Tags

  1. In een land met een premier die een hekel heeft aan visies, moet hij wel terugvallen op specialisten als adviseurs, om zich goed te laten informeren over hun specialisatie en hoe de stand van zaken is binnen dat vakgebied. Maar ook kan na een jaar pandemie nu worden opgemerkt dat die virologen en epidemiologen steeds met dezelfde opvattingen aan praatprogramma’s op tv deelnemen en eigenlijk niets nieuws te melden hebben. Zij hebben geen politiek inzicht in die zin dat ze hun vakgebied kunnen koppelen aan de noodzaak binnen de politiek (verantwoorde) keuzes te maken.
  2. Het voorgaande betekent dat zowel die medisch specialisten, als de politici te kampen hebben met een gebrek aan langetermijnvisies, want die vallen medisch niet te voorzien vanwege de altijd voorkomende nieuwe ontwikkelingen en innovaties. En dat geldt ook voor de politiek, maar daar zijn ze het dagelijkse gebonden aan overleggen om tot beleidsconsensus te komen. Ze functioneren op hun onderscheiden vakgebieden als ééndimensionale wezens die even hard als alle overige burgers worstelen met de noodzaak om passend beleid te ontwikkelen. Want met name ook de politici zijn sinds het wegvallen van de zuilenmaatschappij (van verschillende vastliggende godsdiensten en ideologieën) gedegradeerd tot dito eendimensionale wezens. Eigenlijk is dit verschijnsel ook een breed maatschappelijk verschijnsel geworden omdat alle beroepsgroepen specialisten zijn geworden met hun dito eenzijdige taak oriëntaties. Kortom, de verdwijning van de zuilenmaatschappij heeft ook het verlies betekend van ‘generalistische’ politici, want in de praktijk van de dag zijn alle politieke partijen belangenorganisaties geworden die geen algemene, langetermijn visie meer hebben dat het algemeen belang vormgeeft, want dat bestaat niet meer. Dat begrip algemeen belang valt ook nooit meer in Kamerdebatten. Om van de veelvuldigheid van onderlinge meningsverschillen binnen het OMT maar te zwijgen. Politieke adviesorganen dienen ook met één mond te spreken om gezag uit te stralen en zeker in crisistijden.
  3. Waar tot slot zowel politici als medici mee te maken hebben gekregen is dat de algemene maatschappelijke én economische ontwikkelingen én veranderingen die dwingen tot aanpassingen in hun vakgebieden en budgettaire veranderingen die doorgevoerd moeten worden. Met name ook de economische theorieën én van de leer der overheidsfinanciën  omdat bezuinigingen steeds minder logisch en mogelijk zijn. Er is een andere praktische economische realiteit ontstaan die ook zichtbaar is geworden in het ECB-beleid dat nationale schulden opkoopt. Dat is een onomkeerbaar proces geworden. Dus groeien de medische kosten (en investeringen) ook permanent door.
  4. Deze punten gaan meespelen in een toekomstige evaluatie van de covidcrisis.