Tags

Het jaar waarin we onszelf tegenkwamen en schrokken (Arie Elshout column, Opinie & Debat/de Volkskrant, 28-12-20)

In het jaar 2020 verloren we de luxe van een achteloos leven. Het kunnen gaan en staan waar we willen, het kunnen doen en laten wat we willen, zonder er echt bij te hoeven nadenken – het kan niet meer. Onze pas stokte, we vielen stil en stonden ineens oog in oog met iemand die breekbaarder en feilbaarder was dan gedacht: onszelf.

Een voorproefje van dit moment van collectieve bezinning kreeg ik in juli 2019, op een zomeravond in het Brusselse café Le Coq. De nacht ervoor had ik tot acht uur ‘s ochtends doorgehaald op een Europese top, de volgende morgen moest ik door naar Straatsburg. Het waren broeierige, jachtige dagen. Bij een glas Geuze viel in de krant De Standaard mijn oog op een column van de Vlaamse dichter Bernard Dewulf.

Hij beschreef hoe hij, gezeten onder een brede parasol en omarmd door het warme ‘gefezel’ van een zachte, onschuldige regen, mijmerde dat we eigenlijk zouden moeten terugkeren naar alles en iedereen naar wie we niet goed hebben geluisterd. ‘En dan vragen: Wat heb je gezegd? Toen. Ooit. Vroeger. Daarnet. En straks.’ De woorden van de dichter raakten me, als een bolletje schone poëzie met scherpe stekels. Ik besefte hoezeer ik tekortgeschoten ben in wat Dewulf het aandachtige leven noemt. Een halfjaar later sloeg het coronavirus toe en kwamen we allemaal onszelf tegen.

Het maakt van 2020 het jaar van de nieuwe deemoed. We zijn niet ongenaakbaar. We weten weer hoe dun de lijn is waarover we lopen. We leefden te nonchalant in de overtuiging dat we alles onder controle hadden en geen tijd mochten verspillen in alles wat we deden. Familiebezoek even snel tussendoor, collega’s meer last dan lust, vrienden alleen op zijn tijd. Nu leren we weer de werkelijke waarde van dingen kennen. We eisen toegang tot oma en opa, missen collega’s en vrienden, nemen onszelf in acht, willen andermans gezondheid niet schaden, en beseffen: minder is soms beter dan meer. Kortom, aandachtig leven.

Dat heeft 2020 toch maar mooi bewerkstelligd door ons hard met onszelf te confronteren. Als iemand van na de oorlog heb ik nooit zoiets groots meegemaakt als de corona-pandemie en ervaar ik een voor mij nieuwe kwetsbaarheid. Ik dacht daarvoor dat ik het allemaal wel snapte en gezien had. Nu zag ik ineens een wankele wereld, waarin wij als angstige vliegtuigpassagiers alleen maar kunnen bidden dat de viroloog-piloten ons veilig door het gebied met onweer, turbulenties en luchtzakken loodsen.

En dan was er Donald Trump, de verkiezingsnederlaag-ontkenner. Dat het zover zou komen in Amerika dat een volksmenner een deel van de massa meesleept in zijn waanideeën en dat fanatieke aanhangers van hem spreken over een staat van beleg terwijl ze extreem-rechtse knokploegen opjutten, had ik ook nooit kunnen denken. Gelukkig houdt het Amerikaanse systeem dapper stand; lagere rechters en het Hooggerechtshof hebben tot dusver niet gefungeerd als Trumps verlengstuk zoals sommigen vreesden.

Maar het is eng dat één man het systeem zo onder spanning kan zetten, daarbij geholpen door opportunistische of laffe meelopers. Ik weet niet wat griezeliger is: een dodelijk virus of zulke ‘willing executioners’ in het hart van ‘s werelds sterkste supermogendheid.

Zo leerde ik dit jaar hoe snel dingen kunnen verkeren en hun vanzelfsprekendheid kunnen verliezen. Dat stemt tot bescheidenheid. Het vaccin en Biden vormen hopelijk een opstap naar een beter 2021. Wat we zelf kunnen doen, is vasthouden aan de les dat we beter onderscheiden wat belangrijk is en wat niet.

In de werkkamer van premier Rutte ligt, begrijp ik, het boek Jozef en zijn broers van Thomas Mann. Daarin kan hij lezen over de strijd der twee wereldhelften, die van het licht en die van de duisternis. Die strijd blijft, tegenover winst staat verlies, perfect wordt het nooit.

Laten wij, aldus Mann, vooral de volmaaktheid van een midden tussen niet al te goed en niet al te slecht koesteren. Tevreden zijn is genoeg. Vervang het achteloze leven door een aandachtig leven, zorgvuldig leven, zoals Dewulf het noemt.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1140/articles/1271379/23/1