Tags

Stelling: Rutte mag zijn trots op ons nuchter volkje gaan bijstellen, want al wat hij aan lyrische bewoordingen over ons ‘gave land’, is niet meer van toepassing. Heel veel werk aan de winkel.

Kritiek? Enorm veel. Maar niet op onszelf (Column Thijs Niemantsverdriet, nrc.nl, 6 januari 2021)

Behalve veel lelijks brengen crises ook altijd iets moois met zich mee: onder druk van de gebeurtenissen gaan zorgvuldig opgebouwde mythes in rook op. Zo ook nu. Als ik me niet vergis, zijn er tijdens de coronacrisis ten minste drie hardnekkige misverstanden over het nationale zelfbeeld uit de weg geruimd.

Ten eerste: de mythe van de Hollandse nuchterheid. Je hoefde de afgelopen maanden maar één blik te werpen op sociale media om te zien dat we volstrekt geen nuchter volkje zijn. Haat, hysterie en hetzes zetten de toon. Dat hebben Hugo de Jonge (bekend van de hashtag #hugodejongekanniks) en het handjevol influencers dat kortstondig „niet meer meedeed” aan den lijve kunnen ondervinden.

Ten tweede: de mythe dat alles in ons land zo goed geregeld is. Nederlanders lachen altijd graag om die incompetente Italianen of Belgen, met hun eeuwige begrotingstekorten en snelwegen vol gaten. In Nederland hebben we onze zaakjes tenminste op orde. Sinds het gepruts met de test- en ziekenhuiscapaciteit, het falen van het bron- en contactonderzoek en het geklungel met het vaccin weten we wel beter.

Ten derde: de mythe van de autonome, volwassen burger die zelf verantwoordelijkheid neemt. Bleek evenmin te bestaan. We konden de weelde van de versoepeling van de ‘intelligente lockdown’ niet aan. Bouwden toch een feestje in het park. Wilden niet in quarantaine nadat we van vakantie waren teruggekeerd. Gingen toch gewoon lekker shoppen op Black Friday. Prima, die regels, maar niet voor ons.

Nou zou je denken dat het doorprikken van dit soort mythes gepaard gaat met de nodige reflectie en zelfkritiek. En het ligt misschien aan mij, maar daarvan heb ik tot nu toe bijzonder weinig gezien.

Ja, er is ontzettend veel kritiek. Op anderen, welteverstaan: het RIVM, Hugo de Jonge, burgemeesters, de GGD, studenten die toch een feestje houden, Nederlanders met een migratieachtergrond die oververtegenwoordigd zijn op de IC’s. Maar reflectie op onze eigen rol? Amper gehoord.

Ik bel met socioloog Gabriël van den Brink, als geen ander bedreven in de analyse van het Hollandse zelfbeeld. Om te reflecteren, zegt hij, moet je drie dingen kunnen: luisteren, nadenken en spreken. Met dat laatste hebben we in Nederland weinig moeite. „We zijn een land van burgers uit wier mond veel komt: gevoelens, gepeperde meningen, kritiek en een hoop gekanker. Dat is nog veel sterker geworden tijdens de coronacrisis. Maar het eerste element, luisteren, komt niet veel meer voor. En het nadenken vind ik ook zwakjes. Mondigheid is kampioen in Nederland.”

Vandaag is het 6 januari, de laatste dag waarop je traditiegetrouw nog de beste wensen mag uitdelen. Mijn beste wens, voor héél Nederland: een tikje meer zelfinzicht.

*Dit zijn volkomen terechte woorden. Bravo voor zoveel helderheid!

Thijs Niemantsverdriet vervangt op deze plek Floor Rusman.https://www.nrc.nl/nieuws/2021/01/05/kritiek-enorm-veelmaar-niet-op-onszelf-a4026307#/handelsblad/2021/01/06/#102