Verharden of verwateren de christelijke standpunten? (Matthijs Haak, Opinie/nrc.nl, 13-11-20)

VRIJHEID VAN ONDERWIJS

‘De discussie over het ondertekenen van verklaringen van scholen met reformatorische opvattingen over homoseksualiteit maakt duidelijk dat de tijdgeest verandert (Homo-uitspraken ontploffen in het gezicht van minister Slob, 11/11). Ik ben blij met de uitkomst van dit debat. Tegelijk vraag ik me af wat de consequenties zijn. Vandaag is het bijzonder onderwijs aan bod. En morgen? Kan ik blijven preken over bijbelteksten waarin staat dat God de mens als man en vrouw schiep? Of legt dat [?] ‘beperkingen’ op en gaat de overheid daarnaar kijken? In dit verband denk ik terug aan het boerkaverbod (augustus 2019). Bij die wetgeving schreef filosoof Ger Groot in NRC: „De staat wordt een morele instantie, en zelfs een vervangend vervuller van de levensbeschouwelijke behoeften die de burger ondanks alles blijft koesteren.” De levensbeschouwelijke behoefte van de burger kwam deze week glashelder op tafel. In vele talkshows klonk afgrijzen ten aanzien van minister Slobs uitspraken. In het kabinet volgde een ‘oorwassing’ (De Telegraaf). Het nieuws dat het OM ging bekijken of er sprake was van strafbare uitspraken werd gretig gedeeld. De symboliek daarvan is helder.

*Een aantal kanttekeningen. En om maar direct met de deur in huis te vallen: ik denk in een tussenoplossing, dat volgens mij staatsrechtelijk mogelijk moet kunnen zijn. Maak voor alle orthodoxe kerk/synagoge/moskee-diensten (en scholen wat betreft hun toelatingsverklaringen) het onderscheid tussen het private domein waarin de gelovigen hun oorspronkelijke teksten van duizenden jaren geleden (geldt dus zowel voor de joodse, christelijke en islamitische heilige werken) maar wel in het besef dat overige landgenoten die in meerderheid ongelovigen zijn, deze oude teksten als archaïsch beschouwen. Dat is hun goed recht. Maar deze eenvoudige ingreep maakt het mogelijk om de buitenwereld onwetend kunnen zijn over wat er zoal gepredikt wordt of kan worden gepredikt. Waarbij één heel belangrijke voorwaarde aan vast zit: deze diensten mogen in besloten en private vorm dus worden gehouden, maar als er ook maar één enkeling of journalist met een smartphone de tekst wenst op te nemen, dan loopt die religieuze ‘gemeente’ het risico dat het naar de buitenwereld ‘doorlekt’ en dat er opschudding ontstaat vanwege de bijzin in art.6.1 Gw: “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”. En dat wil zeggen dat je niets kunt of mag aanstippen, waardoor je in het publieke domein in de problemen kunt komen, zoals vanwege art.1 Gw.: ‘Discriminatie is niet toegestaan’ op basis van een 6-tal gronden waarbij nr. 6 algemeen is geformuleerd: “of op welke grond dan ook”. Er bestaat kortom geen uitzonderingsgrond. Deze verbijzondering als toelichting zal dus bij de komende grondwetswijziging wel degelijk een rol gaan spelen. Daar kan niemand omheen omdat de huidige Grondwet al genoeg mogelijkheden biedt om geen behoefte te hebben aan uitzonderingen.

*Ik schrijf dit als een burger in een tussenpositie, te weten dat ik tot geen enkele religieuze groep behoor, maar wel als ‘ietsist’ te boek zou kunnen staan en dus intensief met spiritualiteit bezig ben. Daarom behoor ik ook tot de gemeenschap van burgers mét een spirituele visie en daarom neem ik het voor deze genoemde geregistreerde burgers op, opdat zij hun geloof kunnen blijven belijden. Voor de volledigheid noem ik humanisten geen geloofsrichting, en dat zal geen verbazing hoeven te wekken. Voor mij geldt dus geen institutionele autoriteit zoals de kerk (als grootste leefgemeenschap in ons land), synagoge of moskee, maar mijn eigen ziel die mijn gezagsdrager is, en waarnaar ik kan luisteren omdat die ziel de kosmische taal spreekt. Daarom kan ik even zuiver denken en handelen als iedere andere gelovige in dit land, maar dan op zielenbasis. Maar ook even zuiver en logisch/rationeel als de humanist en andere levensovertuigingen. Geen principieel verschil bestaat er op dit terrein.

*Ik voeg hieraan noodgedwongen art.23 Gw aan toe, want daarover gaat de huidige discussie of discours. Daarin neem ik een ander standpunt in dan de meerderheid aan humanisten en overige seculier denkende burgers, namelijk dat het onverstandig is om dit artikel af te schaffen. We hebben donderdag (gisteren) getuige kunnen zijn van de forse aanvaring tussen de fracties van Denk, CDA, CU, en SGP. De seculiere partijen hebben zich verder niet ‘frontaal’ gemengd in dit debat, omdat zij geen directe belangen hadden te verdedigen. Waarom vind ik behoud van dit artikel cruciaal? Omdat nu met de bijzondere positie van een nieuwe geloofsgemeenschap van de islam, het duidelijk is dat moslims totaal andere denken dan de autochtone Nederlanders en dat ‘verboden’ begrip autochtoon moet hierom genoemd worden omdat er een wezenlijk verschil in denken bestaat tussen de oorspronkelijke bevolking met hun westerse geloofsgeschiedenis enerzijds en de moslims anderzijds, die geen scheiding van moskee/religie en staat/overheid kennen.

*Dat maakt dat moslims een totaal andere opvoeding hebben genoten dan de Europeanen als collectief, en dat verschil vlak je niet zomaar uit. Is in beginsel zelfs onoverbrugbaar, tenzij er een Europese islam wordt geschapen. Want je kunt niet eisen van de Europeanen dat zij zich aanpassen omdat er in ons land ook een enorme pluriforme religieuze markt bestaat. Wij zullen als oorspronkelijke Nederlanders niet terugvallen in de tijden van de Hoekse en Kabeljauwse twisten want dat stadium van onze maatschappelijke evolutie zijn de definitief voorbij, want dat waren ‘ongeveer’ onze Middeleeuwen. Vanwege dat religieuze veelkleurenland blijft art.23 van levensbelang om de rechter in ieder geval uitspraken te kunnen laten doen over hedendaagse competentieverschillen.

*En om een praktische zaak aan te roeren: het is ondenkbaar dat de christelijke denominaties hun leerkrachten uit eigen middelen moeten gaan betalen. En wat voor de christelijke scholen geldt, geldt vanzelfsprekend ook voor de moslimscholen, maar dan wel groep gematigde scholen, want de salafistische scholen handelen tegen grondwetsbepalingen in. Dat de rechter nog niet op dat oordeel kan komen, komt natuurlijk door gebrek aan jurisprudentie. Die zal dus moeten worden aangevuld. Maar altijd geldt dat “behoudens de eigen verantwoordelijkheid” genoeg aanknopingspunten biedt om onwenselijke ontwikkelingen tegen te gaan.   

‘Ik ben niet bang voor deze ontwikkelingen. Ik geloof dat God de geschiedenis leidt. Een kromme stok kan rechte slagen maken. Daarmee bedoel ik de groei onder gelovigen van een goede houding ten opzichte van lhbti’ers. Maar wat doet groeiende maatschappelijke druk met christelijke gelovigen? Het risico bestaat dat zij verharden in standpunten (‘de boze wereld’) of juist verwateren om in de smaak te blijven vallen. Beide reacties zouden zonde zijn.

*De schrijver dezes heeft een nuttige, want handzame brief gestuurd voor een voortzetting van dit debat!

Matthijs Haak, predikant Kandelaarkerk Dordrecht

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/13/vrijheid-van-onderwijs-verharden-of-verwateren-de-christelijke-standpunten-a4019896#/handelsblad/2020/11/13/#116