier hoeft maar naar buiten te kijken om te weten dat discipline, als deze eenmaal begint af te kalven, zeer lastig terug te krijgen is.

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/03/23/gezonde-begroting-wordt-vooral-een-europees-probleem-a4036811#/handelsblad/2021/03/23/#116