Tags

In het nieuws

Xandra Schutte, De Groene Amsterdammer, 10 maart 2021 – verschenen in nr. 10-11

Het is vooralsnog een wat wezenloze verkiezingscampagne. Een recordaantal politieke partijen probeert de aandacht van de kiezer te trekken, politici zijn niet van het tv-scherm weg te slaan, en anders zijn ze wel via een bibberende livestream te volgen vanuit een of ander zaaltje in het land. Ze doen allemaal vreselijk hun best hun ideeën aan de man te brengen, en anders wel hun invoelende persoonlijkheid, maar op de een of andere manier lijkt het of het hen niet lukt uit hun cocon te breken. Er zijn aanvalletjes over en weer, en dispuutjes op tv, in programma’s die zo geformatteerd zijn dat die nooit langer dan een paar minuutjes duren en waarin grote thema’s verschrompeld zijn tot kwestietjes. De echte meningenstrijd over de toekomst van Nederland als de coronacrisis is bedwongen komt niet echt van de grond. Echte verschuivingen in de peilingen blijven tot nog toe uit.

*Een toekomstvisie over de toekomst van ons land is per definitie onmogelijk omdat er nog lang niet genoeg gegevens in de vorm van data bekend zijn om op die basis te bezien hoe geruïneerd ons land is geworden. Zonder me in de verkiezingsprogramma’s te hebben verdiept heb ik dus geen idee hoe de programschrijvers al hebben ingehaakt op de covid-verschijnselen.

De politiek wekt de indruk, schrijft de Vlaamse schrijver Tom Lanoye in De Groene, ‘van een rad dat ook zonder hamsters rondtolt als een gek’. Als Vlaamse schrijver heeft hij de blik van de buitenstaander en hij ziet in Nederland ‘een benauwend surplace’. ‘Een fin de régime dat al jaren niet wil eindigen omdat niemand een uitweg of een wervend alternatief ziet of biedt.’

Dat ‘surplace’ wordt in de hand gewerkt door de pandemie waar we nog middenin zitten. Die maakt niet alleen het fysiek campagne voeren onmogelijk – alleen Forum voor Democratie trekt zich daar niets van aan en trekt met een campagnebus door het land – maar zorgt ook dat corona als een klamme deken over de grote problemen ligt waar Nederland nu mee worstelt. Minister-president Mark Rutte is zelf de meester van de surplace; hij doet er alles aan de campagne te depolitiseren om als crisispremier de macht te behouden.

Op tv verschrompelen grote thema’s tot kwestietjes

Sinds 2010 leidt Rutte het land en in die tijd zijn problemen gegroeid en blijven liggen die erom schreeuwen aangepakt te worden: van de stikstofcrisis tot de crisis in ons onderwijs, van het woningtekort en de capaciteitsproblemen in de zorg tot de gegroeide ongelijkheid. En dan is er nog het grootste probleem van allemaal: de klimaatcrisis, waarin een politiek van pappen en nathouden geen soelaas biedt. Onze reconstructie van twintig jaar Nederlandse klimaatpolitiek laat een aaneenrijging van gemiste kansen zien, waarbij met name de VVD, uit angst voor haar achterban, te benauwd is om een heldere positie in te nemen.

Ernstiger is misschien nog dat ruim tien jaar Rutte het vertrouwen in de politiek verder heeft ondermijnd. Of het nu laagopgeleiden, jongeren of Nederlanders met een migratieachtergrond zijn; ze hebben het idee dat de politiek niet voor hen opkomt. Zoals Greta Riemersma laat zien in haar reportage over Oost-Groningen, een arm gebied dat zich door de slechte aanpak van de aardbevingsschade en het verdwijnen van de ene na de andere voorziening door de politiek in de steek gelaten voelt. ‘Die laat je gewoon stikken.’ ‘We leven steeds meer langs elkaar heen’, zegt socioloog Jeroen van der Waal over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. ‘En het is natuurlijk een gegeven dat naarmate je meer langs elkaar heen leeft, je ook moeilijker begrip voor elkaar opbrengt.’

De aanpak van de coronacrisis en die van de aardbevingen in Groningen, de toeslagenaffaire en eind vorige maand de presentatie van het onderzoek van de commissie-Bosman naar het functioneren van de uitvoeringsorganisaties – het brengt allemaal aan het licht dat niet alleen de politiek maar ook overheid in gebreke blijft. Beleid kan zo complex zijn dat het bijna onuitvoerbaar is en daarnaast zijn bestuurders en uitvoerders vaak zo losgezongen van de werkelijkheid dat wanbeleid jaren kan voortduren. En tegenover de beleidsmakers, in de eerste plaats de regering, staat een parlement dat onvoldoende tegenmacht kan bieden. Zeker als het gaat om haar rol als medewetgever laat de Tweede Kamer het afweten, laat het Investico-onderzoek in De Groene zien.

Al die dingen samen – de grote problemen die blijven liggen, het wantrouwen tegen en functioneren van de overheid – zorgen voor dat gevoel van ‘een fin de régime’, waar Tom Lanoye het over had. Eén wervend alternatief is er niet, wel een heleboel alternatieven en alternatiefjes die in veel gevallen een vluchtheuvel bieden tegen het wantrouwen. Maar het is snakken naar dat echte alternatief en een nieuw kabinet dat de klamme deken van zich afwerpt.

https://www.groene.nl/artikel/verkiezingen-in-crisistijd