Tags

Schuld Belastingdienst lijkt bij voorbaat vast te staan voor vijandige Kamercommissie (Yvonne Hofs, Ten eerste/de Volkskrant, 18 november 2020, 22:55)

ANALYSETOESLAGENENQUÊTE

De derde verhoordag van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft woensdag meer weg van een tribunaal. En alle betrokkenen wijzen met de beschuldigende vinger naar elkaar.

In de kinderopvangtoeslagenaffacire móét een schuldige aangewezen worden, omdat het niet aanwijzen van een schuldige maatschappelijk en politiek onaanvaardbaar lijkt te zijn. Het aantal burgerslachtoffers van dit drama is té groot om de schuldvraag onbeantwoord te laten. Daarvoor ook hebben Kamerleden de afgelopen jaren té veel grote, boze woorden gebruikt in verhitte Kamerdebatten. Barbertje moet hangen en Barbertje is in dit geval de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst.

*Het karakter van een tribunaal is onvermijdelijk geworden nu is gebleken – bestuurskundigen aan de universiteiten hebben dus nooit belangstelling getoond en dat verdient verbetering – dat delen van de ambtelijke ministeries zichzelf tot onmenselijke maat van functioneren hebben laten degraderen door eigen toedoen. De vraag is waarom er geen officiële onafhankelijke onderzoeken zijn ingesteld naar deze wanpraktijken. We moeten als burgers ons diep schamen dat deze politieke en ambtelijke structuur totaal niet meer werkt en volkomen disfunctioneert.   

De derde verhoordag van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft woensdag meer weg van een tribunaal dan van een parlementair onderzoek. In de beklaagdenbank zitten drie topmanagers die tussen 2010 en nu de leiding hadden over de uitkeringsfabriek van de Belastingdienst. De commissieleden ondervragen met name voormalig directeur-generaal Peter Veld en oud-directeur Toeslagen Gerard Blankestijn op zeer agressieve toon. Agaath Cleyndert, die pas in december 2018 aan het roer kwam van het veel bekritiseerde belastingonderdeel, krijgt een iets vriendelijker behandeling. Zij was er immers nog niet bij toen de fraudejacht op kinderopvangtoeslagontvangers ontspoorde. Cleyndert kon na haar aantreden alleen nog de scherven oprapen. Hoewel: de commissie heeft ook nog wel wat kritische vragen bij de manier waarop ze dat heeft gedaan.

*De tweede zin in deze alinea (‘meer weg van een tribunaal dan van een parlementair onderzoek’) is onzinnig want waarom mogen die twee begrippen niet samenvallen. Als blijkt dat de ambtelijke wereld een wanprestatie heeft geleverd, dat is dat ‘samenvallen’ een feit en dient het ook benoemd te worden. Maar die conclusie gaat ook op voor het functioneren van de Tweede Kamer met name omdat daar verwachtingen bestaan die totaal onwerkbaar zijn gebleken. Ook dat is een ‘ramp op zichzelf’ te noemen. Dit bestel blijkt alleen maar aan innovatie gedaan te hebben waar andere hervormingen gefaald hebben. En inmiddels is ook duidelijk dat er de conclusie van dit onderzoek zal uitdraaien op een parlementaire enquête die de hele overheid tot onderzoeksveld zal hebben. Dat is onoverkomelijk geworden en de hele ambtelijke organisatie dient op de schop te worden genomen, omdat de dit ‘arbeidsveld’ een koninkrijk binnen het échte Koninkrijk is geworden. Alleen al het aantal  WOB-verzoeken spreken boekdelen.

Frustratie en irritatie

De frustratie en irritatie druipen er van beide kanten vanaf, als Veld en Blankestijn hun kant van het verhaal willen vertellen. Als ze antwoorden op vragen of iets willen uitleggen, worden ze geregeld vinnig onderbroken en afgekapt. De commissie lijkt zijn oordeel al klaar te hebben: beide heren deugen niet. Als Veld aan Salima Belhaj (D66) vraagt of hij iets mag illustreren met een voorbeeld, is het antwoord: ‘Nee, dat mag u niet’. Even later werpt ze hem voor de voeten: ‘Er zijn talloze manieren van zelfreflectie, maar die heeft u blijkbaar niet.’

*Van ‘vertellen’ was geen sprake want het leek alleen maar op een monoloog van saboterende uitspraken, om de hete brei heen, waar de ambtelijke ën parlementaire wereld toch al kampioen in is, als je het gemiddelde Kamerdebat objectief kunt beluisteren. Het is evenals de mediawereld een sensatie-industrie geworden. En dan krijg je deze uitwassen.

PvdA-Kamerlid Attje Kuiken gaat er hard in bij oud-directeur Toeslagen Blankestijn, die tussen 2011 en 2018 aan het hoofd stond van die afdeling. Kuiken: ‘u stelt dus vast dat het dossier niet deugt…’ Blankestijn, die dit vlak daarvoor al heeft toegelicht: ‘Nee, mij wordt verteld wat het dossier inhoudt en ik reageer daarop met: ‘Dat kan toch niet waar zijn?’ Dat heb ik u net verteld.’ Kuiken, pinnig: ‘U zit hier in een verhoor. ‘Dat heb ik net verteld’ is geen antwoord.’

Renske Leijten (SP) tegen Blankestijn: ‘U krijgt een advies om de ouders te compenseren. Wat was daarop uw reactie?’ Blankestijn: ‘Mijn reactie was…’ Leijten onderbreekt: ‘Uw reactie was dat u het de volgende morgen zou bespreken, want dat staat in deze email.’ Blankestijn zwijgt.

Niet netjes

Femke van Kooten-Arissen (ex-Partij voor de Dieren) vraagt Blankestijn waarom de Belastingdienst soms vlak voor een rechtszitting ineens een nieuw toeslagbesluit nam, ogenschijnlijk om de procederende ouder de wind uit de zeilen te nemen. Blankestijn distantieert zich van die handelswijze van zijn eigen dienst. ‘Ik ken deze specifieke casussen niet, maar dit is alleen te billijken als er heel goede redenen voor zijn. In principe vind ik het niet kunnen. De andere kant van het verhaal is dat wij soms pas bij de rechter een betalingsbewijs krijgen waar we al twee jaar om vragen.’ Van Kooten: ‘Maar mevrouw González Pérez (de advocate van gedupeerde ouders – red.) staat daar om recht te halen voor de burger.’ Blankestijn: ‘Toch vind ik het niet netjes om op de zitting met een bewijsstuk geconfronteerd te worden waar we al twee jaar naar vragen.’ Van Kooten: ‘Dat is mijn vraag niet’.

Tussen de vijandelijkheden door schetsen Veld en Blankestijn het beeld van een Belastingdienst die intern grote moeite had met de harde invorderingspraktijk. Die praktijk hield in dat ouders die een relatief klein deel van de opvangkosten niet hadden voldaan, hun hele toeslag kwijtraakten en duizenden of soms wel tienduizenden euro’s moesten terugbetalen. Zowel Veld als Blankestijn beweren dat ze in 2012 en 2014 aan de bel hebben getrokken over de in hun ogen veel te zware sanctie op kleine foutjes.

Nul op rekest

Veld zegt dat hij in oktober 2012 contact zocht met zijn ambtgenoot op het ministerie van Sociale Zaken, Maarten Camps, om dit aan te kaarten. De uitvoering van het toeslagenbeleid ligt weliswaar bij de Belastingdienst, dus bij het ministerie van Financiën, maar het ministerie van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de wetgeving en bepaalt hoe dat beleid eruit moet zien. Camps zou er echter niet voor gevoeld hebben het beleid te versoepelen, omdat Sociale Zaken bang was dat dit toeslagfraude zou stimuleren. In 2014 probeerden Blankestijn en Veld het naar eigen zeggen opnieuw, maar ook toen kregen ze nul op het rekest van het ministerie van Sociale Zaken. Het besluit het beleid niet te versoepelen zou toen mede genomen zijn door toenmalig minister Asscher, die liever wilde inzetten op een heel ander toeslagensysteem.

Dat de twee topambtenaren inderdaad het ongemak bij de dienst Toeslagen over de invorderingen hebben overgebracht aan de staatssecretarissen Weekers en Wiebes en het ministerie van SZW blijkt ook uit documenten. Ze zeggen dat ze zich onmachtig voelden het beleid op eigen gezag aan te passen, omdat ze zich juridisch en politiek klemgezet voelden. Dat kwam door de uitspraken van de rechter, die het harde invorderingsbeleid steeds accordeerde, en door de ‘enorme politieke druk’ om meer aan fraudebestrijding te doen terwijl de Belastingdienst daar toen helemaal niet klaar voor was: noch qua mankracht, noch qua automatisering. In 2013 maakte de Tweede Kamer zich echter meer druk over toeslagenfraude dan over het feit dat de goeden dan onder de kwaden zouden lijden.

Beschuldigende vinger

Natuurlijk schuiven de twee topmanagers daarmee ook handig de schuld van zich af en richting de politiek, de rechtspraak en het ministerie van Sociale Zaken. De topambtenaren van dat ministerie moeten donderdag voor de commissie verschijnen en zullen op hun beurt waarschijnlijk juist met de beschuldigende vinger naar de Belastingdienst wijzen. Uiteindelijk wijst dan iedereen naar elkaar. Dat de waarheid wel eens zou kunnen zijn dat dit drama heeft kunnen ontstaan doordat zowel de rechtspraak, als de politiek (bewindslieden én Tweede Kamer), als de Belastingdienst, als topambtenaren van ministeries grote fouten hebben gemaakt, is wellicht een moeilijk te verteren conclusie. Want als iedereen een beetje schuldig is, is uiteindelijk niemand écht schuldig. En dat lijkt een onacceptabele uitkomst te zijn.

*De conclusie is dat de menselijke maat in de ambtelijke wereld is verdwenen en dat de bureaucratie kan verworden tot een vreselijke samenleving. Een tweede conclusie uit deze dag is dat de ambtelijke wereld helemaal niet meer aansluit op het parlementaire werk, want zicht- en vooral ‘hoorbaar’ is dat die twee werelden niet op elkaar afgestemd of afgesteld zijn, wat natuurlijk wel de bedoeling is. De ambtelijke wereld hoort alle politieke wensen in alle objectiviteit en neutraliteit uit te voeren en als dat onmogelijk wordt gemaakt door onvolwaardige en dus chaotische wettenproductie, dan heeft dit alles geen zin meer.

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/schuld-belastingdienst-lijkt-bij-voorbaat-vast-te-staan-voor-vijandige-kamercommissie~b1d8fd1c/