Tags

Wat werd er gemist tijdens het gesprek tussen de imam en Tweede Kamerlid en fractieleider Gert Jan Segers?

Eén centraal punt dat niet uit de verf kwam was niet de vrijheid van meningsuiting, maar het aspect dat iedere imam die niet in ons land is geboren en opgeleid, geen kennis heeft van ons staatsrecht, en dat dat feit geen echt debat of meningsuitwisseling mogelijk maakt. Hoezo?

Omdat ik zelf les Nederlands aan NT2-cursisten heb gegeven, is de kwestie islam door mij regelmatig aan de orde geweest. Het is bijna onmogelijk om hierover vanuit westerse normen en waarden met moslims van gedachten te wisselen, vanwege de fundamenteel verschillende opvoeding. Dan bedoel ik niet het islamitische geloof waarin iedereen die in Marokko of Turkije geboren is, vanzelfsprekend wordt opgevoed, en dat voor onze Grondwet geen probleem is omdat zij in ons land vrijelijk de eigen godsdienst kunnen handhaven, omdat zij zich daarin thuisvoelen. Maar wat niemand zich realiseert is het andere feit dat iedere moslim is opgevoed met het principe van de eenheid tussen geloof/moskee en staat, terwijl de christelijke en humanistische wereld is opgevoed onder de scheiding van ‘kerk en staat’.

De scheiding van kerk en staat maak het mogelijk om de kerk te beledigen als er westerse waarden worden geschonden, want daarvan is sprake als de burger vindt dat hij kritiek moet kunnen en dus mag uiten tegen een kerkelijke organisatie en dat mag een ‘symbolische belediging’ worden genoemd. Die handeling van belediging is door de moslim tegenover andere geloven geoorloofd, maar niet ten opzichte van zijn eigen geloof. Daar zit dit een discriminerend verschil tussen moslim en de christelijke gelovige of humanistische overtuiging die mensen hier als atheïst mogen hebben.  Dat zal in islamitische landen waarschijnlijk niet mogelijk zijn.

Dit onderscheid tussen scheiding (in het westen) en eenheid (in het ‘oosten’) van religie/overheid maakt een debat tussen het verlichte westen en dogmatische oosten onmogelijk. Daarom moeten tijdens alle inburgeringsexamens ook een bewijs moeten worden geleverd dat moslims zich dit verschil bewust zijn en dat dus een politieke ‘kritische noot’ ten opzichte van welk geloof of gelovige dan ook, geoorloofd is, zelfs ten opzichte van welke profeet dan ook. Dat zal de moslim nooit accepteren en de westerling vindt dat vanzelfsprekend. Die kloof wordt dus tussen allochtonen én autochtonen nooit overbrugd. Daarom blijven die medelanders altijd ‘halve Nederlanders’. En dat is niet de schuld van de gastvrije Nederlanders.     

Daarom zal het noodzakelijk worden dat er ‘extra- en indien nodig herexamens’ inburgering worden ingevoerd als de examinandus de westerse waarden en normen niet blijkt over te kunnen nemen, laat staan te begrijpen. Overname van en acculturatie van de westerse nomen zou voorwaarde moeten zijn voor het verkrijgen van het Nederlandse paspoort. Zonder die verinnerlijking van westerse waarden dient de betrokkene die die waarden niet kan toepassen geen NL-paspoort te krijgen en in beginsel teruggestuurd naar land van grootouders. Dat zal voor alle imams dus ook van toepassing zijn want zonder beheersing van westerse waarden worden zij nooit westerlingen. Punt.