Tags

Stelling: Harde cijfers zijn nauwelijks te geven, want het zijn bijna beursberichten, maar veel is ook “moeilijk” vast te stellen:

  1. “Het grootste deel van de stijging komt vermoedelijk doordat er meer mensen besmet zijn.”
  2. “Het vermoeden bestaat dat ook deze keer via student, naar ouder en tenslotte grootouder het virus zich weer zal verspreiden en de cijfers van opnamen in ziekenhuizen en tenslotte sterfgevallen weer gaan oplopen.“
  3. “Dat is opmerkelijk hoog aangezien van de helft van alle besmettingen de herkomst niet in kaart valt te brengen.”
  4. “De drukte in de winkelstraten kan ook een bijdrage hebben geleverd aan het aantal besmettingen, maar het is moeilijk om in kaart te brengen hoeveel besmettingen door het winkelen hebben plaatsgevonden.”
  5. “Besmettingen in de winkelstraten zijn door deze methode niet goed te meten.”
  6. “Het RIVM heeft wel geopperd dat Black Friday een rol heeft gespeeld bij de opleving, maar dit is niet terug te zien in de cijfers.”
  7. “Bij ruim 6 procent van alle geregistreerde besmettingen is de werkplek de oorzaak. Dat is hoog aangezien bij de helft van alle besmettingen de oorzaak niet is te achterhalen. Alleen besmettingen thuis of op bezoek bij andere familieleden scoren nog hoger als oorzaak.”
  8. “Na de sluiting van de horeca is het aantal besmettingen onder horecapersoneel logischerwijs flink gedaald. Maar bij het personeel dat actief is in een contactberoep (kappers, rijschoolinstructeurs, manicures) volgt het aantal besmettingen dezelfde lijn als het landelijke beeld.”
  9. “Of de contactberoepen ook de oorzaak zijn van nieuwe besmettingen is niet bekend, aangezien het RIVM van deze categorie niet bijhoudt of contactberoepen een besmettingshaard zijn.”
  10. “We hebben de besmettingen aan onszelf te danken, is een populaire verklaring over de recente stijging van het aantal besmettingen. Maar in de cijfers is het beroerde gedrag van de Nederlander nog niet enorm terug te vinden. We houden ons gezamenlijk nog best aardig aan sommige maatregelen, zo blijkt uit de meest recente gedragsmonitor van het RIVM.”
  11. “Thuisblijven bij klachten doet minder dan de helft van de ondervraagden, aan het maximale aantal bezoekers houden zij zich wel. Deze cijfers zijn wel enigszins verouderd, dus het kan zijn dat we de laatste maand ons allemaal minder aan de regels houden.”
  12. “Net als eerder zijn de cijfers in Groningen en Friesland nog wel lager, maar ook daar zijn deze week ongeveer anderhalf keer zoveel besmettingen gemeld als de week daarvoor.”
  13. Deze eerste poging om tot een overzicht te komen van de feiten, cijfers en verbanden, levert véél op als we uitgaan van het gegeven dat dit type onderzoek nog nooit eerder is gedaan omdat dit model niet in een laboratorium te ontwikkelen was. Maar dat hoort bij ieder nieuwe verklaring die cijfermatig onderbouwd moet worden. Daarentegen kwamen we veel aanduidingen tegen zoals ‘moeilijk in kaart te brengen’, en dat duidt op het feit dat we nog lang niet klaar zijn met een evaluatie van het coronabeleid, en dat betekent ook dat de Tweede Kamer zich bescheiden mag én moet opstellen omdat de uren aan debat in het afgelopen jaar nog veel minder heeft opgeleverd dan dit eerste veldwerk. De Kamer levert even zo goed broddelwerk af.

Waarom we corona niet afstoppen (SERENA FRIJTERS en XANDER VAN UFFELEN, Ten eerste/de Volkskrant, 15-12-20)

We hebben de besmettingen aan onszelf te wijten, is een populaire verklaring over de stijging van het aantal besmettingen. Maar we houden ons best aardig aan de maatregelen.

Het kabinet ziet zich genoodzaakt om extra maatregelen te nemen. Waarom is het niet gelukt om met de huidige regels de tweede golf te bedwingen? Een analyse aan de hand van negen mogelijke verklaringen.

We zijn meer gaan testen

Een deel van de stijging van het aantal besmettingen is te verklaren door het ruimere testbeleid. Vorige week was maximaal een kwart van de hogere cijfers te herleiden naar personen die zonder klachten toch zijn getest. Het grootste deel van de stijging komt vermoedelijk doordat er meer mensen besmet zijn.

Dat de besmettingen wel degelijk stijgen blijkt ook wel uit de recente stijging van het aantal patiënten in het ziekenhuis. De toename van de ziekenhuisbezetting loopt altijd enkele dagen achter op een stijging van de besmettingen, deze cijfers zouden nog verder kunnen stijgen. Maandag nam het aantal patiënten in het ziekenhuis met ruim 100 personen toe.

Overal stijgen de besmettingen, maar vooral bij jongeren

Net als na de zomer zijn de belangrijkste stijgingen te zien onder jongeren, meldde het RIVM vorige week. Vooral onder de groep van 18 tot 24 jaar is dat volgens het RIVM opmerkelijk, aangezien deze groep zich aan dezelfde maatregelen moet houden als oudere leeftijdscategorieën. De extra stijging van jongeren kan verklaren waarom het aantal ziekenhuisopnamen nog niet enorm is opgelopen. Maar ook het aantal besmettingen bij oudere groepen vertoont een stijging.

Tijdens het begin van de tweede golf veroorzaakten de hogere besmettingen onder jongeren ook een stijging bij de ouderen. Het vermoeden bestaat dat ook deze keer via student, naar ouder en tenslotte grootouder het virus zich weer zal verspreiden en de cijfers van opnamen in ziekenhuizen en tenslotte sterfgevallen weer gaan oplopen.

Naast de groep van 18 tot en met 24, zijn er ook veel besmettingen onder scholieren. Vooral de leerlingen op de middelbare school blijken vaker besmet te zijn. Dat was een ingecalculeerd risico, aangezien de scholen open zijn gebleven.

Er zijn meer besmettingen op scholen

De scholen blijken de afgelopen weken een belangrijke rol te spelen bij de verspreiding van het virus. Waar zes weken geleden nog maar 1 procent van alle besmettingen was te herleiden tot scholen, is dat percentage opgelopen naar 4 procent. Dat is opmerkelijk hoog aangezien van de helft van alle besmettingen de herkomst niet in kaart valt te brengen.

Niet alleen scholieren, maar ook docenten zijn besmet. Vorige week testten bijvoorbeeld ruim 400 docenten in het middelbaar onderwijs positief. Het basisonderwijs blijft niet gespaard, in het primair onderwijs en op de buitenschoolse opvang waren dik 800 docenten besmet.

Het is iets drukker in de winkelstraten

De drukte in de winkelstraten kan ook een bijdrage hebben geleverd aan het aantal besmettingen, maar het is moeilijk om in kaart te brengen hoeveel besmettingen door het winkelen hebben plaatsgevonden. Het RIVM brengt alleen besmettingen in kaart als iemand langer dan 15 minuten dichter dan anderhalve meter met anderen in één ruimte heeft gezeten. Besmettingen in de winkelstraten zijn door deze methode niet goed te meten.

Het RIVM heeft wel geopperd dat Black Friday een rol heeft gespeeld bij de opleving, maar dit is niet terug te zien in de cijfers. De besmettingen in kleine gemeenten (waar weinig winkelstraten zijn) liepen de afgelopen weken tenslotte sneller op dan in de grote gemeenten. Ook uit tellingen van winkelstraten is niet een enorme stijging zichtbaar.

Het is drukker op het werk

In maart en april was het rustig op de weg en op de werkplek. Mede vanwege de gesloten scholen bleven toen veel meer mensen thuis dan tijdens de huidige tweede golf. De drukte op de werkplek is daardoor veel groter in het najaar dan in het voorjaar. Contacten met collega’s blijken een belangrijke besmettingshaard te zijn, blijkt ook uit de officiële cijfers over besmettingen.

Bij ruim 6 procent van alle geregistreerde besmettingen is de werkplek de oorzaak. Dat is hoog aangezien bij de helft van alle besmettingen de oorzaak niet is te achterhalen. Alleen besmettingen thuis of op bezoek bij andere familieleden scoren nog hoger als oorzaak.

Bij contactberoepen vinden nog besmettingen plaats

Na de sluiting van de horeca is het aantal besmettingen onder horecapersoneel logischerwijs flink gedaald. Maar bij het personeel dat actief is in een contactberoep (kappers, rijschoolinstructeurs, manicures) volgt het aantal besmettingen dezelfde lijn als het landelijke beeld. Nu de besmettingen oplopen, zie je ook onder deze beroepsgroep een lichte toename van positieve testresultaten.

Of de contactberoepen ook de oorzaak zijn van nieuwe besmettingen is niet bekend, aangezien het RIVM van deze categorie niet bijhoudt of contactberoepen een besmettingshaard zijn.

We houden ons onvoldoende aan de basisregels

We hebben de besmettingen aan onszelf te danken, is een populaire verklaring over de recente stijging van het aantal besmettingen. Maar in de cijfers is het beroerde gedrag van de Nederlander nog niet enorm terug te vinden. We houden ons gezamenlijk nog best aardig aan sommige maatregelen, zo blijkt uit de meest recente gedragsmonitor van het RIVM.

Thuisblijven bij klachten doet minder dan de helft van de ondervraagden, aan het maximale aantal bezoekers houden zij zich wel. Deze cijfers zijn wel enigszins verouderd, dus het kan zijn dat we de laatste maand ons allemaal minder aan de regels houden.

Het seizoen speelt een rol

Het RIVM opperde vorige week dat het seizoen een belangrijke oorzaak is van de recente stijging van het aantal besmettingen. Uit wetenschappelijk onderzoek komt deze relatie ook naar voren. Hoeveel invloed het weer en de temperatuur hebben op de besmettingen is moeilijk uit te rekenen, maar het is aannemelijk dat ook dit najaar het aantal griepgevallen en ook coronabesmettingen oplopen.

In oktober was het weer nog redelijk aangenaam, nadien werd het kouder. Door dit weer zitten we vaker binnen en kan het virus zich beter verspreiden. In heel Europa is in het najaar een toename van de coronasterfte te zien.

Het virus is over het hele land verspreid

In de eerste golf waren Brabant en Limburg de klos, de tweede begon in de grote steden. Maar nu stijgen in het hele land de cijfers. Waar aanvankelijk Rotterdam, Amsterdam en Den Haag de belangrijkste brandhaarden waren, staan nu gemeenten als Urk en Tubbergen hoog in de lijstjes.

Net als eerder zijn de cijfers in Groningen en Friesland nog wel lager, maar ook daar zijn deze week ongeveer anderhalf keer zoveel besmettingen gemeld als de week daarvoor.

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1131/articles/1265135/4/1