Tags

Joost van Velzen, economie/Trouw, 17-3-21)

Studie – De kalverhouderij moet een flink kopje kleiner worden gemaakt, blijkt uit een uitgelekt rapport. De sector moet in elk geval schoner en diervriendelijker worden.

Er lijkt zich een somber toekomstbeeld af te tekenen voor de Nederlandse kalverhouderij. De sector zal kleiner, schoner en diervriendelijker moeten worden en misschien wel helemaal moeten verdwijnen, zo blijkt uit een uitgelekte studie door drie onderzoeksbureaus in opdracht van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Het rapport verkeert nog in een conceptfase en dateert van eind januari, zo berichtte de NOS deze week.

De studie schetst drie toekomstscenario’s. In het eerste zou de vleeskalversector zelfs vrijwel geheel uit Nederland verdwijnen. Kalveren blijven volgens dat scenario hun hele leven op een melkveehouderij, waar ze volop de ruimte krijgen, onbeperkt kunnen drinken en waar weidegang wordt gestimuleerd. Voor de kalfjes die voor de slacht zijn, mag transport naar het slachthuis niet langer dan vier uur duren.

In het tweede script blijven kalfjes minimaal drie maanden op de melkveehouderij voor ze naar een vleeskalverbedrijf gaan. Ook wordt de import van kalveren aan banden gelegd. Jonge dieren mogen dan alleen nog Nederland in als het land van herkomst aan dezelfde voorwaarden voldoet als hier.

Het derde plan van de Scenariostudie Kalverketen pleit voor een regionaal georiënteerde kalversector. Daarin mag de maximale transportafstand van melkveehouderij naar vleeskalverhouder niet meer dan 100 kilometer zijn. Import is bij dat model alleen mogelijk als dieren afkomstig zijn uit de grensstreek.

Wat de economische gevolgen zijn voor de branche staat volgens de NOS niet in het rapport. Ongeveer de helft van de anderhalf miljoen kalveren die jaarlijks in Nederland worden geslacht, is geïmporteerd uit het buitenland. Vervolgens wordt het vlees weer geëxporteerd. Mocht de sector op de schop gaan, dan wordt één bedrijf midscheeps getroffen: de VanDrie Group uit Mijdrecht, met een jaaromzet van ruim 2 miljard euro en 2500 medewerkers wereldmarktleider op het gebied van kalfsvlees, kalvervoer en kalfsvellen.

“Ongeveer 90 procent van de producten in deze sector in Nederland is gekoppeld aan één bedrijf, en dat is VanDrie”, weet Willy Baltussen, senior onderzoeker agrarische ketens en duurzaamheid aan Wageningen University. “VanDrie heeft eigen slachterijen en zet ook bijproducten af, zoals huiden en botten. De meeste van de ongeveer 1600 kalverhouders in Nederland hebben een contract met VanDrie, dat de jonge dieren zelf bij de kalverhouders brengt en aan het eind komt ophalen voor de slacht. VanDrie levert ook de melk en gezondheidszorg.”

VanDrie Group stelt in een verklaring dat de strekking van het uitgelekte rapport ‘de kloof aantoont tussen ministerie en boer – de mismatch tussen Haags denken en plattelandse werkelijkheid’.

Baltussen vindt de geschetste scenario’s voor de kalversector interessant, maar ziet nog veel haken en ogen. “Als kalveren bij de melkveebedrijven blijven heb je of meer grond nodig, of de melkveehouder kan minder melkkoeien houden. De vraag is of boeren daar blij mee zijn. Ook kalveren produceren methaan en ammoniak, net als melkkoeien, maar ze leveren geen melk. Kalverhouderijen grenzen vaak aan beschermde natuurgebieden.”

Gevraagd wat het voor bijna-monopolist VanDrie betekent als de sector een flink kopje kleiner wordt gemaakt, zegt Baltussen: “Als je aan de poten van de stoel van VanDrie gaat zagen, heb je kans dat ze de hele stoel meenemen en naar een land verhuizen waar voldoende kalveren zitten, zoals Polen, of naar de afzetmarkt, zoals Frankrijk of Italië”.

De markt voor kalfsvlees is wereldwijd klein, maar het vlees van de jonge runderen brengt veel op. In Italië staat kalfsvlees bij vrijwel ieder restaurant en gezin op het menu. Door corona zijn veel restaurants gesloten, waardoor de afzet in de branche kelderde. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek nam het aantal vleeskalveren tot de uitbraak van het coronavirus toe tot ruim 1 miljoen aanwezige dieren.

Op 1 januari van waren er daar nog 942.000 van over. In november bleek dat veel kalverhouders op de Veluwe overwegen met hun bedrijf te stoppen in ruil voor een vergoeding van de overheid. Demissionair minister Carola Schouten van landbouw ‘betreurt’ het uitlekken van het rapport, dat eind deze maand naar de Tweede Kamer gaat.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1202/articles/1318711/15/1