Tags

In mijn zoektocht naar verschillen in visie tussen de Nederlandse grondwettelijk verankerde vrijheid van meningsuiting en de islamitische betekenis van dat zelfde vrijheidsbegrip kwam ik op Bol.com een interessant boek tegen dat ik direct bestelde: Hazrat Mirza Masroor Ahmad, Islam en de vrijheid van meningsuiting. (2016 in de Nederlandse vertaling) De auteur is hoofd van de wereldwijde Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Precies het boek dus wat ik zocht en vandaag per post afgeleverd.

En mijn eerste indrukken zijn dat er een brede kloof bestaat tussen de Nederlandse betekenis en de islamitische, dat niemand natuurlijk zal verbazen, maar wel dat dat ik ontdekte dat de islamitische versie een puur ethische betekenis heeft; maar schokkend is dat ik over dit boek nergens in kranten heb gelezen en dat geen enkele moslim-theoloog (is dat academische begrip ‘theologie’ binnen de islam eigenlijk alléén op de islam gericht zonder vergelijkende godsdienstwetenschap, of komt het neer op alles wat in wetenschappelijke zin over de islam bekend is?

Mij werd wel duidelijk via een willekeurig citaat (blz.52) dat vrijheid van meningsuiting belangrijk is binnen die godsdienst, maar wel op een compleet andere manier dan bij ons. Vandaar ook de ‘eeuwige’ misverstanden als je imams hoort spreken, omdat zij ook geen kennis of weet hebben van wat de Nederlandse inhoud is:

“De Heilige Profeet gaf de voorkeur aan vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geloof en persoonlijke vrijheid, zelfs vóór zijn aanspraak op het profeetschap en hij verafschuwde slavernij.”

Het gaat om omgangsvormen: “Dit is de wijze waarop de Islam zich heeft verspreid, door het tonen van uitmuntende omgangsvormen en vrijheid van meningsuiting en geloof. Deze wijze van gedrag en vrijheid van geloof had een persoon als Ikramah in een oogwenk volkomen overdonderd. De Heilige Profeet stond het zelfs toe dat de krijgsgevangenen en slaven hun vrijheid van geloof konden blijven uitoefenen, met als argument dat de verspreiding van de Islam in overeenstemming was met het Goddelijke bevel om de leerstellingen van de Islam te verkondigen aan degenen die deze nog niet kenden. Het doel hierachter was om de mensen nader tot God te brengen en uit mededogen voor anderen.” [p.48-49]

Omgangsvormen dus, maar daar komen we niet veel verder mee, want persoonlijk werd ik iedere keer verrast als ik op tv of op de radio een imam hoorde spreken over ‘vrijheid van meningsuiting’. Mijn (onuitgesproken) vraag was daarbij steeds of hij, en dan nu algemeen geformuleerd: een willekeurige imam – dat begrip vanuit het Nederlandse spraakgebruik had overgenomen, zonder dat hij de staatsrechtelijke inhoud en betekenis daarvan had bestudeerd, laat staan tot zich had genomen, want die vraag rijst wel in iedereen op als je ‘hen’ hoort spreken over ‘onze’  meningenvrijheid, die zij dan specifiek in het islamitische denken gaan vertalen, zo veronderstelde ik. Ik zat dus met dat probleem.

Nu ik het antwoord heb gevonden, namelijk alléén als omgangsvorm en dus ook dat het alleen gaat om beleefdheidsregels, zonder dat enig notie van het Verlichtingsaspect dat wij aan de vrijheid van meningsuiting hechten: een rationeel-kritisch denkvermogen om daarbij alle aspecten van een dilemma te onderzoeken en daarbij geen gezag/autoriteit te sparen, maar tot nieuwe inzichten te komen, zodat er een probleem(stelling) kan worden opgelost. Daarbij komt dan ook de culturele achtergrond waarom de vrijheid van godsdienst (vooral) en de vrijheid van meningsvorming juist in de Unie van Utrecht (1579) al werden vastgelegd als eerste mensenrechtenartikelen (avant la lettre), tegen de achtergrond van onze eigen godsdiensttwisten in die tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten.

Vandaar dat die Unie het startpunt was van een nieuwe politieke cultuur om alle minderheidsgodsdiensten toen ook in vrede en harmonie met elkaar te laten ‘samenleven’. Daarmee is ons land een Ierse godsdienstoorlog bespaard gebleven.

Binnen de islam is dat niet (of nooit) nodig geweest vanwege de eenheid van overheid én religie en dus de islam als staatsgodsdienst. Daarom valt het dus te verklaren dat de ‘vrijheid van meningsuiting’ neerkomt op een ‘omgangsvorm’ in het menselijk verkeer. En dat is een belangrijk feitelijk gegeven dat ook een begin kan maken met een zinvol politiek debat over de islam in ons land in de Tweede Kamer. Uit het boek heb ik dus de indruk opgedaan dat het een cultureel begrip  is en dat is dus onvergelijkbaar met de Nederlandse definitie.