Tags

Psychologie Politiek

Hoe komen politieke tegenstanders tot hun verschillende percepties? Bij bepaalde emotionele boodschappen blijken hun hersenactiviteiten sterk uiteen te lopen.

(MARGREET VERMEULEN, Boeken&Wetenschap/de Volkskrant, 27-2-21)

Politieke polarisatie is volgens hersenwetenschapper Jeroen van Baar net zo’n groot probleem als de opwarming van de aarde en de vluchtelingencrisis. En dan bedoelt hij niet zozeer dat de meningsverschillen hoog oplopen, maar dat politieke tegenstanders een andere perceptie hebben van de werkelijkheid. ‘Als iedere groepering er zijn eigen feiten op nahoudt, kun je niet samen naar een oplossing zoeken voor problemen. Dat ondermijnt het democratisch proces.’

Dat politieke tegenstanders feiten anders interpreteren, hebben psychologen al dikwijls laten zien. We zijn allemaal geneigd om informatie te geloven die aansluit bij wat we al denken. De Amerikaanse onderzoeker Dan Kahan toonde dat in 2012 aan, met een beroemde studie waarin hij proefpersonen twee keer hetzelfde filmpje laat zien van een protestactie. De vraag is of de demonstranten zich misdragen. De ene keer vinden de proefpersonen dat de demonstranten zich slecht gedragen, de andere keer vinden dezelfde mensen juist van niet. Terwijl ze twee keer hetzelfde filmpje zien. Met dit verschil: de eerste keer krijgen ze te horen dat het een links protest is, de tweede keer wordt verteld dat het een rechtse demonstratie is. De politieke voorkeur van de proefpersonen bepaalt hoe ze het gedrag interpreteren.

Van Baar: ‘Heel mooi onderzoek, maar je kunt ook zeggen: nogal wiedes. Er wordt gevraagd het gedrag te beoordelen van je medestanders en je tegenstanders. Logisch dat de meeste mensen het gedrag van hun tegenstanders negatiever beoordelen. Wat wij wilden weten is: wanneer komen mensen tot zo’n oordeel. Is het achteraf? Zeggen ze eigenlijk maar wat, omdat het ze goed uitkomt? Of gebeurt het al op het moment van waarneming? Onze waarneming wordt immers mede bepaald door onze angsten, onze voorkennis en de groep waar we bij horen. Dat alles geeft betekenis aan de informatie die binnenkomt.

‘Zelfs de huidskleur van Barack Obama verandert mee met de toeschouwer. Als je aan een Obama-fan vraagt een foto te kiezen die het beste laat zien hoe de oud-president eruit ziet, kiest hij of zij een plaatje waarop Obama kunstmatig lichter is gemaakt. Republikeinen kiezen juist voor een foto waarop Obama extra donker is gemaakt. De lens waar je door kijkt, wordt blijkbaar mede gevormd door de – etnische, politieke – groep waar je toe behoort.’

Van Baar, en zijn collega’s aan Brown University, bekeken het brein van 44 Republikeinen en Democraten terwijl ze liggend in de MRI-scanner filmpjes bekeken. De hersenactiviteit bij alle 44 breinen liep ongeveer synchroon bij het zien van een onschuldig filmpje over bevers in Wyoming. Bij een nieuwsitem over abortus dat heel neutraal over het voetlicht werd gebracht, zagen de onderzoekers ook weinig tot geen verschil in hersenactiviteit. Alles werd anders toen de proefpersonen een stukje debat zagen over politiegeweld tussen de toenmalige vicepresidenten Mike Pence en Tim Kaine in 2016. Bij Republikeinen en Democraten werden weliswaar dezelfde hersennetwerken actief, maar op verschillende momenten.

‘Dat betekent dat de informatie anders wordt verwerkt in het brein. Een mooi voorbeeld is het beloningssysteem. Dat wordt geactiveerd als je iets hoort wat helemaal in lijn is met jouw doelen. Bij het filmpje van het debat over politiegeweld zie je dat het beloningssysteem bij Republikeinen en Democraten op andere momenten piekt. Ook de activiteit in de netwerken waar emoties worden gereguleerd, liep niet synchroon. De emotionele ervaring die het debat opriep, liep dus ook uiteen. Die verschillen in perceptie beginnen dus al op het moment van waarneming. Het gaat niet om opvattingen die achteraf worden gevormd.’

De neutrale filmpjes liet Van Baar welbewust zien, om erachter te komen of Republikeinen en Democraten daar anders op zouden reageren. Niet dus. ‘Republikeinen hebben geen ander brein dan Democraten, wat weleens wordt beweerd. Er gaat pas iets mis als er heikele thema’s worden gebracht op een gepolariseerde manier. Alleen dan ziet de hersenactiviteit er bij Republikeinen anders uit dan bij Democraten. Onze studie is nog niet officieel gepubliceerd – en het zijn maar 3 filmpjes met 44 proefpersonen – maar toch moeten we dit zien als een waarschuwing. Gepolariseerde informatie komt bij politieke tegenstanders anders binnen. Het is voedsel voor het ontstaan van verschillende werkelijkheden.’

Vorig jaar deden hersenwetenschappers aan de andere kant van de VS in Princeton een soortgelijke studie als Van Baar. Hier werden de breinen geobserveerd van tientallen Amerikanen die voor of tegen immigratie zijn terwijl ze naar filmpjes over dat onderwerp kijken, zoals over de bouw van een muur aan de grens met Mexico. Ook hier zagen onderzoekers al in het brein verschillen bij de interpretatie van de getoonde informatie. Vooral de hersenactiviteit in het deel van de prefrontale cortex dat betekenis geeft aan verhalen en ons in staat stelt ons in te leven in anderen, liep uiteen. Opvallende uitkomst: hoe emotioneler, dreigender en moralistischer de toonzetting, des te groter de verschillen in breinactiviteit tussen Republikeinen en Democraten bij het zien van de video’s.

De studie van Van Baar laat overigens ook belangrijke individuele verschillen zien. ‘Mensen die slecht met onzekerheid om kunnen gaan, iets wat we bij onze proefpersonen hebben uitgevraagd, schieten sneller in een gepolariseerde blik. Zij willen geen nuances zien, hebben moeite met vraagtekens. Een zwart-wit beeld van de werkelijkheid geeft hun meer houvast.’

Hersenonderzoek is volgens hem nodig als aanvulling op psychologisch, politicologisch en sociologisch onderzoek. ‘De psychologie alleen kan niet verklaren waarom de polarisatie in de VS en vrijwel overal, ook in Nederland, zo toeneemt. Veranderende omstandigheden, zoals de groeiende onzekerheid op de arbeidsmarkt of de opkomst van sociale media, spelen natuurlijk een rol. Maar pas in de wisselwerking met psychologische factoren ontstaat er polarisatie of zelfs extremisme. En de manier waarop ons brein informatie verwerkt is daar onderdeel van.

‘Let bij de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen maar eens op of je ‘dog-whistle-uitspraken’ hoort, ‘hondenfluitpolitiek’. Net zoals een hondenfluitje alleen hoorbaar is voor honden, zijn er uitspraken, bijvoorbeeld racistische, die alleen door mensen met racistische opvattingen herkend worden. De omvolking van Nederland, waar Forum voor Democratie het over heeft, klinkt voor buitenstaanders zo vaag dat ze er geen acht op slaan. Ze zien niet de diepere betekenislagen. Terwijl zo’n term bij de aanhangers van Baudet een hele wereld oproept waar ze veel over gelezen hebben op sociale media. Met als gevolg: uiteenlopende interpretaties van zo’n uitspraak in het brein.’

AFFECTIEVE POLARISATIE

Polarisatie wordt vooral gezien als een tegenstelling tussen opvattingen: ook wel ideologische polarisatie genoemd.

Vaak ontstaat de kloof niet zozeer door botsende meningen, maar door de afkeer die we voelen voor de politieke tegenstanders. Dat wordt affectieve polarisatie genoemd. De Nederlandse politicoloog Eelco Harteveld van de Universiteit van Amsterdam onderzocht in 2019 hoe wij over onze politieke opponenten denken: wie heeft de grootste afkeer van wie?

PVV’ers bijvoorbeeld moeten heel weinig hebben van GroenLinksers. Als ze hun gevoel voor de aanhangers van Jesse Klaver een cijfer moeten geven op een ‘warmte-schaal’ van 0 tot 100, krijgen GroenLinksers 23,8 punten. Omgekeerd koesteren GroenLinksers nóg killere gevoelens voor PVV’ers: die geven ze 19,4 punten.

In de VS wordt de manier waarop Republikeinen en Democraten over elkaar denken op dezelfde manier gemeten. Deze opponenten geven elkaar op deze warmte-schaal nog altijd rond de 30 punten.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1192/articles/1308077/88/1