Stelling: In een schitterende beschrijving (en uitleg) legt hoogleraar Pauline Meurs uit dat zorgbonusregeling waar de collectieve oppositie in het voorjaar al schreeuwend om vroeg, maar terecht niet kreeg vanwege de eeuwig durende klaagzang om het ‘verkeerde’ beleid: te ingewikkeld én te gedetailleerd was (en daarmee de eeuwige fout inging dat nu zo zichtbaar wordt via de hoorzittingen Kinderopvangtoeslagen), kortom alleen maar een aaneenschakeling van politieke en ambtelijke blunders alsmede een overbelast systeem. De wetgevende politiek als heeft nooit willen zien dat de uitvoeringspraktijk (op alle fronten en op álle ministeries) inmiddels al volkomen uit te hand liepen en dat ligt dus ook aan een falende wetenschapstak, te weten de bestuurskunde, dat gaat over overheidsorganisatie. Korte-termijn-politieke cultuur mag in dit licht als grote schuldige worden aangemerkt omdat dit bestel in verregaande mate is ‘verrommeld’ door een onhoudbare bureaucratie. De pandemie heeft kortom een allesomvattende taak aan de mensheid opgeleverd: 1. Levensstijl heeft onze beschaving verwoest en 2. Alle bestuurlijke gremia gemaakt tot sterfhuisconstructies. 3. Alles moet opnieuw worden opgebouwd, maar dan niet op basis van oud-denken, maar op basis van verantwoorde analyses die op basis van deze pandemie moeten worden opgemaakt.

Zorgbonusregeling is nauwelijks uitvoerbaar (Pauline Meurs, EXPERT/fd, 25-11-20)

In het kort:

  • Regeling zorgbonus is ingewikkeld en veel te gedetailleerd.
  • Hierdoor komt bonus niet bij de juiste zorgverleners terecht.
  • Zorginstelling kan bonus beter zelf uitreiken.

‘Een verhoging van de salarissen van het zorgpersoneel zit er voorlopig niet in. Een motie voor salarisverhoging werd weliswaar door de Tweede Kamer aangenomen, maar het kabinet zal de motie niet uitvoeren. Het wachten is op een volgend kabinet. Verschillende politieke partijen hebben een verhoging van het salaris van zorgpersoneel in hun verkiezingsprogramma opgenomen.

Dit kabinet heeft wel een gebaar gemaakt: een bonus voor het zorgpersoneel dat in het begin van de corona-uitbraak, in het voorjaar, uitzonderlijke prestatie leverde en ook nu weer vol aan de bak is. Voor veel zorgpersoneel is het een welkome aanvulling op hun salaris. Een warm applaus is fijn, maar uiteindelijk is het belangrijk dat de waardering ook in meer materiële zin zichtbaar wordt.

Subsidieregeling

‘De aangekondigde bonus heeft uiteindelijk de vorm gekregen van een subsidieregeling. In deze regeling staat onder meer beschreven wie de bonus aanvragen, wat de maximale hoogte is, wie in aanmerking komen en wie niet, wat de salarisgrens is (tweemaal modaal) en wanneer de aanvraag kan plaatsvinden. Dit zijn slechts een paar artikelen uit de regeling. Uiteraard moet over de wijze waarop de bonussen zijn uitgekeerd verantwoording worden afgelegd. Hoe dat moet is nog niet uitgewerkt.

‘Kabinet, pas de regeling daarom nu nog aan. Maak het simpel en vertrouw de uitvoerders’

Keurt het ministerie een aanvraag goed, dan krijgt de zorgorganisatie de subsidie plus een bepaald bedrag voor de verplichte heffingen. De zorgprofessional krijgt uiteindelijk maximaal €1000 netto op zijn of haar rekening. Deze constructie heeft twee voordelen. De bonus heeft geen effect op inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen. En de bonus vormt voor de werkgevers geen belemmering om bijvoorbeeld een eindejaarsuitkering of kerstpakket te geven.

De vele voorwaarden en details van de regeling doen menig zorgaanbieder de moed in de schoenen zakken. Velen hebben zoveel mogelijk aangevraagd, anderen zien er juist helemaal vanaf. In beide gevallen is de onderliggende overweging: ‘een uitzonderlijke prestatie is een te vaag criterium. Wij willen niet op deze manier onderscheid maken. Het leidt tot teleurstelling en ongewenste discussie in onze organisaties over wie wel en niet de bonus ontvangen en of dat terecht is’.

Grote groep

‘Het lijkt zo eenvoudig de bonus alleen te geven aan de hulpverleners en ondersteuners die direct met het virus te maken hebben en zelf een (groot) gezondheidsrisico lopen. Maar het gaat ook om de grote groep die meer indirect op zeer uiteenlopende manieren heeft bijgedragen aan het bestrijden van corona. Soms door extra inzet voor patiëntenzorg op de non-covid-afdelingen, soms door het overnemen van administratieve taken van zorgpersoneel, soms door het bieden van psychologische steun. In de omschrijving van de regeling – die moet je er echt bijhouden – is een lijst van ongeveer vijftig beroepen en functies opgenomen die in beginsel in aanmerking komen (de ‘ja, mits’-regel) en van ongeveer 100 beroepen en functies die in beginsel niet in aanmerking komen voor de bonus (de ‘nee, tenzij’-regel). De regeling voorziet ook in een gedetailleerde uitwerking van het ‘tweemaal modaal’-principe, met cao-categorieën, correcties voor deeltijdwerk en voor uitzendkrachten.

Deze regeling is een voorbeeld van een hardnekkig mechanisme dat telkens weer de kop op steekt. Tweede Kamerleden uiten kritiek op de wijze waarop bepaald beleid wordt uitgevoerd. In reactie daarop worden wetten en regels aangescherpt, denk aan het persoonsgebonden budget, of de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. De regels worden beoordeeld op rechtmatigheid maar gaan voorbij aan de gedifferentieerde (zorg)praktijk. Een praktijk die de wetgever niet kent. Dat deze regelingen nauwelijks uitvoerbaar zijn en vaak meer problemen veroorzaken dan oplossen, is blijkbaar niet relevant. Iedereen – beleidsmakers, politici, bestuurders, burgers– wil meer ruimte voor de professionals, meer maatwerk, meer vertrouwen in de uitvoering. Maar deze wensen worden keer op keer gelogenstraft.

Moreel aanvechtbaar

‘Ook nu weer. De bonusregeling is nauwelijks uitvoerbaar, er is minimale ruimte voor eigen invulling. De vage omschrijving van de voorwaarde ‘uitzonderlijke prestatie’ is niet houdbaar. Het onderscheid dat op deze voorwaarde tussen personeelsleden moet worden gemaakt, is moreel aanvechtbaar. De regeling suggereert een maakbare werkelijkheid die er niet is, maar wel leidt tot een disproportionele administratieve rompslomp. Het risico dat de bonusregeling in de praktijk mislukt is groot. De schuld zal dan bij de uitvoerders – in dit geval de zorgaanbieders – worden gelegd. Het zorgpersoneel om wie het allemaal is begonnen, zal het nakijken hebben met grote publieke verontwaardiging tot gevolg.

Deze cirkel moet worden doorbroken. Wie weet komt de parlementaire commissie die de toeslagenaffaire onderzoekt, tot zelfinzicht en met werkbare aanbevelingen. Maar daar kan het zorgpersoneel niet op wachten. Kabinet, pas de regeling daarom nu nog aan. Maak het simpel en vertrouw de uitvoerders. Bijvoorbeeld door iedere zorginstelling een budget toe te kennen en deze zelf laten bepalen op welke manier het budget onder de medewerkers wordt verdeeld. Zorginstellingen kunnen dan zonder veel gedoe en met plezier hun zorgpersoneel een welverdiende bonus geven.’

https://fd.nl/opinie/1365316/zorgbonusregeling-is-nauwelijks-uitvoerbaar